Collectieve arbeidsovereenkomst van 18 april 1997. Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking - Arbeids- en loonsvoorwaarden .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1998A12115
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Toepassingsgebied
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen welke onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking ressorteren, tenzij het paritair comité er anders over beslist.
Hoofdstuk 2. Indeling van de functies
Artikel 2 Volgens hun werkzaamheden worden de arbeiders en arbeidsters ingedeeld in zeven beroepsklassen die aan de volgende kenmerken beantwoorden:
Klasse 1:
arbeid die een technische vorming van het niveau A3 en een beroepservaring van één jaar vereist, of een gelijkwaardige opleiding verkregen door een methodische scholing gedurende drie jaar.
Klasse 2:
arbeid van verscheiden aard die een bepaalde lichamelijke inspanning en een technische kennis vereist, welke met een ervaring van twee jaar kan worden gelijkgesteld of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheid oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 3 of 4.
Klasse 3:
arbeid die een bepaalde lichaamskracht en een elementaire technische kennis van één jaar ervaring vereist of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheden oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 5, 6 of 7.
Klasse 4:
eenvoudige arbeid die een grote lichaamskracht vereist en na een korte uitleg kan worden verricht of arbeid van verscheiden aard die een grote handvaardigheid of een ruime praktische opleiding, maar geen bijzondere lichamelijke inspanning vergt.
Klasse 5:
arbeid van verscheiden aard die een lichte lichamelijke inspanning en een praktische opleiding van negen maanden vergt.
Klasse 6:
arbeid die telkens wordt herhaald en een lichte lichamelijke inspanning en een inwerkingsperiode van drie maanden vergt.
Klasse 7:
eenvoudige arbeid die slechts lichte lichamelijke inspanning vergt en na een korte uitleg kan worden verricht. De functies die worden betaald volgens klasse 7 zullen na zes maanden dienst worden betaald volgens klasse 6.
Bovendien worden bepaalde arbeiders buiten de indeling gehouden voor zover hun taak aan de volgende kenmerken beantwoordt:
Buiten de indeling:
arbeid die een technische opleiding vergt van het niveau A2 en een beroepservaring van twee jaar of een gelijkwaardige opleiding verworven door een volledige leertijd gedurende vier jaar.
In het bedrag van hun werkelijk loon wordt rekening gehouden met het overeengekomen loon voor een gelijkwaardige kwalificatie in andere sectoren.
Artikel 3 In de bijgevoegde tabel worden voorbeelden vermeld die met deze verschillende beroepsklassen overeenstemmen.
Artikel 4 Bij twijfel of geschil in een onderneming aangaande de indeling van een in deze tabel niet opgenomen beroep of in geval van invoering van nieuwe technieken, kan de meest gerede partij de zaak aanhangig maken bij het paritair comité dat het onderzoek en de oplossing ervan aan een beperkt subcomité kan toevertrouwen.
Artikel 5 Bij de toepassing van de indeling van functies die in de artikelen 2 tot 4 en in de tabel met voorbeelden van de indeling van functies opgenomen is, moeten de ter zake verworven rechten en persoonlijke voorwaarden gehandhaafd worden.
Hoofdstuk 3. Minimumuurlonen
Artikel 6 (Vanaf de eerste rekeningsopening van de maanden mei 1997, april 1998 en januari 2000, worden de minimumuurlonen op basis van de 37-urenweek als volgt vastgesteld :
Klasse Mei 1997 April 1998 Januari 2000
HC/BK 386,45 392,25 398,15
1 382,00 387,75 393,55
2 371,80 377,40 383,05
3 357,80 363,15 368,60
4 348,80 354,05 359,35
5 330,70 335,65 340,70
6 320,45 325,25 330,15
7 316,95 321,70 326,55
) <CAO 1999-04-15/42, Art. 2, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 7 Het minimumuurloon omvat niet de loontoeslagen die niet aan de functie verbonden zijn, zoals de toeslag voor overuren of voor arbeid in opeenvolgende ploegen.
Artikel 8 (De werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters worden met 1,5 pct. verhoogd vanaf de eerste rekeningsopening van de maand mei 1997. Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 1,5 pct.
Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 100,43 tot 103,46 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters bovendien verhoogd met 1 pct. Deze laatste verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een ondernemingsovereenkomst betreffende de lonen, neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1997.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand juli 1999, worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 2,5 pct. Deze verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden, gesloten op bedrijfsniveau en neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1999.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 3, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 9 De lonen van de minderjarigen worden berekend volgens de uitgeoefende functie, rekening houdend met volgende degressieve schaal:
20 jaar 100 pct.
19 jaar 95 pct.
18 jaar 85 pct.
17 jaar 75 pct.
16 jaar 70 pct.
De leerlingen die zich toeleggen op werkzaamheden die een bijzondere kennis of opleiding vereisen, ontvangen uiterlijk na afloop van het vierde leerjaar het minimumloon van de meerderjarige arbeider of arbeidster.
De partijen komen overeen om in de ondernemingen de individuele gevallen van jongeren te onderzoeken, die vóór 20 jaar het bewijs zouden leveren dat zij bekwaam zijn, ondervinding hebben en rijp zijn om het beroep uit te oefenen en dat zij bijgevolg hetzelfde rendement hebben als de meerderjarige, zowel op kwalitatief als op kwantitatief gebied, nadat zij de vormingsperiode hebben doorgemaakt waarin is voorzien voor de toekenning van het loon van de meerderjarige.
Artikel 10 Als een arbeider of arbeidster van een lagere naar een hogere klasse overgaat, zal het minimumloon van deze nieuwe klasse slechts verschuldigd zijn na een aanpassingstijd die geen twee maanden mag overschrijden. Tijdens deze periode mag het loon lager zijn dan het minimum van de overeenstemmende klasse, maar niet minder dan het minimum van de eerstvolgende lagere klasse.
Hoofdstuk 4. Ploegenpremie
Artikel 11 Ingeval er in twee ploegen wordt gewerkt, zal aan het aldus tewerkgestelde personeel een toeslag van 6 pct. van het loon worden toegekend.
Artikel 12 Ingeval er in bijkomende ploegen wordt gewerkt, zal de loontoeslag worden vastgesteld op het niveau van de onderneming in overeenstemming met de werkgevers- en werknemersorganisaties. De toeslag voor werk in nachtploeg bedraagt minimum 15 pct. van het loon.
Artikel 13 Elke arbeider en arbeidster die ploegenarbeid verricht zal gedurende de arbeidsdag recht hebben op een bepaalde schafttijd van maximum een half uur.
Hoofdstuk 5. Bijslagen voor overuren
Artikel 14 Voor de overuren zal een bijslag van 50 pct. worden toegekend.
Artikel 15 Deze bijslag wordt op 100 pct. gebracht:
1) vanaf het vijfde overuur dat op dezelfde dag wordt verricht, met uitzondering van de overuren die worden verricht op de vrije zaterdag in het stelsel van de vijf dagenweek;
2) voor de overuren die worden verricht tussen 22 en 6 uur;
3) voor de overuren die worden verricht op een zondag of feestdag.
Artikel 16 Behalve als de arbeider of arbeidster daags te voren hiervan werd verwittigd, verstrekt de onderneming hem een maaltijd, of betaalt zij, bij ontstentenis ervan, een vergoeding van 100 F als hij zijn werk moet voortzetten buiten zijn normale arbeidstijd, zonder de mogelijkheid te hebben thuis te gaan eten.
Hoofdstuk 6. Jaarlijkse premie
Artikel 17 De arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn in de onderneming op 15 december zullen tussen 15 en 25 december een jaarlijkse eindejaarspremie ontvangen die gelijk is aan 160,33 uren (37-urenweek) van hun individueel loon (1) bij de eerste opening van de rekeningen van de maand november.
Hebben recht op de premie in verhouding tot hun arbeidsprestaties na drie maanden anciënniteit in de onderneming (2):
- de arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn op 15 december en die in de onderneming in dienst zijn getreden in de loop van het jaar;
- de arbeiders en arbeidsters die de onderneming hebben verlaten in de loop van het jaar, uitgezonderd voor dringende reden.
(1) Gezien de verschillende interpretaties gegeven aan het begrip "individueel loon", komen de partijen overeen dat, de jaarlijkse premie betaalbaar vanaf december 1997, de enige te weerhouden interpretatie is "het loon plus de ploegenpremie" (het betreft de gemiddelde ploegenpremie voor diegene die in drie of meer afwisselende ploegen werken).
