Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1999.

Datum :
14-02-2003
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
13 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2003035690

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Titel 1. Verrichtingen gedaan ter uitvoering van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap

Hoofdstuk 1. Vastleggingen gedaan in uitvoering van de begroting

Sectie 1. Vaststelling van de vastleggingen

Artikel 1 De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, voor de gesplitste kredieten, overeenkomstig de bijgaande tabel A, kolom 6, de som van BEF 36 794 121 245.

Artikel 2 De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, voor de variabele kredieten, overeenkomstig de bijgaande tabel A, kolom 6, de som van BEF 3 200 442 205.

Sectie 2. Vaststelling van de vastleggingskredieten

Artikel 3 De vastleggingskredieten - gesplitste kredieten - bedragen voor het begrotingsjaar 1999 in totaal BEF 42 376 565 490 (tabel A, kolom 5).
  Dit bedrag werd omgedeeld bij de begrotingsdecreten en is als volgt samengesteld :
  a. oorspronkelijke begroting : BEF 38 496 800 000
  b. aanpassing van de begroting : BEF 448 700 000
  c. overdracht van kredieten ingevolge artikel 3, § 4 en artikel 5 van het decreet van 14 mei 1996 en van andere decreetsbepalingen : BEF 3 431 065 490
  (tabel A, kolommen 1, 2, 3 en 4).

Artikel 4 Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde vastleggingskredieten wordt als volgt verminderd :
  I. De vastleggingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van :
  - artikel 3, § 4, en artikel 5 van het decreet van 14 mei 1996 betreffende de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds,
  - van artikel 11, § 3, van het decreet van 22 december 1999 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000 :
  BEF 4 394 027 893.
  II. De beschikbaar gebleven vastleggingskredieten die worden geannuleerd bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 :
  BEF 1 188 416 352.
  (tabel A, kolommen 9 en 10).

Artikel 5 Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 3 en 4, worden de definitieve, omgedeelde vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 36 794 121 245; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel A, kolommen 6 en 11).

Artikel 6 De vastleggingskredieten - variabele kredieten - bedragen voor het begrotingsjaar 1999 in het totaal BEF 5 530 693 223 (tabel A, kolom 5).
  Dit bedrag is als volgt samengesteld :
  a. overeenkomstig de ontvangsten op de middelenbegroting : BEF 2 720 377 446
  b. de kredietoverdracht overeenkomstig artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 : BEF 2 755 099 235
  c. de kredietverhoging ten gevolge van de annulatie van vastleggingen van vorige jaren : BEF 55 216 542

Artikel 7 De in totaal voor het begrotingsjaar 1999 omgedeelde vastleggingskredieten - variabele kredieten - worden verminderd met een bedrag van BEF 2 330 251 018 dat, bij toepassing van artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, naar het volgende begrotingsjaar wordt overgedragen (tabel A, kolom 9).

Artikel 8 Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 6 en 7 worden de definitieve vastleggingskredieten - variabele kredieten - voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 3 200 442 205; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel A, kolommen 6 en 11).

Artikel 9 Wordt geregulariseerd de kredietherschikking binnen het activiteitenprogramma 62.20 - Monumenten en Landschappen - tussen de infra vermelde vastleggingskredieten-gesplitste kredieten :

  OA/PR/BA                               GVK                 GVK
                                         In meer             In min
  62 20 53.01                                                   7 700 000
  62 20 63 04                               7 700 000



Hoofdstuk 2. Ontvangsten en uitgaven gedaan in uitvoering van de begroting

Sectie 1. Vaststelling van de ontvangsten

Artikel 10 Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening " Bestuur Personeel Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit ", Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en in de beheersrekening " Afdeling Secundaire Scholen ", Administratie Secundair Onderwijs van het Departement Onderwijs worden bevestigd, bedragen de op het begrotingsjaar 1999 ten behoeve van de Vlaamse Gemeenschap vastgestelde rechten, overeenkomstig de bijgaande tabel B, kolom 3, de som van BEF 632 083 996 710.
  Deze som is als volgt samengesteld :
  - algemene ontvangsten : BEF 621 590 284 934
  - toegewezen ontvangsten : BEF 10 493 711 776
  - opbrengst van leningen : BEF 0

Artikel 11 De op hetzelfde begrotingsjaar 1999 aangerekende ontvangsten worden vastgesteld op BEF 618 260 889 047.
  Deze som is als volgt samengesteld :
  - algemene ontvangsten : BEF 615 540 511 601
  - toegewezen ontvangsten : BEF 2 720 377 446
  - opbrengst van leningen : BEF 0
  (tabel B, kolom 4).

Artikel 12 Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening " Bestuur Personeel Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit ", Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek en in de beheersrekening " Afdeling Secundaire Scholen ", Administratie Secundair Onderwijs van het Departement Onderwijs worden bevestigd, bedragen de vastgestelde rechten nog te innen bij de afsluiting van het begrotingsjaar : 1999 BEF 13 823 107 663.
  Deze som is als volgt samengesteld :
  a) geannuleerde of in onbepaald uitstel gebrachte rechten :
  - algemene ontvangsten : BEF 1 977 688 158
  - toegewezen ontvangsten : BEF 2 805 386 661
  b) naar het volgende begrotingsjaar overgedragen rechten :
  - algemene ontvangsten : BEF 4 072 085 175
  - toegewezen ontvangsten : BEF 4 967 947 669
  (tabel B, kolommen 5, 6 en 7).

Sectie 2. Vaststelling van de uitgaven

Artikel 13 De tijdens het begrotingsjaar 1999 aangerekende ordonnanceringen worden als volgt vastgesteld :
  A. algemene diensten : BEF 597 800 981 000
  1. ten laste van niet gesplitste kredieten : BEF 563 662 346 218
  2. ten laste van ordonnanceringskredieten : BEF 34 138 634 782
  B. begrotingsfondsen : BEF 3 370 298 313
  C. titel III : BEF 17 789 810 444
  (tabel C, kolom 7).

Artikel 14 De ten laste van het begrotingsjaar 1999 uitgevoerde betalingen, verantwoord of geregulariseerd, bedragen :
  A. algemene diensten : ten laste van :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 563 627 104 478
  - ordonnanceringskredieten : BEF 34 138 588 967
  B. begrotingsfondsen : BEF 3 370 298 313
  C. titel III : BEF 17 789 810 444
  (tabel C, kolommen 7-9).

Artikel 15 De ten laste van de begroting 1999 aangerekende betalingen, waarvan, bij toepassing van artikel 79 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, de verantwoording of de regularisatie naar een volgende begrotingsjaar wordt verwezen, bedragen :
  A. algemene diensten : ten laste van :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 35 241 740
  - ordonnanceringskredieten : BEF 45 815
  B. begrotingsfondsen : BEF 0
  C. titel III : BEF 0
  (tabel C, kolom 9).

Sectie 3. Vaststelling van de betalingskredieten

Artikel 16 De betalingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen voor het begrotingsjaar 1999 :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 592 876 652 142
  - ordonnanceringskredieten : BEF 41 753 882 409
  b) begrotingsfondsen : BEF 9 334 126 433
  c) titel III : BEF 76 058 837 148
  (tabel C, kolom 6).
  Die bedragen omvatten :
  I. De betalingskredieten bestemd bij de begrotingsdecreten en bij decreet, als volgt onderverdeeld :
  1. Oorspronkelijke begrotingen :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 554 685 300 000
  - ordonnanceringskredieten : BEF 40 202 400 000
  b) begrotingsfondsen : BEF 1 718 700 000
  c) titel III : BEF 39 800 000 000
  (tabel C, kolom 2).
  2. Aanpassingen van de kredieten :
  Vermeerderingen :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 11 196 300 000
  - ordonnanceringskredieten : BEF 872 600 000
  b) begrotingsfondsen : BEF 30 900 000
  c) titel III : BEF 0
  Verminderingen :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 6 123 500 000
  - ordonnanceringskredieten : BEF 223 100 000
  b) begrotingsfondsen : BEF 135 100 000
  c) titel III : BEF 0
  (tabel C, kolommen 3 en 4).
  II. De betalingskredieten voor de begrotingsfondsen overeenkomstig artikel 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, aangepast aan de op de overeenkomstige posten van de middelenbegroting aangerekende ontvangsten, bedragen voor het begrotingsjaar 1999 :
  (tabel C, kolom 2).
  BEF 2 720 377 446.
  III. De overdrachten van betalingskredieten bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 en van speciale bepalingen, als volgt samengesteld :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 33 118 552 142
  - ordonnanceringskredieten : BEF 901 982 409
  b) begrotingsfondsen : BEF 6 613 748 987
  c) titel III : BEF 36 258 837 148
  (tabel C, kolom 5).

Artikel 16BIS Het bedrag van de overgedragen niet-gesplitste kredieten van het begrotingsjaar 1998 naar het begrotingsjaar 1999 vermeld in artikel 17, I, a) en tabel C, kolom 13 van het decreet van 20 april 2001 houdende eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1998, vastgesteld op BEF 33 103 718 986, wordt verminderd tot BEF 33 018 552 142.

Artikel 17 Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde betalingskredieten wordt als volgt verminderd :
  I. De betalingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van :
  - de artikelen 34, 35 en 45, § 2, van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991,
  - artikel 10, § 1, van het decreet van 19 december 1998 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999,
  - artikel 11, §§ 1, 2 en 3 van het decreet van 22 december 1999 houdende de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 2000,
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 27 201 682 507
  - ordonnanceringskredieten : BEF 473 733 495
  b) begrotingsfondsen : BEF 5 963 828 120
  c) titel III : BEF 22 010 189 556
  II. De beschikbaar gebleven betalingskredieten die worden geannuleerd, bedragen voor :
  a) algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 3 746 234 450
  - ordonnanceringskredieten : BEF 7 141 514 132
  b) begrotingsfondsen : BEF 0
  c) titel III : BEF 36 258 837 148
  (tabel C, kolommen 12 en 13).

Artikel 18 Aanvullende kredieten worden toegekend ten bedrage van BEF 1 733 611 033 tot dekking van uitgaven gedaan buiten of boven de omgedeelde kredieten uitgetrokken voor het begrotingsjaar 1999.
  Deze kredieten zijn als volgt samengesteld :
  algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 1 733 611 033
  - ordonnanceringskredieten : BEF 0
  2. begrotingsfondsen : BEF 0
  3. titel III : BEF 0
  (tabel C, kolom 10).
  Deze bijkomende betalingskredieten worden toegewezen zoals aangeduid in tabel D.

Artikel 19 Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 17 en 18 hierboven, worden de definitieve kredieten voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld :
  1. algemene diensten :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 563 662 346 218
  - ordonnanceringskredieten : BEF 34 138 634 782
  2. begrotingsfondsen : BEF 3 370 298 313
  3. titel III : BEF 17 789 810 444
  Die sommen zijn gelijk aan de ordonnanceringen aangerekend ten laste van de begroting 1999, overeenkomstig tabel C, kolommen 7 en 14.

Hoofdstuk 3. Ontvangsten en uitgaven gedaan in uitvoering van de Diensten met Afzonderlijk Beheer

Sectie 1. Vaststelling van de ontvangsten

Artikel 20 Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening " Schadegevallen van het Vlaamse Gewest ", afdeling Boekhouding en Begroting, Departement Leefmilieu en Infrastructuur (DAB Vlaams Infrastructuurfonds) worden bevestigd, bedragen de op het begrotingsjaar 1999 door de Diensten met Afzonderlijk Beheer vastgestelde rechten, overeenkomstig de bijgaande tabel E, kolom 3, de som van BEF 68 422 003 483.

Artikel 21 De op hetzelfde begrotingsjaar 1999 aangerekende ontvangsten, worden overeenkomstig de bijgaande tabel E, kolom 4, vastgesteld op BEF 57 524 263 078.

Artikel 22 Onder voorbehoud dat de vastgestelde rechten opgenomen in de beheersrekening " Schadegevallen van het Vlaamse Gewest ", afdeling Boekhouding en Begroting, Departement Leefmilieu en Infrastructuur (DAB Vlaams Infrastructuurfonds) worden bevestigd, bedragen de vastgestelde rechten nog te innen bij afsluiting van het begrotingsjaar 1999 : BEF 10 897 740 405.
  Deze som is als volgt samengesteld :
  a) geannuleerde of in onbepaald uitstel gebrachte rechten : BEF 2 468 965 566
  b) naar het volgende begrotingsjaar overgedragen rechten : BEF 8 428 774 839
  (tabel E, kolom 5, 6 en 7).

Sectie 2. Vaststelling van de vastleggingen

Artikel 23 De vastleggingen van uitgaven ten laste van de vastleggingskredieten van het begrotingsjaar 1999 bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel F, kolom 6, de som van BEF 43 253 283 876.

Sectie 3. Vaststelling van de vastleggingskredieten

Artikel 24 De vastleggingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen, overeenkomstig de bijgaande tabel F, kolom 5, voor het begrotingsjaar 1999 BEF 44 879 283 829.
  Dit bedrag is als volgt samengesteld :
  a. oorspronkelijke begroting : BEF 44 097 200 000
  b. aanpassing van de begroting :
  - vermeerdering : BEF 359 400 000
  - vermindering : BEF 545 400 000
  c. overdracht van vastleggingskredieten overeenkomstig artikel 19 van het decreet van 7 juli 1998 houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting 1998 en artikel 116 van het decreet van 19 december 1998 houdende de algemene uitgavenbegroting 1999 : BEF 968 083 829
  (tabel F, kolommen 1 tot 4).

Artikel 25 Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde vastleggingskredieten wordt als volgt verminderd :
  I. De vastleggingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van :
  - artikel 26 van het decreet van 18 mei 1999 houdende aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 :
  BEF 940 266 954.
  II. De beschikbaar gebleven vastleggingskredieten die worden geannuleerd, bij toepassing van de artikelen 34 en 35 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991 :
  BEF 744 737 817.
  (tabel F, kolommen 9 en 10).

Artikel 26 Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 24 en 25, worden de definitieve, omgedeelde vastleggingskredieten voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op BEF 43 253 283 876; som die gelijk is aan de ten laste van het begrotingsjaar 1999 geboekte vastleggingen (tabel F, kolommen 6 en 11).

Sectie 4. Vaststelling van de uitgaven

Artikel 27 De tijdens het begrotingsjaar 1999 aangerekende ordonnanceringen worden als volgt vastgesteld :
  - ten laste van de niet-gesplitste kredieten : BEF 2 926 424 247
  - ten laste van de ordonnanceringskredieten : BEF 36 579 485 577
  (tabel G, kolom 7).

Sectie 5. Vaststelling van de betalingskredieten

Artikel 28 De betalingskredieten beschikbaar gesteld aan en omgedeeld door het Vlaams Parlement bedragen voor het begrotingsjaar 1999 :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 3 492 716 273
  - ordonnanceringskredieten : BEF 73 880 263 006
  (tabel G, kolom 6).
  Die bedragen omvatten :
  I. De betalingskredieten bestemd bij de begrotingsdecreten en bij decreet, als volgt onderverdeeld :
  1. Oorspronkelijke begrotingen :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 3 177 025 000
  - ordonnanceringskredieten : BEF 59 209 500 000
  2. Aanpassing van de kredieten :
  Vermeerderingen :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 397 555 846
  - ordonnanceringskredieten : BEF 14 792 800 000
  Verminderingen :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 119 225 867
  - ordonnanceringskredieten : BEF 122 036 994
  (tabel G, kolommen 2, 3 en 4).
  II. De overdrachten van betalingskredieten bij toepassing van speciale decreetsbepalingen, als volgt samengesteld :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 37 361 294
  - ordonnanceringskredieten : BEF 0
  (tabel G, kolom 5).

Artikel 29 Het bedrag van de voor het begrotingsjaar 1999 beschikbaar gestelde omgedeelde betalingskredieten wordt als volgt verminderd :
  I. De betalingskredieten die naar het volgende begrotingsjaar worden overgedragen bij toepassing van speciale decreetsbepalingen :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 88 618 438
  - ordonnanceringskredieten : BEF 0
  II. De beschikbaar gebleven betalingskredieten die worden geannuleerd bedragen voor de :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 477 673 588
  - ordonnanceringskredieten : BEF 37 348 473 248
  (tabel G, kolommen 11 en 12).

Artikel 30 Aanvullende kredieten worden toegekend ten bedrage van BEF 47 695 819 tot dekking van de uitgaven gedaan buiten of boven de voor de Luchthaven Oostende en de Luchthaven Antwerpen omgedeelde kredieten uitgetrokken voor het begrotingsjaar 1999.
  Deze kredieten zijn als volgt samengesteld :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 0
  - ordonnanceringskredieten : BEF 47 695 819
  (tabel G, kolom 9).

Artikel 31 Ingevolge de bepalingen vervat in de bovenstaande artikelen 28, 29 en 30, worden de definitieve kredieten voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld :
  - niet-gesplitste kredieten : BEF 2 926 424 247
  - ordonnanceringskredieten : BEF 36 579 485 577
  Die sommen zijn gelijk aan de ordonnanceringen aangerekend ten laste van de begroting 1999, overeenkomstig tabel G, kolommen 7 en 13.

Hoofdstuk 4. Vastleggingen gedaan in uitvoering van het begrotingsdecreet

Sectie 1. Vaststelling van de vastleggingsmachtigingen

Artikel 32 De in toepassing van de artikelen 20, 21, 22, 25, 26, 28, 29, 127, 131, 132 en 141 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 44 en 58 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 en van artikel 4 van het tweede aanpassingsdecreet 1999 toegewezen vastleggingsmachtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 2), de som van BEF 15 680 760 557.

Artikel 33 De in toepassing van de artikelen 17, 24, 27, 107, 109, 110, 112, 116, 126, 129, 130, 134, 136, 137, 138 en 139 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 17, 26, 28, 29, 31, 43, 46, 47, 51, 53, 54 en 55 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 toegewezen vastleggingsmachtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 2), de som van BEF 79 228 158 291.

Artikel 34 De in toepassing van de artikelen 17, 18 en 19 van het begrotingsdecreet 1999, van artikel 13 van het aanpassingsblad 1998 toegewezen machtigingen tot het aangaan van verbintenissen strekkende tot betaling van de intrest en de aflossing van leningen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 2), de som van BEF 7 907 200 000.

Sectie 2. Vaststelling van de aanwending

Artikel 35 De aanwendingen van de door de artikelen 20, 21, 22, 25, 26, 28, 29, 127, 131, 132 en 141 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 12, 13, 14, 15, 16, 18, 19, 44 en 58 van het eerste aanpassingsdecreet 1999 en van artikel 4 van het tweede aanpassingsdecreet 1999 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 3) de som van BEF 15 208 586 477.
  De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 6), de som van BEF 294 982 095.
  De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze artikelen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A1, kolom 7), de som van BEF 177 191 985.

Artikel 36 De aanwendingen van de door de artikelen 17, 24, 27, 107, 109, 110, 112, 116, 126, 129, 130, 134, 136, 137, 138 en 139 van het begrotingsdecreet 1999, van de artikelen 17, 26, 28, 29, 31, 43, 46, 47, 51, 53, 54 en 55 van het aanpassingsdecreet 1999 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 3), de som van BEF 73 477 233 022.
  De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 6), de som van BEF 4 724 256 317.
  De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze bepalingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt A2, kolom 7), de som van BEF 1 085 673 770.
  Aanvullende machtigingen ten bedrage van BEF 25 333 559 en BEF 33 671 259 worden toegewezen tot regularisatie van de aanwending gedaan boven de machtiging respectievelijk toegewezen door het artikel 109 van het begrotingsdecreet 1999 met betrekking tot de Luchthaven Antwerpen en artikel 110 van het begrotingsdecreet 1999 met betrekking tot de Luchthaven Oostende.

Artikel 37 De aanwendingen van de door de artikelen 17, 18 en 19 van het begrotingsdecreet 1999, van artikel 13 van het aanpassingsblad 1998 toegewezen machtigingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 3), de som van BEF 5 768 100 000.
  De niet-aangewende en de naar het volgende begrotingsjaar over te dragen machtigingen belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 6), de som van BEF 1 560 000 000.
  De niet-aangewende en te annuleren machtigingen toegewezen door deze bepalingen voor het begrotingsjaar 1999 belopen, overeenkomstig de bijgaande tabel H (punt B, kolom 7), de som van BEF 579 100 000.

Titel 2. Verrichtingen gedaan ter uitvoering van de begrotingen van de instellingen van openbaar nut van categorie A, opgesomd in artikel 1 van de Wet van 16 maart 1954

Hoofdstuk 1. Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaams Gewest (OVAM), ingesteld bij decreet van 2 juli 1981 (BSt. van 25 juli 1981).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 38 De eindregeling van de begroting van OVAM is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 133 082 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 897 928 000;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 235 154 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 2 575 915 000, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 2 811 069 000.

Hoofdstuk 2. Vlaams Fonds voor de Lastendelging (VFLD), ingesteld bij decreet van 21 december 1994 (BSt. van 31 december 1994).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 39 De eindregeling van de begroting van VFLD is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 996 432 620;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 707 311 582;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 289 121 038 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 385 325 295, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 674 446 333.

Hoofdstuk 3. Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA), ingesteld bij decreet van 23 februari 1994 (BSt. van 1 juni 1994).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 40 De eindregeling van de begroting van het VIPA is, voor het begrotingsjaar 1999 als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 6 965 301 191;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 5 646 249 532;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 1 319 051 659 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 583 368 552 en vermeerderd met de overdrachten van saldi van vorige boekjaren ten belope van BEF 429 504 275, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 3 331 924 486.

Hoofdstuk 4. Fonds voor de Economische Expansie en de Regionale Reconversie Middelgrote en Grote Ondernemingen (FEERMGO), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (BSt. van 29 december 1990).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 41 De eindregeling van de begroting van het FEERR - MGO is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 5 572 379 400;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 7 830 296 917;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 2 257 917 517 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 3 062 086 722, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt tot BEF 804 169 205.

Hoofdstuk 5. Fonds voor de Economische Expansie en de Regionale ReconversieKleine Ondernemingen (FEERRKO), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (BSt. van 29 december 1990).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 42 De eindregeling van de begroting van het FEERR - KO is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 3 499 233 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 3 437 002 000;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 62 231 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 522 033 519, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 1 584 264 519.

Hoofdstuk 6. Fonds voor het Industrieel Onderzoek in Vlaanderen (FIOV), ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (BSt. van 29 december 1990).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 43 De eindregeling van de begroting van het FIOV is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 151 520 195;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 694 793 739;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 456 726 456 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 263 747 159, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 720 473 615.

Hoofdstuk 7. Investeringsfonds voor gronden woonbeleid voor VlaamsBrabant (VLABINVEST), ingesteld bij decreet van 25 juni 1992 (BSt. van 11 juli 1992).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 44 De eindregeling van de begroting van VLABINVEST is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 141 496 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 145 429 000;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 3 933 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 119 214 000 en vermeerderd met de overdrachten van saldi van vorige boekjaren ten belope van BEF 410 883 000, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 brengt op BEF 526 164 000.

Hoofdstuk 8. Fonds Bijzondere Jeugdbijstand, ingesteld bij decreet van 21 december 1990 (BSt. van 29 december 1990).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 45 De eindregeling van de begroting van het Fonds Bijzondere Jeugdbijstand is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 6 531 480 023;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 6 443 790 522;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 87 689 501 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 133 682 057 en te verminderen met de niet-aanrekening van een financiële kost als uitgave ten belope van BEF 4 699 het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 221 366 859.

Hoofdstuk 9. Vlaamse Milieumaatschappij (VMM), ingesteld bij decreet van 12 december 1990 (BSt. van 21 december 1990).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 46 De eindregeling van de begroting van de VMM is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 2 825 031 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 2 830 544 000;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 5 513 000 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 321 876 000, te verminderen met de boeking van een bijkomende vordering lastens het Minafonds ten belope van BEF 4 900 000 het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt op BEF 1 311 463 000.

Hoofdstuk 10. Fonds Film in Vlaanderen (FIV), ingesteld bij decreet van 22 december 1993 (BSt. van 29 december 1993).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 47 De eindregeling van de begroting van het FIV is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 378 051 803;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 313 335 324;
  zodat er op 31 december 1999 een overschot is van BEF 64 716 479 dat, gevoegd bij het tekort op 31 december 1998 van BEF 10 177 597 en te vermeerderen met de terugbetaling van een renteloos voorschot ten belope van BEF 130 000 dat in de uitvoeringsrekening 1998 niet als budgettaire ontvangst werd beschouwd, het gecumuleerd saldo op 31 december 1999 brengt op een overschot van BEF 54 668 882.

Hoofdstuk 11. Grindfonds, ingesteld bij decreet van 14 juli 1993 (BSt. van 14 oktober 1993).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 48 De eindregeling van de begroting van het Grindfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 360 514 132;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 58 630 225;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 301 883 907 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 638 491 107, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 940 375 014.

Hoofdstuk 12. Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF), ingesteld bij decreet van 22 december 1993 (BSt. van 29 december 1993).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 49 De eindregeling van de begroting van het VLIF is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 1 575 760 121;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 987 789 355;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 587 970 766 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 185 318 593, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 773 289 359.

Hoofdstuk 13. Limburgfonds, ingesteld bij decreet van 13 juli 1994 (BSt. van 21 oktober 1994).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 50 De eindregeling van de begroting van het Limburgfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 1 650 840 154;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 1 622 666 417;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 28 173 737 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 879 990 919, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 1 908 164 656.

Hoofdstuk 14. Fonds VlaanderenAzië, ingesteld bij decreet van 20 december 1996 (BSt. van 31 december 1996).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 51 De eindregeling van de begroting van het Fonds Vlaanderen-Azië is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 23 544 099;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 34 054 269;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een tekort is van BEF 10 510 170 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 193 835 325, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 terugbrengt tot BEF 183 325 155.

Hoofdstuk 15. Financieringsinstrument voor de Vlaamse Visserijen Aquicultuursector (FIVA), ingesteld bij decreet van 13 mei 1997 (BSt. van 17 juni 1997).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 52 De eindregeling van de begroting van het Fonds voor de Vlaamse Visserij- en Aquicultuursector is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 58 140 718;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 34 382 182;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 23 758 536 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 48 926 879, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 72 685 415.

Hoofdstuk 16. Vlaams Egalisatie Rente Fonds (VERF), ingesteld bij decreet van 16 december 1997 (BSt. van 30 december 1997).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 53 De eindregeling van de begroting van het Vlaams Egalisatie Rente Fonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 386 823 232;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF16 566 497;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 370 256 735 dat, gevoegd bij het overschot op 31 december 1998 van BEF 1 984 204 473, het gecumuleerd overschot op 31 december 1999 verhoogt tot BEF 2 354 461 208.

Hoofdstuk 17. Vlaams Zorgfonds, ingesteld bij decreet van 30 maart 1999 (BSt. van 28 mei 1999).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 54 De eindregeling van de begroting van het Vlaams Zorgfonds is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 4 019 400 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 19 400 000;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 4 000 000 000.

Hoofdstuk 18. Fonds Culturele Infrastructuur, ingesteld bij decreet van 19 december 1998 (BSt. van 31 december 1998).

Sectie 1. Lopend jaar

Artikel 55 De eindregeling van de begroting van het Fonds Culturele Infrastructuur is, voor het begrotingsjaar 1999, als volgt vastgesteld :
  - de ontvangsten op een bedrag van BEF 597 600 000;
  - de uitgaven op een bedrag van BEF 241 355 856;
  zodat er voor het begrotingsjaar 1999 een overschot is van BEF 356 244 144.
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 14 februari 2003.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Innovatie, Media en Ruimtelijke Ordening,
  D. VAN MECHELEN

  BIJLAGEN.

Artikel N1 TABEL A. Rekening van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - VASTLEGGINGEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38116).

Artikel N2 TABEL B. Rekening van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - ONTVANGSTEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38117).

Artikel N3 TABEL C. Rekening van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - UITGAVEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38118).

Artikel N4 TABEL D. Rekening van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - UITGAVEN DIE DE BEGROTINGSKREDIETEN OVERSCHRIJDEN OF WAARVOOR GEEN ENKEL KREDIET WERD GOEDGEKEURD.

  1. Overschrijdingen op het niveau van het wettelijk
      krediet (aanvullende kredieten).
  1.1. Niet-gesplitste kredieten
  1.1.1. Van het vorig jaar overgedragen kredieten
  Prog. 33.20 Universitair onderwijs                      BEF    98 651 821
  Prog. 99.10 Interdepartementale bestaansmiddelen        BEF 1 634 959 212
  Totaal                                                  BEF 1 733 611 033
  2. Overschrijdingen op het niveau van de basisallocatie
      (ter informatie).
  2.1. Niet-gesplitste kredieten
  2.1.2. Kredieten van het lopend jaar
  Prog. 02.20 Algemene werkingskosten kabinet Vlaams
   Minister van Brusselse aangelegenheden en gelijke
   kansenbeleid
  BA 11.02 Jaarsalarissen en vergoedingen van het
   personeel van het kabinet                              BEF       148 657
  Prog. 12.10 Algemene Externe Betrekkingen
  BA 30.03 Subsidies in het kader van multilaterale
   samenwerking aan personen, verenigingen en
   instellingen in binnen- en buitenland (eventueel
   in samenwerking met andere administraties)             BEF       106 654
  Prog. 45.30 Beeldende kunst en musea
  BA 33.64 Subsidies voor een Vlaamse Centrum
   voor Architectuur en Vormgeving                        BEF       200 000
  Totaal                                                  BEF       455 311



Artikel N5 TABEL E. Rekening van de begroting van de Diensten met Afzonderlijk Beheer van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - ONTVANGSTEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38120-38121).

Artikel N6 TABEL F. Rekening van de begroting van de Diensten met Afzonderlijk Beheer van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - VASTLEGGINGEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38122).

Artikel N7 TABEL G. Rekening van de begroting van de Diensten met Afzonderlijk Beheer van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 1999. - UITGAVEN.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38123-38124).

Artikel N8 TABEL H. Rekening van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap over het begrotingsjaar 1999. - MACHTIGINGEN VERLEEND BIJ BEGROTINGSDECREET.
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 16-07-2003, p. 38125-38128).