Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 mei 2020 op de Deposito- en Consignatiekas, inzonderheid op de consignaties in valuta's, en tot opheffing van het ministerieel besluit van 13 oktober 2016 tot vaststelling van de rentevoet van de uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, deposito's en borgtochten

Datum :
07-04-2023
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
1 pagina
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 2023041707

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Artikel 4 van het koninklijk besluit van 4 mei 2020 op de Deposito- en Consignatiekas, inzonderheid op de consignaties in valuta's, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 4. Alle categorieën van consignaties zoals bedoeld in artikel 2 van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en Consignatiekas, genieten een rentevoet die gelijk is aan het rendement van de Belgische Staatsleningen (OLO) op de secundaire markt met een residuele looptijd van één jaar zoals dagelijks gepubliceerd door de Nationale Bank van België.".

Artikel 2 In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/1. De rentevoet zoals bedoeld in artikel 4 wordt als volgt berekend:
  - de berekening heeft elke maand plaats op de vijfde laatste werkdag, in de zin van artikel 3, 70° van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, van de betreffende maand en op basis van het rendement van een lineaire obligatie met vaste looptijd;
  - een gemiddelde rente wordt iedere maand berekend op basis van de dagelijks op werkdagen gepubliceerde rendementen, waarvan de eerste deze van de vijfde laatste werkdag is van de vorige maand en de laatste deze van de zesde laatste werkdag van de lopende maand;
  - een nieuwe intrestvoet wordt iedere maand bepaald. De nieuwe intrestvoet is gelijk aan de gemiddelde rente afgerond op tot op een tiende van een procent% hoger of lager naargelang het cijfer van het honderdste al dan niet 5 bereikt.
  Wanneer deze berekeningsmethode tot een negatief resultaat leidt, is de nieuwe intrestvoet gelijk aan 0 %. Wanneer deze berekeningsmethode een resultaat oplevert dat hoger is dan 2,50 %, dan is de nieuwe intrestvoet gelijk aan 2,50 %.".

Artikel 3 In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/2. De nieuwe rentevoet die ingevolge het artikel 4/1 is vastgesteld, is van toepassing op de maand die volgt op deze berekening.".

Artikel 4 In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/3. In geval van risico voor de financiering van de Staat of het goede beheer van de overheidsschuld, vastgesteld overeenkomstig artikel 4/4, kan de Minister van Financiën nieuwe vrijwillige consignaties als bedoeld in artikel 2 van de Wet van 11 juli 2018 betreffende de Deposito- en consignatiekas beperken of opschorten.

Artikel 5 In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/4. Het risico voor de financiering van de Staat of het goede beheer van de overheidsschuld wordt maandelijks beoordeeld door het Federaal Agentschap van de schuld, op basis van de maandelijkse verslagen die de Deposito- en Consignatiekas haar bezorgt over de evolutie van de geconsigneerde bedragen en de rentevoet van deze vrijwillige deposito's als bedoeld in artikel 4.
  Het Federaal Agentschap voor de Schuld maakt een gemotiveerd advies over aan de Minister van Financiën, hetzij op eigen initiatief wanneer het in het eerste lid bedoelde risico wordt vastgesteld, hetzij op verzoek van de minister van Financiën."

Artikel 6 In hetzelfde besluit wordt een artikel 4/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 4/5. De Minister van Financiën bepaalt de nadere regels voor de aanrekening en de storting van de interesten als bedoeld in artikel 20 van de wet van 11 juli 2018 op de Deposito- en Consignatiekas.".

Artikel 7 Het ministerieel besluit van 13 oktober 2016 tot vaststelling van de rentevoet van de uit te keren intresten voor de bij de Deposito- en Consignatiekas in bewaring gegeven consignaties, deposito's en borgtochten wordt opgeheven.

Artikel 8 Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

Artikel 9 De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.