Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 april 1997. Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking - Arbeids- en loonsvoorwaarden .

Datum :
18-04-1997
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
9 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 1998A12115

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied

Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen welke onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking ressorteren, tenzij het paritair comité er anders over beslist.

Hoofdstuk 2. Indeling van de functies

Artikel 2 Volgens hun werkzaamheden worden de arbeiders en arbeidsters ingedeeld in zeven beroepsklassen die aan de volgende kenmerken beantwoorden:
  Klasse 1:
  arbeid die een technische vorming van het niveau A3 en een beroepservaring van één jaar vereist, of een gelijkwaardige opleiding verkregen door een methodische scholing gedurende drie jaar.
  Klasse 2:
  arbeid van verscheiden aard die een bepaalde lichamelijke inspanning en een technische kennis vereist, welke met een ervaring van twee jaar kan worden gelijkgesteld of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheid oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 3 of 4.
  Klasse 3:
  arbeid die een bepaalde lichaamskracht en een elementaire technische kennis van één jaar ervaring vereist of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheden oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 5, 6 of 7.
  Klasse 4:
  eenvoudige arbeid die een grote lichaamskracht vereist en na een korte uitleg kan worden verricht of arbeid van verscheiden aard die een grote handvaardigheid of een ruime praktische opleiding, maar geen bijzondere lichamelijke inspanning vergt.
  Klasse 5:
  arbeid van verscheiden aard die een lichte lichamelijke inspanning en een praktische opleiding van negen maanden vergt.
  Klasse 6:
  arbeid die telkens wordt herhaald en een lichte lichamelijke inspanning en een inwerkingsperiode van drie maanden vergt.
  Klasse 7:
  eenvoudige arbeid die slechts lichte lichamelijke inspanning vergt en na een korte uitleg kan worden verricht. De functies die worden betaald volgens klasse 7 zullen na zes maanden dienst worden betaald volgens klasse 6.
  Bovendien worden bepaalde arbeiders buiten de indeling gehouden voor zover hun taak aan de volgende kenmerken beantwoordt:
  Buiten de indeling:
  arbeid die een technische opleiding vergt van het niveau A2 en een beroepservaring van twee jaar of een gelijkwaardige opleiding verworven door een volledige leertijd gedurende vier jaar.
  In het bedrag van hun werkelijk loon wordt rekening gehouden met het overeengekomen loon voor een gelijkwaardige kwalificatie in andere sectoren.

Artikel 3 In de bijgevoegde tabel worden voorbeelden vermeld die met deze verschillende beroepsklassen overeenstemmen.

Artikel 4 Bij twijfel of geschil in een onderneming aangaande de indeling van een in deze tabel niet opgenomen beroep of in geval van invoering van nieuwe technieken, kan de meest gerede partij de zaak aanhangig maken bij het paritair comité dat het onderzoek en de oplossing ervan aan een beperkt subcomité kan toevertrouwen.

Artikel 5 Bij de toepassing van de indeling van functies die in de artikelen 2 tot 4 en in de tabel met voorbeelden van de indeling van functies opgenomen is, moeten de ter zake verworven rechten en persoonlijke voorwaarden gehandhaafd worden.

Hoofdstuk 3. Minimumuurlonen

Artikel 6 (Vanaf de eerste rekeningsopening van de maanden mei 1997, april 1998 en januari 2000, worden de minimumuurlonen op basis van de 37-urenweek als volgt vastgesteld :

      Klasse         Mei 1997       April 1998     Januari 2000
      HC/BK           386,45          392,25          398,15
        1             382,00          387,75          393,55
        2             371,80          377,40          383,05
        3             357,80          363,15          368,60
        4             348,80          354,05          359,35
        5             330,70          335,65          340,70
        6             320,45          325,25          330,15
        7             316,95          321,70          326,55

) <CAO 1999-04-15/42, Art. 2, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 7 Het minimumuurloon omvat niet de loontoeslagen die niet aan de functie verbonden zijn, zoals de toeslag voor overuren of voor arbeid in opeenvolgende ploegen.

Artikel 8 (De werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters worden met 1,5 pct. verhoogd vanaf de eerste rekeningsopening van de maand mei 1997. Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
  Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 1,5 pct.
  Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 100,43 tot 103,46 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
  Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters bovendien verhoogd met 1 pct. Deze laatste verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een ondernemingsovereenkomst betreffende de lonen, neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1997.
  Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand juli 1999, worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 2,5 pct. Deze verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden, gesloten op bedrijfsniveau en neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1999.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 3, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 9 De lonen van de minderjarigen worden berekend volgens de uitgeoefende functie, rekening houdend met volgende degressieve schaal:

        20 jaar                            100 pct.
        19 jaar                             95 pct.
        18 jaar                             85 pct.
        17 jaar                             75 pct.
        16 jaar                             70 pct.