(2) De arbeiders en arbeidsters, aangeworven met één of meerdere contracten van bepaalde duur tijdens de referentieperiode en die in het totaal een anciënniteit bereiken gelijk aan of hoger dan drie maanden, hebben recht op een eindejaarspremie naar rato van hun prestaties.
Worden met effectieve arbeid gelijkgesteld:
- de jaarlijkse vakantie;
- de afwezigheden, behalve die wegens ziekte, die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van loon;
- de periodes van arbeidsongeschiktheid in de zin van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering, tot zes maanden maximum;
- de periodes van werkloosheid die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van de dagelijkse uitkeringen voor bestaanszekerheid;
- de periodes van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van arbeidsongevallen, tot één jaar.
Om het aantal uren te bepalen waarop de arbeider of arbeidster recht heeft naargelang zijn arbeidsprestaties gedurende de referentieperiode gaande van 1 oktober van het vorig jaar tot 30 september van het lopend jaar, wordt als volgt tewerkgegaan:
- vijfdagenweek:
gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 u =
- als een arbeider of arbeidster nu eens vijf dagen per week werkt en dan weer zes dagen, worden de 52 weken verdeeld volgens het aantal weken gedurende dewelke het ene of het andere stelsel werd toegepast, met name:
gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 r =
De eventuele gunstiger programmaties die formeel werden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen vóór de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, zullen niettemin worden toegepast.
Voor de ondernemingen die gedeeltelijk of volledig de arbeidsduur hebben verminderd van 40 tot 37 uren per week in de vorm van betaalde compensatiedagen (zonder aanpassing van de uurlonen), wordt het aantal uren dat in aanmerking komt voor de jaarlijkse premie als volgt berekend:
wekelijkse arbeidsstelsel x 52
Artikel 18 De vakorganisaties verbinden er zich toe geen eisen in te dienen die verder zouden gaan dan de in het vorige artikel vermelde bepalingen.
Hoofdstuk 7. Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen
Artikel 19 De lonen van de in artikel 1 bedoelde arbeiders en arbeidsters zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 20 (Het referte-indexcijfer 100,43 vormt de spil van de eerste stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 21 (De conventionele minimumuurlonen schommelen met 1,5 pct. volgens de hierna vermelde stabilisatieschijven, wanneer het indexcijfer van de consumptieprijzen van de voorgaande maand deze schijven overschrijdt :
Laagste grens Spil Bovenste grens
98,95 100,43 101,93
100,43 101,94 103,46
101,94 103,47 105,01
103,47 105,02 106,59
105,02 106,60 108,19
106,60 108,20 109,81
108,20 109,82 111,46
109,82 111,47 113,13
111,47 113,14 114,83
) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 22 De loonsverhogingen of verlagingen worden toegepast vanaf de eerste opening van de rekeningen van de maand.
Artikel 23 (Met uitzondering van wat voorzien is in artikel 8, alinea's 1, 2 en 5 worden de schommelingen van de lonen berekend op de conventionele minimumuurlonen, terwijl de loontoeslagen verworven blijven.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 24 Krachtens het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, moet het indexcijfer van de consumptieprijzen waarvan sprake is in dit hoofdstuk evenwel vervangen worden door het viermaandelijkse gezondheidsindexcijfer dat wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Hoofdstuk 8. Arbeidsduur
Artikel 25 Vanaf 1 november 1984 omvat de arbeidsweek 37 uren die moeten worden verricht in dagen van maximum 9 uren.
De verkorting van de arbeidsduur van 40 tot 37 uren kan als volgt geschieden:
- door een dagelijkse verkorting van de arbeidsduur;
- door een wekelijkse verkorting van de arbeidsduur;
- door een spreiding in de vorm van een gemiddelde over een periode van 13 weken, die eventueel weken van 6 dagen kan bevatten;
- door het toekennen van compensatiedagen;
- door de combinatie van de verschillende hierboven opgesomde mogelijkheden.
Artikel 26 Over de modaliteiten van de arbeidstijdverkorting die bepaald zijn in het vorige artikel zal er, rekening houdend met de technische, economische en sociale eigenheid van de ondernemingen en met het oog op het behoud van een maximum tijd aan produktie enerzijds en op de bevordering van de tewerkstelling anderzijds, worden onderhandeld op het niveau van de ondernemingen.
Artikel 27 De normale werkdag in één ploeg is in twee delen verdeeld door een rusttijd van hoogstens twee uren.
Artikel 28 Indien één van de werktijden langer is dan 5 uren, zal aan de arbeider een rusttijd van tien minuten worden toegekend, zonder dat deze rusttijd mag worden aangerekend bij wijze van verlenging van de werkdag, noch mag worden afgetrokken van het loon.
Hoofdstuk 9. Feestdagen
Artikel 29 In de normale arbeidsweek zijn begrepen:
a) de feestdagen die bepaald zijn bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974, namelijk:
1) 1 januari;
2) Paasmaandag;
3) 1 mei
4) Hemelvaartsdag;
5) Pinkstermaandag;
6) 21 juli;
7) OLV Hemelvaart;
8) Allerheiligen;
9) 11 november;
10) 25 december (Kerstmis);
b) twee dagen in gemeen overleg tussen de werkgever en de arbeiders vast te stellen (kermis, plaatselijk of gemeenschapsfeest of om het even welke andere dag).
Hoofdstuk 10. Klein verlet
Artikel 30 De in artikel 1 bedoelde arbeiders hebben het recht afwezig te zijn, met behoud van hun normaal loon, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen en voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, die hierna opgesomd zijn, voor een als volgt bepaalde duur:
Reden van afwezigheid Duur van de afwezigheid
1. Huwelijk van de werknemer. Drie dagen door de werknemer te
kiezen tijdens de week waarin de
gebeurtenis plaatsgrijpt of
tijdens de daar-op volgende week.
2. Huwelijk van een kind van de Een dag door de werknemer te
werknemer, of van een kind van zijn kiezen tijdens de week waarin de
echtgeno(o)t(e). gebeurtenis plaatsgrijpt of
tijdens de daarop volgende week.
3. Huwelijk van een broer, zuster, De dag van het huwelijk.
schoonzuster, schoonbroer, van de
vader, moeder, schoonvader,
stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder,
van een kleinkind van de werknemer.
4. Priesterwijding of intrede in het De dag van de plechtigheid.
klooster van een kind van de
werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e),
van een broer, zuster, schoonbroer of
schoonzuster van de werknemer.
5. Geboorte van een kind van de Drie dagen door de werknemer te
werknemer zo de afstamming van dit kiezen tijdens de twaalf dagen
kind langs vaderzijde vaststaat. te rekenen vanaf de dag van de
bevalling.
6. Overlijden van de echtgenoot of Drie dagen door de werknemer te
echt-genote, van een kind van de kiezen tijdens de periode die
werknemer of van zijn begint op de dag van het
echtge-no(o)t(e), van de vader, overlijden en eindigt op de dag
moeder, schoonvader, stiefvader, van de begrafenis, met de
schoonmoeder, of stiefmoeder van de mogelijkheid een van deze drie
werknemer. dagen te nemen in de periode van
veertien dagen die volgen op de
dag van de begrafenis.
7. Overlijden van een broer, zuster, Twee dagen door de werknemer te
schoonbroer, schoonzuster, van de kiezen in de periode die begint
grootvader, de grootmoeder, van een op de dag van het overlijden en
kleinkind, schoonzoon, of eindigt op de dag van de
schoondochter die bij de werknemer begrafenis.
inwoont.
8. Overlijden van een broer, zuster, De dag van de begrafenis.
schoonbroer, schoonzuster, van de
grootvader, de grootmoeder, van een
kleinkind, schoonzoon of schoondochter
die niet bij de werknemer inwoont.
9. Plechtige communie van een kind Een dag door de werknemer te
hetzij van de werknemer, hetzij van kiezen tijdens de week waarin de
zijn echt-geno(o)t(e); of deel-neming gebeurtenis plaatsgrijpt of
van een kind van de werknemer of van tijdens de daaropvolgende week.
zijn echtge-n(o)t(e) aan het feest van
de "vrijzinnige jeugd" daar waar dit
feest plaatsheeft.
10. Verblijf van de dienstplichtige De nodige tijd met een maximum
werknemer in een recruterings- en van drie dagen.
selectiecentrum of in een militair
hospitaal ten gevolge van zijn
verblijf in een recruterings- en
selectiecentrum evenals alle militaire
verplichtingen van korte duur.
11. Verblijf van de werknemer De nodige tijd met een maximum
"dienstweigeraar" in een van drie dagen.
