Samenwerkingsakkoord "Buitenlandse investeringen".
- Sectie :
- Wetgeving
- Bron :
- Numac 1995011218
Originele tekst :
Voeg het document toe aan een map
()
om te beginnen met annoteren.
1. Rol van het federale Ministerie van Economische Zaken.
Artikel 1 Het federale Ministerie van Economische Zaken vervult een coördinerende rol t.o.v. de federale departementen met bevoegdheden die het investeringsklimaat kunnen beïnvloeden.
Een Dienst van het Ministerie van Economische Zaken wordt met deze opdracht belast. Deze Dienst licht de Gewesten in over geplande maatregelen en over de stand van onderhandelingen met de functionele ministeries.
Artikel 2 Indien het Ministerie van Economische Zaken op de hoogte wordt gebracht van een voorstel voor investering, worden de lnvesteringsdiensten van de Gewesten hiervan onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte gebracht.
Deze behandelen dit voorstel voor investering verder.
Artikel 3 Indien het Ministerie van Economische Zaken een vraag voor informatie ontvangt, verstrekt het zo vlug mogelijk een antwoord voor wat betreft de federale bevoegdheden.
Het documentatiemateriaal dat de Gewesten ter beschikking stellen, wordt automatisch hierbij gevoegd.
Het Ministerie van Economische Zaken brengt de Gewesten onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte van de vragen om informatie.
Het stelt de relevante informatie inzake de federale bevoegdheden die de buitenlandse investeringen gunstig kunnen beïnvloeden ter beschikking van de gewesten.
Artikel 4 Op vraag van de Gewesten verzekert de Dienst van het Ministerie van Economische Zaken namelijk de coördinatie van bezoeksprogramma's van de Gewesten door de kandidaatinvesteerders of de organisatie van seminaries voor het Vlaams Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
2. Rol van de diplomatieke en consulaire posten.
Artikel 5 In het kader van de bevordering van België als investerings- land verlenen de diplomatieke en consulaire posten hun steun aan de Gewesten voor hun promotiebeleid inzake investeringen.
Deze taak behelst mee de verstrekking van informatie over de federale bevoegdheden die het investeringsklimaat kunnen beïnvloeden.
Artikel 6 In dit kader brengen zij de gewestelijke investeringsdiensten onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte van elke vraag naar informatie en elk investeringsvoorstel dat hen wordt meegedeeld en waarbij de kandidaat-investeerder geen voorkeur uitdrukt voor een Gewest.
De Gewesten sturen een kopie aan het Ministerie van Economische Zaken en aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wanneer de vraag of het voorstel op de federale bevoegdheden betrekking heeft.
Indien de investeerder een voorkeur uitdrukt voor een Gewest, wordt enkel dit Gewest op de hoogte gebracht van deze belangstelling.
De vragen om informatie of de voorstellen voor investering worden verder behandeld door de bevoegde gewestelijke dienst(en).
De diplomatieke posten kunnen de besprekingen met de kandidaatinvesteerder voortzetten in overleg met de bevoegde gewestelijke dienst(en). Zij brengen het betrokken Gewest onmiddellijk op de hoogte van de verkregen informatie.
Artikel 7 Elke mededeling of vraag om medewerking van een Gewest i.v.m. een investeringsproject wordt vertrouwelijk behandeld.
Artikel 8 Op vraag van de Gewesten kunnen de diplomatieke posten :
- informatie en brochures verspreiden die de Gewesten ter beschikking stellen;
- medewerking verlenen bij de organisatie van investeringsseminaries of bij bezoeken van de Gewesten.
Artikel 9 Wanneer de projecten ontdekt worden door de gewestelijke vertegenwoordigers, worden zij exclusief door hen behandeld en organiseren zij de programma's in België met hun Gewest.
De Belgische Ambassade in het betrokken land en het Ministerie van Economische Zaken worden door het Gewest ingelicht over het bestaan van het project wanneer het op de federale bevoegdheden betrekking kan hebben.
