Decreet betreffende de armoedebestrijding.
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2003035552
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen en definities
Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Artikel 2In dit decreet wordt verstaan onder :
1° armoede : een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan, dat de armen scheidt van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving en waarbij ze niet op eigen kracht deze kloof kunnen overbruggen;
2° arme : persoon die zich bevindt in armoede;
3° doelgroepen : personen die in armoede leven of geleefd hebben;
4° [1 vereniging waar armen het woord nemen : een vereniging van overwegend armen en andere personen met als doel bij te dragen tot de armoedebestrijding vanuit de eigen ervaring via de realisatie van een proces, gekenmerkt door de volgende zes concrete doelstellingen : armen blijven zoeken, armen samenbrengen in groep, armen het woord geven, werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen, werken aan maatschappelijke structuren en vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;]1
5° [1 opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting : persoon die armoede en sociale uitsluiting gedurende lange tijd heeft ervaren, die ervaring heeft verwerkt en verruimd en via een opleiding houdingen, vaardigheden en methoden aangereikt heeft gekregen om de verruimde armoede-ervaring deskundig aan te wenden in een of meer sectoren die met mensen in armoede te maken hebben;]1
6° Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen : de ondersteuningsstructuur voor de participatie van armen en hun verenigingen aan het beleid;
7° participatie : de deelname aan het maatschappelijk leven met het oog op het individuele en collectieve welzijn, waardoor men de persoonlijke controle op de eigen leefsituatie en op de externe factoren die deze leefsituatie bepalen, verhoogt;
8° [1 maatschappelijke dialoog : een participatieproces waarbij armen actief deelnemen aan de uitwisseling over en de bespreking van hun positie op verschillende maatschappelijke levensdomeinen, om uiteindelijk te komen tot beleidsvoorstellen;]1
9° actoren : alle bij de armoedebestrijding betrokken overheden, particuliere organisaties en armenverenigingen.
[1 10° actieplan : plan van de Vlaamse Regering dat de planning van beleidsmaatregelen op korte en lange termijn omschrijft, alsook de voorwaarden en procedure van de evaluatie van het gevoerde beleid.]1
[2 11° [3 lokale besturen : de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, tenzij anders is bepaald.]3 ]2
Hoofdstuk 2. Uitgangspunten
Artikel 3Het Vlaamse [4 armoedebestrijdingsbeleid]4 moet de voorwaarden creëren om :
1° de toegang van elke burger tot de economische, sociale en culturele rechten, vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, te waarborgen;
2° armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting te voorkomen, te verminderen en op te lossen.
Het Vlaamse [4 armoedebestrijdingsbeleid]4 moet de deelname mogelijk maken en versterken van alle betrokken overheden en personen, vooral van personen die in armoede leven, aan het uitstippelen, het uitwerken en het evalueren van dit beleid.
Artikel 4Het [5 armoedebestrijdingsbeleid]5 is een inclusief beleid. Op de verschillende beleidsdomeinen en niveaus moeten doelgerichte acties ondernomen worden vanuit een partnerschap tussen alle betrokken actoren. Partnerschap met de armen is een noodzaak.
Het [5 armoedebestrijdingsbeleid]5 is een gecoördineerd en samenhangend beleid. Voor de uitvoering van dit beleid voorziet de Vlaamse regering in :
1° het uitwerken van maatregelen in de diverse beleidsdomeinen;
2° de coördinatie tussen beleidsdomeinen;
3° het overleg en de coördinatie tussen de betrokken actoren, vermeld in [5 het eerste lid]5;
4° de ondersteuning van de participatie van de doelgroepen;
5° [5 de voortgangscontrole van het samenwerkingsakkoord van 5 mei 1998 tussen de Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten betreffende de bestendiging van het armoedebeleid;]5
6° de afstemming met Europees, federaal en provinciaal/lokaal beleid.
