Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende uitkeringen ten gunste van zelfstandigen naar aanleiding van de geboorte van een levenloos kind
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2023204914
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Hoofdstuk 1. Wijziging van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques
Artikel 1 In artikel 3 van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De voorwaarde inzake de hoofdverblijfplaats van het kind is niet van toepassing wanneer het kind levenloos wordt geboren of kort na de geboorte overlijdt.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer de vrouwelijke zelfstandige bevalt van een levenloos kind, kan de moederschapshulp slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 2. Wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen
Artikel 2 Artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het kind levenloos geboren wordt, kan de vaderschaps- en geboorte-uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 3. Wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid
Artikel 3 Artikel 2, 4°, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het kind bedoeld in artikel 18ter, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38, levenloos geboren wordt, kan de uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing op geboortes van een levenloos kind die zich voordoen vanaf deze datum.
Artikel 5 De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 1 In artikel 3 van het koninklijk besluit van 17 januari 2006 tot invoering van een stelsel van uitkeringen voor moederschapshulp ten gunste van vrouwelijke zelfstandigen en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 december 2001 betreffende de dienstencheques, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"De voorwaarde inzake de hoofdverblijfplaats van het kind is niet van toepassing wanneer het kind levenloos wordt geboren of kort na de geboorte overlijdt.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Wanneer de vrouwelijke zelfstandige bevalt van een levenloos kind, kan de moederschapshulp slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 2. Wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen
Artikel 2 Artikel 2, 4°, van het koninklijk besluit van 15 december 2019 tot uitvoering van artikel 18bis, § 5, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het kind levenloos geboren wordt, kan de vaderschaps- en geboorte-uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 3. Wijziging van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid
Artikel 3 Artikel 2, 4°, eerste lid, van het koninklijk besluit van 20 december 2021 houdende toekenning van een uitkering ten voordele van de zelfstandige die zijn beroepsactiviteit tijdelijk onderbreekt naar aanleiding van het overlijden van een familielid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Wanneer het kind bedoeld in artikel 18ter, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 38, levenloos geboren wordt, kan de uitkering slechts worden toegekend, op voorwaarde dat de zwangerschap minimaal honderdtachtig dagen heeft geduurd te rekenen van de verwekking.".
Hoofdstuk 4. Slotbepalingen
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt en is van toepassing op geboortes van een levenloos kind die zich voordoen vanaf deze datum.
Artikel 5 De minister bevoegd voor Zelfstandigen is belast met de uitvoering van dit besluit.