  De leerlingen die zich toeleggen op werkzaamheden die een bijzondere kennis of opleiding vereisen, ontvangen uiterlijk na afloop van het vierde leerjaar het minimumloon van de meerderjarige arbeider of arbeidster.
  De partijen komen overeen om in de ondernemingen de individuele gevallen van jongeren te onderzoeken, die vóór 20 jaar het bewijs zouden leveren dat zij bekwaam zijn, ondervinding hebben en rijp zijn om het beroep uit te oefenen en dat zij bijgevolg hetzelfde rendement hebben als de meerderjarige, zowel op kwalitatief als op kwantitatief gebied, nadat zij de vormingsperiode hebben doorgemaakt waarin is voorzien voor de toekenning van het loon van de meerderjarige.

Artikel 10 Als een arbeider of arbeidster van een lagere naar een hogere klasse overgaat, zal het minimumloon van deze nieuwe klasse slechts verschuldigd zijn na een aanpassingstijd die geen twee maanden mag overschrijden. Tijdens deze periode mag het loon lager zijn dan het minimum van de overeenstemmende klasse, maar niet minder dan het minimum van de eerstvolgende lagere klasse.

Hoofdstuk 4. Ploegenpremie

Artikel 11 Ingeval er in twee ploegen wordt gewerkt, zal aan het aldus tewerkgestelde personeel een toeslag van 6 pct. van het loon worden toegekend.

Artikel 12 Ingeval er in bijkomende ploegen wordt gewerkt, zal de loontoeslag worden vastgesteld op het niveau van de onderneming in overeenstemming met de werkgevers- en werknemersorganisaties. De toeslag voor werk in nachtploeg bedraagt minimum 15 pct. van het loon.

Artikel 13 Elke arbeider en arbeidster die ploegenarbeid verricht zal gedurende de arbeidsdag recht hebben op een bepaalde schafttijd van maximum een half uur.

Hoofdstuk 5. Bijslagen voor overuren

Artikel 14 Voor de overuren zal een bijslag van 50 pct. worden toegekend.

Artikel 15 Deze bijslag wordt op 100 pct. gebracht:
  1) vanaf het vijfde overuur dat op dezelfde dag wordt verricht, met uitzondering van de overuren die worden verricht op de vrije zaterdag in het stelsel van de vijf dagenweek;
  2) voor de overuren die worden verricht tussen 22 en 6 uur;
  3) voor de overuren die worden verricht op een zondag of feestdag.

Artikel 16 Behalve als de arbeider of arbeidster daags te voren hiervan werd verwittigd, verstrekt de onderneming hem een maaltijd, of betaalt zij, bij ontstentenis ervan, een vergoeding van 100 F als hij zijn werk moet voortzetten buiten zijn normale arbeidstijd, zonder de mogelijkheid te hebben thuis te gaan eten.

Hoofdstuk 6. Jaarlijkse premie

Artikel 17 De arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn in de onderneming op 15 december zullen tussen 15 en 25 december een jaarlijkse eindejaarspremie ontvangen die gelijk is aan 160,33 uren (37-urenweek) van hun individueel loon (1) bij de eerste opening van de rekeningen van de maand november.
  Hebben recht op de premie in verhouding tot hun arbeidsprestaties na drie maanden anciënniteit in de onderneming (2):
  - de arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn op 15 december en die in de onderneming in dienst zijn getreden in de loop van het jaar;
  - de arbeiders en arbeidsters die de onderneming hebben verlaten in de loop van het jaar, uitgezonderd voor dringende reden.
  (1) Gezien de verschillende interpretaties gegeven aan het begrip "individueel loon", komen de partijen overeen dat, de jaarlijkse premie betaalbaar vanaf december 1997, de enige te weerhouden interpretatie is "het loon plus de ploegenpremie" (het betreft de gemiddelde ploegenpremie voor diegene die in drie of meer afwisselende ploegen werken).
  (2) De arbeiders en arbeidsters, aangeworven met één of meerdere contracten van bepaalde duur tijdens de referentieperiode en die in het totaal een anciënniteit bereiken gelijk aan of hoger dan drie maanden, hebben recht op een eindejaarspremie naar rato van hun prestaties.
  Worden met effectieve arbeid gelijkgesteld:
  - de jaarlijkse vakantie;
  - de afwezigheden, behalve die wegens ziekte, die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van loon;
  - de periodes van arbeidsongeschiktheid in de zin van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering, tot zes maanden maximum;
  - de periodes van werkloosheid die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van de dagelijkse uitkeringen voor bestaanszekerheid;
  - de periodes van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van arbeidsongevallen, tot één jaar.
  Om het aantal uren te bepalen waarop de arbeider of arbeidster recht heeft naargelang zijn arbeidsprestaties gedurende de referentieperiode gaande van 1 oktober van het vorig jaar tot 30 september van het lopend jaar, wordt als volgt tewerkgegaan:
  - vijfdagenweek:

  gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 u =

  - als een arbeider of arbeidster nu eens vijf dagen per week werkt en dan weer zes dagen, worden de 52 weken verdeeld volgens het aantal weken gedurende dewelke het ene of het andere stelsel werd toegepast, met name:

  gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 r =

  De eventuele gunstiger programmaties die formeel werden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen vóór de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, zullen niettemin worden toegepast.
  Voor de ondernemingen die gedeeltelijk of volledig de arbeidsduur hebben verminderd van 40 tot 37 uren per week in de vorm van betaalde compensatiedagen (zonder aanpassing van de uurlonen), wordt het aantal uren dat in aanmerking komt voor de jaarlijkse premie als volgt berekend:

  wekelijkse arbeidsstelsel x 52


Artikel 18 De vakorganisaties verbinden er zich toe geen eisen in te dienen die verder zouden gaan dan de in het vorige artikel vermelde bepalingen.

Hoofdstuk 7. Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen

Artikel 19 De lonen van de in artikel 1 bedoelde arbeiders en arbeidsters zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Artikel 20 (Het referte-indexcijfer 100,43 vormt de spil van de eerste stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 21 (De conventionele minimumuurlonen schommelen met 1,5 pct. volgens de hierna vermelde stabilisatieschijven, wanneer het indexcijfer van de consumptieprijzen van de voorgaande maand deze schijven overschrijdt :

  Laagste grens        Spil       Bovenste grens
       98,95          100,43          101,93
      100,43          101,94          103,46
      101,94          103,47          105,01
      103,47          105,02          106,59
      105,02          106,60          108,19
      106,60          108,20          109,81
      108,20          109,82          111,46
      109,82          111,47          113,13
      111,47          113,14          114,83

) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 22 De loonsverhogingen of verlagingen worden toegepast vanaf de eerste opening van de rekeningen van de maand.

Artikel 23 (Met uitzondering van wat voorzien is in artikel 8, alinea's 1, 2 en 5 worden de schommelingen van de lonen berekend op de conventionele minimumuurlonen, terwijl de loontoeslagen verworven blijven.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 24 Krachtens het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, moet het indexcijfer van de consumptieprijzen waarvan sprake is in dit hoofdstuk evenwel vervangen worden door het viermaandelijkse gezondheidsindexcijfer dat wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Hoofdstuk 8. Arbeidsduur

Artikel 25 Vanaf 1 november 1984 omvat de arbeidsweek 37 uren die moeten worden verricht in dagen van maximum 9 uren.
  De verkorting van de arbeidsduur van 40 tot 37 uren kan als volgt geschieden:
  - door een dagelijkse verkorting van de arbeidsduur;
  - door een wekelijkse verkorting van de arbeidsduur;
  - door een spreiding in de vorm van een gemiddelde over een periode van 13 weken, die eventueel weken van 6 dagen kan bevatten;
  - door het toekennen van compensatiedagen;
  - door de combinatie van de verschillende hierboven opgesomde mogelijkheden.

Artikel 26 Over de modaliteiten van de arbeidstijdverkorting die bepaald zijn in het vorige artikel zal er, rekening houdend met de technische, economische en sociale eigenheid van de ondernemingen en met het oog op het behoud van een maximum tijd aan produktie enerzijds en op de bevordering van de tewerkstelling anderzijds, worden onderhandeld op het niveau van de ondernemingen.

Artikel 27 De normale werkdag in één ploeg is in twee delen verdeeld door een rusttijd van hoogstens twee uren.

Artikel 28 Indien één van de werktijden langer is dan 5 uren, zal aan de arbeider een rusttijd van tien minuten worden toegekend, zonder dat deze rusttijd mag worden aangerekend bij wijze van verlenging van de werkdag, noch mag worden afgetrokken van het loon.

Hoofdstuk 9. Feestdagen

Artikel 29 In de normale arbeidsweek zijn begrepen:
  a) de feestdagen die bepaald zijn bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974, namelijk:
  1) 1 januari;
  2) Paasmaandag;
  3) 1 mei
  4) Hemelvaartsdag;
  5) Pinkstermaandag;
  6) 21 juli;
  7) OLV Hemelvaart;
  8) Allerheiligen;
  9) 11 november;
  10) 25 december (Kerstmis);
  b) twee dagen in gemeen overleg tussen de werkgever en de arbeiders vast te stellen (kermis, plaatselijk of gemeenschapsfeest of om het even welke andere dag).

