Decreet tot vaststelling van het statuut van de commissarissen bij de hogescholen . -
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1997029178
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Omschrijvingen
De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit dient men te verstaan onder :
1. De Regering : de Regering van de Franse Gemeenschap;
2. De commissaris : een van de commissarissen bij de Hogescholen van confessionele aard of een van de commissarissen (...), bedoeld in artikel 36 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen. <DVR 2003-07-17/36, Art. 9, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2 Het ambt van commissaris is een hoofdambt met volledige prestaties, met inachtneming van het koninklijk besluit d.d. 15 april 1958 houdende het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs.
Artikel 3 Bij zijn indiensttreding legt de commissaris de eed af, indien hij zulks niet vroeger deed bij de uitoefening van een ander ambt, volgens de door de Regering vastgelegde regels, ter uitvoering van artikel 28, 5°, van de wet d.d. 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
Artikel 4 De vervoerkosten die voortvloeien uit door de commissaris verrichte verplaatsingen bij de uitoefening van zijn ambt worden gedekt in de vorm en onder de voorwaarden die door het koninklijk besluit d.d. 18 maart 1965 houdende de algemene regeling inzake de vervoerkosten werden vastgelegd.
De verblijfkosten van de commissaris bij de uitoefening van zijn ambt worden gedekt in de vorm en onder de voorwaarden die door het koninklijk besluit d.d. 29 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen voor verblijfkosten van de personeelsleden van de ministeries werden vastgelegd.
Artikel 5 De Regering kent de commissaris een anciënniteitstoelage toe die overeenstemt met het aantal jaren van zijn beroepservaring door rekening te houden met de toelaatbare diensten zoals bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit d.d. 15 april 1958 houdende het gedeeltelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en hiermee gelijkgesteld personeel van het ministerie van openbaar Onderwijs. Deze ervaring moet worden bewezen. Indien deze toelage een keer wordt toegekend, wordt deze definitief verworven voor de commissaris en maakt ze deel uit van de jaarlijkse wedde waarop hij recht heeft volgens zijn verworven geldelijke anciënniteit.
Hoofdstuk IIBIS. De uitoefening van het ambt per aanwijzing voor een periode van vijf jaar <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 10; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 5BIS <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 10; En vigueur : 15-09-2003> Het ambt van commissaris wordt uitgeoefend per aanwijzing voor een periode van vijf jaar.
De aanwijzingen van het geheel van de commissarissen nemen hun aanvang en hun eind noodzakelijkerwijze op dezelfde datum.
Hoofdstuk 3. Plichten en onverenigbaarheden
Artikel 6 De commissaris heeft in alle omstandigheden de bestendige bekommernis de belangen van de Franse Gemeenschap van België te behartigen.
Artikel 7 Bij de uitoefening van zijn ambt vervult hij persoonlijk en zorgvuldig de verplichtingen die hem door de wetten, decreten, besluiten en reglementen worden opgelegd.
Artikel 8 Hij wordt ertoe gehouden streng correct te zijn in zijn dienstverhoudingen zowel met de personeelsleden van de Hogescholen als met elke persoon buiten de dienst. Hij vermijdt alles wat de eer of de waardigheid van zijn ambt in het gedrang kan brengen.
Artikel 9 Hij presteert alles wat nodig is voor het tot een goed einde brengen van de hem door de Regering toevertrouwde opdrachten.
Artikel 10 Hij mag de feiten waarvan hij op grond van zijn opdracht kennis heeft gekregen niet onthullen die een geheim karakter hebben.
Artikel 11 Rechtstreeks of onrechtstreeks of door toedoen van iemand, zelfs buiten zijn ambt maar op grond hiervan mag hij geen gift, cadeau, gratificatie of voordeel vragen, eisen of ontvangen.
Artikel 12 Hij mag geen andere bezigheid hebben die in strijd is met de grondwet of de wetten van het Belgisch volk, of die de vernietiging van 's lands onafhankelijkheid nastreeft of die 's lands verdediging of de uitvoering van de verbintenissen van België met het oog op zijn veiligheid in het gedrang brengt. Hij mag niet toetreden tot of zijn medewerking verlenen aan een beweging, groepering of vereniging die gelijkaardige activiteiten heeft.
Artikel 13 (Bij vaststelling van een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 37 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen of van een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 34 ter van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), verwittigt de Regering de commissaris per aangetekende brief binnen een termijn van drie dagen.) <DFG 2006-06-02/67, Art. 57, 003; En vigueur : 15-09-2006>
De Regering stelt dan een topambtenaar aan die de commissaris verhoort.
Het in vorig lid vermelde verhoor heeft plaats ten vroegste binnen drie dagen en ten laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum waarop de onverenigbaarheid werd vastgesteld.
