Collectieve arbeidsovereenkomst van 17 november 2000, gesloten in het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf, betreffende het overleg bij tijdelijke werkloosheid om economische redenen .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2001A12639
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers die ressorteren onder het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf en op de arbeid (st) ers die zij tewerkstellen.
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing met ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door één der ondertekenende partijen worden opgezegd, mits een vooropzeg van drie maanden, te betekenen bij een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf en aan de in dit comité vertegenwoordigde organisaties.
Artikel 3 In alle ondernemingen waar de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie de toepassing van artikel 51 van de Wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten onderzoekt, betwist, schorst of weigert, dient volgende procedure te worden toegepast :
- vanaf het ogenblik waarop de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie de onderneming vat in de zin zoals bedoeld in alinea 1, dient de werkgever binnen de tien werkdagen dat werknemers daarvan in kennis te stellen via de ondernemingsraad, of bij gebreke via het comité voor preventie en bescherming op het werk of bij gebreke de syndicale afvaardiging of bij gebreke via een nota aan het personeel;
- tegelijkertijd wordt in alinea 2 bedoelde kennisgeving door de werkgever schriftelijk aan de regionale vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties betekend;
- binnen de maand na het tijdstip, bedoeld in alinea 2, nodigt de werkgever de hoger bedoelde instanties uit voor een overleg over de te nemen maatregelen.
Artikel 4 Het overleg zal plaats vinden, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke onderneming, en kan betrekking hebben op zowel de oorzaken van de tijdelijke werkloosheid als op eventueel mogelijke maatregelen om het aantal dagen tijdelijke werkloosheid te beperken.
Artikel 5 Elk geschil ingevolge de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in eerste instantie door de meest gerede partij worden voorgelegd aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-07-04/86%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing met ingang van 1 januari 2001 en is gesloten voor onbepaalde duur.
Zij kan door één der ondertekenende partijen worden opgezegd, mits een vooropzeg van drie maanden, te betekenen bij een ter post aangetekend schrijven, gericht aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf en aan de in dit comité vertegenwoordigde organisaties.
Artikel 3 In alle ondernemingen waar de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie de toepassing van artikel 51 van de Wet van 3 juli 1978 op de arbeidsovereenkomsten onderzoekt, betwist, schorst of weigert, dient volgende procedure te worden toegepast :
- vanaf het ogenblik waarop de Rijksdienst voor Jaarlijkse vakantie de onderneming vat in de zin zoals bedoeld in alinea 1, dient de werkgever binnen de tien werkdagen dat werknemers daarvan in kennis te stellen via de ondernemingsraad, of bij gebreke via het comité voor preventie en bescherming op het werk of bij gebreke de syndicale afvaardiging of bij gebreke via een nota aan het personeel;
- tegelijkertijd wordt in alinea 2 bedoelde kennisgeving door de werkgever schriftelijk aan de regionale vertegenwoordigers van de representatieve vakorganisaties betekend;
- binnen de maand na het tijdstip, bedoeld in alinea 2, nodigt de werkgever de hoger bedoelde instanties uit voor een overleg over de te nemen maatregelen.
Artikel 4 Het overleg zal plaats vinden, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke onderneming, en kan betrekking hebben op zowel de oorzaken van de tijdelijke werkloosheid als op eventueel mogelijke maatregelen om het aantal dagen tijdelijke werkloosheid te beperken.
Artikel 5 Elk geschil ingevolge de toepassing van deze collectieve arbeidsovereenkomst zal in eerste instantie door de meest gerede partij worden voorgelegd aan het verzoeningsbureau van het Paritair Comité voor het kleding- en confectiebedrijf.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 4 juli 2001.
(Voor het KB, zie %%2001-07-04/86%%)
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.