- Arrest van 7 januari 2011

07/01/2011 - C.09.0488.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In de regel is de cassatie beperkt tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0488.N

WILLEMS nv, met zetel te 9600 Ronse, Industriepark Klein Frankrijk 29,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149/20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. M.B., als curator van het faillissement van nv Aluminium Europe,

2. C.D., als curator van het faillissement van nv Aluminium Europe,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, rue de l'Athénée, 9, waar de verweersters woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 11 maart 2009, op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 11 maart 2005.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het arrest van het Hof van 11 maart 2005 vernietigt het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 oktober 1998 omdat het tegelijkertijd beslist dat het beroepen vonnis uitspraak deed over rechtsvorderingen en geschillen rechtstreeks uit het faillissement ontstaan en dat de termijn van hoger beroep niet de korte termijn was bedoeld in artikel 465 van de Faillissementswet 1851.

2. Het onderdeel gaat volledig ervan uit dat de grief die leidde tot het arrest van 11 maart 2005, geen betwisting opwierp over de aard van het geschil.

Het leidt hieruit af dat de appelrechters niet meer mochten terugkomen op de aard van het geschil, ook al heeft het verwijzingsarrest van 11 maart 2005 het arrest van het hof van beroep te Gent van 16 oktober 1998 volledig vernietigd.

3. In de regel is de cassatie beperkt tot de draagwijdte van het middel dat eraan ten grondslag ligt.

Het toen aangevoerde middel had niet tot strekking dat de aard van het geschil niet meer zou ter sprake komen. Het voerde een tegenstrijdigheid aan zonder dat het voor waar aannam wat het arrest van 16 oktober 1998 beslist had dat het geschil een geschil was, zoals bedoeld in artikel 574, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

4. Het verweer dat de curators een gerechtelijke bekentenis hadden afgelegd over de juridische aard van de vordering, is geen afzonderlijk middel, maar een argument tot staving van de stelling van de eiseres dat na het verwijzingsarrest van 11 maart 2005 geen betwisting meer kon gevoerd worden over de aard van de vordering.

5. De appelrechters verwerpen de stelling van de eiseres in verband met de aard van de vordering (arrest p. 7 en 8). Ze hoefden niet nader in te gaan op dit afzonderlijk argument.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. Krachtens het toepasselijke artikel 465, eerste lid, Faillissementswet 1851, bedraagt de appeltermijn bij ieder vonnis dat ter zake van faillissement is gewezen, slechts vijftien dagen te rekenen vanaf de betekening.

Een vonnis dat ter zake van faillissement is gewezen, is ieder vonnis dat uitspraak doet over rechtsvorderingen en geschillen rechtstreeks ontstaan uit faillissementen en waarvan de gegevens voor de oplossing zich bevinden in het bijzonder recht dat het stelsel van het faillissement beheerst.

De korte termijn voor hoger beroep, als bedoeld in het bovenvermelde artikel 465 is niet van toepassing op de vonnissen die uitspraak doen over een vraag die, ook al belangt ze de gezamenlijke schuldeisers aan, een andere oorzaak heeft dan het faillissement, zodat zij geen enkel juridisch gevolg heeft voor de oplossing van het geschil.

7. De appelrechters stellen vast dat:

- een geschrift van 3 juni 1992 uitgaande van nv Aluminium Europe de prijzen en voorwaarden bevat voor de aankoop door en levering van aluminium profielen, met inbegrip van de leveringstermijnen en dat de partijen het erover eens zijn dat deze brief de overeenkomst tussen partijen uitmaakte, krachtens welke de aluminium bouwelementen werden verkocht en geleverd volgens bestellingen van de eiseres en dit gedurende de hele daaropvolgende handelsrelatie tussen de partijen;

- op 18 december 1995 een wisselbrief in omloop is gebracht met vervaldag 28 februari 1996 voor 710.948 frank en op 16 januari 1996 een wisselbrief met vervaldag 15 maart 1996 voor 1.062.707 frank; beide wisselbrieven werden door nv Aluminium Europe wegens de verschuldigde facturen getrokken op de eiseres, die accepteerde;

- het vonnis van 12 februari 1996 nv Aluminium Europe failliet verklaarde en op 15 februari 1996 de curatoren de toelating kregen het voortzetten van de bedrijfsactiviteiten tot einde maart 1997;

- de vorderingen ingesteld bij de dagvaarding van 14 maart 1996 de eenzijdige stopzetting van de leveringen van handelsgoederen als oorzaak hadden waaruit de eiseres besloot dat nv Aluminium Europe de overeenkomst krachtens welke zij tot levering was gehouden, had verbroken;

- het voorwerp van de vordering in hoofdzaak bestond uit de ontbinding van de overeenkomst ten laste van de gefailleerde vennootschap en de betaling van schadevergoeding.

- waar de eiseres ook vorderde dat verbod zou opgelegd worden de ter betaling van de geleverde waar aan de gefailleerde vennootschap overhandigde wisselbrieven te incasseren, ze enkel de schuldvergelijking beoogt van een bestaande en erkende schuld van de eiseres met de gevorderde schadevergoeding wegens verbreking van de overeenkomst.

8. Op grond van deze vaststellingen oordelen de appelrechters dat:

- de vorderingen niet rechtstreeks ontstonden uit het faillissement, maar uit de verbintenissen die uit een eerdere overeenkomst waren ontstaan;

- de oplossing van het geschil zich evenmin bevindt in het bijzondere recht dat het stelsel van het faillissement beheerst, maar in de beoordeling van de contractuele verplichtingen tussen handelaars, de wijze waarop deze werden gekweten en de regelen betreffende de gerechtelijke ontbinding van overeenkomsten wegens wanprestatie;

- de bijzondere termijn voor het instellen van het hoger beroep in artikel 465, eerste lid, Faillissementswet 1851 niet van toepassing is.

Zij verantwoorden aldus hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 705,64 euro jegens de eisende partij en op de som van 250,43 euro jegens de verwerende partijen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 7 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Omvang