Hoofdstuk 3. Coördinatie en organisatie
Artikel 5[6 De Vlaamse Regering stelt binnen twaalf maanden na haar aantreden een actieplan armoedebestrijding op dat loopt over een periode van vijf jaar. Dit actieplan komt tot stand met participatie van de doelgroepen in partnerschap met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, en omschrijft de planning van de beleidsmaatregelen op korte en lange termijn, alsook de modaliteiten van evaluatie van het gevoerde beleid.]6
[6 De Vlaamse Regering deelt het actieplan armoedebestrijding mee aan het Vlaams Parlement.]6
De Vlaamse regering zal voor de ondersteuning van het [6 armoedebestrijdingsbeleid]6, opdracht geven tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek inzake armoede.
Artikel 6De Vlaamse regering geeft opdracht aan alle [7 entiteiten van de Vlaamse overheid, met bevoegdheden]7 voor een domein waarop het inclusieve [7 armoedebestrijdingsbeleid]7 betrekking kan hebben, om :
1° [7 het armoedebestrijdingsbeleid binnen hun entiteit voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren;]7
2° de geëigende initiatieven te nemen om de doelgroepen en het werkveld aan dit beleid te laten participeren.
Artikel 7Om het [8 armoedebestrijdingsbeleid]8 in alle sectoren te bevorderen, op elkaar af te stemmen, te bewaken en te evalueren wordt een permanent armoedeoverleg opgericht. [8 Dit permanent armoedeoverleg wordt systematisch en structureel georganiseerd met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als partner.]8 De Vlaamse regering bepaalt de werking en de wijze van rapporteren.
Hoofdstuk 4. Ondersteuning
Sectie 1. Verenigingen waar armen het woord nemen
Artikel 8[9 De Vlaamse Regering kan verenigingen waar armen het woord nemen erkennen als ze voldoen aan de volgende voorwaarden :]9
1° opgericht zijn als een [10 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen]10;
2° in hun werking voldoende participatie garanderen;
3° in hun werking en structuur openstaan voor de verschillende maatschappelijke verbanden en groepen en dit zonder onderscheid van etnische, politieke, filosofische of levensbeschouwelijke aard;
4° [9 een proces opzetten dat gekenmerkt wordt door : armen blijven zoeken; armen samenbrengen in groep; armen het woord geven; werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen; werken aan maatschappelijke structuren; vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;]9
5° minstens één jaar werkzaam zijn inzake armoedebestrijding;
6° de activiteiten uitvoeren overeenkomstig de regels die door de Vlaamse regering worden bepaald;
7° [9 ...]9
[9 De Vlaamse Regering kan, binnen de beschikbare begrotingskredieten, verenigingen erkennen indien ze volgende opdrachten vervullen :
1° de nodige instrumenten om armen te blijven zoeken inzetten;
2° samenkomsten en ontmoetingen van armen en niet-armen organiseren;
3° de geëigende methodieken om het proces van armen het woord geven te ondersteunen hanteren;
4° informatie en vorming aanbieden;
5° thematisch werken aan maatschappelijke structuren;
6° dialoogwerkgroepen opzetten om participatie in het beleid mogelijk te maken.]9
[9 De Vlaamse Regering regelt de procedure en voorwaarden voor de erkenning en de intrekking van de erkenning.]9
[9 Indien de vereniging niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken.]9
Artikel 9
<Opgeheven bij DVR 2008-07-18/56, Art. 9, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
Artikel 10[11 De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks, binnen de beschikbare begrotingskredieten, de grootte van de subsidies aan de verenigingen.
Hiertoe worden de verenigingen ingedeeld in subsidiecategorieën naargelang zij de opdrachten, vermeld in artikel 8 van dit decreet, vervullen. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidiecategorieën en de voorwaarden van indeling.
Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]11
Sectie 2. Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen
Artikel 11Ter ondersteuning van het participatieproces van armen aan het [12 armoedebestrijdingsbeleid]12 sluit de Vlaamse regering een overeenkomst af met het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen.