Administratieve Gezondheidsdienst of
in een van de hospitalen aangeduid
door de Koning, overeenkomstig de
wetgeving betreffende het statuut van
dienstweigeraar.
12. Bijwonen van een bijeenkomst van De nodige tijd met een maximum
een familieraad, bijeengeroepen door van een dag.
de vrede-rechter.
13. Deelneming aan een jury of De nodige tijd met een maximum
oproeping als getuige voor de van vijf dagen.
rechtbank of persoonlijke
verschijning op aanmaning van de
arbeidsrechtbank
14. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd met een maximum
bijzitter in een hoofdbureau voor van vijf dagen.
stemopneming bij de parlements-,
provincieraads- en
gemeenteraadsverkiezingen.
15. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd.
bijzitter in een hoofdstembureau of
enig stembureau bij de parlements-,
provincieraads- en
gemeenteraadsverkiezingen.
16. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd met een maximum
bijzitter in een van de hoofdbureaus van vijf dagen.
voor stemopneming bij de verkiezing
van het Europees Parlement.
17. Het onthaal van een kind in het Drie dagen naar keuze van de
gezin van de werknemer in het kader werknemer in de maand volgend
van een adoptie. op de inschrijving van het kind
in het bevolkingsregister of in
het vreemdelingenregister van de
gemeente waar de werknemer zijn
verblijfplaats heeft, als deel
uitmakend van zijn gezin.
18. Examen voor beroepsbekwaamheid Een dag.
voor de proeven van Laureaat van de
Arbeid of Deken van de Arbeid,
officiele manifestaties ter
gelegenheid van de uitreiking van
dergelijke onderscheiding aan de
werknemer.
Voor de toepassing van de nrs. 2, 3, 4, 5, 6 en 9 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind.
Voor de toepassing van de nrs 7 en 8 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer.
De wees, die familiehoofd is, wordt met de vader gelijkgesteld voor de toepassing van de bovenstaande gevallen.
Voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel, zullen slechts de dagen van gewone activiteit als afwezigheidsdagen worden beschouwd.
Voor de afwezigheden ten gevolge van overlijden, zullen alleen de dagen waarop gewoonlijk wordt gewerkt aanleiding geven tot loonbetaling.
Vanaf 1 januari 1998, zullen de samenwonenden gelijkgesteld worden met wettelijk gehuwden voor de toepassing van klein verlet voorzien in dit artikel. Op het ogenblik van de aanvraag tot afwezigheid, zullen de betrokken arbeiders en arbeidsters een officieel document aan de werkgever voorleggen, dat hun staat samenwonenden bevestigt.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Artikel 31 De indeling van de functies die vastgesteld zijn bij deze collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd.
Artikel 32 (De hoofdstukken II en III met uitzondering van artikel 8, alinea's 4 en 5 zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van behangpapier en de hoofdstukken II, III, VI en VIII zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van papieren hulzen.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 5, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 33 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing van 1 februari 1997 tot 31 januari 1999. Zij wordt echter van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens gehele of gedeeltelijke opzegging door één van de partijen, met een opzeggingstermijn van drie maanden, gericht aan de voorzitter van het paritair comité bij een ter post aangetekend schrijven.
Artikel 34 Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1993.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
BIJLAGE.
Artikel N1 Indeling van de functies.
A. Voor alle ondernemingen
1. Onderhoudspersoneel
Klasse
Revisie, herstellen en werkklaar maken van ingewikkelde en zeer BK
nauwkeurige machines (automatische Bobst, autovariabele Bobst,
autoplatine Bobst met automatische inleg, automatische rolschaar,
persen met automatische inleg, Winkler & Dunnebier voor
briefomslagen, Rofa voor schrijfboeken of gelijkaardige)
Volledig (mechanisch of elektrisch) algemeen onderhoud en het BK
stellen van de in het vorig voorbeeld genoemde machines
Revisie, herstellen en werkklaar maken van eenvoudige machines, K1
niet genoemd hiervoor
Eenvoudig (mechanisch of elektrisch) onderhoud en het stellen van K1
machines, niet genoemd hiervoor
2. Allerlei functies
Klasse
Stellen en geleiden van en verantwoor-delijkheid voor BK
drukmachines, waar-voor een volledige opleiding in het grafisch
beroep gevergd wordt (diplo-ma afgeleverd door een beroepsschool
op een volledige leertijd van 4 jaar)
Voeren van vrachtauto's met meer dan 5 ton nuttige lading K1
Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder, K1
wanneer gewoonlijk geld wordt geind
Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder, K2
wanneer gewoonlijk geen geld wordt geind
Verantwoordelijkheid voor de technische organisatie van het K2
magazijn
Verantwoordelijkheid en organisatie van de verzending K2
Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een K2
hefcapaciteit hebben van meer dan 5 ton of die ingewikkelde arbeid
verrichten
Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een K3
hefcapaciteit hebben van 5 ton of minder of die eenvoudige arbeid
verrichten
Bedienen van en verantwoordelijkheid voor een gewone verwarming- K3
en klimatisatie-installatie alsmede de stookinstallatie voor
drijfkracht
Gewone magazijn- of verzendingswerkzaamheden K3
Vrachtautobegeleider K3
Zware arbeid van inpakken, uitpakken, wikkelen en afwikkelen K4
Zware hulparbeid in het magazijn K4
Andere zware hulparbeid K4
Lichte hulparbeid K7
Onderhoud der lokalen K7
B. Fabrikage van school-, kantoor-, briefwisseling-, boekhouding- en klassementartikelen (schrijfboeken, registers, notitieboekjes, agen-da's, steekkaarten, briefomslagen, zakjes, briefpapier, etiketten, opbergmappen, albums, enz.)
Klasse
Ingewikkelde boekbindersarbeid waarvoor een volledige opleiding BK
in het binderijbedrijf vereist is (diploma afgeleverd door een
beroepsschool of volledige leertijd van 4 jaar)
Ingewikkelde en grote nauwkeurigheid aan de snijmachines BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
gecombineerde machines voor het linieren en afwerken van
gebrocheerde schrijfboeken van de rol af (Rofa en soortgelijke)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
rotatiemachines voor reizigersboekjes
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
fineermachines met rollen
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
linieer- en spiraleermachines Bielomatic
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor machines die BK
plastiek lassen en vergulden
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
omslagmachines (Kolbus en soortgelijke)
Gewone arbeid aan de snijmachines K1
Verantwoordelijkheid voor de tech-nische organisatie van het K1
magazijn
Verantwoordelijkheid voor de verzending K1
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
ingewikkelde spiraleermachines (andere)
Uitkappen van speciale enveloppen formaten met verantwoordelijkheid K1
voor het model en voor het optimale gebruik van het papier
Uitkappen van briefomslagen K2
Hulp voor zware arbeid bij het geleiden van de Rofa twee rollen K3
Bedienen van de omslagmachines K5
Stikken met vezeldraad K5
Plooien met de hand (zakken en omslagen) K5
Bedienen van degelpersen K5
Rouw-afboorden K5
Kleuren met schabloon K5
Gommen met de hand en met de machine K5
Bandversieren met aniline K5
Stikken met metaaldraad K5
Spiraleren op eenvoudige machines K6
Tellen, folieren K6
Schutbladen plakken K6
Hulp aan de bediening van omslag-machines K6
Hulp bij het fatsoeneren K6
C. Fabrikage van golfkarton
Klasse
Verantwoordelijkheid voor de golf-kartontrein BK
Verantwoordelijkheid voor meerdere autoslotters BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
golfkartonmachines (enkelzijdig)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
automatische autoslotter drukmachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
golfkartonmachines (dubbelzijdig)
Stellen van en verantwoordelijkheid voor de messen, rillen en K2
afslag van de golfkartonmachine
Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen K2
(meerdere ploegen)
Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen K3
(een ploeg)
Bedienen van automatische verpakkingsmachines K3
Bedienen van automatische vouw-plakmachines K3
Zware verpakkingsarbeid zowel aan machine als met de hand K4
Afvoer zware producties van golfkartonmachines en slottermachines K4
Pakken, afval onder druk plaatsen, verplaatsen en laden K4
Geleiden van de paraffineermachine K4
Bedienen van eenvoudige of halfautomatische plakmachines K6
Gewone handverpakkingsarbeid K7
D. Kartonnagebedrijven
Klasse
Ontwerpen van modellen BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
gecombineerde stans- en drukmachines (auto-variabel en
soortgelijke)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
automatische plakmachines voor vouwdozen, die op meerdere posten
aanlijmen
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
autoplatines met uitbreekpost
Grote nauwkeurigheidsarbeid aan snijmachines Massicot en BK
soortgelijke, wanneer dit de hoofdbedrijvigheid is van de werkman
Vervaardigen van uitkapvormen (alle soorten uitkapvormen welke BK
gebruikt worden in de onderneming)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
automatische dozengarneermachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor gewone K1
autoplatines
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor drie zijden snijmachines K1
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor gecombineerde stans- en K1
drukmachines (autovariabel en soortgelijke)
Mechanische en stelarbeid aan cirkelsnijmachines, plakmachines K2
voor vouwdozen die op een enkele post aanlijmen, garneermachines
van het type Stokes & Smith, Jagenberg, Simplon, enz.