Hoofdstuk 10. Klein verlet

Artikel 30 De in artikel 1 bedoelde arbeiders hebben het recht afwezig te zijn, met behoud van hun normaal loon, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen en voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, die hierna opgesomd zijn, voor een als volgt bepaalde duur:

    Reden van afwezigheid                       Duur van de afwezigheid
       
  1. Huwelijk van de werknemer.           Drie dagen door de werknemer te
                                          kiezen tijdens de week waarin de
                                          gebeurtenis plaatsgrijpt of
                                          tijdens de daar-op volgende week.
       
  2. Huwelijk van een kind van de         Een dag door de werknemer te
  werknemer, of van een kind van zijn     kiezen tijdens de week waarin de
  echtgeno(o)t(e).                        gebeurtenis plaatsgrijpt of
                                          tijdens de daarop volgende week.
       
  3. Huwelijk van een broer, zuster,      De dag van het huwelijk.
  schoonzuster, schoonbroer, van de
  vader, moeder, schoonvader,
  stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder,
  van een kleinkind van de werknemer.
       
  4. Priesterwijding of intrede in het    De dag van de plechtigheid.
  klooster van een kind van de
  werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e),
  van een broer, zuster, schoonbroer of
  schoonzuster van de werknemer.
       
  5. Geboorte van een kind van de         Drie dagen door de werknemer te
  werknemer zo de afstamming van dit      kiezen tijdens de twaalf dagen
  kind langs vaderzijde vaststaat.        te rekenen vanaf de dag van de
                                          bevalling.
       
  6. Overlijden van de echtgenoot of      Drie dagen door de werknemer te
  echt-genote, van een kind van de        kiezen tijdens de periode die
  werknemer of van zijn                   begint op de dag van het
  echtge-no(o)t(e), van de vader,         overlijden en eindigt op de dag
  moeder, schoonvader, stiefvader,        van de begrafenis, met de
  schoonmoeder, of stiefmoeder van de     mogelijkheid een van deze drie
  werknemer.                              dagen te nemen in de periode van
                                          veertien dagen die volgen op de
                                          dag van de begrafenis.
       
  7. Overlijden van een broer, zuster,    Twee dagen door de werknemer te
  schoonbroer, schoonzuster, van de       kiezen in de periode die begint
  grootvader, de grootmoeder, van een     op de dag van het overlijden en
  kleinkind, schoonzoon, of               eindigt op de dag van de
  schoondochter die bij de werknemer      begrafenis.
  inwoont.
       
  8. Overlijden van een broer, zuster,    De dag van de begrafenis.
  schoonbroer, schoonzuster, van de
  grootvader, de grootmoeder, van een
  kleinkind, schoonzoon of schoondochter
  die niet bij de werknemer inwoont.
       
  9. Plechtige communie van een kind      Een dag door de werknemer te
  hetzij van de werknemer, hetzij van     kiezen tijdens de week waarin de
  zijn echt-geno(o)t(e); of deel-neming   gebeurtenis plaatsgrijpt of
  van een kind van de werknemer of van    tijdens de daaropvolgende week.
  zijn echtge-n(o)t(e) aan het feest van
  de "vrijzinnige jeugd" daar waar dit
  feest plaatsheeft.
       
  10. Verblijf van de dienstplichtige     De nodige tijd met een maximum
  werknemer in een recruterings- en       van drie dagen.
  selectiecentrum of in een militair
  hospitaal ten gevolge van zijn
  verblijf in een recruterings- en
  selectiecentrum evenals alle militaire
  verplichtingen van korte duur.
       
  11. Verblijf van de werknemer           De nodige tijd met een maximum
  "dienstweigeraar" in een                van drie dagen.
  Administratieve Gezondheidsdienst of
  in een van de hospitalen aangeduid
  door de Koning, overeenkomstig de
  wetgeving betreffende het statuut van
  dienstweigeraar.
       
  12. Bijwonen van een bijeenkomst van    De nodige tijd met een maximum
  een familieraad, bijeengeroepen door    van een dag.
  de vrede-rechter.
       
  13. Deelneming aan een jury of          De nodige tijd met een maximum
  oproeping als getuige voor de           van vijf dagen.
  rechtbank of persoonlijke
  verschijning op aanmaning van de
  arbeidsrechtbank
       
  14. Uitoefening van het ambt van        De nodige tijd met een maximum
  bijzitter in een hoofdbureau voor       van vijf dagen.
  stemopneming bij de parlements-,
  provincieraads- en
  gemeenteraadsverkiezingen.
       