De gewestelijke vertegenwoordiger licht de Ambassade en de andere Gewesten in over het bestaan van een project dat zijn Gewest niet zou interesseren.
3. De verbindingscel tussen de Gewesten en de federale overheid.
Artikel 10 Er wordt een verbindingscel opgericht met vertegenwoordi- gers van de Gewestministers bevoegd voor economie alsook met vertegenwoordigers van de federale Ministeries van Economische Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Buitenlandse Handel en van Ontwikkelingssamenwerking, die regelmatig zal vergaderen om het investeringsklimaat in ons land te bespreken (art. 1), om de toepassing van dit samenwerkingsakkoord te evalueren en om voorstellen te formuleren teneinde regelmatig terugkerende problemen eventueel op te lossen.
Artikel 11 De verbindingscel wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van één van de Gewesten. Het secretariaat wordt verzekerd door de Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, zoals bedoeld in artikel 1. Het voorzitterschap wisselt om de zes maanden.
In principe vergadert de Onthaalcel maandelijks in de lokalen van het Gewest dat het voorzitterschap waarneemt.
4. Slotbepalingen.
Artikel 12 Dit akkoord treedt in werking op 22 februari 1995.
Artikel 13 Dit akkoord wordt gesloten voor onbepaalde duur.
Dit akkoord is opgesteld in vijf originele exemplaren in het Nederlands en vijf in het Frans.
Brussel, 7 februari 1995.
Voor de Gewesten :
De Minister-President van de Vlaamse regering, Vlaamse Minister van Economie, Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen,
L. VAN DEN BRANDE
De Minister-President van de Waalse regering, belast met Economie, Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Buitenlandse Handel,
R. COLLIGNON
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie,
R. GRIJP
Voor de federale Staat :
De Minister van Buitenlandse Handel en Minister van Europese Zaken, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
R. URBAIN
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economische Zaken,
M. WATHELET
Artikel 1 Het federale Ministerie van Economische Zaken vervult een coördinerende rol t.o.v. de federale departementen met bevoegdheden die het investeringsklimaat kunnen beïnvloeden.
Een Dienst van het Ministerie van Economische Zaken wordt met deze opdracht belast. Deze Dienst licht de Gewesten in over geplande maatregelen en over de stand van onderhandelingen met de functionele ministeries.
Artikel 2 Indien het Ministerie van Economische Zaken op de hoogte wordt gebracht van een voorstel voor investering, worden de lnvesteringsdiensten van de Gewesten hiervan onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte gebracht.
Deze behandelen dit voorstel voor investering verder.
Artikel 3 Indien het Ministerie van Economische Zaken een vraag voor informatie ontvangt, verstrekt het zo vlug mogelijk een antwoord voor wat betreft de federale bevoegdheden.
Het documentatiemateriaal dat de Gewesten ter beschikking stellen, wordt automatisch hierbij gevoegd.
Het Ministerie van Economische Zaken brengt de Gewesten onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte van de vragen om informatie.
Het stelt de relevante informatie inzake de federale bevoegdheden die de buitenlandse investeringen gunstig kunnen beïnvloeden ter beschikking van de gewesten.
Artikel 4 Op vraag van de Gewesten verzekert de Dienst van het Ministerie van Economische Zaken namelijk de coördinatie van bezoeksprogramma's van de Gewesten door de kandidaatinvesteerders of de organisatie van seminaries voor het Vlaams Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest.
2. Rol van de diplomatieke en consulaire posten.
Artikel 5 In het kader van de bevordering van België als investerings- land verlenen de diplomatieke en consulaire posten hun steun aan de Gewesten voor hun promotiebeleid inzake investeringen.
Deze taak behelst mee de verstrekking van informatie over de federale bevoegdheden die het investeringsklimaat kunnen beïnvloeden.
Artikel 6 In dit kader brengen zij de gewestelijke investeringsdiensten onmiddellijk en gelijktijdig op de hoogte van elke vraag naar informatie en elk investeringsvoorstel dat hen wordt meegedeeld en waarbij de kandidaat-investeerder geen voorkeur uitdrukt voor een Gewest.
De Gewesten sturen een kopie aan het Ministerie van Economische Zaken en aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking wanneer de vraag of het voorstel op de federale bevoegdheden betrekking heeft.
Indien de investeerder een voorkeur uitdrukt voor een Gewest, wordt enkel dit Gewest op de hoogte gebracht van deze belangstelling.
De vragen om informatie of de voorstellen voor investering worden verder behandeld door de bevoegde gewestelijke dienst(en).
De diplomatieke posten kunnen de besprekingen met de kandidaatinvesteerder voortzetten in overleg met de bevoegde gewestelijke dienst(en). Zij brengen het betrokken Gewest onmiddellijk op de hoogte van de verkregen informatie.
Artikel 7 Elke mededeling of vraag om medewerking van een Gewest i.v.m. een investeringsproject wordt vertrouwelijk behandeld.
Artikel 8 Op vraag van de Gewesten kunnen de diplomatieke posten :
- informatie en brochures verspreiden die de Gewesten ter beschikking stellen;
- medewerking verlenen bij de organisatie van investeringsseminaries of bij bezoeken van de Gewesten.
Artikel 9 Wanneer de projecten ontdekt worden door de gewestelijke vertegenwoordigers, worden zij exclusief door hen behandeld en organiseren zij de programma's in België met hun Gewest.
De Belgische Ambassade in het betrokken land en het Ministerie van Economische Zaken worden door het Gewest ingelicht over het bestaan van het project wanneer het op de federale bevoegdheden betrekking kan hebben.
De gewestelijke vertegenwoordiger licht de Ambassade en de andere Gewesten in over het bestaan van een project dat zijn Gewest niet zou interesseren.
3. De verbindingscel tussen de Gewesten en de federale overheid.
Artikel 10 Er wordt een verbindingscel opgericht met vertegenwoordi- gers van de Gewestministers bevoegd voor economie alsook met vertegenwoordigers van de federale Ministeries van Economische Zaken, van Buitenlandse Zaken, van Buitenlandse Handel en van Ontwikkelingssamenwerking, die regelmatig zal vergaderen om het investeringsklimaat in ons land te bespreken (art. 1), om de toepassing van dit samenwerkingsakkoord te evalueren en om voorstellen te formuleren teneinde regelmatig terugkerende problemen eventueel op te lossen.
Artikel 11 De verbindingscel wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van één van de Gewesten. Het secretariaat wordt verzekerd door de Dienst van het Ministerie van Economische Zaken, zoals bedoeld in artikel 1. Het voorzitterschap wisselt om de zes maanden.
In principe vergadert de Onthaalcel maandelijks in de lokalen van het Gewest dat het voorzitterschap waarneemt.
4. Slotbepalingen.
Artikel 12 Dit akkoord treedt in werking op 22 februari 1995.
Artikel 13 Dit akkoord wordt gesloten voor onbepaalde duur.
Dit akkoord is opgesteld in vijf originele exemplaren in het Nederlands en vijf in het Frans.
Brussel, 7 februari 1995.
Voor de Gewesten :
De Minister-President van de Vlaamse regering, Vlaamse Minister van Economie, Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Wetenschapsbeleid, Energie en Externe Betrekkingen,
L. VAN DEN BRANDE
De Minister-President van de Waalse regering, belast met Economie, Kleine en Middelgrote Ondernemingen, Toerisme, Internationale Betrekkingen en Buitenlandse Handel,
R. COLLIGNON
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Economie,
R. GRIJP
Voor de federale Staat :
De Minister van Buitenlandse Handel en Minister van Europese Zaken, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken,
R. URBAIN
De Vice-Eerste Minister en Minister van Economische Zaken,
M. WATHELET