Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92 inzake de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing in toepassing van de artikelen 2751, 2753, 2757, 2758 en 2759, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2015003170
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Artikel 90, § 3, van het KB/WIB 92, opgeheven bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007, wordt hersteld als volgt:
" § 3. De werkgever die in toepassing van de artikelen 2758, § 1, eerste lid, of 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing en die verzaakt aan de verplichting om aan te tonen dat één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen gedurende de voorgeschreven termijn behouden zijn gebleven en gedurende deze periode hebben voldaan aan de voorwaarde bedoeld in artikel 2758, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, moet volgens de modaliteiten vastgelegd in § 1, eerste lid, een afzonderlijke aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen.
In afwijking van § 1 verstrijkt de termijn voor het indienen van deze afzonderlijke aangifte op respectievelijk:
- de 15de dag na het verstrijken van de 36ste maand volgend op de maand waarin de nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld, voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing;
- de 15de dag na het verstrijken van de 60ste maand volgend op de maand waarin de nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld, voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing.
Deze aangifte bevat:
a) in het vak "aard der inkomsten": de code die is opgenomen in bijlage IIIbis;
b) in het vak "belastbare inkomsten": het totaal van de door de werkgever betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen die verbonden zijn met één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen bedoeld in het eerste lid en waarvoor in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, of artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek een aangifte als bedoeld in artikel 952, § 3, is overgelegd;
c) in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing": het totaal van de niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing dat verbonden is met één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen bedoeld in het eerste lid;
d) in het vak "jaar en periode van betaling der inkomsten": de maand en het jaar waarin het vroegste van de twee volgende tijdstippen heeft plaatsgevonden:
- het tijdstip waarop de aangifte wordt overgelegd;
- voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing: het tijdstip waarop de 36ste maand volgend op de eerste invulling van de nieuwe arbeidsplaats, verstreken is;
- voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing: het tijdstip waarop de 60ste maand volgend op de eerste invulling van de nieuwe arbeidsplaats, verstreken is.".
Artikel 2 In artikel 952 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 2006, 21 december 2006, 12 maart 2007, 8 juni 2007, 27 januari 2009, 31 juli 2009, 5 december 2011 en 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° de werkgevers omschreven in artikel 2751, tweede lid, van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen die betrekking hebben op door een werknemer gepresteerd overwerk;";
b) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
"7° de werkgevers omschreven in artikel 2757, tweede lid, van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen;";
c) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 8° hersteld als volgt:
"8° de in artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek beoogde werkgevers en de in artikel 2758, § 1, zevende lid, van hetzelfde Wetboek beoogde ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid, die bezoldigingen bedoeld in artikel 2758, § 4, van hetzelfde Wetboek betalen of toekennen;";
d) paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met een 9° luidende:
"9° de in artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek beoogde werkgevers en de in artikel 2759, § 1, zevende lid, van hetzelfde Wetboek beoogde ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid, die bezoldigingen bedoeld in artikel 2758, § 4, van hetzelfde Wetboek betalen of toekennen;";
e) in paragraaf 3, b, 3°, worden de woorden "de in § 1, derde lid, 3° tot 6° " vervangen door de woorden "de in § 1, derde lid, 3° tot 6° en 8° tot 9° ";
f) in paragraaf 3, c, 3°, worden de woorden "gelijk aan 75 pct." vervangen door de woorden "gelijk aan 80 pct.";
g) in paragraaf 3, c, wordt de bepaling onder 10° hersteld als volgt:
"10° voor de in § 1, derde lid, 8° en 9° bedoelde schuldenaars: een negatief bedrag gelijk aan 25 pct. van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen.".
Artikel 3 In bijlage IIIbis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, vervangen bij het koninklijk besluit van 31 juli 2009 en aangevuld bij het koninklijk besluit van 21 februari 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het opschrift worden de woorden "artikel 952, § 3, a, KB/WIB 92" vervangen door de woorden "artikelen 90, § 3 en 952, § 3, a, KB/WIB 92";
b) de bijlage wordt aangevuld als volgt:
"80 steunzone (artikel 2758, § 1, vijfde lid, WIB 92)
81 steunzone (artikel 2758, § 1, eerste lid, WIB 92)
90 steunzone (artikel 2759, § 1, vijfde lid, WIB 92)
91 steunzone (artikel 2759, § 1, eerste lid, WIB 92)".