Tijdens het verhoor mag de commissaris zich doen bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of door een verdediger gekozen onder de personeelsleden van het onderwijs in dienst of op pensioen, of ook door een afgevaardigde van een representatieve vakbond in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
De Regering beslist na kennis te hebben genomen van het verslag dat de topambtenaar haar uitbrengt binnen drie dagen die op het verhoor van de commissaris volgen.
Hoofdstuk 4. Tuchtregeling
Artikel 14 De tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd door de Regering ten opzichte van de Commissaris die zijn plichten niet nakomt, zijn :
1° de terechtwijzing;
2° de berisping;
3° de afhouding op de wedde;
4° het ontslag van ambtswege;
5° de afzetting.
Artikel 15 De afhouding op de wedde wordt tijdens ten minste een maand en ten hoogste drie maanden toegepast. Ze mag geen vijfde van de brutowedde overschrijden.
Artikel 16 Geen sanctie mag uitgesproken worden zonder dat de commissaris vooraf werd verhoord of hem opheldering werd gevraagd door een door de regering aangestelde ambtenaar die de rang van topambtenaar heeft.
Voor het uitspreken van de in lid 1 bedoelde sanctie moet de door de Regering aangestelde topambtenaar haar verslag uitbrengen.
Tijdens het verhoor mag de commissaris zich doen bijstaan of vertegenwoordigen door een advokaat of door een onder de personeelsleden van het onderwijs gekozen verdediger, in actieve dienst of op rust gesteld, of door een afgevaardigde van een representatieve vakbond, in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 19 september 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Artikel 17 Geen tuchtstraf mag uitwerking hebben voor de periode die aan de uitspraak voorafgaat.
Artikel 18 De strafvordering betreffende de feiten die het voorwerp zijn van een tuchtvordering heeft tot gevolg een schorsing van bedoelde vordering en van de tuchtuitspraak, behalve in het geval dat het personeelslid op heterdaad betrapt is ofwel indien de vastgestelde feiten, verbonden aan de beroepsbezigheid, erkend worden door de commissaris.
Ongeacht de uitslag van de strafvordering oordeelt de Regering alleen over de toe te passen tuchtstraf.
De Regering is in deze beoordeling gebonden door het materieel karakter van de definitief door de strafrechtelijke beslissing vastgestelde feiten.
Artikel 19 De tuchtstraf wordt van ambtswege uit het dossier geschrapt na afloop van een termijn van :
1° een jaar voor de terechtwijzing;
2° drie jaar voor de afhouding op de wedde.
De in lid 1 bedoelde termijn begint op de dag waarop de tuchtstraf wordt uitgesproken.
Hoofdstuk 5. Preventieve schorsing
Artikel 20 § 1. De commissaris mag door de Regering preventief geschorst worden in het belang van de dienst :
1° indien hij het voorwerp is van strafrechtelijke vervolgingen;
2° indien een tuchtvordering tegen hem wordt ingesteld door de Regering;
3° voor het eventueel uitoefenen van tuchtvervolging.
§ 2. De preventieve schorsing die door dit hoofdstuk wordt ingericht is een louter administratieve maatregel die geen karakter van tuchtstraf heeft.
Ze wordt met redenen omkleed.
Zolang de commissaris preventief geschorst wordt, blijft hij in de administratieve stand van de dienstactiviteit.
§ 3. Wanneer de Regering een maatregel tot voorlopige schorsing in overweging neemt ten opzichte van een commissaris, deelt ze hem dit voornemen mee en vermeldt ze de redenen ervan per aangetekende brief van de post en bewijs van ontvangst. Deze brief bevat een uitnodiging voor de betrokkene om voor een of meer regeringsafgevaardigden te verschijnen. Deze verschijning heeft plaats ten vroegste binnen drie dagen en ten laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum waarop de aangetekende brief hem werd gericht.
De commissaris wordt van zijn ambtsbevoegdheid ontlast zodra hij de aangetekende brief waarvan sprake hierboven, ontvangt.
Bedoelde commissaris mag echter door de Regering onmiddellijk van zijn ambt verwijderd worden indien hij op heterdaad is betrapt of wanneer de feiten die hem worden verweten zo zwaar zijn dat het wenselijk is dat de commissaris onmiddellijk van zijn ambt wordt ontheven.
De commissaris mag tijdens het in lid 1 vermeld verhoor bijgestaan of verdedigd worden door een advokaat of door een verdediger gekozen onder de in werkelijke dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs, of ook door een afgevaardigde van een representatieve vakbond in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Binnen drie werkdagen die volgen op de voor het verhoor voorziene dag en zelfs indien de betrokkene of diens vertegenwoordiger niet werd verhoord, deelt de Regering de betrokkene haar beslissing mee. Het niet verschijnen van de betrokkene of van diens vertegenwoordiger belet niet dat de procedure wordt voortgezet.
