Wet houdende begrotingsbepalingen.

Datum :
16-07-1990
Taal :
Frans Nederlands
Grootte :
2 pagina's
Sectie :
Wetgeving
Bron :
Numac 1990021154

Originele tekst :

Voeg het document toe aan een map () om te beginnen met annoteren.
Titel 1. Bepalingen houdende sociale maatregelen

Hoofdstuk 1. Begrotingsmaatregelen

Artikel 1 <Wijzigingsbepaling van art. 1 van W 1989-12-22/31>

Artikel 2 § 1. Een bedrag van 1 670 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1990 worden toegewezen aan de Rijksdienst voor kinderbijslag voor werknemers.
  Dit bedrag wordt toegekend aan de sector uitkeringen van de algemene regeling voor verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering ten einde gedeeltelijk het nadelig saldo over het jaar 1990 van deze sector te dekken.
  § 2. De Minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoelde bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale zekerheidsinstellingen.

Artikel 3 <Wijzigingsbepaling van art. 3 van W 1989-12-22/31>

Artikel 4 § 1. Een bedrag van 2 500 miljoen frank wordt afgenomen van de opbrengst van de sociale zekerheidsbijdragen die voor het jaar 1990 worden toegewezen aan het Fonds voor beroepsziekten. Dit bedrag wordt toegekend aan de regeling der pensioenen voor werknemers ten einde de koppeling van de pensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn te realiseren.
  § 2. De Minister van Sociale Zaken is ertoe gemachtigd het in § 1 bedoeld bedrag in schijven over te dragen volgens de kasbehoeften en binnen de perken van de beschikbare middelen van de betrokken sociale zekerheidsinstellingen.

Hoofdstuk 2. PensioenenRijkstoelage aan de pensioenregeling voor werknemers

Artikel 5 In afwijking van de bepalingen van artikel 26 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en van artikel 19 van het koninklijk besluit nr 415 van 16 juli 1986 tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de werknemerspensioenen, wordt het bedrag van de Rijkstoelage bestemd voor de pensioenregeling voor werknemers voor 1987 beperkt tot een bedrag van 52 311 miljoen frank, onverminderd de uitgaven die ten laste vallen van de Staat met toepassing van artikel 6, tweede en vierde lid, van het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van artikel 104 van de wet van 22 december 1977 betreffende de budgettaire voorstellen 1977/1978, en van artikel 8, 1°, van het koninklijk besluit nr 95 van 28 september 1982 betreffende het brugrustpensioen voor werknemers.

Artikel 6 In afwijking van de bepalingen van artikel 26 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en van artikel 150 van de programmawet van 30 december 1988 en onverminderd de uitgaven die ten laste vallen van de Staat met toepassing van artikel 6, tweede en vierde lid, van het koninklijk besluit nr 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en van artikel 104 van de wet van 22 december 1977 betreffende de budgettaire voorstellen 1977/1978, enerzijds, en in afwijking, anderzijds, van artikel 10, eerste lid, van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, worden de bij artikel 26, van voormelde wet van 29 juni 1981 en bij artikel 10, eerste lid, van voormelde herstelwet van 22 januari 1985 bedoelde uitgaven ten laste van de Staat ten voordele van de pensioenregeling voor werknemers voor het jaar 1988 vastgesteld op respectievelijk 57 664,4 miljoen frank en 2 046 miljoen frank.

Artikel 7 <Wijzigingsbepaling van art. 252 van W 1989-12-22/31>

Hoofdstuk 3. Wijziging van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces

Artikel 8 <Wijzigingsbepaling van art. 4 van KB230 1983-12-21/30>

Artikel 9 Ten aanzien van de stagiairs die op de datum van inwerkingtreding van deze wet in een administratie zijn tewerkgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 4 en volgende van het koninklijk besluit nr 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces, blijven de bepalingen gelden die vóór de inwerkingtreding van deze wet van toepassing waren.

Titel 2. Bepalingen inzake volksgezondheid en gehandicaptenbeleid

Hoofdstuk 1. Instituut voor veterinaire keuring

Sectie 1. Reserves van het Instituut voor veterinaire keuring

Artikel 10 Het Instituut voor veterinaire keuring stort uiterlijk op 1 september 1990 uit zijn reserves een bedrag van 800 000 000 frank aan de Schatkist.

Sectie 2. Financiering van het Instituut voor veterinaire keuring

Artikel 11 (Opgeheven) <W 1994-04-25/36, Art. 1, 002; En vigueur : 20-09-1994>

Hoofdstuk 2. Rijksfonds voor sociale reclassering van de mindervaliden

Artikel 12 <Wijzigingsbepaling van art. 24, §1, Lid 2 van W 1963-04-16/01>

Titel 3. Diverse bepalingen

Hoofdstuk 1. Regie van telegrafie en telefonie

Artikel 13 De Regie van telegrafie en telefonie zal vóór 1 september 1990 aan de Staat een bedrag van 1 miljard frank betalen als vergoeding voor monopolierechten op de activiteiten uitgeoefend tijdens de jaren voorafgaand aan de door artikel 208 van de wet van 30 december 1988 ingevoerde jaarlijkse monopolievergoeding.

Hoofdstuk 2. Nationale Loterij

Artikel 14 Ten bate van de Schatkist wordt op de winsten van de Nationale Loterij 2,3 miljard frank afgehouden ten laste van de winsten van het jaar 1990.