Gewone arbeid aan de snijmachines Massicot of soortgelijke K2
Snijden van benodigdheden K2
Vervaardigen van kantoordozen en kantoorkartonnages K2
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor eenvoudige autoplatines K2
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor rilmachines, rotatie- K3
inkeepmachines, mitrailleuses, degelpersen met de voet of motor,
uitkapmachines
Hulp bij het geleiden van gecombineerde stans- en drukmachines K3
(auto-variabel en soortgelijke)
Uitbreken met pneumatische hamer K4
Garnieren van luxedozen K4
Lichte dienst aan rilmachines, rotatie-inkeepmachines, degelpersen K6
met de voet of motor, mitrailleuses
Eenvoudig garnieren met de hand K6
Garnieren en afboorden aan de machines (gewone fabrikage) K6
Stikken K6
Dienst aan de machines voor het plak-ken van vouwdozen K6
Dienst aan de hoeksnijmachines duimuitkapmachines K6
Lichte uitbreekarbeid met de hand K7
Afvoer van lichte produkten aan het machineeind K7
E. Fabrikage van zakken met grote inhoud
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
zakkenmachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
flexografische voordrukmachine
Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op K2
zakkenmachines
Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op de K2
flexografische voordrukmachine
Clicherie (flexografisch) K2
Hulp bij het geleiden van zakkenmachines K3
Hulp bij het geleiden van flexografische voordrukmachine K3
Hulp bij de voorbereiding van de cilinders K3
Voeden, afvoer inbegrepen gedeeltelijk nazicht van de productie K5
Valveren en manchetteren K5
Stikken K5
Herwinnen en uitzoeken van fabrikageafval K6
F. Fabrikage van zakken met kleine en middelgrote inhoud en dergelijke verpakkingen
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
heliodrukmachines (geschoolde drukker)
Eerste helper heliodrukmachines BK
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
extrudeermachines van verscheidene type en allerlei grondstoffen
gebruikend
Uitvoeren van alle werkzaamheden in flexografische clicherie, BK
d.w.z. etsen van cilinders afdrukken van cliches, inslag testen,
plakken van cliches
Stellen van blokzakmachines K1
Stellen van machines met doorboring voor zakken met gewone bodem K1
van het type roto, die envelopzakken met of zonder venster
vervaardigen of die nauwkeurige arbeid met groot rendement
verrichten
Stellen van een of meerdere flexografische drukmachines met K1
droogtunnel, werkende van bobijn tot bobijn of van bobijn tot
blad
Stellen, geleiden en verantwoordelijkheid voor groepen K1
extrudeermachines die polyethyleenfilmen of scheden produceren
Stellen van een of meerdere flexogra-fische drukmachines, werkende K2
van bobijn tot bobijn of van bobijn tot blad
Stellen van machines voor zakken met gekruiste of gewone bodem K2
met of zonder soufflet
Stellen van een paraffineermachine met flexografische druk of van K2
een machine voor tegenplakking met flexografische druk
Stellen van een paraffineermachine of van een machine voor K3
tegenplakking
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor extrudeermachines of K3
zakkenmachines, zonder stellen
Geleiden, zonder stellen, en verantwoordelijkheid voor K3
drukmachines voor bladen en bobinetten
Geleiden met stellen, en verantwoordelijkheid voor eenvoudige K3
machines (puntzakken)
Verantwoordelijkheid voor inpakken K3
Hulp aan de machines K4
Vervaardigen van bobinetten en bladen, zonder druk K4
Toezicht op drukmachines voor bladen en bobinetten K4
Voorbereiding van lijmen met behandeling van meer dan 25 kg K4
eenheidsgewicht
Afvoer op machines met groot rendement op afvoer op allerlei K5
soorten machines
Dienst van lichte hulpmachines K6
Voorbereiding van lijmen met behan-deling van minder dan 25 kg K6
eenheidsgewicht
Lichte behandeling, kleine inpak en gewone afvoer K7
G. Veredeling van papier met paraffine, bitumen, teer, aluminium, enz.
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
heliodrukmachines (geschoolde drukker)
Stellen, verantwoordelijkheid voor en geleiden van de BK
extrudeermachine voor coating en laminage
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor pelliculeermachine K2
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
paraffineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
bitumineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machine om te bestrijken
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
vernismachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
lamineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machine voor het maken van krippapier
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en K2
wikkelmachine met blote oog nakijk
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en K3
wikkelmachine
Hulparbeid en behandeling aan de machines K3
Zware hulparbeid K4
Toezicht op de snij- en wikkelmachine K5
Toezicht op de diverse machines K6
H. Fabrikage en verwerking van kleefpapier
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
gommeermachine
Hulp aan de gommeermachine K3
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor snij- en wikkelmachine K3
Dienst aan de wikkelbank voor banden gemerkt met aniline of K6
gelijkaardige
I. Fabrikage van huishoud-, toilet- en hygiënische artikelen
Klasse
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de K1
toiletpapiermachine Hudson-Charp, Paper Converting of
gelijkaardig
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
gaufreer-machine van tafellakens van grote breedte (1,20 m of
meer)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machines voor servetten of zakdoeken, met drie banen en meer, met
of zonder bedrukking
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de K2
machine van kastrollen (flexografische druk)
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de buisjesmachine van K3
toiletpapier
Zware hulparbeid aan de gaufreermachine van tafellakens van grote K3
breedte
Toezicht op de kastrollenmachine K4
Lichte handverpakking en etiketteren van toiletpapier K5
Dienst aan de eenvoudige servet- of zakdoekmachine K6
Dienst aan de eenvoudige afwikkelmachine van toiletpapier K6
Afwikkelen van kastrollen per stuk K6
Bevoorrading en afvoer van de automatische verpakkingsmachine van K7
toiletpapier
Afvoer van de machine voor servetten of zakdoeken met drie banen K7
en meer
J. Fabrikage van glanspapier
Klasse
Verven K1
Marbreren K1
Stellen K1
Likken K2
Handlikken K2
Moiremachine K2
Kalanderen K2
Borstelen K2
Uitzoeken K2
Snijden K2
Tellen K2
Inpakken en riemen K2
Oprollen verfmachines K3
Aanmaken K3
Pakhuis K3
K. Fabrikage van speelkaarten
Klasse
Verven K1
Overwassen K2
Hoeken K2
Snijden (grote en kleine schaar) K2
Nazien in spelen K2
Indoen K2
Uitzoeken in vellen K2
Likken K2
Dozen maken K2
Plakken K2
Inpakken en kaarten K2
Inleggen K3
Scheiden K3
Papkoken K3
Ophangen K3
Nat maken K3
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-03-09/63%%)
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
Artikel 1 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de arbeiders en arbeidsters, die tewerkgesteld zijn in de ondernemingen welke onder de bevoegdheid van het Paritair Comité voor de papier- en kartonbewerking ressorteren, tenzij het paritair comité er anders over beslist.
Hoofdstuk 2. Indeling van de functies
Artikel 2 Volgens hun werkzaamheden worden de arbeiders en arbeidsters ingedeeld in zeven beroepsklassen die aan de volgende kenmerken beantwoorden:
Klasse 1:
arbeid die een technische vorming van het niveau A3 en een beroepservaring van één jaar vereist, of een gelijkwaardige opleiding verkregen door een methodische scholing gedurende drie jaar.
Klasse 2:
arbeid van verscheiden aard die een bepaalde lichamelijke inspanning en een technische kennis vereist, welke met een ervaring van twee jaar kan worden gelijkgesteld of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheid oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 3 of 4.
Klasse 3:
arbeid die een bepaalde lichaamskracht en een elementaire technische kennis van één jaar ervaring vereist of arbeid die de uitvoerder verantwoordelijkheden oplegt voor één of meer arbeiders of arbeidsters van klasse 5, 6 of 7.