  15. Uitoefening van het ambt van        De nodige tijd.
  bijzitter in een hoofdstembureau of
  enig stembureau bij de parlements-,
  provincieraads- en
  gemeenteraadsverkiezingen.
       
  16. Uitoefening van het ambt van        De nodige tijd met een maximum
  bijzitter in een van de hoofdbureaus    van vijf dagen.
  voor stemopneming bij de verkiezing
  van het Europees Parlement.
       
  17. Het onthaal van een kind in het     Drie dagen naar keuze van de
  gezin van de werknemer in het kader     werknemer in de maand volgend
  van een adoptie.                        op de inschrijving van het kind
                                          in het bevolkingsregister of in
                                          het vreemdelingenregister van de
                                          gemeente waar de werknemer zijn
                                          verblijfplaats heeft, als deel
                                          uitmakend van zijn gezin.
       
  18. Examen voor beroepsbekwaamheid      Een dag.
  voor de proeven van Laureaat van de
  Arbeid of Deken van de Arbeid,
  officiele manifestaties ter
  gelegenheid van de uitreiking van
  dergelijke onderscheiding aan de
  werknemer.


  Voor de toepassing van de nrs. 2, 3, 4, 5, 6 en 9 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind.
  Voor de toepassing van de nrs 7 en 8 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer.
  De wees, die familiehoofd is, wordt met de vader gelijkgesteld voor de toepassing van de bovenstaande gevallen.
  Voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel, zullen slechts de dagen van gewone activiteit als afwezigheidsdagen worden beschouwd.
  Voor de afwezigheden ten gevolge van overlijden, zullen alleen de dagen waarop gewoonlijk wordt gewerkt aanleiding geven tot loonbetaling.
  Vanaf 1 januari 1998, zullen de samenwonenden gelijkgesteld worden met wettelijk gehuwden voor de toepassing van klein verlet voorzien in dit artikel. Op het ogenblik van de aanvraag tot afwezigheid, zullen de betrokken arbeiders en arbeidsters een officieel document aan de werkgever voorleggen, dat hun staat samenwonenden bevestigt.

Hoofdstuk 11. Slotbepalingen

Artikel 31 De indeling van de functies die vastgesteld zijn bij deze collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd.

Artikel 32 (De hoofdstukken II en III met uitzondering van artikel 8, alinea's 4 en 5 zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van behangpapier en de hoofdstukken II, III, VI en VIII zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van papieren hulzen.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 5, 002; En vigueur : 01-02-1999>

Artikel 33 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing van 1 februari 1997 tot 31 januari 1999. Zij wordt echter van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens gehele of gedeeltelijke opzegging door één van de partijen, met een opzeggingstermijn van drie maanden, gericht aan de voorzitter van het paritair comité bij een ter post aangetekend schrijven.

Artikel 34 Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1993.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET

  BIJLAGE.

Artikel N1 Indeling van de functies.
  A. Voor alle ondernemingen

  1. Onderhoudspersoneel
                                                                     Klasse
       
  Revisie, herstellen en werkklaar maken van ingewikkelde en zeer       BK
  nauwkeurige machines (automatische Bobst, autovariabele Bobst,
  autoplatine Bobst met automatische inleg, automatische rolschaar,
  persen met automatische inleg, Winkler & Dunnebier voor
  briefomslagen, Rofa voor schrijfboeken of gelijkaardige)
       
  Volledig (mechanisch of elektrisch) algemeen onderhoud en het         BK
  stellen van de in het vorig voorbeeld genoemde machines
       
  Revisie, herstellen en werkklaar maken van eenvoudige machines,       K1
  niet genoemd hiervoor
       
  Eenvoudig (mechanisch of elektrisch) onderhoud en het stellen van     K1
  machines, niet genoemd hiervoor
       
  2. Allerlei functies
       
                                                                     Klasse
       
  Stellen en geleiden van en verantwoor-delijkheid voor                 BK
  drukmachines, waar-voor een volledige opleiding in het grafisch
  beroep gevergd wordt (diplo-ma afgeleverd door een beroepsschool
  op een volledige leertijd van 4 jaar)
       
  Voeren van vrachtauto's met meer dan 5 ton nuttige lading             K1
       
  Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder,       K1
  wanneer gewoonlijk geld wordt geind
       
  Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder,       K2
  wanneer gewoonlijk geen geld wordt geind
       
  Verantwoordelijkheid voor de technische organisatie van het           K2
  magazijn
       
  Verantwoordelijkheid en organisatie van de verzending                 K2
       
  Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een       K2
  hefcapaciteit hebben van meer dan 5 ton of die ingewikkelde arbeid
  verrichten
       
  Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een       K3
  hefcapaciteit hebben van 5 ton of minder of die eenvoudige arbeid
  verrichten
       
  Bedienen van en verantwoordelijkheid voor een gewone verwarming-      K3
  en klimatisatie-installatie alsmede de stookinstallatie voor
  drijfkracht
       
  Gewone magazijn- of verzendingswerkzaamheden                          K3
       
  Vrachtautobegeleider                                                  K3
       
  Zware arbeid van inpakken, uitpakken, wikkelen en afwikkelen          K4
       
  Zware hulparbeid in het magazijn                                      K4
       
  Andere zware hulparbeid                                               K4
       
  Lichte hulparbeid                                                     K7
       
  Onderhoud der lokalen                                                 K7


  B. Fabrikage van school-, kantoor-, briefwisseling-, boekhouding- en klassementartikelen (schrijfboeken, registers, notitieboekjes, agen-da's, steekkaarten, briefomslagen, zakjes, briefpapier, etiketten, opbergmappen, albums, enz.)

                                                                     Klasse
       
  Ingewikkelde boekbindersarbeid waarvoor een volledige opleiding       BK
  in het binderijbedrijf vereist is (diploma afgeleverd door een
  beroepsschool of volledige leertijd van 4 jaar)
       
  Ingewikkelde en grote nauwkeurigheid aan de snijmachines              BK
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  gecombineerde machines voor het linieren en afwerken van
  gebrocheerde schrijfboeken van de rol af (Rofa en soortgelijke)
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  rotatiemachines voor reizigersboekjes
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  fineermachines met rollen
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  linieer- en spiraleermachines Bielomatic
       
  Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor machines die       BK
  plastiek lassen en vergulden
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  omslagmachines (Kolbus en soortgelijke)
       
  Gewone arbeid aan de snijmachines                                     K1
       
  Verantwoordelijkheid voor de tech-nische organisatie van het          K1
  magazijn
       
  Verantwoordelijkheid voor de verzending                               K1
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  ingewikkelde spiraleermachines (andere)
       
  Uitkappen van speciale enveloppen formaten met verantwoordelijkheid   K1
  voor het model en voor het optimale gebruik van het papier
       
  Uitkappen van briefomslagen                                           K2
       
  Hulp voor zware arbeid bij het geleiden van de Rofa twee rollen       K3
       
  Bedienen van de omslagmachines                                        K5
       
  Stikken met vezeldraad                                                K5
       
  Plooien met de hand (zakken en omslagen)                              K5
       
  Bedienen van degelpersen                                              K5
       
  Rouw-afboorden                                                        K5
       
  Kleuren met schabloon                                                 K5
       
  Gommen met de hand en met de machine                                  K5
       
  Bandversieren met aniline                                             K5
       
  Stikken met metaaldraad                                               K5
       
  Spiraleren op eenvoudige machines                                     K6
       
  Tellen, folieren                                                      K6
       
  Schutbladen plakken                                                   K6
       
  Hulp aan de bediening van omslag-machines                             K6
       
  Hulp bij het fatsoeneren                                              K6


  C. Fabrikage van golfkarton

                                                                     Klasse
       
  Verantwoordelijkheid voor de golf-kartontrein                         BK
       
  Verantwoordelijkheid voor meerdere autoslotters                       BK
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  golfkartonmachines (enkelzijdig)
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  automatische autoslotter drukmachines
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  golfkartonmachines (dubbelzijdig)
       
  Stellen van en verantwoordelijkheid voor de messen, rillen en         K2
  afslag van de golfkartonmachine
       
  Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen      K2
  (meerdere ploegen)
       
  Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen      K3
  (een ploeg)
       
  Bedienen van automatische verpakkingsmachines                         K3
       
  Bedienen van automatische vouw-plakmachines                           K3
       
  Zware verpakkingsarbeid zowel aan machine als met de hand             K4
       
  Afvoer zware producties van golfkartonmachines en slottermachines     K4
       
  Pakken, afval onder druk plaatsen, verplaatsen en laden               K4
       
  Geleiden van de paraffineermachine                                    K4
       
  Bedienen van eenvoudige of halfautomatische plakmachines              K6
       
  Gewone handverpakkingsarbeid                                          K7


  D. Kartonnagebedrijven

                                                                     Klasse
       
  Ontwerpen van modellen                                                BK
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  gecombineerde stans- en drukmachines (auto-variabel en
  soortgelijke)
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  automatische plakmachines voor vouwdozen, die op meerdere posten
  aanlijmen
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  autoplatines met uitbreekpost
       