[12 De overeenkomst bevat de omschrijving van de opdrachten van het netwerk.]12
Artikel 12[13 Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen heeft minstens de volgende opdrachten :
1° de beleidsdialoog met de overheid organiseren en voeren;
2° overleg en ervaringsuitwisseling tussen de verenigingen organiseren;
3° activiteiten ondersteunen en coördineren die inzicht bieden in de ervaringswereld van mensen in armoede;
4° gemeenschappelijke initiatieven van en voor de verenigingen bevorderen.
Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, vervult die opdrachten in nauwe samenwerking met andere actoren.]13
Artikel 13De wijze waarop het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen haar opdrachten zal uitvoeren, wordt beschreven in een meerjarenplan dat wordt opgemaakt voor een periode van [14 vijf]14 jaar. De Vlaamse regering bepaalt de inhoudelijke vereisten waaraan het meerjarenplan moet voldoen [14 en de wijze waarop de werking zal worden geëvalueerd]14.
Artikel 14[15 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en procedure inzake subsidiëring van het Vlaams Netwerk.
Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]15
Artikel 15 Binnen de beschikbare begrotingskredieten kent de Vlaamse regering aan het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen jaarlijks subsidies toe op basis van het ingediende meerjarenplan.
Sectie 3. [16 Opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]16
Artikel 16In alle gemeenschaps- en gewestmateries waarmee armen geconfronteerd worden, neemt de Vlaamse regering initiatieven voor de tewerkstelling van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17.
De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten voor tewerkstelling van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17 in gemeenschaps- en gewestmateries van de armoedebestrijding.
Artikel 17De Vlaamse regering kan organisaties voor coördinatie en toeleiding tot de opleiding van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17 erkennen en subsidiëren. Zij bepaalt daartoe de nodige regels.
De coördinatie bestaat in het scheppen van de voorwaarden voor de organisatie van de opleiding, de tewerkstelling van ervaringsdeskundigen, de sensibilisering voor de opleiding en het bewaken van de kwaliteit ervan.
[18 Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]18
Sectie 4. Projecten
Artikel 18Binnen de beschikbare begrotingskredieten en aanvullend op de reguliere subsidies, zoals bepaald in artikelen [19 10]19, 15 en 17, wendt de Vlaamse regering middelen aan om projecten met een experimenteel, aanvullend en/of vernieuwend karakter te ondersteunen.
Deze projecten kunnen worden uitgevoerd zowel door de verenigingen waar armen het woord nemen, het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als door andere actoren.
De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning van deze projectsubsidies.
Sectie 5. [20Subsidiëring lokale kinderarmoedebestrijding]20
Artikel 18/1 [20 De Vlaamse Regering verleent binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks subsidies aan lokale besturen voor de bestrijding van kinderarmoede.
Deze subsidies worden toegekend aan lokale besturen voor de implementatie van acties gericht op de integrale aanpak van armoede bij kinderen en hun gezin, vertrekkende vanuit de lokale sociale situatie en in samenwerking met alle relevante lokale actoren, met in het bijzonder de actoren die door dit decreet erkend en ondersteund worden. Deze subsidies zullen aangewend worden voor bijkomende modulaire acties, specifiek gericht op de strijd tegen kinderarmoede en in afstemming met het Vlaamse beleid, toe te voegen aan de reguliere werkingen in sectoren zoals onder meer op het vlak van onderwijs, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, algemeen welzijnswerk, vrijetijdsbesteding, gezondheidszorg en, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, huisvesting en werk.
De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing voor de subsidiëring van lokale besturen, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, voor lokale kinderarmoedebestrijding.
Om voor deze subsidies in aanmerking te komen, moeten lokale besturen, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, een kinderarmoedebestrijdingsbeleid voeren dat is opgenomen in de strategische meerjarenplanning van de lokale besturen zoals vermeld in titel 2, hoofdstuk 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.
De strategische meerjarenplanning bevat :
1° een beschrijving van de gewenste effecten en indicatoren van het kinderarmoedebestrijdingsbeleid;
2° de actieplannen die het lokaal bestuur in samenwerking met lokale actoren opzet om vorm te geven aan het kinderarmoedebestrijdingsbeleid;
3° de manier waarop het lokaal bestuur met lokale actoren de samenwerking en het overleg faciliteert.
De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en toekenning van de subsidies. Voor de beleidsperiode 2014-2019 kan de Vlaamse Regering hierbij afwijken van het derde, vierde en vijfde lid.]20
Hoofdstuk 5. Slotbepaling
Artikel 19 De Vlaamse regering stelt voor elk van de bepalingen van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-01-2004, met uitzondering van artikel 13, dat in werking treedt op 1 november 2003, door BVR 2003-10-10/40, Art. 41)
Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Artikel 2In dit decreet wordt verstaan onder :
1° armoede : een netwerk van sociale uitsluitingen dat zich uitstrekt over meerdere gebieden van het individuele en collectieve bestaan, dat de armen scheidt van de algemeen aanvaarde leefpatronen van de samenleving en waarbij ze niet op eigen kracht deze kloof kunnen overbruggen;
2° arme : persoon die zich bevindt in armoede;
3° doelgroepen : personen die in armoede leven of geleefd hebben;
4° [1 vereniging waar armen het woord nemen : een vereniging van overwegend armen en andere personen met als doel bij te dragen tot de armoedebestrijding vanuit de eigen ervaring via de realisatie van een proces, gekenmerkt door de volgende zes concrete doelstellingen : armen blijven zoeken, armen samenbrengen in groep, armen het woord geven, werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen, werken aan maatschappelijke structuren en vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;]1
5° [1 opgeleide ervaringsdeskundige in de armoede en sociale uitsluiting : persoon die armoede en sociale uitsluiting gedurende lange tijd heeft ervaren, die ervaring heeft verwerkt en verruimd en via een opleiding houdingen, vaardigheden en methoden aangereikt heeft gekregen om de verruimde armoede-ervaring deskundig aan te wenden in een of meer sectoren die met mensen in armoede te maken hebben;]1
6° Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen : de ondersteuningsstructuur voor de participatie van armen en hun verenigingen aan het beleid;
7° participatie : de deelname aan het maatschappelijk leven met het oog op het individuele en collectieve welzijn, waardoor men de persoonlijke controle op de eigen leefsituatie en op de externe factoren die deze leefsituatie bepalen, verhoogt;
8° [1 maatschappelijke dialoog : een participatieproces waarbij armen actief deelnemen aan de uitwisseling over en de bespreking van hun positie op verschillende maatschappelijke levensdomeinen, om uiteindelijk te komen tot beleidsvoorstellen;]1
9° actoren : alle bij de armoedebestrijding betrokken overheden, particuliere organisaties en armenverenigingen.
[1 10° actieplan : plan van de Vlaamse Regering dat de planning van beleidsmaatregelen op korte en lange termijn omschrijft, alsook de voorwaarden en procedure van de evaluatie van het gevoerde beleid.]1
[2 11° [3 lokale besturen : de randgemeenten, vermeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 en de Vlaamse Gemeenschapscommissie, tenzij anders is bepaald.]3 ]2
Hoofdstuk 2. Uitgangspunten
Artikel 3Het Vlaamse [4 armoedebestrijdingsbeleid]4 moet de voorwaarden creëren om :
1° de toegang van elke burger tot de economische, sociale en culturele rechten, vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, te waarborgen;
2° armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting te voorkomen, te verminderen en op te lossen.
Het Vlaamse [4 armoedebestrijdingsbeleid]4 moet de deelname mogelijk maken en versterken van alle betrokken overheden en personen, vooral van personen die in armoede leven, aan het uitstippelen, het uitwerken en het evalueren van dit beleid.
Artikel 4Het [5 armoedebestrijdingsbeleid]5 is een inclusief beleid. Op de verschillende beleidsdomeinen en niveaus moeten doelgerichte acties ondernomen worden vanuit een partnerschap tussen alle betrokken actoren. Partnerschap met de armen is een noodzaak.
Het [5 armoedebestrijdingsbeleid]5 is een gecoördineerd en samenhangend beleid. Voor de uitvoering van dit beleid voorziet de Vlaamse regering in :
1° het uitwerken van maatregelen in de diverse beleidsdomeinen;
2° de coördinatie tussen beleidsdomeinen;
3° het overleg en de coördinatie tussen de betrokken actoren, vermeld in [5 het eerste lid]5;
4° de ondersteuning van de participatie van de doelgroepen;
5° [5 de voortgangscontrole van het samenwerkingsakkoord van 5 mei 1998 tussen de Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten betreffende de bestendiging van het armoedebeleid;]5
6° de afstemming met Europees, federaal en provinciaal/lokaal beleid.
Hoofdstuk 3. Coördinatie en organisatie
Artikel 5[6 De Vlaamse Regering stelt binnen twaalf maanden na haar aantreden een actieplan armoedebestrijding op dat loopt over een periode van vijf jaar. Dit actieplan komt tot stand met participatie van de doelgroepen in partnerschap met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, en omschrijft de planning van de beleidsmaatregelen op korte en lange termijn, alsook de modaliteiten van evaluatie van het gevoerde beleid.]6
[6 De Vlaamse Regering deelt het actieplan armoedebestrijding mee aan het Vlaams Parlement.]6
De Vlaamse regering zal voor de ondersteuning van het [6 armoedebestrijdingsbeleid]6, opdracht geven tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek inzake armoede.
Artikel 6De Vlaamse regering geeft opdracht aan alle [7 entiteiten van de Vlaamse overheid, met bevoegdheden]7 voor een domein waarop het inclusieve [7 armoedebestrijdingsbeleid]7 betrekking kan hebben, om :
1° [7 het armoedebestrijdingsbeleid binnen hun entiteit voor te bereiden, uit te voeren en te evalueren;]7
2° de geëigende initiatieven te nemen om de doelgroepen en het werkveld aan dit beleid te laten participeren.
Artikel 7Om het [8 armoedebestrijdingsbeleid]8 in alle sectoren te bevorderen, op elkaar af te stemmen, te bewaken en te evalueren wordt een permanent armoedeoverleg opgericht. [8 Dit permanent armoedeoverleg wordt systematisch en structureel georganiseerd met het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als partner.]8 De Vlaamse regering bepaalt de werking en de wijze van rapporteren.
Hoofdstuk 4. Ondersteuning
Sectie 1. Verenigingen waar armen het woord nemen
Artikel 8[9 De Vlaamse Regering kan verenigingen waar armen het woord nemen erkennen als ze voldoen aan de volgende voorwaarden :]9
1° opgericht zijn als een [10 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen]10;
2° in hun werking voldoende participatie garanderen;
3° in hun werking en structuur openstaan voor de verschillende maatschappelijke verbanden en groepen en dit zonder onderscheid van etnische, politieke, filosofische of levensbeschouwelijke aard;
4° [9 een proces opzetten dat gekenmerkt wordt door : armen blijven zoeken; armen samenbrengen in groep; armen het woord geven; werken aan de maatschappelijke emancipatie van armen; werken aan maatschappelijke structuren; vormingsactiviteiten en de maatschappelijke dialoog organiseren;]9
5° minstens één jaar werkzaam zijn inzake armoedebestrijding;
6° de activiteiten uitvoeren overeenkomstig de regels die door de Vlaamse regering worden bepaald;
7° [9 ...]9
[9 De Vlaamse Regering kan, binnen de beschikbare begrotingskredieten, verenigingen erkennen indien ze volgende opdrachten vervullen :
1° de nodige instrumenten om armen te blijven zoeken inzetten;
2° samenkomsten en ontmoetingen van armen en niet-armen organiseren;
3° de geëigende methodieken om het proces van armen het woord geven te ondersteunen hanteren;
4° informatie en vorming aanbieden;
5° thematisch werken aan maatschappelijke structuren;
6° dialoogwerkgroepen opzetten om participatie in het beleid mogelijk te maken.]9
[9 De Vlaamse Regering regelt de procedure en voorwaarden voor de erkenning en de intrekking van de erkenning.]9
[9 Indien de vereniging niet meer aan de erkenningsvoorwaarden voldoet, kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken.]9
Artikel 9
<Opgeheven bij DVR 2008-07-18/56, Art. 9, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
Artikel 10[11 De Vlaamse Regering bepaalt jaarlijks, binnen de beschikbare begrotingskredieten, de grootte van de subsidies aan de verenigingen.
Hiertoe worden de verenigingen ingedeeld in subsidiecategorieën naargelang zij de opdrachten, vermeld in artikel 8 van dit decreet, vervullen. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidiecategorieën en de voorwaarden van indeling.
Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]11
Sectie 2. Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen
Artikel 11Ter ondersteuning van het participatieproces van armen aan het [12 armoedebestrijdingsbeleid]12 sluit de Vlaamse regering een overeenkomst af met het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen.
[12 De overeenkomst bevat de omschrijving van de opdrachten van het netwerk.]12
Artikel 12[13 Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen heeft minstens de volgende opdrachten :
1° de beleidsdialoog met de overheid organiseren en voeren;
2° overleg en ervaringsuitwisseling tussen de verenigingen organiseren;
3° activiteiten ondersteunen en coördineren die inzicht bieden in de ervaringswereld van mensen in armoede;
4° gemeenschappelijke initiatieven van en voor de verenigingen bevorderen.
Het Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, vervult die opdrachten in nauwe samenwerking met andere actoren.]13
Artikel 13De wijze waarop het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen haar opdrachten zal uitvoeren, wordt beschreven in een meerjarenplan dat wordt opgemaakt voor een periode van [14 vijf]14 jaar. De Vlaamse regering bepaalt de inhoudelijke vereisten waaraan het meerjarenplan moet voldoen [14 en de wijze waarop de werking zal worden geëvalueerd]14.
Artikel 14[15 De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en procedure inzake subsidiëring van het Vlaams Netwerk.
Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]15
Artikel 15 Binnen de beschikbare begrotingskredieten kent de Vlaamse regering aan het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen jaarlijks subsidies toe op basis van het ingediende meerjarenplan.
Sectie 3. [16 Opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]16
Artikel 16In alle gemeenschaps- en gewestmateries waarmee armen geconfronteerd worden, neemt de Vlaamse regering initiatieven voor de tewerkstelling van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17.
De Vlaamse regering bepaalt de modaliteiten voor tewerkstelling van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17 in gemeenschaps- en gewestmateries van de armoedebestrijding.
Artikel 17De Vlaamse regering kan organisaties voor coördinatie en toeleiding tot de opleiding van [17 opgeleide ervaringsdeskundigen in de armoede en sociale uitsluiting]17 erkennen en subsidiëren. Zij bepaalt daartoe de nodige regels.
De coördinatie bestaat in het scheppen van de voorwaarden voor de organisatie van de opleiding, de tewerkstelling van ervaringsdeskundigen, de sensibilisering voor de opleiding en het bewaken van de kwaliteit ervan.
[18 Binnen de perken van het begrotingskrediet, wordt het subsidiebedrag geïndexeerd. De Vlaamse Regering bepaalt de manier waarop de indexering toegepast wordt.]18
Sectie 4. Projecten
Artikel 18Binnen de beschikbare begrotingskredieten en aanvullend op de reguliere subsidies, zoals bepaald in artikelen [19 10]19, 15 en 17, wendt de Vlaamse regering middelen aan om projecten met een experimenteel, aanvullend en/of vernieuwend karakter te ondersteunen.
Deze projecten kunnen worden uitgevoerd zowel door de verenigingen waar armen het woord nemen, het Vlaams netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen als door andere actoren.
De Vlaamse regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning van deze projectsubsidies.
Sectie 5. [20Subsidiëring lokale kinderarmoedebestrijding]20
Artikel 18/1 [20 De Vlaamse Regering verleent binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks subsidies aan lokale besturen voor de bestrijding van kinderarmoede.
Deze subsidies worden toegekend aan lokale besturen voor de implementatie van acties gericht op de integrale aanpak van armoede bij kinderen en hun gezin, vertrekkende vanuit de lokale sociale situatie en in samenwerking met alle relevante lokale actoren, met in het bijzonder de actoren die door dit decreet erkend en ondersteund worden. Deze subsidies zullen aangewend worden voor bijkomende modulaire acties, specifiek gericht op de strijd tegen kinderarmoede en in afstemming met het Vlaamse beleid, toe te voegen aan de reguliere werkingen in sectoren zoals onder meer op het vlak van onderwijs, kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning, algemeen welzijnswerk, vrijetijdsbesteding, gezondheidszorg en, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, huisvesting en werk.
De bepalingen van het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd, zijn van toepassing voor de subsidiëring van lokale besturen, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, voor lokale kinderarmoedebestrijding.
Om voor deze subsidies in aanmerking te komen, moeten lokale besturen, met uitzondering van de Vlaamse Gemeenschapscommissie, een kinderarmoedebestrijdingsbeleid voeren dat is opgenomen in de strategische meerjarenplanning van de lokale besturen zoals vermeld in titel 2, hoofdstuk 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juni 2010 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn.
De strategische meerjarenplanning bevat :
1° een beschrijving van de gewenste effecten en indicatoren van het kinderarmoedebestrijdingsbeleid;
2° de actieplannen die het lokaal bestuur in samenwerking met lokale actoren opzet om vorm te geven aan het kinderarmoedebestrijdingsbeleid;
3° de manier waarop het lokaal bestuur met lokale actoren de samenwerking en het overleg faciliteert.
De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en toekenning van de subsidies. Voor de beleidsperiode 2014-2019 kan de Vlaamse Regering hierbij afwijken van het derde, vierde en vijfde lid.]20
Hoofdstuk 5. Slotbepaling
Artikel 19 De Vlaamse regering stelt voor elk van de bepalingen van dit decreet de datum van inwerkingtreding vast.
(NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 01-01-2004, met uitzondering van artikel 13, dat in werking treedt op 1 november 2003, door BVR 2003-10-10/40, Art. 41)
- 1: DVR 2008-07-18/56, Art. 7, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 2: DVR 2008-07-18/56, Art. 13, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
- 3: DVR 2008-07-18/56, Art. 15, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 4: DVR 2008-07-18/56, Art. 18, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 5: DVR 2016-07-15/17, Art. 47, 005; Inwerkingtreding : 29-08-2016>
- 6: DVR 2008-07-18/56, Art. 17, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 7: DVR 2008-07-18/56, Art. 11, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
- 8: DVR 2013-12-20/08, Art. 25, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 9: DVR 2008-07-18/56, Art. 14, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
- 10: Ingevoegd bij DVR 2013-12-20/08, Art. 26, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
- 11: DVR 2008-07-18/56, Art. 16, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 12: DVR 2008-07-18/56, Art. 12, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2010>
- 13: DVR 2008-07-18/56, Art. 10, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 14: DVR 2008-07-18/56, Art. 2, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 15: DVR 2008-07-18/56, Art. 8, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 16: DVR 2015-07-03/12, Art. 6, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2016>
- 17: DVR 2008-07-18/56, Art. 3, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 18: DVR 2008-07-18/56, Art. 6, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 19: DVR 2008-07-18/56, Art. 4, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>
- 20: DVR 2008-07-18/56, Art. 5, 002; Inwerkingtreding : 16-07-2009>