- Arrest van 4 januari 2011

04/01/2011 - P.10.1411.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Geen eenstemmigheid is vereist wanneer de appelrechters de door de eerste rechter opgelegde straf behouden, nadat ook zij het basismisdrijf bewezen achtten zonder evenwel de door de eerste rechter weerhouden verzwarende omstandigheden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1411.N

I

X. Y. H.

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie te Gent.

II

F. J.

beklaagde,

eiseres,

met als raadsman mr. Eric Pringuet, advocaat bij de balie Gent.

III

CHANG XIN bvba, met zetel te 8730 Beernem, Reigerlostraat 7, voor wie als lasthebber ad hoc optreedt mr. Tom Van Maldergem, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Rabotstraat 118,

beklaagde,

eiseres.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 juni 2010.

De eisers I en II voeren in een gemeenschappelijke memorie grieven aan.

De eiseres III voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de memorie van de eisers I en II

De memorie van de eisers I en II is ontvangen ter griffie van het Hof op 6 oktober 2010, dit is meer dan twee maanden sedert de inschrijving van de zaak op de algemene rol op 5 augustus 2010, dus buiten de termijn bepaald in artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

De memorie is niet ontvankelijk.

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. Het bestreden arrest verklaart de eisers wat betreft de telastleggingen A1 tot en met A3 en B1 tot en met B3 niet schuldig aan de verzwarende omstandigheden vermeld in de dagvaarding.

De tegen die beslissing gerichte cassatieberoepen zijn bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel van de eiseres III

2. Het middel voert schending aan van artikel 8 EVRM en artikel 47sexies, § 1, Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest oordeelt ten onrechte dat artikel 47sexies Wetboek van Strafvordering niet van toepassing is op de in dit dossier uitgevoerde observaties; bepalend is niet of de observaties door één ambtenaar en of systematisch gebeurden, maar wel of ze stelselmatig plaatsvonden; tien observaties verricht in een tijdspanne van enkele weken zijn stelselmatig in de zin van artikel 47sexies, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

3. Het middel komt op tegen het onaantastbare oordeel van de appelrechters dat er geen observatie is geweest als bedoeld in artikel 47sexies, § 1, eerste en tweede lid, Wetboek van Strafvordering, of het verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

Het middel is niet ontvankelijk.

Voor het overige is de schending van artikel 8 EVRM volledig afgeleid uit de vergeefs aangevoerde onwettigheid in de observatie. Hierdoor is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel van de eiseres III

4. Het middel voert schending aan van de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: het arrest oordeelt ten onrechte: "[De eiseres III] toont zelfs niet aan dat de vennootschap daadwerkelijk op het adres gelegen op de werf haar maatschappelijke zetel had. Het louter feit dat de maatschappelijke zetel een postadres had op een bouwwerf is uiteraard niet voldoende"; aldus miskent het bestreden arrest wat betreft de maatschappelijke zetel van de eiseres de bewijskracht van de publicatie in de Bijlage tot het Belgisch Staatsblad.

5. Het bestreden arrest geeft met de in het middel aangehaalde redenen van het vermelde stuk geen uitlegging, maar beoordeelt de bewijswaarde ervan.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Derde middel van de eiseres III

6. Het middel voert schending aan van artikel 211bis Wetboek van Strafvordering: het bestreden arrest is niet met éénparigheid gewezen; het legt aan de eiseres eenzelfde straf op als het beroepen vonnis terwijl het anders dan het beroepen vonnis de eiseres enkel schuldig verklaart aan het basismisdrijf van artikel 433quinquies, § 1, 3°, Strafwetboek en niet aan de verzwarende omstandigheden van artikel 433septies, 2° en 6°, Strafwetboek.

7. De appelrechters die in het bedoelde geval, de straf behouden, verzwaren de door het beroepen vonnis opgelegde straf niet. Eénparige stemmen zijn in dat geval dan ook niet vereist.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep.

Bepaalt de kosten in het geheel op 179,55 euro waarvan de eisers I, II en III elk 59,85 euro verschuldigd zijn.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 4 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Eenstemmigheid

  • Bevestiging van de schuldigverklaring aan het basismisdrijf

  • Geen bevestiging van de verzwarende omstandigheden

  • Bevestiging van de opgelegde straf