§ 4. De preventieve schorsing heeft tot gevolg dat de commissaris van zijn ambt wordt verwijderd. Ze mag niet meer dan een jaar duren en vervalt na zes maanden indien de Regering binnen deze termijn geen voorstel tot tuchtstraf heeft gedaan.
De maatregel tot preventieve schorsing moet echter het voorwerp zijn van een bevestiging per aangetekende brief om de drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de schorsing uitwerking had.
Bij ontstentenis van bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijn hervat de betrokken commissaris zijn werk nadat hij per aangetekende brief ten minste tien werkdagen voor de werkelijke hervatting van zijn ambt de Regering verwittigde.
Na ontvangst van deze kennisgeving mag de Regering volgens bovenvermelde procedure de handhaving van de preventieve schorsing bevestigen.
Als uitzondering op lid 1 en lid 2 mag de preventieve schorsing verlengd worden tot het einde van de vordering wanneer gerechtelijke vervolgingen tegen de commissaris worden ingesteld.
Artikel 21 De brutowedde van elke preventief geschorste commissaris tegen wie gerechtelijke vervolgingen of een tuchtvordering ingesteld werden wegens een zware tekortkoming waarvoor hij ofwel op heterdaad betrapt is, ofwel waarvoor er bewijskrachtige aanwijzingen van schuld zijn, wordt gehalveerd op gemotiveerde beslissing van de Regering.
Deze beslissing mag niet tot gevolg hebben dat de wedde lager dan het verminderd wordt tot en bedrag lager dan het bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene recht zou hebben moest hij het voordeel van het stelsel van maatschappelijke zekerheid voor werknemers genieten.
Artikel 22 § 1. De maatregel tot weddevermindering, bepaald in artikel 21, wordt ingetrokken zodra een einde wordt gemaakt aan de preventieve schorsing behalve indien de beslissing betreffende de tuchtvordering tot een ontslag van ambtswege of een afzetting leidt.
Wanneer de beslissing tot weddevermindering wordt ingetrokken, ontvangt de commissaris tegen wie de vordering ingesteld was, de aanvullende wedde die betrekking heeft op de schorsingsperiode.
§ 2. De door de commissaris tijdens de preventieve schorsing geïnde bedragen zijn hem vervallen.
Hoofdstuk 6. Definitieve ambtsneerlegging
Artikel 23 De commissaris wordt ambtshalve en zonder opzegging van zijn ambt ontheven :
1° indien hij ophoudt aan de voorwaarden te voldoen die bedoeld zijn in artikel 35 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen;
2° indien hij na een geoorloofde afwezigheid zonder geldige reden nalaat zijn dienst te hervatten en afwezig blijft tijdens een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;
3° indien hij zonder geldige reden zijn betrekking verlaat en afwezig blijft tijdens een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;
4° indien hij in een toestand verkeert waar de toepassing van de burgerlijke en strafwetten tot gevolg heeft dat hij zijn ambt moet neerleggen;
5° indien vastgesteld wordt dat een bestendige arbeidsongeschiktheid erkend overeenkomstig de wet, het decreet of het reglement, hem belet zijn ambt behoorlijk uit te oefenen;
6° indien hij vrijwillig ontslag neemt;
7° indien hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of wegens lichamelijke ongeschiktheid op pensioen wordt gesteld;
8° indien hij ambtshalve uit zijn ambt ontslagen wordt ofwel overeenkomstig artikel 14 van dit decreet afgezet wordt;
9° (indien hij, na eventuele uitputting van de procedure bedoeld in artikel 13, weigert een einde te maken aan een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 37 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen of aan een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 34 ter van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten).) <DFG 2006-06-02/67, Art. 58, 003; En vigueur : 15-09-2006>
(10° indien hij een aanwijzing weigert zonder geldige reden.
11° indien hij voor een ander ambt benoemd wordt.)
<DVR 2003-07-17/36, Art. 11, 002; En vigueur : 15-09-2003>
In geval van vrijwillig ontslag mag de commissaris zijn dienst pas opgeven wanneer hij er vooraf toe werd veroorloofd of na een opzegging van dertig dagen.
(Bij ontslag van ambtswege, onverminderd de bepalingen bedoeld bij hoofdstuk IV van dit decreet, wordt de commissaris gehoord door een te dien eind ingestelde commissie, samengesteld uit een afgevaardigde van de Regering, de administrateur-generaal die de leiding heeft van het algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van het ministerie van de Franse Gemeenschap en de administrateur-generaal die de leiding heeft van het algemeen bestuur Onderwijspersoneel.) <DVR 2003-07-17/36, Art. 11, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Hoofdstuk 7. Administratieve standen
Artikel 24 De commissaris staat in een van de volgende administratieve standen :
1° in actieve dienst;
2° in de stand van non-activiteit;
3° terbeschikkingstelling.
Artikel 25 De commissaris wordt altijd geacht in actieve dienst te zijn behalve uitdrukkelijke bepaling die hem in een andere administratieve stand stelt.
Artikel 26 De commissaris in dienstactiviteit heeft recht op een wedde en op verhoging in wedde onder dezelfde voorwaarden als het bestuurs- en onderwijzend personeel van de hogescholen van de Franse Gemeenschap.
De commissaris mag onder dezelfde voorwaarden als het bestuurs- en onderwijzend personeel van de hogescholen van de Franse Gemeenschap een verlof verkrijgen, met uitzondering van het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan.
(Bovendien, kan de commissaris een verlof krijgen om een mandaat uit te oefenen binnen de diensten van de Regeringen van de federale Staat, de Gemeenschap en het Gewest, de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie of van de publiekrechtelijke personen die ervan afhangen.) <DVR 2003-07-17/36, Art. 12, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 27 De commissaris verkeert in de stand van non-activiteit :
1° Wanneer hij onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden, in vredestijd, bepaalde militaire verplichtingen vervult of wanneer hij bij de burgerbescherming wordt ingedeeld;
2° Wanneer hij om familieredenen gemachtigd is door de Regering om voor een langdurige periode afwezig te zijn.
Artikel 28 De commissaris die in de stand van non-activiteit verkeert, heeft geen recht op een wedde behalve andersluidende uitdrukkelijke bepaling.
Artikel 29 De commissaris kan niet in de stand van non-activiteit gesteld of gehandhaafd worden na het einde van de maand waar hij de leeftijd van zestig jaar bereikt indien hij dertig jaar toelaatbare diensten telt voor de opening van het recht op een pensioen.
Artikel 30 De commissaris kan onder de door de Regering bepaalde voorwaarden ter beschikking worden gesteld :
1° wegens bijzondere opdracht;
2° wegens persoonlijke aangelegenheden;
3° wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen;
4° wegens ziekte of gebrekkigheid waaruit geen definitieve dienstongeschiktheid ontstaat maar die aanleiding geeft tot langere afwezigheid dan voor verlof wegens ziekte of gebrekkigheid.
Artikel 31 Wedden kunnen worden verleend aan de ter beschikking gestelde commissaris onder de door de Regering bepaalde voorwaarden. Deze wedden zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling welke geldt voor de bezoldiging van de commissarissen in actieve dienst.
Artikel 32 De commissaris mag niet ter beschikking worden gesteld of gehandhaafd na het einde van de maand waar hij de leeftijd van zestig jaar bereikt indien hij dertig jaar toelaatbare diensten telt voor de opening van het recht op een pensioen.
De bepaling van lid 1 is niet van toepassing op de wegens speciale opdracht ter beschikking gestelde commissarissen.
Hoofdstuk VIIBIS. De vervanging van de afwezige commissarissen <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 13; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 32BIS <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 13; En vigueur : 15-09-2003>
Bij afwezigheid van een commissaris, voorziet de Regering, desnoods, in diens vervanging. De vervanger is aangewezen tot de terugkeer van de titularis van het ambt.
De hoedanigheid van plaatsvervanger kent geen recht toe om definitief benoemd te zijn.
Hoofdstuk 8. Opheffingsen slotbepalingen
Artikel 33 Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 4 en 5 die op 1 september 1996 uitwerking hebben.
Artikel 34 Artikel 38 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen wordt opgeheven.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 17 maart 1997.
De Minister-Voorzitster belast met Onderwijs, Audiovisuele Media, Jeugdzorg, Kinderzorg en Gezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Cultuur en Volwassenenscholing,
Ch. PICQUE
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, belast met het Onderwijs voor Sociale Promotie,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen,
W. ANCION
De Raad van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1 Voor de toepassing van dit besluit dient men te verstaan onder :
1. De Regering : de Regering van de Franse Gemeenschap;
2. De commissaris : een van de commissarissen bij de Hogescholen van confessionele aard of een van de commissarissen (...), bedoeld in artikel 36 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen. <DVR 2003-07-17/36, Art. 9, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen
Artikel 2 Het ambt van commissaris is een hoofdambt met volledige prestaties, met inachtneming van het koninklijk besluit d.d. 15 april 1958 houdende het geldelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het ministerie van Openbaar Onderwijs.
Artikel 3 Bij zijn indiensttreding legt de commissaris de eed af, indien hij zulks niet vroeger deed bij de uitoefening van een ander ambt, volgens de door de Regering vastgelegde regels, ter uitvoering van artikel 28, 5°, van de wet d.d. 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
Artikel 4 De vervoerkosten die voortvloeien uit door de commissaris verrichte verplaatsingen bij de uitoefening van zijn ambt worden gedekt in de vorm en onder de voorwaarden die door het koninklijk besluit d.d. 18 maart 1965 houdende de algemene regeling inzake de vervoerkosten werden vastgelegd.
De verblijfkosten van de commissaris bij de uitoefening van zijn ambt worden gedekt in de vorm en onder de voorwaarden die door het koninklijk besluit d.d. 29 december 1964 tot vaststelling van de vergoedingen voor verblijfkosten van de personeelsleden van de ministeries werden vastgelegd.
Artikel 5 De Regering kent de commissaris een anciënniteitstoelage toe die overeenstemt met het aantal jaren van zijn beroepservaring door rekening te houden met de toelaatbare diensten zoals bedoeld in artikel 16 van het koninklijk besluit d.d. 15 april 1958 houdende het gedeeltelijk statuut van het onderwijzend, wetenschappelijk en hiermee gelijkgesteld personeel van het ministerie van openbaar Onderwijs. Deze ervaring moet worden bewezen. Indien deze toelage een keer wordt toegekend, wordt deze definitief verworven voor de commissaris en maakt ze deel uit van de jaarlijkse wedde waarop hij recht heeft volgens zijn verworven geldelijke anciënniteit.
Hoofdstuk IIBIS. De uitoefening van het ambt per aanwijzing voor een periode van vijf jaar <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 10; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 5BIS <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 10; En vigueur : 15-09-2003> Het ambt van commissaris wordt uitgeoefend per aanwijzing voor een periode van vijf jaar.
De aanwijzingen van het geheel van de commissarissen nemen hun aanvang en hun eind noodzakelijkerwijze op dezelfde datum.
Hoofdstuk 3. Plichten en onverenigbaarheden
Artikel 6 De commissaris heeft in alle omstandigheden de bestendige bekommernis de belangen van de Franse Gemeenschap van België te behartigen.
Artikel 7 Bij de uitoefening van zijn ambt vervult hij persoonlijk en zorgvuldig de verplichtingen die hem door de wetten, decreten, besluiten en reglementen worden opgelegd.
Artikel 8 Hij wordt ertoe gehouden streng correct te zijn in zijn dienstverhoudingen zowel met de personeelsleden van de Hogescholen als met elke persoon buiten de dienst. Hij vermijdt alles wat de eer of de waardigheid van zijn ambt in het gedrang kan brengen.
Artikel 9 Hij presteert alles wat nodig is voor het tot een goed einde brengen van de hem door de Regering toevertrouwde opdrachten.
Artikel 10 Hij mag de feiten waarvan hij op grond van zijn opdracht kennis heeft gekregen niet onthullen die een geheim karakter hebben.
Artikel 11 Rechtstreeks of onrechtstreeks of door toedoen van iemand, zelfs buiten zijn ambt maar op grond hiervan mag hij geen gift, cadeau, gratificatie of voordeel vragen, eisen of ontvangen.
Artikel 12 Hij mag geen andere bezigheid hebben die in strijd is met de grondwet of de wetten van het Belgisch volk, of die de vernietiging van 's lands onafhankelijkheid nastreeft of die 's lands verdediging of de uitvoering van de verbintenissen van België met het oog op zijn veiligheid in het gedrang brengt. Hij mag niet toetreden tot of zijn medewerking verlenen aan een beweging, groepering of vereniging die gelijkaardige activiteiten heeft.
Artikel 13 (Bij vaststelling van een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 37 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen of van een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 34 ter van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten), verwittigt de Regering de commissaris per aangetekende brief binnen een termijn van drie dagen.) <DFG 2006-06-02/67, Art. 57, 003; En vigueur : 15-09-2006>
De Regering stelt dan een topambtenaar aan die de commissaris verhoort.
Het in vorig lid vermelde verhoor heeft plaats ten vroegste binnen drie dagen en ten laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum waarop de onverenigbaarheid werd vastgesteld.
Tijdens het verhoor mag de commissaris zich doen bijstaan of vertegenwoordigen door een advocaat of door een verdediger gekozen onder de personeelsleden van het onderwijs in dienst of op pensioen, of ook door een afgevaardigde van een representatieve vakbond in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
De Regering beslist na kennis te hebben genomen van het verslag dat de topambtenaar haar uitbrengt binnen drie dagen die op het verhoor van de commissaris volgen.
Hoofdstuk 4. Tuchtregeling
Artikel 14 De tuchtstraffen die kunnen worden opgelegd door de Regering ten opzichte van de Commissaris die zijn plichten niet nakomt, zijn :
1° de terechtwijzing;
2° de berisping;
3° de afhouding op de wedde;
4° het ontslag van ambtswege;
5° de afzetting.
Artikel 15 De afhouding op de wedde wordt tijdens ten minste een maand en ten hoogste drie maanden toegepast. Ze mag geen vijfde van de brutowedde overschrijden.
Artikel 16 Geen sanctie mag uitgesproken worden zonder dat de commissaris vooraf werd verhoord of hem opheldering werd gevraagd door een door de regering aangestelde ambtenaar die de rang van topambtenaar heeft.
Voor het uitspreken van de in lid 1 bedoelde sanctie moet de door de Regering aangestelde topambtenaar haar verslag uitbrengen.
Tijdens het verhoor mag de commissaris zich doen bijstaan of vertegenwoordigen door een advokaat of door een onder de personeelsleden van het onderwijs gekozen verdediger, in actieve dienst of op rust gesteld, of door een afgevaardigde van een representatieve vakbond, in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 19 september 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Artikel 17 Geen tuchtstraf mag uitwerking hebben voor de periode die aan de uitspraak voorafgaat.
Artikel 18 De strafvordering betreffende de feiten die het voorwerp zijn van een tuchtvordering heeft tot gevolg een schorsing van bedoelde vordering en van de tuchtuitspraak, behalve in het geval dat het personeelslid op heterdaad betrapt is ofwel indien de vastgestelde feiten, verbonden aan de beroepsbezigheid, erkend worden door de commissaris.
Ongeacht de uitslag van de strafvordering oordeelt de Regering alleen over de toe te passen tuchtstraf.
De Regering is in deze beoordeling gebonden door het materieel karakter van de definitief door de strafrechtelijke beslissing vastgestelde feiten.
Artikel 19 De tuchtstraf wordt van ambtswege uit het dossier geschrapt na afloop van een termijn van :
1° een jaar voor de terechtwijzing;
2° drie jaar voor de afhouding op de wedde.
De in lid 1 bedoelde termijn begint op de dag waarop de tuchtstraf wordt uitgesproken.
Hoofdstuk 5. Preventieve schorsing
Artikel 20 § 1. De commissaris mag door de Regering preventief geschorst worden in het belang van de dienst :
1° indien hij het voorwerp is van strafrechtelijke vervolgingen;
2° indien een tuchtvordering tegen hem wordt ingesteld door de Regering;
3° voor het eventueel uitoefenen van tuchtvervolging.
§ 2. De preventieve schorsing die door dit hoofdstuk wordt ingericht is een louter administratieve maatregel die geen karakter van tuchtstraf heeft.
Ze wordt met redenen omkleed.
Zolang de commissaris preventief geschorst wordt, blijft hij in de administratieve stand van de dienstactiviteit.
§ 3. Wanneer de Regering een maatregel tot voorlopige schorsing in overweging neemt ten opzichte van een commissaris, deelt ze hem dit voornemen mee en vermeldt ze de redenen ervan per aangetekende brief van de post en bewijs van ontvangst. Deze brief bevat een uitnodiging voor de betrokkene om voor een of meer regeringsafgevaardigden te verschijnen. Deze verschijning heeft plaats ten vroegste binnen drie dagen en ten laatste binnen vijftien dagen die volgen op de datum waarop de aangetekende brief hem werd gericht.
De commissaris wordt van zijn ambtsbevoegdheid ontlast zodra hij de aangetekende brief waarvan sprake hierboven, ontvangt.
Bedoelde commissaris mag echter door de Regering onmiddellijk van zijn ambt verwijderd worden indien hij op heterdaad is betrapt of wanneer de feiten die hem worden verweten zo zwaar zijn dat het wenselijk is dat de commissaris onmiddellijk van zijn ambt wordt ontheven.
De commissaris mag tijdens het in lid 1 vermeld verhoor bijgestaan of verdedigd worden door een advokaat of door een verdediger gekozen onder de in werkelijke dienst zijnde of gepensioneerde personeelsleden van het onderwijs, of ook door een afgevaardigde van een representatieve vakbond in de zin van het koninklijk besluit d.d. 28 september 1984 ter uitvoering van de wet d.d. 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Binnen drie werkdagen die volgen op de voor het verhoor voorziene dag en zelfs indien de betrokkene of diens vertegenwoordiger niet werd verhoord, deelt de Regering de betrokkene haar beslissing mee. Het niet verschijnen van de betrokkene of van diens vertegenwoordiger belet niet dat de procedure wordt voortgezet.
§ 4. De preventieve schorsing heeft tot gevolg dat de commissaris van zijn ambt wordt verwijderd. Ze mag niet meer dan een jaar duren en vervalt na zes maanden indien de Regering binnen deze termijn geen voorstel tot tuchtstraf heeft gedaan.
De maatregel tot preventieve schorsing moet echter het voorwerp zijn van een bevestiging per aangetekende brief om de drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de schorsing uitwerking had.
Bij ontstentenis van bevestiging van de preventieve schorsing binnen de vereiste termijn hervat de betrokken commissaris zijn werk nadat hij per aangetekende brief ten minste tien werkdagen voor de werkelijke hervatting van zijn ambt de Regering verwittigde.
Na ontvangst van deze kennisgeving mag de Regering volgens bovenvermelde procedure de handhaving van de preventieve schorsing bevestigen.
Als uitzondering op lid 1 en lid 2 mag de preventieve schorsing verlengd worden tot het einde van de vordering wanneer gerechtelijke vervolgingen tegen de commissaris worden ingesteld.
Artikel 21 De brutowedde van elke preventief geschorste commissaris tegen wie gerechtelijke vervolgingen of een tuchtvordering ingesteld werden wegens een zware tekortkoming waarvoor hij ofwel op heterdaad betrapt is, ofwel waarvoor er bewijskrachtige aanwijzingen van schuld zijn, wordt gehalveerd op gemotiveerde beslissing van de Regering.
Deze beslissing mag niet tot gevolg hebben dat de wedde lager dan het verminderd wordt tot en bedrag lager dan het bedrag van de werkloosheidsuitkering waarop de betrokkene recht zou hebben moest hij het voordeel van het stelsel van maatschappelijke zekerheid voor werknemers genieten.
Artikel 22 § 1. De maatregel tot weddevermindering, bepaald in artikel 21, wordt ingetrokken zodra een einde wordt gemaakt aan de preventieve schorsing behalve indien de beslissing betreffende de tuchtvordering tot een ontslag van ambtswege of een afzetting leidt.
Wanneer de beslissing tot weddevermindering wordt ingetrokken, ontvangt de commissaris tegen wie de vordering ingesteld was, de aanvullende wedde die betrekking heeft op de schorsingsperiode.
§ 2. De door de commissaris tijdens de preventieve schorsing geïnde bedragen zijn hem vervallen.
Hoofdstuk 6. Definitieve ambtsneerlegging
Artikel 23 De commissaris wordt ambtshalve en zonder opzegging van zijn ambt ontheven :
1° indien hij ophoudt aan de voorwaarden te voldoen die bedoeld zijn in artikel 35 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen;
2° indien hij na een geoorloofde afwezigheid zonder geldige reden nalaat zijn dienst te hervatten en afwezig blijft tijdens een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;
3° indien hij zonder geldige reden zijn betrekking verlaat en afwezig blijft tijdens een ononderbroken periode van meer dan tien dagen;
4° indien hij in een toestand verkeert waar de toepassing van de burgerlijke en strafwetten tot gevolg heeft dat hij zijn ambt moet neerleggen;
5° indien vastgesteld wordt dat een bestendige arbeidsongeschiktheid erkend overeenkomstig de wet, het decreet of het reglement, hem belet zijn ambt behoorlijk uit te oefenen;
6° indien hij vrijwillig ontslag neemt;
7° indien hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt of wegens lichamelijke ongeschiktheid op pensioen wordt gesteld;
8° indien hij ambtshalve uit zijn ambt ontslagen wordt ofwel overeenkomstig artikel 14 van dit decreet afgezet wordt;
9° (indien hij, na eventuele uitputting van de procedure bedoeld in artikel 13, weigert een einde te maken aan een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 37 van het decreet van 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen of aan een onverenigbaarheid bedoeld in artikel 34 ter van het decreet van 20 december 2001 tot vaststelling van de regels die specifiek zijn voor het hoger kunstonderwijs georganiseerd in de hogere kunstscholen (organisatie, financiering, omkadering, statuut van het personeel, rechten en plichten van studenten).) <DFG 2006-06-02/67, Art. 58, 003; En vigueur : 15-09-2006>
(10° indien hij een aanwijzing weigert zonder geldige reden.
11° indien hij voor een ander ambt benoemd wordt.)
<DVR 2003-07-17/36, Art. 11, 002; En vigueur : 15-09-2003>
In geval van vrijwillig ontslag mag de commissaris zijn dienst pas opgeven wanneer hij er vooraf toe werd veroorloofd of na een opzegging van dertig dagen.
(Bij ontslag van ambtswege, onverminderd de bepalingen bedoeld bij hoofdstuk IV van dit decreet, wordt de commissaris gehoord door een te dien eind ingestelde commissie, samengesteld uit een afgevaardigde van de Regering, de administrateur-generaal die de leiding heeft van het algemeen bestuur Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek van het ministerie van de Franse Gemeenschap en de administrateur-generaal die de leiding heeft van het algemeen bestuur Onderwijspersoneel.) <DVR 2003-07-17/36, Art. 11, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Hoofdstuk 7. Administratieve standen
Artikel 24 De commissaris staat in een van de volgende administratieve standen :
1° in actieve dienst;
2° in de stand van non-activiteit;
3° terbeschikkingstelling.
Artikel 25 De commissaris wordt altijd geacht in actieve dienst te zijn behalve uitdrukkelijke bepaling die hem in een andere administratieve stand stelt.
Artikel 26 De commissaris in dienstactiviteit heeft recht op een wedde en op verhoging in wedde onder dezelfde voorwaarden als het bestuurs- en onderwijzend personeel van de hogescholen van de Franse Gemeenschap.
De commissaris mag onder dezelfde voorwaarden als het bestuurs- en onderwijzend personeel van de hogescholen van de Franse Gemeenschap een verlof verkrijgen, met uitzondering van het verlof voor onderbreking van de beroepsloopbaan.
(Bovendien, kan de commissaris een verlof krijgen om een mandaat uit te oefenen binnen de diensten van de Regeringen van de federale Staat, de Gemeenschap en het Gewest, de Colleges van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en van de Franse Gemeenschapscommissie of van de publiekrechtelijke personen die ervan afhangen.) <DVR 2003-07-17/36, Art. 12, 002; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 27 De commissaris verkeert in de stand van non-activiteit :
1° Wanneer hij onder de door de Regering vastgestelde voorwaarden, in vredestijd, bepaalde militaire verplichtingen vervult of wanneer hij bij de burgerbescherming wordt ingedeeld;
2° Wanneer hij om familieredenen gemachtigd is door de Regering om voor een langdurige periode afwezig te zijn.
Artikel 28 De commissaris die in de stand van non-activiteit verkeert, heeft geen recht op een wedde behalve andersluidende uitdrukkelijke bepaling.
Artikel 29 De commissaris kan niet in de stand van non-activiteit gesteld of gehandhaafd worden na het einde van de maand waar hij de leeftijd van zestig jaar bereikt indien hij dertig jaar toelaatbare diensten telt voor de opening van het recht op een pensioen.
Artikel 30 De commissaris kan onder de door de Regering bepaalde voorwaarden ter beschikking worden gesteld :
1° wegens bijzondere opdracht;
2° wegens persoonlijke aangelegenheden;
3° wegens persoonlijke aangelegenheden vóór het rustpensioen;
4° wegens ziekte of gebrekkigheid waaruit geen definitieve dienstongeschiktheid ontstaat maar die aanleiding geeft tot langere afwezigheid dan voor verlof wegens ziekte of gebrekkigheid.
Artikel 31 Wedden kunnen worden verleend aan de ter beschikking gestelde commissaris onder de door de Regering bepaalde voorwaarden. Deze wedden zijn onderworpen aan de mobiliteitsregeling welke geldt voor de bezoldiging van de commissarissen in actieve dienst.
Artikel 32 De commissaris mag niet ter beschikking worden gesteld of gehandhaafd na het einde van de maand waar hij de leeftijd van zestig jaar bereikt indien hij dertig jaar toelaatbare diensten telt voor de opening van het recht op een pensioen.
De bepaling van lid 1 is niet van toepassing op de wegens speciale opdracht ter beschikking gestelde commissarissen.
Hoofdstuk VIIBIS. De vervanging van de afwezige commissarissen <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 13; En vigueur : 15-09-2003>
Artikel 32BIS <Ingevoegd bij DVR 2003-07-17/36, Art. 13; En vigueur : 15-09-2003>
Bij afwezigheid van een commissaris, voorziet de Regering, desnoods, in diens vervanging. De vervanger is aangewezen tot de terugkeer van de titularis van het ambt.
De hoedanigheid van plaatsvervanger kent geen recht toe om definitief benoemd te zijn.
Hoofdstuk 8. Opheffingsen slotbepalingen
Artikel 33 Dit decreet treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 4 en 5 die op 1 september 1996 uitwerking hebben.
Artikel 34 Artikel 38 van het decreet d.d. 9 september 1996 betreffende de financiering van de door de Franse Gemeenschap ingerichte of gesubsidieerde hogescholen wordt opgeheven.
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 17 maart 1997.
De Minister-Voorzitster belast met Onderwijs, Audiovisuele Media, Jeugdzorg, Kinderzorg en Gezondheid,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Cultuur en Volwassenenscholing,
Ch. PICQUE
De Minister van Begroting, Financiën en Ambtenarenzaken, belast met het Onderwijs voor Sociale Promotie,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Hoger Onderwijs, Wetenschappelijk Onderzoek, Sport en Internationale Betrekkingen,
W. ANCION