Decreet houdende de oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaamse Regulator voor de Media en houdende wijziging van sommige bepalingen van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005.

Datum :
16-12-2005
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
8 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2005036611

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1 Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Hoofdstuk 2. Wijzigingen in de decreten betreffende de radioomroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005

Sectie 1. Aanpassingen ten gevolge van de oprichting van de Vlaamse Regulator voor de Media

Artikel 2 In de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, wordt titel X, bestaande uit artikelen 167 tot 176, vervangen door wat volgt :
  " TITEL X. - De Vlaamse Regulator voor de Media.
  HOOFDSTUK I. - Oprichting en samenstelling.
  Art. 167. § 1. De Vlaamse Regulator voor de Media is een publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid als bedoeld in artikel 13 van het kaderdecreet.
  De Vlaamse Regering bepaalt tot welk homogeen beleidsdomein de Vlaamse Regulator voor de Media behoort.
  De zetel van de Vlaamse Regulator voor de Media is gevestigd in Brussel.
  De bepalingen van het kaderdecreet zijn van toepassing op het agentschap, met uitzondering van de artikelen 17, 18, § 2 en § 3, 20 en 22, § 2, van het kaderdecreet.
  § 2. Binnen de Vlaamse Regulator voor de Media bestaan twee kamers :
  1° een algemene kamer;
  2° een kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen.
  Art. 168. § 1. De algemene kamer is samengesteld uit vijf leden, twee magistraten, waaronder de voorzitter, en drie mediadeskundigen.
  Om tot lid van de algemene kamer te worden benoemd, moet men :
  1° wat de magistraten betreft : ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de rechtbanken en hoven of in de Raad van State hebben bekleed;
  2° wat de mediadeskundigen betreft : ten minste vijf jaar een wetenschappelijk ambt of onderwijsambt aan een Vlaamse universiteit of aan een Vlaamse instelling voor hoger onderwijs van het lange type hebben bekleed, of ten minste vijf jaar beroepservaring in media hebben.
  Om als voorzitter van de algemene kamer te worden benoemd, moet men ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de hoven en rechtbanken of in de Raad van State hebben bekleed.
  Onverminderd de onverenigbaarheden, genoemd in artikel 21, § 1, van het kaderdecreet die van toepassing zijn op alle leden van de Vlaamse Regulator voor de Media, mag een lid van de algemene kamer geen binding hebben met een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling, of met een verdeler van omroepsignalen.
  § 2. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen is samengesteld uit negen leden, waaronder de voorzitter, waarvan vier leden beroepsjournalist zijn.
  Om tot lid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen te worden benoemd, moet men aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° ten minste vijf jaar het ambt van magistraat in de rechtbanken en hoven of in de Raad van State hebben bekleed;
  2° ten minste vijf jaar een wetenschappelijk ambt of onderwijsambt aan een Vlaamse universiteit of aan een Vlaamse instelling voor het hoger onder- wijs van het lange type hebben bekleed;
  3° ten minste vijf jaar ervaring hebben als beroepsjournalist.
  § 3. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen wordt voor de behandeling van klachten met betrekking tot de toepassing van artikel 96, § 1, uitgebreid met de volgende leden :
  1° twee deskundigen met minstens vijf jaar beroepservaring in de domeinen kinderpsychologie, kinderpsychiatrie of pedagogie;
  2° twee deskundigen vanuit hun betrokkenheid bij de belangen van gezinnen en kinderen.
  Onverminderd de onverenigbaarheden, genoemd in artikel 21, § 1, van het kaderdecreet die van toepassing zijn op alle leden van de Vlaamse Regulator voor de Media, mag een lid van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, met uitzondering van de beroepsjournalisten, geen binding hebben met een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling. De beroepsjournalisten die lid zijn van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen mogen geen functie of bestuursmandaat uitoefenen in een omroep, of een bestuursmandaat uitoefenen in een media-, advertentie- of reclamebedrijf of -instelling.
  § 4. De leden van de kamers van de Vlaamse Regulator voor de Media worden aangesteld bij besluit van de Vlaamse Regering voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.
  De voorzitter en de ondervoorzitter van de beide kamers worden benoemd bij besluit van de Vlaamse Regering.
  De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de vergoedingen dat aan de leden van de kamers van de Vlaamse Regulator voor de Media moet worden toegekend. Ze bepaalt hun vergoedingen voor reis- en verblijfskosten.
  HOOFDSTUK II. - Missie, taken en bevoegdheden.
