Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Fonds voor Arbeidsongevallen.
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1997022103
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 De ambtenaren die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, titularis zijn van één van de geschrapte bijzondere graden die hierna in de linkerkolom voorkomen, worden ambtshalve benoemd in één van de graden, die in de rechterkolom voorkomen :
- griffier (afgeschafte graad) - bestuurschef
- verificateur - bestuursassistent
- hulpverificateur - bestuursassistent
- eerste vakman - geschoold arbeider
ploegbaas
- eerste vakman - geschoold arbeider
- geschoold werkman B - geschoold arbeider
- geschoold werkman A - arbeider
(afgeschafte graad)
Artikel 2 De ambtenaren die krachtens het artikel 1 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren.
Artikel 3 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van arbeider (rang 40), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 41 en 40 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 40.
Artikel 4 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van geschoold arbeider (rang 42), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43 en 42 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 42.
Artikel 5 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van bestuursassistent (rang 20), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 23, 22, 21 en 20 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 20.
Artikel 6 De door de ambtenaren bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.
Artikel 7 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994.
Artikel 8 Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 31 januari 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN
- griffier (afgeschafte graad) - bestuurschef
- verificateur - bestuursassistent
- hulpverificateur - bestuursassistent
- eerste vakman - geschoold arbeider
ploegbaas
- eerste vakman - geschoold arbeider
- geschoold werkman B - geschoold arbeider
- geschoold werkman A - arbeider
(afgeschafte graad)
Artikel 2 De ambtenaren die krachtens het artikel 1 benoemd zijn, behouden in hun nieuwe graad de graadanciënniteit welke verkregen was in de graad waarvan ze titularis waren.
Artikel 3 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van arbeider (rang 40), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 41 en 40 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 40.
Artikel 4 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van geschoold arbeider (rang 42), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 44, 43 en 42 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 42.
Artikel 5 Voor de berekening van de graadanciënniteit van de ambtenaren, benoemd in de graad van bestuursassistent (rang 20), worden de in aanmerking komende diensten die gepresteerd zijn in een graad van de rangen 23, 22, 21 en 20 geacht verricht te zijn in hun nieuwe graad van rang 20.
Artikel 6 De door de ambtenaren bedoeld in de artikelen 3, 4 en 5 verkregen weddeanciënniteit wordt geacht verkregen te zijn in de nieuwe weddeschaal.
Artikel 7 Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1994.
Artikel 8 Onze Minister van Sociale Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 31 januari 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Sociale Zaken,
Mevr. M. DE GALAN