Klasse 4:
eenvoudige arbeid die een grote lichaamskracht vereist en na een korte uitleg kan worden verricht of arbeid van verscheiden aard die een grote handvaardigheid of een ruime praktische opleiding, maar geen bijzondere lichamelijke inspanning vergt.
Klasse 5:
arbeid van verscheiden aard die een lichte lichamelijke inspanning en een praktische opleiding van negen maanden vergt.
Klasse 6:
arbeid die telkens wordt herhaald en een lichte lichamelijke inspanning en een inwerkingsperiode van drie maanden vergt.
Klasse 7:
eenvoudige arbeid die slechts lichte lichamelijke inspanning vergt en na een korte uitleg kan worden verricht. De functies die worden betaald volgens klasse 7 zullen na zes maanden dienst worden betaald volgens klasse 6.
Bovendien worden bepaalde arbeiders buiten de indeling gehouden voor zover hun taak aan de volgende kenmerken beantwoordt:
Buiten de indeling:
arbeid die een technische opleiding vergt van het niveau A2 en een beroepservaring van twee jaar of een gelijkwaardige opleiding verworven door een volledige leertijd gedurende vier jaar.
In het bedrag van hun werkelijk loon wordt rekening gehouden met het overeengekomen loon voor een gelijkwaardige kwalificatie in andere sectoren.
Artikel 3 In de bijgevoegde tabel worden voorbeelden vermeld die met deze verschillende beroepsklassen overeenstemmen.
Artikel 4 Bij twijfel of geschil in een onderneming aangaande de indeling van een in deze tabel niet opgenomen beroep of in geval van invoering van nieuwe technieken, kan de meest gerede partij de zaak aanhangig maken bij het paritair comité dat het onderzoek en de oplossing ervan aan een beperkt subcomité kan toevertrouwen.
Artikel 5 Bij de toepassing van de indeling van functies die in de artikelen 2 tot 4 en in de tabel met voorbeelden van de indeling van functies opgenomen is, moeten de ter zake verworven rechten en persoonlijke voorwaarden gehandhaafd worden.
Hoofdstuk 3. Minimumuurlonen
Artikel 6 (Vanaf de eerste rekeningsopening van de maanden mei 1997, april 1998 en januari 2000, worden de minimumuurlonen op basis van de 37-urenweek als volgt vastgesteld :
Klasse Mei 1997 April 1998 Januari 2000
HC/BK 386,45 392,25 398,15
1 382,00 387,75 393,55
2 371,80 377,40 383,05
3 357,80 363,15 368,60
4 348,80 354,05 359,35
5 330,70 335,65 340,70
6 320,45 325,25 330,15
7 316,95 321,70 326,55
) <CAO 1999-04-15/42, Art. 2, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 7 Het minimumuurloon omvat niet de loontoeslagen die niet aan de functie verbonden zijn, zoals de toeslag voor overuren of voor arbeid in opeenvolgende ploegen.
Artikel 8 (De werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters worden met 1,5 pct. verhoogd vanaf de eerste rekeningsopening van de maand mei 1997. Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 1,5 pct.
Deze verhoging vloeit voort uit de vervroeging van de loonsverhoging veroorzaakt door de overschrijding van de stabilisatieschijf 100,43 tot 103,46 door de viermaandelijkse gezondheidsindex.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand april 1998 worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters bovendien verhoogd met 1 pct. Deze laatste verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een ondernemingsovereenkomst betreffende de lonen, neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1997.
Vanaf de eerste rekeningsopening van de maand juli 1999, worden de werkelijke uurlonen van de arbeiders en arbeidsters verhoogd met 2,5 pct. Deze verhoging heeft een suppletief karakter en is slechts van toepassing bij ontstentenis van een collectieve arbeidsovereenkomst betreffende de arbeids- en loonsvoorwaarden, gesloten op bedrijfsniveau en neergelegd op de Griffie van de dienst der collectieve arbeidsbetrekkingen vóór 1 juli 1999.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 3, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 9 De lonen van de minderjarigen worden berekend volgens de uitgeoefende functie, rekening houdend met volgende degressieve schaal:
20 jaar 100 pct.
19 jaar 95 pct.
18 jaar 85 pct.
17 jaar 75 pct.
16 jaar 70 pct.
De leerlingen die zich toeleggen op werkzaamheden die een bijzondere kennis of opleiding vereisen, ontvangen uiterlijk na afloop van het vierde leerjaar het minimumloon van de meerderjarige arbeider of arbeidster.
De partijen komen overeen om in de ondernemingen de individuele gevallen van jongeren te onderzoeken, die vóór 20 jaar het bewijs zouden leveren dat zij bekwaam zijn, ondervinding hebben en rijp zijn om het beroep uit te oefenen en dat zij bijgevolg hetzelfde rendement hebben als de meerderjarige, zowel op kwalitatief als op kwantitatief gebied, nadat zij de vormingsperiode hebben doorgemaakt waarin is voorzien voor de toekenning van het loon van de meerderjarige.
Artikel 10 Als een arbeider of arbeidster van een lagere naar een hogere klasse overgaat, zal het minimumloon van deze nieuwe klasse slechts verschuldigd zijn na een aanpassingstijd die geen twee maanden mag overschrijden. Tijdens deze periode mag het loon lager zijn dan het minimum van de overeenstemmende klasse, maar niet minder dan het minimum van de eerstvolgende lagere klasse.
Hoofdstuk 4. Ploegenpremie
Artikel 11 Ingeval er in twee ploegen wordt gewerkt, zal aan het aldus tewerkgestelde personeel een toeslag van 6 pct. van het loon worden toegekend.
Artikel 12 Ingeval er in bijkomende ploegen wordt gewerkt, zal de loontoeslag worden vastgesteld op het niveau van de onderneming in overeenstemming met de werkgevers- en werknemersorganisaties. De toeslag voor werk in nachtploeg bedraagt minimum 15 pct. van het loon.
Artikel 13 Elke arbeider en arbeidster die ploegenarbeid verricht zal gedurende de arbeidsdag recht hebben op een bepaalde schafttijd van maximum een half uur.
Hoofdstuk 5. Bijslagen voor overuren
Artikel 14 Voor de overuren zal een bijslag van 50 pct. worden toegekend.
Artikel 15 Deze bijslag wordt op 100 pct. gebracht:
1) vanaf het vijfde overuur dat op dezelfde dag wordt verricht, met uitzondering van de overuren die worden verricht op de vrije zaterdag in het stelsel van de vijf dagenweek;
2) voor de overuren die worden verricht tussen 22 en 6 uur;
3) voor de overuren die worden verricht op een zondag of feestdag.
Artikel 16 Behalve als de arbeider of arbeidster daags te voren hiervan werd verwittigd, verstrekt de onderneming hem een maaltijd, of betaalt zij, bij ontstentenis ervan, een vergoeding van 100 F als hij zijn werk moet voortzetten buiten zijn normale arbeidstijd, zonder de mogelijkheid te hebben thuis te gaan eten.
Hoofdstuk 6. Jaarlijkse premie
Artikel 17 De arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn in de onderneming op 15 december zullen tussen 15 en 25 december een jaarlijkse eindejaarspremie ontvangen die gelijk is aan 160,33 uren (37-urenweek) van hun individueel loon (1) bij de eerste opening van de rekeningen van de maand november.
Hebben recht op de premie in verhouding tot hun arbeidsprestaties na drie maanden anciënniteit in de onderneming (2):
- de arbeiders en arbeidsters die ingeschreven zijn op 15 december en die in de onderneming in dienst zijn getreden in de loop van het jaar;
- de arbeiders en arbeidsters die de onderneming hebben verlaten in de loop van het jaar, uitgezonderd voor dringende reden.
(1) Gezien de verschillende interpretaties gegeven aan het begrip "individueel loon", komen de partijen overeen dat, de jaarlijkse premie betaalbaar vanaf december 1997, de enige te weerhouden interpretatie is "het loon plus de ploegenpremie" (het betreft de gemiddelde ploegenpremie voor diegene die in drie of meer afwisselende ploegen werken).
(2) De arbeiders en arbeidsters, aangeworven met één of meerdere contracten van bepaalde duur tijdens de referentieperiode en die in het totaal een anciënniteit bereiken gelijk aan of hoger dan drie maanden, hebben recht op een eindejaarspremie naar rato van hun prestaties.
Worden met effectieve arbeid gelijkgesteld:
- de jaarlijkse vakantie;
- de afwezigheden, behalve die wegens ziekte, die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van loon;
- de periodes van arbeidsongeschiktheid in de zin van de wetgeving op de ziekte- en invaliditeitsverzekering, tot zes maanden maximum;
- de periodes van werkloosheid die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van de dagelijkse uitkeringen voor bestaanszekerheid;
- de periodes van arbeidsongeschiktheid ten gevolge van arbeidsongevallen, tot één jaar.
