Koninklijk besluit nr. 55, tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur

Datum :
10-11-1967
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 1967111010

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Artikel 1[1 Onder " financieringshuur " of " leasing " wordt verstaan :
   1° De roerende financieringshuur of " roerende leasing ", die wordt gekenmerkt als volgt :
   a) Zij dient betrekking te hebben op bedrijfsmateriaal dat door de huurder uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt.
   b) Het materieel dient door de verhuurder speciaal met het oog op de huur te worden gekocht, en dit op gespecificeerde aanwijzing van de toekomstige huurder.
   c) De in het contract bepaalde huurtijd dient overeen te stemmen met de vermoedelijke duur van het bedrijfsgebruik van het materieel.
   d) De huurprijs dient zo te worden vastgesteld dat de waarde van het gehuurde materieel erdoor wordt afgeschreven over de in het contract bepaalde huurtijd.
   e) Het contract dient ten behoeve van de huurder in de mogelijkheid te voorzien op het einde van de huur de eigendom van het gehuurde materieel te verwerven, tegen betaling van een prijs die in het contract wordt bepaald, een prijs welke dient overeen te stemmen met de vermoedelijke residuele waarde van dat materieel.
   2° De onroerende financieringshuur of " onroerende leasing ", die wordt gekenmerkt als volgt :
   a) Zij dient betrekking te hebben op bebouwde onroerende goederen.
   b) Het contract dient een vaste termijn te hebben.
   c) De huurprijs dient zo te worden vastgesteld dat de investering in het bebouwd onroerend goed volledig wordt wedersamengesteld door de som van de huurgelden.
   d) Het genot van de gebouwen en van de grond waarop ze zijn opgericht moet door de verhuurder aan de huurder worden toegestaan op grond van een contract dat niet automatisch de zakelijke rechten overdraagt waarover de verhuurder beschikt.
   e) Het contract dient ten behoeve van de huurder in de mogelijkheid te voorzien op het einde van de huur de zakelijke rechten betreffende het gehuurde goed te verwerven, tegen betaling van een prijs die in het contract wordt bepaald.]1

Artikel 2 (§ 1.) Hij die zijn gewoon beroep ervan maakt in artikel 1 omschreven handelingen van financieringshuur of "leasing" te verrichten, mag deze bezigheid slechts uitoefenen nadat hij de erkenning heeft bekomen van de Minister van Economische Zaken. De voorwaarden voor deze erkenning worden bij ministerieel besluit bepaald. <W 1994-02-11/30, Art. 5, 1°, 002; En vigueur : 1994-03-26>
  (§ 2. Van erkenning zijn vrijgesteld de kredietinstellingen die ressorteren onder een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap en die op grond van hun nationaal recht handelingen van financieringshuur of leasing in hun land van herkomst mogen verrichten, evenals de financiële instellingen als bedoeld in artikel 78 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen die deze handelingen daadwerkelijk in hun land van herkomst verrichten.
  Zodra de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, overeenkomstig artikel 65 of 66 van de wet van 22 maart 1993, door de controle-autoriteit van het land van herkomst ervan in kennis wordt gesteld dat een in het eerste lid bedoelde instelling handelingen van financieringshuur of leasing via vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten in België wil verrichten, deelt zij dit mee aan de minister van Economische Zaken samen met de relevante gegevens die haar door de controle-autoriteit van het land van herkomst zijn toegezonden.
  De minister van Economische Zaken registreert de betrokken instellingen en stelt hen in kennis van de door of in uitvoering van dit besluit voorgeschreven bepalingen die bij zijn weten van algemeen belang zijn.) <W 1994-02-11/30, Art. 5, 2°, 002; En vigueur : 1994-03-26>

Artikel 3 (Al wie beroepshalve de in artikel 1 omschreven bezigheden verricht, zonder door de minister van Economische Zaken te zijn erkend of geregistreerd en zonder zich te schikken naar de voorwaarden van deze erkenning of registratie, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met een geldboete van 200 tot 50 000 frank, of slechts met één van die straffen.) <W 1994-02-11/30, Art. 6, 002; En vigueur : 1994-03-26>
  Rechtspersonen zijn burgerlijk en solidair aansprakelijk voor de geldboeten en kosten ten aanzien van de ingevolge dit artikel uitgesproken veroordelingen, tegen natuurlijke personen die als beheerder, vereffenaar of gerant van deze rechtspersonen hebben gehandeld.
  De rechter kan bovendien het definitief of tijdelijk verbod uitspreken om handelingen van financieringshuur te verrichten en de gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting waarin de overtreding is gepleegd.

Artikel 4 Al wie bij de inwerkingtreding van dit besluit de in artikel 1 bedoelde handelingen verricht, beschikt over een termijn van zes maanden om zijn erkenning aan te vragen en om zich naar de voorwaarden van deze erkenning te schikken. Bij gebreke daarvan, moet hij bij het verstrijken van deze termijn het verrichten van de bovengenoemde handelingen staken, op straffe van de in artikel 3 opgelegde sancties.

Artikel 5 Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Financiën en Onze Minister-Staatssecretaris, Adjunct bij de Eerste Minister voor de Streekeconomie zijn belast met de uitvoering van dit besluit.