Artikel 4 In bijlage IIIter, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 11 december 2006, 12 maart 2007, 8 juni 2007, 31 juli 2009 en 23 maart 2014 wordt de bepaling onder VIII hersteld als volgt:
"VIII. De in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde werkgevers en ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid:
De werkgevers, evenals de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid die in de plaats van de werkgever de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing verkrijgen, houden voor elke investering waarvoor een formulier als bedoeld in artikel 2758, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is overgelegd de volgende gegevens en documenten ter beschikking van de administratie:
a) de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;
b) een kopie van het geldig overgelegde formulier, bedoeld in artikel 2758, § 5, van het hetzelfde Wetboek;
c) een overzicht van het maandelijkse gemiddelde aantal werknemers, uitgedrukt in voltijds equivalenten, die zijn tewerkgesteld in de inrichting waar de investering is verricht, met inbegrip van de uitzendkrachten die door een onderneming die erkend is voor uitzendarbeid in deze inrichting worden tewerkgesteld, voor de periode die start bij het begin van de 12de maand voorafgaand aan de voltooiing van de investering en die eindigt in de maand volgend op de maand waarin de meest recent gecreëerde nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld;
De werkgevers en de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid houden een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie met daarin voor elke werknemer die een door hen betaalde of toegekende in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde bezoldiging ontvangt:
a) de volledige identiteit alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer;
b) de datum van indiensttreding en in voorkomend geval de datum van uitdiensttreding zoals die in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA) zijn vermeld;
c) een verwijzing naar één van de nieuwe arbeidsplaatsen vermeld op het door de werkgever op geldige wijze overgelegde formulier bedoeld in artikel 2758, § 5, van hetzelfde Wetboek die door deze werknemer wordt ingevuld, evenals de datum van de eerste invulling van deze arbeidsplaats.
De werkgevers en de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid houden voor elke werknemer aan wie zij een in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde bezoldiging betalen of toekennen, de volgende documenten ter beschikking van de administratie:
a) een overzicht van de betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen evenals een gedetailleerde berekening van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing;
b) een kopie van de arbeidsovereenkomst gesloten tussen deze werknemer en de werkgever of de onderneming die erkend is voor uitzendarbeid;
c) een door de werknemer ondertekende taakbeschrijving;
d) een document, aangevuld met de nodige bewijsstukken, waarin het verband wordt aangetoond tussen de door de werkgever verrichte investering die werd vermeld op het in artikel 2758, § 5, van hetzelfde Wetboek bedoelde formulier en de ten gevolge van deze investering gecreëerde nieuwe arbeidsplaats die wordt ingevuld door deze werknemer.".
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 6 De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
" § 3. De werkgever die in toepassing van de artikelen 2758, § 1, eerste lid, of 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing en die verzaakt aan de verplichting om aan te tonen dat één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen gedurende de voorgeschreven termijn behouden zijn gebleven en gedurende deze periode hebben voldaan aan de voorwaarde bedoeld in artikel 2758, § 4, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, moet volgens de modaliteiten vastgelegd in § 1, eerste lid, een afzonderlijke aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen.
In afwijking van § 1 verstrijkt de termijn voor het indienen van deze afzonderlijke aangifte op respectievelijk:
- de 15de dag na het verstrijken van de 36ste maand volgend op de maand waarin de nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld, voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing;
- de 15de dag na het verstrijken van de 60ste maand volgend op de maand waarin de nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld, voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing.
Deze aangifte bevat:
a) in het vak "aard der inkomsten": de code die is opgenomen in bijlage IIIbis;
b) in het vak "belastbare inkomsten": het totaal van de door de werkgever betaalde of toegekende belastbare bezoldigingen die verbonden zijn met één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen bedoeld in het eerste lid en waarvoor in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, of artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek een aangifte als bedoeld in artikel 952, § 3, is overgelegd;
c) in het vak "verschuldigde bedrijfsvoorheffing": het totaal van de niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing dat verbonden is met één of meerdere nieuwe arbeidsplaatsen bedoeld in het eerste lid;
d) in het vak "jaar en periode van betaling der inkomsten": de maand en het jaar waarin het vroegste van de twee volgende tijdstippen heeft plaatsgevonden:
- het tijdstip waarop de aangifte wordt overgelegd;
- voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing: het tijdstip waarop de 36ste maand volgend op de eerste invulling van de nieuwe arbeidsplaats, verstreken is;
- voor de in het eerste lid vermelde werkgever die in toepassing van artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek tijdelijk is vrijgesteld van de storting van 25 pct. van de bedrijfsvoorheffing: het tijdstip waarop de 60ste maand volgend op de eerste invulling van de nieuwe arbeidsplaats, verstreken is.".
Artikel 2 In artikel 952 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 december 2006, 21 december 2006, 12 maart 2007, 8 juni 2007, 27 januari 2009, 31 juli 2009, 5 december 2011 en 21 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° de werkgevers omschreven in artikel 2751, tweede lid, van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen die betrekking hebben op door een werknemer gepresteerd overwerk;";
b) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 7° vervangen als volgt:
"7° de werkgevers omschreven in artikel 2757, tweede lid, van hetzelfde Wetboek die bezoldigingen betalen of toekennen;";
c) in paragraaf 1, derde lid, wordt de bepaling onder 8° hersteld als volgt:
"8° de in artikel 2758, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek beoogde werkgevers en de in artikel 2758, § 1, zevende lid, van hetzelfde Wetboek beoogde ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid, die bezoldigingen bedoeld in artikel 2758, § 4, van hetzelfde Wetboek betalen of toekennen;";
d) paragraaf 1, derde lid, wordt aangevuld met een 9° luidende:
"9° de in artikel 2759, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek beoogde werkgevers en de in artikel 2759, § 1, zevende lid, van hetzelfde Wetboek beoogde ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid, die bezoldigingen bedoeld in artikel 2758, § 4, van hetzelfde Wetboek betalen of toekennen;";
e) in paragraaf 3, b, 3°, worden de woorden "de in § 1, derde lid, 3° tot 6° " vervangen door de woorden "de in § 1, derde lid, 3° tot 6° en 8° tot 9° ";
f) in paragraaf 3, c, 3°, worden de woorden "gelijk aan 75 pct." vervangen door de woorden "gelijk aan 80 pct.";
g) in paragraaf 3, c, wordt de bepaling onder 10° hersteld als volgt:
"10° voor de in § 1, derde lid, 8° en 9° bedoelde schuldenaars: een negatief bedrag gelijk aan 25 pct. van de ingehouden bedrijfsvoorheffing op de belastbare bezoldigingen.".
Artikel 3 In bijlage IIIbis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, vervangen bij het koninklijk besluit van 31 juli 2009 en aangevuld bij het koninklijk besluit van 21 februari 2014 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het opschrift worden de woorden "artikel 952, § 3, a, KB/WIB 92" vervangen door de woorden "artikelen 90, § 3 en 952, § 3, a, KB/WIB 92";
b) de bijlage wordt aangevuld als volgt:
"80 steunzone (artikel 2758, § 1, vijfde lid, WIB 92)
81 steunzone (artikel 2758, § 1, eerste lid, WIB 92)
90 steunzone (artikel 2759, § 1, vijfde lid, WIB 92)
91 steunzone (artikel 2759, § 1, eerste lid, WIB 92)".
Artikel 4 In bijlage IIIter, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 22 augustus 2006, gewijzigd door de koninklijke besluiten van 11 december 2006, 12 maart 2007, 8 juni 2007, 31 juli 2009 en 23 maart 2014 wordt de bepaling onder VIII hersteld als volgt:
"VIII. De in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde werkgevers en ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid:
De werkgevers, evenals de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid die in de plaats van de werkgever de tijdelijke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing verkrijgen, houden voor elke investering waarvoor een formulier als bedoeld in artikel 2758, § 5, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 is overgelegd de volgende gegevens en documenten ter beschikking van de administratie:
a) de volledige identiteit van de werkgever met vermelding van het nationaal nummer of het refertenummer als schuldenaar inzake bedrijfsvoorheffing;
b) een kopie van het geldig overgelegde formulier, bedoeld in artikel 2758, § 5, van het hetzelfde Wetboek;
c) een overzicht van het maandelijkse gemiddelde aantal werknemers, uitgedrukt in voltijds equivalenten, die zijn tewerkgesteld in de inrichting waar de investering is verricht, met inbegrip van de uitzendkrachten die door een onderneming die erkend is voor uitzendarbeid in deze inrichting worden tewerkgesteld, voor de periode die start bij het begin van de 12de maand voorafgaand aan de voltooiing van de investering en die eindigt in de maand volgend op de maand waarin de meest recent gecreëerde nieuwe arbeidsplaats voor het eerst werd ingevuld;
De werkgevers en de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid houden een nominatieve lijst ter beschikking van de administratie met daarin voor elke werknemer die een door hen betaalde of toegekende in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde bezoldiging ontvangt:
a) de volledige identiteit alsmede, in voorkomend geval, het nationaal nummer;
b) de datum van indiensttreding en in voorkomend geval de datum van uitdiensttreding zoals die in de onmiddellijke aangifte van tewerkstelling (DIMONA) zijn vermeld;
c) een verwijzing naar één van de nieuwe arbeidsplaatsen vermeld op het door de werkgever op geldige wijze overgelegde formulier bedoeld in artikel 2758, § 5, van hetzelfde Wetboek die door deze werknemer wordt ingevuld, evenals de datum van de eerste invulling van deze arbeidsplaats.
De werkgevers en de ondernemingen die erkend zijn voor uitzendarbeid houden voor elke werknemer aan wie zij een in artikel 952, § 1, derde lid, 8° en 9°, bedoelde bezoldiging betalen of toekennen, de volgende documenten ter beschikking van de administratie:
a) een overzicht van de betaalde of toegekende bruto belastbare bezoldigingen evenals een gedetailleerde berekening van de op die bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing;
b) een kopie van de arbeidsovereenkomst gesloten tussen deze werknemer en de werkgever of de onderneming die erkend is voor uitzendarbeid;
c) een door de werknemer ondertekende taakbeschrijving;
d) een document, aangevuld met de nodige bewijsstukken, waarin het verband wordt aangetoond tussen de door de werkgever verrichte investering die werd vermeld op het in artikel 2758, § 5, van hetzelfde Wetboek bedoelde formulier en de ten gevolge van deze investering gecreëerde nieuwe arbeidsplaats die wordt ingevuld door deze werknemer.".
Artikel 5 Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Artikel 6 De minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.