Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 2016031836
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Artikel 2 § 1. In artikel 2.4.6 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, wordt het derde lid vervangen als volgt :
" Alle voertuigen bedoeld in het eerste lid en die vanaf 1 januari 2017 in dienst worden gesteld, zullen uitgerust zijn met minstens een elektrische motor die direct en substantieel bijdraagt tot de aandrijving van het voertuig. ".
§ 2. Artikel 2.4.6 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een lid, luidend :
" De motoren van de voertuigen bedoeld in het eerste lid die in dienst worden gesteld vanaf 1 januari 2030 zullen geen lokale en rechtstreekse uitstoot meer mogen produceren die vervuilend is of broeikasgas of fijn stof bevat, tenzij die uitstoot verwaarloosbaar is. ".
Artikel 3 Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2017.
Artikel 2 § 1. In artikel 2.4.6 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing, wordt het derde lid vervangen als volgt :
" Alle voertuigen bedoeld in het eerste lid en die vanaf 1 januari 2017 in dienst worden gesteld, zullen uitgerust zijn met minstens een elektrische motor die direct en substantieel bijdraagt tot de aandrijving van het voertuig. ".
§ 2. Artikel 2.4.6 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een lid, luidend :
" De motoren van de voertuigen bedoeld in het eerste lid die in dienst worden gesteld vanaf 1 januari 2030 zullen geen lokale en rechtstreekse uitstoot meer mogen produceren die vervuilend is of broeikasgas of fijn stof bevat, tenzij die uitstoot verwaarloosbaar is. ".
Artikel 3 Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2017.