Om het aantal uren te bepalen waarop de arbeider of arbeidster recht heeft naargelang zijn arbeidsprestaties gedurende de referentieperiode gaande van 1 oktober van het vorig jaar tot 30 september van het lopend jaar, wordt als volgt tewerkgegaan:
- vijfdagenweek:
gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 u =
- als een arbeider of arbeidster nu eens vijf dagen per week werkt en dan weer zes dagen, worden de 52 weken verdeeld volgens het aantal weken gedurende dewelke het ene of het andere stelsel werd toegepast, met name:
gewerkte dagen + gelijkgestelde dagen van de periode x 160,33 r =
De eventuele gunstiger programmaties die formeel werden vastgesteld op het niveau van de ondernemingen vóór de inwerkingtreding van deze collectieve arbeidsovereenkomst, zullen niettemin worden toegepast.
Voor de ondernemingen die gedeeltelijk of volledig de arbeidsduur hebben verminderd van 40 tot 37 uren per week in de vorm van betaalde compensatiedagen (zonder aanpassing van de uurlonen), wordt het aantal uren dat in aanmerking komt voor de jaarlijkse premie als volgt berekend:
wekelijkse arbeidsstelsel x 52
Artikel 18 De vakorganisaties verbinden er zich toe geen eisen in te dienen die verder zouden gaan dan de in het vorige artikel vermelde bepalingen.
Hoofdstuk 7. Koppeling van de lonen aan het indexcijfer van de consumptieprijzen
Artikel 19 De lonen van de in artikel 1 bedoelde arbeiders en arbeidsters zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, dat maandelijks wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Artikel 20 (Het referte-indexcijfer 100,43 vormt de spil van de eerste stabilisatieschijf 98,95 tot 101,93.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 21 (De conventionele minimumuurlonen schommelen met 1,5 pct. volgens de hierna vermelde stabilisatieschijven, wanneer het indexcijfer van de consumptieprijzen van de voorgaande maand deze schijven overschrijdt :
Laagste grens Spil Bovenste grens
98,95 100,43 101,93
100,43 101,94 103,46
101,94 103,47 105,01
103,47 105,02 106,59
105,02 106,60 108,19
106,60 108,20 109,81
108,20 109,82 111,46
109,82 111,47 113,13
111,47 113,14 114,83
) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 22 De loonsverhogingen of verlagingen worden toegepast vanaf de eerste opening van de rekeningen van de maand.
Artikel 23 (Met uitzondering van wat voorzien is in artikel 8, alinea's 1, 2 en 5 worden de schommelingen van de lonen berekend op de conventionele minimumuurlonen, terwijl de loontoeslagen verworven blijven.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 4, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 24 Krachtens het koninklijk besluit van 24 december 1993 tot uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, moet het indexcijfer van de consumptieprijzen waarvan sprake is in dit hoofdstuk evenwel vervangen worden door het viermaandelijkse gezondheidsindexcijfer dat wordt vastgesteld door het Ministerie van Economische Zaken en wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Hoofdstuk 8. Arbeidsduur
Artikel 25 Vanaf 1 november 1984 omvat de arbeidsweek 37 uren die moeten worden verricht in dagen van maximum 9 uren.
De verkorting van de arbeidsduur van 40 tot 37 uren kan als volgt geschieden:
- door een dagelijkse verkorting van de arbeidsduur;
- door een wekelijkse verkorting van de arbeidsduur;
- door een spreiding in de vorm van een gemiddelde over een periode van 13 weken, die eventueel weken van 6 dagen kan bevatten;
- door het toekennen van compensatiedagen;
- door de combinatie van de verschillende hierboven opgesomde mogelijkheden.
Artikel 26 Over de modaliteiten van de arbeidstijdverkorting die bepaald zijn in het vorige artikel zal er, rekening houdend met de technische, economische en sociale eigenheid van de ondernemingen en met het oog op het behoud van een maximum tijd aan produktie enerzijds en op de bevordering van de tewerkstelling anderzijds, worden onderhandeld op het niveau van de ondernemingen.
Artikel 27 De normale werkdag in één ploeg is in twee delen verdeeld door een rusttijd van hoogstens twee uren.
Artikel 28 Indien één van de werktijden langer is dan 5 uren, zal aan de arbeider een rusttijd van tien minuten worden toegekend, zonder dat deze rusttijd mag worden aangerekend bij wijze van verlenging van de werkdag, noch mag worden afgetrokken van het loon.
Hoofdstuk 9. Feestdagen
Artikel 29 In de normale arbeidsweek zijn begrepen:
a) de feestdagen die bepaald zijn bij artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974, namelijk:
1) 1 januari;
2) Paasmaandag;
3) 1 mei
4) Hemelvaartsdag;
5) Pinkstermaandag;
6) 21 juli;
7) OLV Hemelvaart;
8) Allerheiligen;
9) 11 november;
10) 25 december (Kerstmis);
b) twee dagen in gemeen overleg tussen de werkgever en de arbeiders vast te stellen (kermis, plaatselijk of gemeenschapsfeest of om het even welke andere dag).
Hoofdstuk 10. Klein verlet
Artikel 30 De in artikel 1 bedoelde arbeiders hebben het recht afwezig te zijn, met behoud van hun normaal loon, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen en voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten, die hierna opgesomd zijn, voor een als volgt bepaalde duur:
Reden van afwezigheid Duur van de afwezigheid
1. Huwelijk van de werknemer. Drie dagen door de werknemer te
kiezen tijdens de week waarin de
gebeurtenis plaatsgrijpt of
tijdens de daar-op volgende week.
2. Huwelijk van een kind van de Een dag door de werknemer te
werknemer, of van een kind van zijn kiezen tijdens de week waarin de
echtgeno(o)t(e). gebeurtenis plaatsgrijpt of
tijdens de daarop volgende week.
3. Huwelijk van een broer, zuster, De dag van het huwelijk.
schoonzuster, schoonbroer, van de
vader, moeder, schoonvader,
stiefvader, schoonmoeder, stiefmoeder,
van een kleinkind van de werknemer.
4. Priesterwijding of intrede in het De dag van de plechtigheid.
klooster van een kind van de
werknemer of van zijn echtgeno(o)t(e),
van een broer, zuster, schoonbroer of
schoonzuster van de werknemer.
5. Geboorte van een kind van de Drie dagen door de werknemer te
werknemer zo de afstamming van dit kiezen tijdens de twaalf dagen
kind langs vaderzijde vaststaat. te rekenen vanaf de dag van de
bevalling.
6. Overlijden van de echtgenoot of Drie dagen door de werknemer te
echt-genote, van een kind van de kiezen tijdens de periode die
werknemer of van zijn begint op de dag van het
echtge-no(o)t(e), van de vader, overlijden en eindigt op de dag
moeder, schoonvader, stiefvader, van de begrafenis, met de
schoonmoeder, of stiefmoeder van de mogelijkheid een van deze drie
werknemer. dagen te nemen in de periode van
veertien dagen die volgen op de
dag van de begrafenis.
7. Overlijden van een broer, zuster, Twee dagen door de werknemer te
schoonbroer, schoonzuster, van de kiezen in de periode die begint
grootvader, de grootmoeder, van een op de dag van het overlijden en
kleinkind, schoonzoon, of eindigt op de dag van de
schoondochter die bij de werknemer begrafenis.
inwoont.
8. Overlijden van een broer, zuster, De dag van de begrafenis.
schoonbroer, schoonzuster, van de
grootvader, de grootmoeder, van een
kleinkind, schoonzoon of schoondochter
die niet bij de werknemer inwoont.
9. Plechtige communie van een kind Een dag door de werknemer te
hetzij van de werknemer, hetzij van kiezen tijdens de week waarin de
zijn echt-geno(o)t(e); of deel-neming gebeurtenis plaatsgrijpt of
van een kind van de werknemer of van tijdens de daaropvolgende week.
zijn echtge-n(o)t(e) aan het feest van
de "vrijzinnige jeugd" daar waar dit
feest plaatsheeft.
10. Verblijf van de dienstplichtige De nodige tijd met een maximum
werknemer in een recruterings- en van drie dagen.
selectiecentrum of in een militair
hospitaal ten gevolge van zijn
verblijf in een recruterings- en
selectiecentrum evenals alle militaire
verplichtingen van korte duur.
11. Verblijf van de werknemer De nodige tijd met een maximum
"dienstweigeraar" in een van drie dagen.
