Koninklijk besluit houdende de overgangsregeling van huidige managementfuncties ingevolge de oprichting van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning

Datum :
22-02-2017
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2017010835

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Elke persoon die is aangesteld als houder van een managementfunctie bij de Federale Overheidsdienst Personeel en Organisatie, de Federale Overheidsdienst Budget en Beheerscontrole, de Federale Overheidsdienst Informatie- en Communicatietechnologie, behoudt zijn weddenklasse tot het verstrijken van zijn lopend mandaat.

Artikel 2 § 1. De houders van een managementfunctie bedoeld in artikel 1, worden door de bevoegde ministers op 1 maart 2017 voor de resterende duur van hun lopende mandaat bij ministerieel besluit ambtshalve belast met een opdracht bij de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning. Deze opdracht vormt geen nieuwe aanstelling in een mandaat, bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten noch verlof of afwezigheid bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit.
  § 2. In afwijking van artikel 20, § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit kunnen de bevoegde ministers bij ministerieel besluit de houder van een managementfunctie bedoeld in artikel 1 belasten met de tijdelijke vervanging van een definitief vacant verklaarde managementfunctie. In ieder geval neemt deze tijdelijke vervanging van een houder van een managementfunctie een einde bij de aanstelling van een mandaathouder in deze betrekking.

Artikel 3 Tijdens de duur van hun opdracht zijn de opdrachthouders bedoeld in artikel 2 onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Zij worden voor de toepassing van dit artikel gelijkgesteld met ambtenaren van de klasse A5.

Artikel 4 De opdrachthouders bedoeld in artikel 2 van dit besluit kunnen geen aanspraak maken op de bepalingen van hoofdstuk VII betreffende de hernieuwing van het mandaat, bepaald in het bovenvermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
  Artikel 14 van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 is van toepassing op opdrachthouders, bedoeld in artikel 2 van dit besluit.

Artikel 5 De bepalingen betreffende de herintegratievergoedingen en beëindigingsvergoedingen, opgenomen in artikel 21 en volgende van het bovenvermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 blijven onverminderd van toepassing op de opdrachthouders, bedoeld in artikel 2 van dit besluit.

Artikel 6 Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2017.

Artikel 7 De minister bevoegd voor de Digitale Agenda, de minister bevoegd voor Ambtenarenzaken en de minister bevoegd voor Begroting, zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.