  Art. 169. § 1. De Vlaamse Regulator voor de Media heeft als missie de handhaving van de mediaregelgeving binnen de Vlaamse Gemeenschap, het beslechten van geschillen in verband met de mediaregelgeving en het uitreiken van de media-erkenningen en -vergunningen, overeenkomstig de regelgeving.
  § 2. De algemene kamer heeft de volgende taken :
  1° met behoud van de toepassing van § 3 van dit artikel, en van artikelen 12 en 25, het toezicht op de naleving van en de beteugeling van de inbreuken op de bepalingen van deze gecoördineerde decreten met inbegrip van het toezicht op de naleving door de openbare omroep en de beteugeling van de inbreuken door de openbare omroep;
  2° het verlenen, het schorsen en het intrekken van de omroeperkenningen, met uitzondering van de erkenningen van de landelijke, regionale en lokale radio-omroepen, die verleend worden door de Vlaamse Regering op advies van de algemene kamer met betrekking tot de conformiteit;
  3° het verlenen van adviezen met betrekking tot de conformiteit met de Vlaamse Regering voor de erkenningen van de landelijke, regionale en lokale radio-omroepen;
  4° het uitreiken, wijzigen, schorsen en intrekken van zend- en transportvergunningen aan de erkende omroepen en de radio- en televisieomroepnetwerken;
  5° het geven en intrekken van de toestemming aan aanbieders van een kabelnetwerk, radio-omroepnetwerk en televisieomroepnetwerk om omroepprogramma's door te geven;
  6° het ontvangen van kennisgevingen van aanbieders van kabelnetwerken, zoals bedoeld in artikel 126, § 1, van deze decreten, van radiodiensten zoals bedoeld in artikel 54, § 2, en van televisiediensten zoals bedoeld in artikel 90, § 2;
  7° het bepalen van de relevante markten en de geografische omvang ervan voor producten en diensten in de sector van de elektronische communicatienetwerken, en het analyseren van deze markten om te bepalen of ze daadwerkelijk concurrerend zijn;
  8° het identificeren van ondernemingen met aanmerkelijke marktmacht op de krachtens punt 7° geanalyseerde markten, en het opleggen, indien nodig van een of meer van de verplichtingen, genoemd in artikel 125;
  9° het in kaart brengen van concentraties in de Vlaamse mediasector;
  10° het toezicht op de naleving door de openbare omroep van de beheersovereenkomst met de Vlaamse Gemeenschap, en het jaarlijks rapporteren hierover aan de Vlaamse Regering;
  11° het uitvoeren van bijzondere opdrachten die de Vlaamse Regering indien nodig kan toevertrouwen aan de algemene kamer, voorzover deze betrekking hebben op de taken bedoeld in punt 1° tot en met 9°. De algemene kamer handelt volledig autonoom in de uitoefening van haar bevoegdheden, bedoeld in § 2. In geval van betwistingen wordt de algemene kamer in rechte vertegenwoordigd door haar voorzitter.
  § 3. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet uitspraak over geschillen die gerezen zijn naar aanleiding van de toepassing van artikel 96, § 1 en § 2, en van artikel 111bis.
  De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet hierbij volledig autonoom uitspraak. In geval van betwistingen wordt de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen in rechte vertegenwoordigd door haar voorzitter.
  § 4. Een afschrift van elke beslissing van de Vlaamse Regulator voor de Media wordt aan de minister bezorgd.
  § 5. De Vlaamse Regulator voor de Media stelt met toepassing van artikel 15, § 1, 5°, a), van het kaderdecreet jaarlijks voor de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement een activiteitenverslag op dat, voor 31 maart van het daaropvolgende kalenderjaar, wordt voorgelegd.
  Art. 170. § 1. Klachten en aanvragen voor een erkenning of zendvergunning worden bij de Vlaamse Regulator voor de Media ingediend bij aangetekend schrijven dan wel via elektronische post of enig ander telecommunicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde, en waarop een elektronische handtekening is aangebracht die voldoet aan de vereisten van artikel 1322 van het Burgerlijk Wetboek. Bij klachten en aanvragen die worden ingediend via elektronische post of via enig ander communicatiemiddel zendt de Vlaamse Regulator voor de Media de aanvrager onmiddellijk een ontvangstbevestiging.
  § 2. De algemene kamer doet uitspraak, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de Vlaamse Regering, hetzij naar aanleiding van een schriftelijke, met redenen omklede en ondertekende klacht die haar kan worden voorgelegd door elke belanghebbende en, in geval van een klacht met betrekking tot de bepalingen over reclame, telewinkelen, sponsoring en boodschappen van algemeen nut, door elke natuurlijke persoon of rechtspersoon. Om ontvankelijk te zijn moet de klacht ingediend zijn uiterlijk de vijftiende dag na de gebeurtenis, die aanleiding heeft gegeven tot de klacht.
  § 3. De kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen doet uitspraak, hetzij op verzoek van de Vlaamse Regering, hetzij naar aanleiding van een klacht die op straffe van onontvankelijkheid ingediend is uiterlijk de vijftiende dag na de datum van de uitzending van het programma door eenieder die blijk geeft van een benadeling of een belang.
  § 4. In geval van betwisting over welke kamer bevoegd is om kennis te nemen van een klacht, wijst het college van voorzitters van de Vlaamse Regulator voor de Media de kamer aan die bevoegd is om kennis te nemen van de klacht. Het college van voorzitters bestaat uit de voorzitters van de algemene kamer en van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen. Indien de voorzitter van de algemene kamer of de voorzitter van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen verhinderd is, wordt deze in het college van voorzitters vervangen door de ondervoorzitter van de respectieve kamer.
  § 5. De Vlaamse Regering bepaalt de procedures en de termijnen voor het indienen, onderzoeken en afhandelen van de aanvragen en klachten en voor het nemen van sancties. Hierbij moeten het recht om gehoord te worden op tegenspraak, de plicht tot motivering en de beginselen van openbaarheid van bestuur gegarandeerd worden.
  HOOFDSTUK III. - Bestuur en werking.
  Art. 171. De organen van de Vlaamse Regulator voor de Media zijn :
  1° de raad van bestuur;
  2° de gedelegeerd bestuurder.
  Art. 172. De raad van bestuur bestaat, naast de gedelegeerd bestuurder die wordt aangesteld door de Vlaamse Regering, uit de voorzitter en de leden van de algemene kamer.
  De voorzitter van de raad van bestuur wordt aangesteld door de Vlaamse Regering.
  Art. 173. Met behoud van de toepassing van artikel 22, § 2, van het kaderdecreet is de raad van bestuur bevoegd om alle handelingen te verrichten die nodig of dienstig zijn voor de verwezenlijking van het doel van het agentschap. De raad van bestuur heeft evenwel geen enkele bevoegdheid met betrekking tot de beslissingen, die genomen worden ter uitvoering van artikel 169, § 2 en § 3.
  De raad van bestuur heeft inzonderheid de volgende opdrachten en bevoegdheden :
  1° de beheersovereenkomst met de minister sluiten;
  2° de rapportering over de uitvoering van de beheersovereenkomst goedkeuren;
  3° de begroting opmaken;
  4° de begrotingskredieten herverdelen;
  5° de algemene rekening opmaken;
  6° over de uitvoering van de begroting rapporteren;
  7° het jaarlijkse activiteitenverslag opmaken in de zin van artikel 15, § 1, 5°, a), van het kaderdecreet.
  Art. 174. De gedelegeerd bestuurder is belast met het dagelijks bestuur en vertegenwoordigt de Vlaamse Regulator voor de Media in rechte, wat de bevoegdheden van de raad van bestuur betreft.
  Art. 175. De Vlaamse Regulator voor de Media en elke kamer stellen hun reglement van orde op. Het reglement legt de interne werking van de Vlaamse Regulator voor de Media en van de beide kamers vast.
  HOOFDSTUK IV. - Sancties.
  Art. 176. § 1. Als de algemene kamer, binnen de grenzen van haar bevoegdheden opgesomd in artikel 169, § 2, van deze decreten een overtreding op de bepalingen van deze decreten vaststelt, dan kan zij aan de betrokken omroep, het betrokken kabelnetwerk of het betrokken televisie- of radio-omroepnetwerk de volgende sancties opleggen :
  1° de waarschuwing met het bevel de overtreding stop te zetten;
  2° het bevel de uitspraak uit te zenden op het tijdstip en op de wijze zoals bevolen door de algemene kamer, op kosten van de overtreder. Als de uitspraak niet wordt uitgezonden op het tijdstip en de wijze zoals bevolen, kan een administratieve geldboete als bedoeld in 4° worden opgelegd;
  3° de verplichte publicatie van de beslissing in dag- en/of weekbladen, op kosten van de overtreder. Als de uitspraak niet wordt gepubliceerd op de wijze zoals bevolen, kan een administratieve geldboete als bedoeld in 4° worden opgelegd;
  4° een administratieve geldboete tot en met 125.000 euro opleggen;
  5° de zendvergunning schorsen of intrekken;
  6° de erkenning van de omroep schorsen of intrekken.
  § 2. In geval van het ongebruikt laten van de toegewezen zendmogelijkheden of het verkeerd gebruiken ervan, kan de algemene kamer de erkenning van een particuliere omroep schorsen of intrekken.
  Art. 176bis. § 1. In geval van gegrondheid van de klacht kan de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen aan een omroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap :
  1° een waarschuwing geven met eventueel het bevel om de overtreding stop te zetten;
  2° het bevel geven de uitspraak uit te zenden op het tijdstip en de wijze die door haar bepaald zijn. In het geval van een inbreuk op artikel 96, § 1, kan een administratieve geldboete als bedoeld in 4° worden opgelegd als de uitspraak niet wordt uitgezonden op het tijdstip en de wijze zoals bevolen;
  3° in het geval van een inbreuk op artikel 96, § 1, de verplichte publicatie van de uitspraak in dag- en/of weekbladen opleggen op kosten van de overtreder. Als de uitspraak niet wordt gepubliceerd op de wijze zoals bevolen, kan een administratieve geldboete als bedoeld in 4° worden opgelegd;
  4° in het geval van een inbreuk op artikel 96, § 1, een administratieve geldboete tot en met 12.500 euro opleggen.
  § 2. Als de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vaststelt op de bepalingen van artikel 96, § 1 of § 2, kan de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen ten aanzien van alle omroepen aan de Vlaamse Regering de schorsing voorstellen van het doorgeven van een programma overeenkomstig de bepalingen van artikel 96, § 3.
  Art. 176ter. Als de administratieve geldboete niet wordt betaald, vaardigt de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de invordering op verzoek van de algemene kamer of van de kamer voor onpartijdigheid en bescherming van minderjarigen, een dwangbevel uit. Het dwangbevel wordt betekend met een gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling.
  Binnen een termijn van 30 dagen na de betekening van het dwangbevel kan de betrokkene een met redenen omkleed verzet indienen, bij gerechtsdeurwaardersexploot betekend aan de entiteit die door de Vlaamse Regering belast is met de invordering. Dit verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
  De tenuitvoerlegging van het dwangbevel gebeurt met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek inzake bewarend beslag en middelen tot tenuitvoerlegging.
  HOOFDSTUK V. - Beheersovereenkomst.
  Art. 176quater. § 1. Tussen de Vlaamse Regering en de Vlaamse Regulator voor de Media wordt een beheersovereenkomst gesloten, volgens de bepalingen van de artikelen 14, 15 en 16 van het kaderdecreet.
  § 2. De beheersovereenkomst regelt de wijze van samenwerking met andere entiteiten binnen de Vlaamse administratie en andere overheden.
  HOOFDSTUK VI. - Financiële bepalingen en personeel.
  Afdeling I. - Financiële bepalingen.
  Art. 176quinquies. § 1. De Vlaamse Regulator voor de Media kan beschikken over de volgende ontvangsten :
  1° dotaties;
  2° de inschrijvingsgelden van kandidaten voor een erkenning en de vergoedingen voor het behoud van de erkenning, bedoeld in artikel 39;
  3° de administratieve geldboeten, bedoeld in artikelen 176 en 176bis;
  4° fiscale heffingen voorzover die bij decreet aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn toegewezen;
  5° retributies voorzover die bij decreet aan de Vlaamse Regulator voor de Media zijn toegewezen.
  § 2. Tenzij het decretaal anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten, die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven.
  Afdeling II. - Personeel
  Artikel 176sexies. De gedelegeerd bestuurder heeft de leiding over het personeel.
  HOOFDSTUK VII. - Informatie en medewerking
  Artikel 176septies. De leden van de Vlaamse Regulator voor de Media en de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen personeelsleden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zijn bevoegd inlichtingen en documenten te vragen van omroepen van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap, van radio- en televisiediensten, van aanbieders van kabelnetwerken en van aanbieders van radio- en televisieomroepnetwerken, voorzover dat voor de invulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.
  Iedere omroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap, iedere radio- en televisiedienst, en iedere aanbieder van kabelnetwerken en van radio- en televisieomroepnetwerken is verplicht om medewerking te verlenen aan de Vlaamse Regulator voor de Media en de door de Vlaamse Regering aangewezen personeelsleden van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap bij de uitoefening van hun bevoegdheden.
  Iedere omroep van of erkend door de Vlaamse Gemeenschap en iedere radio- en televisiedienst is verplicht om een kopie van al zijn programma's, zoals ze werden uitgezonden, te bewaren gedurende twee maanden te beginnen vanaf de datum van uitzending, en die op de eerste vraag ter beschikking te stellen van de Vlaamse Regulator voor de Media.
  Artikel 176octies. § 1. De leden van de Vlaamse Regulator voor de Media mogen geen vertrouwelijke informatie waarvan ze kennis hebben in het kader van de uitvoering van hun functie, meedelen aan derden, behalve in de wettelijk vastgelegde uitzonderingen.
  § 2. De verplichting van § 1 blijft van toepassing na het verstrijken van het mandaat van elk lid van de Vlaamse Regulator voor de Media.
  § 3. De Vlaamse Regulator voor de Media draagt zorg voor het bewaren van de vertrouwelijkheid van de gegevens die door bedrijven worden verstrekt en die door het bedrijf als vertrouwelijke ondernemings- en fabricagegegevens worden beschouwd.
  § 4. De leden van het personeel van de Vlaamse Regulator voor de Media mogen geen vertrouwelijke informatie aan derden meedelen waarvan ze kennis kregen in het kader van de uitvoering van hun functie, behalve in de wettelijk vastgelegde uitzonderingen.
  De verplichting waarvan sprake in het eerste lid blijft van toepassing na het beëindigen van de statutaire of contractuele tewerkstelling van de leden van het personeel van de Vlaamse Regulator voor de Media. ".

Sectie 2. Overige aanpassingen

Artikel 3 Aan artikel 2 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, worden een punt 42° en 43° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 42° het kaderdecreet : het kaderdecreet Bestuurlijk Beleid van 18 juli 2003;
  43° het Comptabiliteitsdecreet : het decreet houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de controle inzake subsidies en de controle van het Rekenhof van 7 mei 2004. "

Artikel 4 In artikel 23 van dezelfde decreten wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De programma's van de nieuwsdienst moeten beantwoorden aan de normen inzake journalistieke deontologie, zoals vastgelegd in een deontologische code, en waarborgen de gangbare redactionele onafhankelijkheid, zoals vastgelegd in een redactiestatuut.
  De deontologische code en het redactiestatuut worden vastgesteld door de gedelegeerd bestuurder in overleg met de representatieve vakverenigingen. "

Artikel 5 In artikel 34 van dezelfde decreten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2 wordt de laatste zin geschrapt;
  2° in § 3 wordt het eerste lid opgeheven.

Artikel 6 Artikel 36 van dezelfde decreten wordt vervangen door wat volgt :
  " Artikel 36. Voor de journaals is een eindredacteur verantwoordelijk. De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. "

Artikel 7 Artikel 64 van dezelfde decreten wordt opgeheven.

Artikel 8 In artikel 70 van dezelfde decreten wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De journaals en duidingprogramma's moeten worden verzorgd door een eigen redactie. De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. ".

Artikel 9 In artikel 73 van dezelfde decreten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 9° wordt vervangen door wat volgt :
  " 9° voor de journaals is een eindredacteur verantwoordelijk. De redactionele onafhankelijkheid wordt gewaarborgd en in een redactiestatuut vastgelegd. Voor zijn nieuwsvoorziening kan de regionale omroep een beroep doen op samenwerkingsverbanden. De voorwaarden hiervoor worden door de Vlaamse Regering bepaald. ";
  2° punt 13° wordt opgeheven.

Artikel 10 Aan het opschrift van titel IV, hoofdstuk II, afdeling I, van dezelfde decreten worden de volgende woorden toegevoegd : " betreffende reclame, telewinkelen, sponsoring en boodschappen van algemeen nut op radio en televisie ".

Artikel 11 In titel IV, hoofdstuk II, van dezelfde decreten wordt een afdeling VI, bestaande uit artikel 111bis, toegevoegd, die luidt als volgt :
  " Afdeling VI. - Non-discriminatie van de programmatie en onpartijdigheid
  Art. 111bis. § 1. In de programma's wordt elke vorm van discriminatie geweerd. De programmaopbouw verloopt zo dat hij geen aanleiding geeft tot discriminatie tussen de verschillende ideologische of filosofische strekkingen.
  § 2. De informatieprogramma's, de mededelingen en de programma's met een algemeen informatieve inslag, en alle informatieve programmaonderdelen, moeten in een geest van politieke en ideologische onpartijdigheid worden verzorgd. "

Artikel 12 In artikel 118 van dezelfde decreten wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Met behoud van de toepassing van de bepalingen in § 5 mag de Vlaamse Regulator voor de Media uitsluitend een zendvergunning en/of transportvergunning toekennen aan de erkende particuliere omroepen, aan de radio- en televisieomroepnetwerken en aan de rechtmatig aangemelde televisiediensten. De Vlaamse Regulator voor de Media kan tevens naar aanleiding van evenementen en voor experimenten in het teken van het uittesten van nieuwe technologieën een tijdelijke vergunning uitreiken voor de duur van het evenement. "

Artikel 13 Artikel 201 van dezelfde decreten wordt opgeheven.

Hoofdstuk 3. Wijzigingsbepalingen

Artikel 14 In de artikelen 31, 32, 33, 37, 38, 49, 54, 56, 59, 60, 66, 67, 68, 71, 72, 73, 74, 75, 78, 79, 82, 83, 84, 86, 87, 88, 89, 90, 91, 93, 94, 95, 101, 112, 117, 118, 122, 123, § 1, 124, tweede lid, 125, 126, 128, 129, 130, 132, 133, 134, 135, 137, 138, 139, 140, 142, 143 en 144, van dezelfde decreten worden de woorden " het Vlaams Commissariaat voor de Media " telkens vervangen door " de Vlaamse Regulator voor de Media ".

Artikel 15 In de artikelen 123, § 2 en § 3, 124, derde lid, en 125, van dezelfde decreten worden de woorden " het Commissariaat " telkens vervangen door " de Vlaamse Regulator voor de Media ".

Artikel 16 In artikel 96, § 3, van dezelfde decreten wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  " De Vlaamse Regering kan het doorgeven van een programma schorsen op voorstel van de Vlaamse Regulator voor de Media wanneer dit een duidelijke, belangrijke en ernstige inbreuk vormt op § 1, eerste of tweede lid, of op § 2, en wanneer de betrokken omroep in de voorgaande 12 maanden al ten minste tweemaal een inbreuk gepleegd heeft op dezelfde bepalingen. ".

Hoofdstuk 4. Overgangsen slotbepalingen

Artikel 17 De Vlaamse Regulator voor de Media neemt alle rechten en plichten van het Vlaams Commissariaat voor de Media, de Vlaamse Geschillenraad voor Radio en Televisie en de Vlaamse Kijk- en Luisterraad voor Radio en Televisie over.

Artikel 18 De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit decreet, met dien verstande dat de bepalingen van artikel 169, § 2, 7° en 8°, slechts in werking kunnen treden nadat hierover een samenwerkingsakkoord met de federale overheid in werking is getreden. "
  (NOTA : Inwerkingtreding vastgesteld op 10-02-2006 door BVR 2006-02-10/45, Art. 1, met uitzondering van de bepalingen van artikel 169, § 2, 7° en 8°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005, zoals gewijzigd bij het decreet van 16 december 2005, die in werking treden op de datum te bepalen door de Vlaamse Regering, nadat hierover een samenwerkingsakkoord met de federale overheid in werking is getreden)
  Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Brussel, 16 december 2005.
  De minister-president van de Vlaamse Regering,
  Y. LETERME
  De Vlaamse minister van Bestuurszaken, Buitenlands Beleid, Media en Toerisme,
  G. BOURGEOIS.