Administratieve Gezondheidsdienst of
in een van de hospitalen aangeduid
door de Koning, overeenkomstig de
wetgeving betreffende het statuut van
dienstweigeraar.
12. Bijwonen van een bijeenkomst van De nodige tijd met een maximum
een familieraad, bijeengeroepen door van een dag.
de vrede-rechter.
13. Deelneming aan een jury of De nodige tijd met een maximum
oproeping als getuige voor de van vijf dagen.
rechtbank of persoonlijke
verschijning op aanmaning van de
arbeidsrechtbank
14. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd met een maximum
bijzitter in een hoofdbureau voor van vijf dagen.
stemopneming bij de parlements-,
provincieraads- en
gemeenteraadsverkiezingen.
15. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd.
bijzitter in een hoofdstembureau of
enig stembureau bij de parlements-,
provincieraads- en
gemeenteraadsverkiezingen.
16. Uitoefening van het ambt van De nodige tijd met een maximum
bijzitter in een van de hoofdbureaus van vijf dagen.
voor stemopneming bij de verkiezing
van het Europees Parlement.
17. Het onthaal van een kind in het Drie dagen naar keuze van de
gezin van de werknemer in het kader werknemer in de maand volgend
van een adoptie. op de inschrijving van het kind
in het bevolkingsregister of in
het vreemdelingenregister van de
gemeente waar de werknemer zijn
verblijfplaats heeft, als deel
uitmakend van zijn gezin.
18. Examen voor beroepsbekwaamheid Een dag.
voor de proeven van Laureaat van de
Arbeid of Deken van de Arbeid,
officiele manifestaties ter
gelegenheid van de uitreiking van
dergelijke onderscheiding aan de
werknemer.
Voor de toepassing van de nrs. 2, 3, 4, 5, 6 en 9 wordt het aangenomen of natuurlijk erkend kind gelijkgesteld met het wettig of gewettigd kind.
Voor de toepassing van de nrs 7 en 8 worden de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de echtgeno(o)t(e) van de werknemer gelijkgesteld met de schoonbroer, de schoonzuster, de grootvader en de grootmoeder van de werknemer.
De wees, die familiehoofd is, wordt met de vader gelijkgesteld voor de toepassing van de bovenstaande gevallen.
Voor de toepassing van de bepalingen van dit artikel, zullen slechts de dagen van gewone activiteit als afwezigheidsdagen worden beschouwd.
Voor de afwezigheden ten gevolge van overlijden, zullen alleen de dagen waarop gewoonlijk wordt gewerkt aanleiding geven tot loonbetaling.
Vanaf 1 januari 1998, zullen de samenwonenden gelijkgesteld worden met wettelijk gehuwden voor de toepassing van klein verlet voorzien in dit artikel. Op het ogenblik van de aanvraag tot afwezigheid, zullen de betrokken arbeiders en arbeidsters een officieel document aan de werkgever voorleggen, dat hun staat samenwonenden bevestigt.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Artikel 31 De indeling van de functies die vastgesteld zijn bij deze collectieve arbeidsovereenkomst geldt voor onbepaalde tijd.
Artikel 32 (De hoofdstukken II en III met uitzondering van artikel 8, alinea's 4 en 5 zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van behangpapier en de hoofdstukken II, III, VI en VIII zijn niet toepasselijk op de ondernemingen van papieren hulzen.) <CAO 1999-04-15/42, Art. 5, 002; En vigueur : 01-02-1999>
Artikel 33 Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing van 1 februari 1997 tot 31 januari 1999. Zij wordt echter van jaar tot jaar stilzwijgend verlengd, behoudens gehele of gedeeltelijke opzegging door één van de partijen, met een opzeggingstermijn van drie maanden, gericht aan de voorzitter van het paritair comité bij een ter post aangetekend schrijven.
Artikel 34 Deze collectieve arbeidsovereenkomst vernietigt en vervangt de collectieve arbeidsovereenkomst van 15 juni 1993.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
BIJLAGE.
Artikel N1 Indeling van de functies.
A. Voor alle ondernemingen
1. Onderhoudspersoneel
Klasse
Revisie, herstellen en werkklaar maken van ingewikkelde en zeer BK
nauwkeurige machines (automatische Bobst, autovariabele Bobst,
autoplatine Bobst met automatische inleg, automatische rolschaar,
persen met automatische inleg, Winkler & Dunnebier voor
briefomslagen, Rofa voor schrijfboeken of gelijkaardige)
Volledig (mechanisch of elektrisch) algemeen onderhoud en het BK
stellen van de in het vorig voorbeeld genoemde machines
Revisie, herstellen en werkklaar maken van eenvoudige machines, K1
niet genoemd hiervoor
Eenvoudig (mechanisch of elektrisch) onderhoud en het stellen van K1
machines, niet genoemd hiervoor
2. Allerlei functies
Klasse
Stellen en geleiden van en verantwoor-delijkheid voor BK
drukmachines, waar-voor een volledige opleiding in het grafisch
beroep gevergd wordt (diplo-ma afgeleverd door een beroepsschool
op een volledige leertijd van 4 jaar)
Voeren van vrachtauto's met meer dan 5 ton nuttige lading K1
Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder, K1
wanneer gewoonlijk geld wordt geind
Voeren van vrachtauto's met nuttige lading van 5 ton of minder, K2
wanneer gewoonlijk geen geld wordt geind
Verantwoordelijkheid voor de technische organisatie van het K2
magazijn
Verantwoordelijkheid en organisatie van de verzending K2
Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een K2
hefcapaciteit hebben van meer dan 5 ton of die ingewikkelde arbeid
verrichten
Voeren van vorkhefvoertuigen type Clark of soortgelijke die een K3
hefcapaciteit hebben van 5 ton of minder of die eenvoudige arbeid
verrichten
Bedienen van en verantwoordelijkheid voor een gewone verwarming- K3
en klimatisatie-installatie alsmede de stookinstallatie voor
drijfkracht
Gewone magazijn- of verzendingswerkzaamheden K3
Vrachtautobegeleider K3
Zware arbeid van inpakken, uitpakken, wikkelen en afwikkelen K4
Zware hulparbeid in het magazijn K4
Andere zware hulparbeid K4
Lichte hulparbeid K7
Onderhoud der lokalen K7
B. Fabrikage van school-, kantoor-, briefwisseling-, boekhouding- en klassementartikelen (schrijfboeken, registers, notitieboekjes, agen-da's, steekkaarten, briefomslagen, zakjes, briefpapier, etiketten, opbergmappen, albums, enz.)
Klasse
Ingewikkelde boekbindersarbeid waarvoor een volledige opleiding BK
in het binderijbedrijf vereist is (diploma afgeleverd door een
beroepsschool of volledige leertijd van 4 jaar)
Ingewikkelde en grote nauwkeurigheid aan de snijmachines BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
gecombineerde machines voor het linieren en afwerken van
gebrocheerde schrijfboeken van de rol af (Rofa en soortgelijke)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
rotatiemachines voor reizigersboekjes
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
fineermachines met rollen
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
linieer- en spiraleermachines Bielomatic
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor machines die BK
plastiek lassen en vergulden
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
omslagmachines (Kolbus en soortgelijke)
Gewone arbeid aan de snijmachines K1
Verantwoordelijkheid voor de tech-nische organisatie van het K1
magazijn
Verantwoordelijkheid voor de verzending K1
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
ingewikkelde spiraleermachines (andere)
Uitkappen van speciale enveloppen formaten met verantwoordelijkheid K1
voor het model en voor het optimale gebruik van het papier
Uitkappen van briefomslagen K2
Hulp voor zware arbeid bij het geleiden van de Rofa twee rollen K3
Bedienen van de omslagmachines K5
Stikken met vezeldraad K5
Plooien met de hand (zakken en omslagen) K5
Bedienen van degelpersen K5
Rouw-afboorden K5
Kleuren met schabloon K5
Gommen met de hand en met de machine K5
Bandversieren met aniline K5
Stikken met metaaldraad K5
Spiraleren op eenvoudige machines K6
Tellen, folieren K6
Schutbladen plakken K6
Hulp aan de bediening van omslag-machines K6
Hulp bij het fatsoeneren K6
C. Fabrikage van golfkarton
Klasse
Verantwoordelijkheid voor de golf-kartontrein BK
Verantwoordelijkheid voor meerdere autoslotters BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
golfkartonmachines (enkelzijdig)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
automatische autoslotter drukmachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
golfkartonmachines (dubbelzijdig)
Stellen van en verantwoordelijkheid voor de messen, rillen en K2
afslag van de golfkartonmachine
Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen K2
(meerdere ploegen)
Verantwoordelijkheid voor de lijm van meerdere golfkartontreinen K3
(een ploeg)
Bedienen van automatische verpakkingsmachines K3
Bedienen van automatische vouw-plakmachines K3
Zware verpakkingsarbeid zowel aan machine als met de hand K4
Afvoer zware producties van golfkartonmachines en slottermachines K4
Pakken, afval onder druk plaatsen, verplaatsen en laden K4
Geleiden van de paraffineermachine K4
Bedienen van eenvoudige of halfautomatische plakmachines K6
Gewone handverpakkingsarbeid K7
D. Kartonnagebedrijven
Klasse
Ontwerpen van modellen BK
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
gecombineerde stans- en drukmachines (auto-variabel en
soortgelijke)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
automatische plakmachines voor vouwdozen, die op meerdere posten
aanlijmen
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
autoplatines met uitbreekpost
Grote nauwkeurigheidsarbeid aan snijmachines Massicot en BK
soortgelijke, wanneer dit de hoofdbedrijvigheid is van de werkman
Vervaardigen van uitkapvormen (alle soorten uitkapvormen welke BK
gebruikt worden in de onderneming)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
automatische dozengarneermachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor gewone K1
autoplatines
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor drie zijden snijmachines K1
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor gecombineerde stans- en K1
drukmachines (autovariabel en soortgelijke)
Mechanische en stelarbeid aan cirkelsnijmachines, plakmachines K2
voor vouwdozen die op een enkele post aanlijmen, garneermachines
van het type Stokes & Smith, Jagenberg, Simplon, enz.
Gewone arbeid aan de snijmachines Massicot of soortgelijke K2
Snijden van benodigdheden K2
Vervaardigen van kantoordozen en kantoorkartonnages K2
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor eenvoudige autoplatines K2
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor rilmachines, rotatie- K3
inkeepmachines, mitrailleuses, degelpersen met de voet of motor,
uitkapmachines
Hulp bij het geleiden van gecombineerde stans- en drukmachines K3
(auto-variabel en soortgelijke)
Uitbreken met pneumatische hamer K4
Garnieren van luxedozen K4
Lichte dienst aan rilmachines, rotatie-inkeepmachines, degelpersen K6
met de voet of motor, mitrailleuses
Eenvoudig garnieren met de hand K6
Garnieren en afboorden aan de machines (gewone fabrikage) K6
Stikken K6
Dienst aan de machines voor het plak-ken van vouwdozen K6
Dienst aan de hoeksnijmachines duimuitkapmachines K6
Lichte uitbreekarbeid met de hand K7
Afvoer van lichte produkten aan het machineeind K7
E. Fabrikage van zakken met grote inhoud
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
zakkenmachines
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K1
flexografische voordrukmachine
Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op K2
zakkenmachines
Geleiden van (zonder op gang brengen) en toezicht op de K2
flexografische voordrukmachine
Clicherie (flexografisch) K2
Hulp bij het geleiden van zakkenmachines K3
Hulp bij het geleiden van flexografische voordrukmachine K3
Hulp bij de voorbereiding van de cilinders K3
Voeden, afvoer inbegrepen gedeeltelijk nazicht van de productie K5
Valveren en manchetteren K5
Stikken K5
Herwinnen en uitzoeken van fabrikageafval K6
F. Fabrikage van zakken met kleine en middelgrote inhoud en dergelijke verpakkingen
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
heliodrukmachines (geschoolde drukker)
Eerste helper heliodrukmachines BK
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
extrudeermachines van verscheidene type en allerlei grondstoffen
gebruikend
Uitvoeren van alle werkzaamheden in flexografische clicherie, BK
d.w.z. etsen van cilinders afdrukken van cliches, inslag testen,
plakken van cliches
Stellen van blokzakmachines K1
Stellen van machines met doorboring voor zakken met gewone bodem K1
van het type roto, die envelopzakken met of zonder venster
vervaardigen of die nauwkeurige arbeid met groot rendement
verrichten
Stellen van een of meerdere flexografische drukmachines met K1
droogtunnel, werkende van bobijn tot bobijn of van bobijn tot
blad
Stellen, geleiden en verantwoordelijkheid voor groepen K1
extrudeermachines die polyethyleenfilmen of scheden produceren
Stellen van een of meerdere flexogra-fische drukmachines, werkende K2
van bobijn tot bobijn of van bobijn tot blad
Stellen van machines voor zakken met gekruiste of gewone bodem K2
met of zonder soufflet
Stellen van een paraffineermachine met flexografische druk of van K2
een machine voor tegenplakking met flexografische druk
Stellen van een paraffineermachine of van een machine voor K3
tegenplakking
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor extrudeermachines of K3
zakkenmachines, zonder stellen
Geleiden, zonder stellen, en verantwoordelijkheid voor K3
drukmachines voor bladen en bobinetten
Geleiden met stellen, en verantwoordelijkheid voor eenvoudige K3
machines (puntzakken)
Verantwoordelijkheid voor inpakken K3
Hulp aan de machines K4
Vervaardigen van bobinetten en bladen, zonder druk K4
Toezicht op drukmachines voor bladen en bobinetten K4
Voorbereiding van lijmen met behandeling van meer dan 25 kg K4
eenheidsgewicht
Afvoer op machines met groot rendement op afvoer op allerlei K5
soorten machines
Dienst van lichte hulpmachines K6
Voorbereiding van lijmen met behan-deling van minder dan 25 kg K6
eenheidsgewicht
Lichte behandeling, kleine inpak en gewone afvoer K7
G. Veredeling van papier met paraffine, bitumen, teer, aluminium, enz.
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor BK
heliodrukmachines (geschoolde drukker)
Stellen, verantwoordelijkheid voor en geleiden van de BK
extrudeermachine voor coating en laminage
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor pelliculeermachine K2
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
paraffineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
bitumineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machine om te bestrijken
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
vernismachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
lamineermachine
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machine voor het maken van krippapier
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en K2
wikkelmachine met blote oog nakijk
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de snij- en K3
wikkelmachine
Hulparbeid en behandeling aan de machines K3
Zware hulparbeid K4
Toezicht op de snij- en wikkelmachine K5
Toezicht op de diverse machines K6
H. Fabrikage en verwerking van kleefpapier
Klasse
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
gommeermachine
Hulp aan de gommeermachine K3
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor snij- en wikkelmachine K3
Dienst aan de wikkelbank voor banden gemerkt met aniline of K6
gelijkaardige
I. Fabrikage van huishoud-, toilet- en hygiënische artikelen
Klasse
Stellen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de K1
toiletpapiermachine Hudson-Charp, Paper Converting of
gelijkaardig
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
gaufreer-machine van tafellakens van grote breedte (1,20 m of
meer)
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor K2
machines voor servetten of zakdoeken, met drie banen en meer, met
of zonder bedrukking
Op gang brengen, geleiden van en verantwoordelijkheid voor de K2
machine van kastrollen (flexografische druk)
Geleiden van en verantwoordelijkheid voor de buisjesmachine van K3
toiletpapier
Zware hulparbeid aan de gaufreermachine van tafellakens van grote K3
breedte
Toezicht op de kastrollenmachine K4
Lichte handverpakking en etiketteren van toiletpapier K5
Dienst aan de eenvoudige servet- of zakdoekmachine K6
Dienst aan de eenvoudige afwikkelmachine van toiletpapier K6
Afwikkelen van kastrollen per stuk K6
Bevoorrading en afvoer van de automatische verpakkingsmachine van K7
toiletpapier
Afvoer van de machine voor servetten of zakdoeken met drie banen K7
en meer
J. Fabrikage van glanspapier
Klasse
Verven K1
Marbreren K1
Stellen K1
Likken K2
Handlikken K2
Moiremachine K2
Kalanderen K2
Borstelen K2
Uitzoeken K2
Snijden K2
Tellen K2
Inpakken en riemen K2
Oprollen verfmachines K3
Aanmaken K3
Pakhuis K3
K. Fabrikage van speelkaarten
Klasse
Verven K1
Overwassen K2
Hoeken K2
Snijden (grote en kleine schaar) K2
Nazien in spelen K2
Indoen K2
Uitzoeken in vellen K2
Likken K2
Dozen maken K2
Plakken K2
Inpakken en kaarten K2
Inleggen K3
Scheiden K3
Papkoken K3
Ophangen K3
Nat maken K3
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 9 maart 1998.
(Voor het KB, zie %%1998-03-09/63%%)
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET