Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp . - Collectieve arbeidsovereenkomst van 16 november 1993. - Wijziging en aanvulling van de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1993 betreffende de beroepsopleiding van risicogroepen .
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1993111652
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
Artikel 1 Een artikel 2bis, luidend als volgt wordt in de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, betreffende de beroepsopleiding van risicogroepen, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 20 december 1993, ingevoegd :
"Art. 2bis. De inspanning, waarvan sprake in artikel 2, stemt overeen met de verplichting die aan de sector wordt opgelegd, ingevolge het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983, betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces.
Dit moet blijken uit de berekening zoals zij in bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen."
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft dezelfde geldigheid als deze die zij wijzigt en aanvult.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 oktober 1994.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
BIJLAGE
Artikel N1 De sector gezins- en bejaardenhulp stelt 7 000 personeelsleden te werk.
Ingevolge het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983, betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces, heeft de sector de verplichting tot een jaarlijkse tewerkstelling van 210 stagiairsherstelwet.
In volgende berekening willen wij aantonen in welke mate aan deze verplichting wordt voldaan :
1. Ingevolge samenwerkingsakkoorden binnen het Tewerkstellingsfonds (nr.
110013 en 110061), werden in de periode van 1 juli 1991 tot 31 december 1993, 600 personeelsleden aangeworven, behorend tot risicogroepen en laaggeschoolden.
Zoals wettelijk bepaald, kunnen dergelijke tewerkstellingen in sommige gevallen worden gelijkgesteld met indienstname van stagiaires-herstelwet :
1 tewerkstelling = 0,5 stagiaire voor de duur van drie jaar.
Uit cijfers blijkt dat minimaal 30 pct. van de totaal gerealiseerde aanwervingen ondergebracht kunnen worden in deze categorie (is ook gebeurd).
Resultaat
° Contract 110013, periode van 1 juli 1991 tot 31 augustus 1992.
- 300 aanwervingen, waarvan 30 pct. gelijkstelling stagiaires-herstelwet of 90 x 0,5 = 45.
Periode van gelijkstellling : van 1 juli 1991 tot 30 juni 1994.
° Contract 110061, periode van 1 augustus 1992 tot 31 december 1993.
- 300 aanwervingen, waarvan 30 pct. gelijkstelling stagiaires-herstelwet of 90 x 0,5 pct. = 45.
Periode van gelijkstelling : van 1 augustus 1992 tot 31 juli 1995.
2. Ingevolge het samenwerkingsakkoord dat ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1993 betreffende de beroepsopleiding van risicogroepen werd afgesloten met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in het kader van het Begeleidingsplan, in het Beheerscomité op 3 november 1993 goedgekeurd, engageert de sector zich tot de indienstname van 450 personeelsleden (2/3 van 675 op te leiden gezinsen bejaardenhelpsters) waarvan bovendien 150 personen behoren tot de groep, die een begeleidingsplan heeft ondertekend.
Besluit
De te realiseren en gerealiseerde aanwervingen van risicogroepen, laaggeschoolden en werklozen uit het begeleidingsplan, stemmen minstens overeen met de verplichting, die voortspruit uit voormeld koninklijk besluit nr. 230.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 oktober 1994.
(Voor het KB, zie %%1994-10-28/41%%)
De Minister van tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
"Art. 2bis. De inspanning, waarvan sprake in artikel 2, stemt overeen met de verplichting die aan de sector wordt opgelegd, ingevolge het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983, betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces.
Dit moet blijken uit de berekening zoals zij in bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen."
Artikel 2 Deze collectieve arbeidsovereenkomst heeft dezelfde geldigheid als deze die zij wijzigt en aanvult.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 oktober 1994.
De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET
BIJLAGE
Artikel N1 De sector gezins- en bejaardenhulp stelt 7 000 personeelsleden te werk.
Ingevolge het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983, betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces, heeft de sector de verplichting tot een jaarlijkse tewerkstelling van 210 stagiairsherstelwet.
In volgende berekening willen wij aantonen in welke mate aan deze verplichting wordt voldaan :
1. Ingevolge samenwerkingsakkoorden binnen het Tewerkstellingsfonds (nr.
110013 en 110061), werden in de periode van 1 juli 1991 tot 31 december 1993, 600 personeelsleden aangeworven, behorend tot risicogroepen en laaggeschoolden.
Zoals wettelijk bepaald, kunnen dergelijke tewerkstellingen in sommige gevallen worden gelijkgesteld met indienstname van stagiaires-herstelwet :
1 tewerkstelling = 0,5 stagiaire voor de duur van drie jaar.
Uit cijfers blijkt dat minimaal 30 pct. van de totaal gerealiseerde aanwervingen ondergebracht kunnen worden in deze categorie (is ook gebeurd).
Resultaat
° Contract 110013, periode van 1 juli 1991 tot 31 augustus 1992.
- 300 aanwervingen, waarvan 30 pct. gelijkstelling stagiaires-herstelwet of 90 x 0,5 = 45.
Periode van gelijkstellling : van 1 juli 1991 tot 30 juni 1994.
° Contract 110061, periode van 1 augustus 1992 tot 31 december 1993.
- 300 aanwervingen, waarvan 30 pct. gelijkstelling stagiaires-herstelwet of 90 x 0,5 pct. = 45.
Periode van gelijkstelling : van 1 augustus 1992 tot 31 juli 1995.
2. Ingevolge het samenwerkingsakkoord dat ingevolge de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 juni 1993 betreffende de beroepsopleiding van risicogroepen werd afgesloten met de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding in het kader van het Begeleidingsplan, in het Beheerscomité op 3 november 1993 goedgekeurd, engageert de sector zich tot de indienstname van 450 personeelsleden (2/3 van 675 op te leiden gezinsen bejaardenhelpsters) waarvan bovendien 150 personen behoren tot de groep, die een begeleidingsplan heeft ondertekend.
Besluit
De te realiseren en gerealiseerde aanwervingen van risicogroepen, laaggeschoolden en werklozen uit het begeleidingsplan, stemmen minstens overeen met de verplichting, die voortspruit uit voormeld koninklijk besluit nr. 230.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 28 oktober 1994.
(Voor het KB, zie %%1994-10-28/41%%)
De Minister van tewerkstelling en Arbeid,
Mevr. M. SMET