  Grote nauwkeurigheidsarbeid aan snijmachines Massicot en              BK
  soortgelijke, wanneer dit de hoofdbedrijvigheid is van de werkman
       
  Vervaardigen van uitkapvormen (alle soorten uitkapvormen welke        BK
  gebruikt worden in de onderneming)
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  automatische dozengarneermachines
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor gewone     K1
  autoplatines
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor drie zijden snijmachines    K1
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor gecombineerde stans- en     K1
  drukmachines (autovariabel en soortgelijke)
       
  Mechanische en stelarbeid aan cirkelsnijmachines, plakmachines        K2
  voor vouwdozen die op een enkele post aanlijmen, garneermachines
  van het type Stokes & Smith, Jagenberg, Simplon, enz.
       
  Gewone arbeid aan de snijmachines Massicot of soortgelijke            K2
       
  Snijden van benodigdheden                                             K2
       
  Vervaardigen van kantoordozen en kantoorkartonnages                   K2
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor eenvoudige autoplatines     K2
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor rilmachines, rotatie-       K3
  inkeepmachines, mitrailleuses, degelpersen met de voet of motor,
  uitkapmachines
       
  Hulp bij het geleiden van gecombineerde stans- en drukmachines        K3
  (auto-variabel en soortgelijke)
       
  Uitbreken met pneumatische hamer                                      K4
       
  Garnieren van luxedozen                                               K4
       
  Lichte dienst aan rilmachines, rotatie-inkeepmachines, degelpersen    K6
  met de voet of motor, mitrailleuses
       
  Eenvoudig garnieren met de hand                                       K6
       
  Garnieren en afboorden aan de machines (gewone fabrikage)             K6
       
  Stikken                                                               K6
       
  Dienst aan de machines voor het plak-ken van vouwdozen                K6
       
  Dienst aan de hoeksnijmachines duimuitkapmachines                     K6
       
  Lichte uitbreekarbeid met de hand                                     K7
       
  Afvoer van lichte produkten aan het machineeind                       K7


  E. Fabrikage van zakken met grote inhoud

                                                                     Klasse
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  zakkenmachines
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K1
  flexografische voordrukmachine
       
  Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op                  K2
  zakkenmachines
       
  Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op de               K2
  flexografische voordrukmachine
       
  Clicherie (flexografisch)                                             K2
       
  Hulp bij het geleiden van zakkenmachines                              K3
       
  Hulp bij het geleiden van flexografische voordrukmachine              K3
       
  Hulp bij de voorbereiding van de cilinders                            K3
       
  Voeden, afvoer inbegrepen gedeeltelijk nazicht van de productie       K5
       
  Valveren en manchetteren                                              K5
       
  Stikken                                                               K5
       
  Herwinnen en uitzoeken van fabrikageafval                             K6


  F. Fabrikage van zakken met kleine en middelgrote inhoud en dergelijke verpakkingen

                                                                     Klasse
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  heliodrukmachines (geschoolde drukker)
       
  Eerste helper heliodrukmachines                                       BK
       
  Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor                    BK
  extrudeermachines van verscheidene type en allerlei grondstoffen
  gebruikend
       
  Uitvoeren van alle werkzaamheden in flexografische clicherie,         BK
  d.w.z. etsen van cilinders afdrukken van cliches, inslag testen,
  plakken van cliches
       
  Stellen van blokzakmachines                                           K1
       
  Stellen van machines met doorboring voor zakken met gewone bodem      K1
  van het type roto, die envelopzakken met of zonder venster
  vervaardigen of die nauwkeurige arbeid met groot rendement
  verrichten
       
  Stellen van een of meerdere flexografische drukmachines met           K1
  droogtunnel, werkende van bobijn tot bobijn of van bobijn tot
  blad 
       
  Stellen, geleiden en verantwoordelijkheid voor groepen                K1
  extrudeermachines die polyethyleenfilmen of scheden produceren
       
  Stellen van een of meerdere flexogra-fische drukmachines, werkende    K2
  van bobijn tot bobijn of van bobijn tot blad
       
  Stellen van machines voor zakken met gekruiste of gewone bodem        K2
  met of zonder soufflet
       
  Stellen van een paraffineermachine met flexografische druk of van     K2
  een machine voor tegenplakking met flexografische druk
       
  Stellen van een paraffineermachine of van een machine voor            K3
  tegenplakking
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor extrudeermachines of        K3
  zakkenmachines, zonder stellen
       
  Geleiden, zonder stellen, en verantwoordelijkheid voor                K3
  drukmachines voor bladen en bobinetten
       
