- Arrest van 11 januari 2011

11/01/2011 - P.10.0966.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
In geval van samenhang tussen twee vorderingen werken de stuitingsdaden van de ene zaak ook stuitend voor de andere zaak (1). (1) Cass., 22 april 2008, AR P.07.1866.N, A.C., 2008, nr. 241.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.0966.N

D S,

beklaagde en burgerlijke partij,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. O E M H,

beklaagde,

2. H - D B bvba,

civielrechtelijk aansprakelijke partij,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 18 maart 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het bestreden vonnis oordeelt dat de civielrechtelijke vordering van de eiser onontvankelijk is ingevolge verjaring; het beantwoordt evenwel eisers argumentatie dat zijn vordering wel tijdig werd ingeleid wegens samenhang tussen de telastleggingen, niet.

De eiser heeft in conclusie aangevoerd dat er samenhang bestaat omdat zowel hijzelf in zijn hoedanigheid van beklaagde als de door hem rechtstreeks gedaagden werden gedagvaard met betrekking tot hetzelfde ongeval en voorwerp. Door de samenhang tussen beide zaken werken de stuitingsdaden van de ene zaak ook stuitend voor de andere zaak, later ingeleid op eisers initiatief via rechtstreekse dagvaarding.

De appelrechters beantwoorden dit verweer niet.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

2. Het onderdeel kan niet leiden tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing. Het behoeft geen antwoord.

Omvang van de cassatie

3. De vernietiging van de beslissing op de civielrechtelijke vordering van de eiser tegen de eerste verweerder, beklaagde, heeft de vernietiging tot gevolg van de beslissing op de civielrechtelijke vordering van de eiser tegen de tweede verweerder, civielrechtelijk aansprakelijke.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

4. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de civielrechtelijke vorderingen van de eiser tegen de verweerders en de eiser veroordeelt in de kosten van de rechtstreekse dagvaarding en tot betaling van een rechtsplegingsvergoeding.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de verweerders in de helft van de kosten. Veroordeelt de eiser in de andere helft van de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 164,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 11 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Paul Kenis, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verjaring

  • Stuiting