  Geleiden met stellen, en verantwoordelijkheid voor eenvoudige         K3
  machines (puntzakken)
       
  Verantwoordelijkheid voor inpakken                                    K3
       
  Hulp aan de machines                                                  K4
       
  Vervaardigen van bobinetten en bladen, zonder druk                    K4
       
  Toezicht op drukmachines voor bladen en bobinetten                    K4
       
  Voorbereiding van lijmen met behandeling van meer dan 25 kg           K4
  eenheidsgewicht
       
  Afvoer op machines met groot rendement op afvoer op allerlei          K5
  soorten machines
       
  Dienst van lichte hulpmachines                                        K6
       
  Voorbereiding van lijmen met behan-deling van minder dan 25 kg        K6
  eenheidsgewicht
       
  Lichte behandeling, kleine inpak en gewone afvoer                     K7


  G. Veredeling van papier met paraffine, bitumen, teer, aluminium, enz.

                                                                     Klasse
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            BK
  heliodrukmachines (geschoolde drukker)
       
  Stellen, verantwoordelijkheid voor en geleiden van de                 BK
  extrudeermachine voor coating en laminage
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor pelliculeermachine          K2
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  paraffineermachine
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  bitumineermachine
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  machine om te bestrijken
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  vernismachine
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  lamineermachine
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  machine voor het maken van krippapier
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en                 K2
  wikkelmachine met blote oog nakijk
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en                 K3
  wikkelmachine
       
  Hulparbeid en behandeling aan de machines                             K3
       
  Zware hulparbeid                                                      K4
       
  Toezicht op de snij- en wikkelmachine                                 K5
       
  Toezicht op de diverse machines                                       K6


  H. Fabrikage en verwerking van kleefpapier

                                                                     Klasse
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  gommeermachine
       
  Hulp aan de gommeermachine                                            K3
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor snij- en wikkelmachine      K3
       
  Dienst aan de wikkelbank voor banden gemerkt met aniline of           K6
  gelijkaardige


  I. Fabrikage van huishoud-, toilet- en hygiënische artikelen

                                                                     Klasse
       
  Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de                 K1
  toiletpapiermachine Hudson-Charp, Paper Converting of
  gelijkaardig
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  gaufreer-machine van tafellakens van grote breedte (1,20 m of
  meer)
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor            K2
  machines voor servetten of zakdoeken, met drie banen en meer, met
  of zonder bedrukking
       
  Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de         K2
  machine van kastrollen (flexografische druk)
       
  Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de buisjesmachine van       K3
  toiletpapier
       
  Zware hulparbeid aan de gaufreermachine van tafellakens van grote     K3
  breedte
       
  Toezicht op de kastrollenmachine                                      K4
       
  Lichte handverpakking en etiketteren van toiletpapier                 K5
       
  Dienst aan de eenvoudige servet- of zakdoekmachine                    K6
       
  Dienst aan de eenvoudige afwikkelmachine van toiletpapier             K6
       
  Afwikkelen van kastrollen per stuk                                    K6
       
  Bevoorrading en afvoer van de automatische verpakkingsmachine van     K7
  toiletpapier
       
  Afvoer van de machine voor servetten of zakdoeken met drie banen      K7
  en meer


  J. Fabrikage van glanspapier

                                                                     Klasse
       
  Verven                                                                K1
       
  Marbreren                                                             K1
       
  Stellen                                                               K1
       
  Likken                                                                K2
       
  Handlikken                                                            K2
       
  Moiremachine                                                          K2
       
  Kalanderen                                                            K2
       
  Borstelen                                                             K2
       
  Uitzoeken                                                             K2
       
  Snijden                                                               K2
       
  Tellen                                                                K2
       
  Inpakken en riemen                                                    K2
       
  Oprollen verfmachines                                                 K3
       
  Aanmaken                                                              K3
       
  Pakhuis                                                               K3


  K. Fabrikage van speelkaarten

                                                                     Klasse
       
  Verven                                                                K1
       
  Overwassen                                                            K2
       
  Hoeken                                                                K2
       
  Snijden (grote en kleine schaar)                                      K2
       
  Nazien in spelen                                                      K2
       
  Indoen                                                                K2
       
  Uitzoeken in vellen                                                   K2
       
  Likken                                                                K2
       
  Dozen maken                                                           K2
       
  Plakken                                                               K2
       
  Inpakken en kaarten                                                   K2
       
  Inleggen                                                              K3
       
  Scheiden                                                              K3
       
  Papkoken                                                              K3
       
  Ophangen                                                              K3
       
  Nat maken                                                             K3


  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
  (Voor het KB, zie %%1998-03-09/63%%)
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET