- Arrest van 18 januari 2011

18/01/2011 - P.10.1252.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een burgerlijkepartijstelling in toepassing van artikel 63 Wetboek van Strafvordering is ontvankelijk indien de aangeklaagde feiten beantwoorden aan een door de wet als misdaad of wanbedrijf gekwalificeerd misdrijf en de burgerlijke partij aannemelijk maakt dat zij door die feiten is benadeeld; de burgerlijke partij moet bij het instellen van haar klacht het bewijs nog niet leveren van de door haar geleden schade, maar dit belet het onderzoeksgerecht dat geroepen is te oordelen over de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling en de daardoor ingestelde strafvordering, niet concreet vast te stellen dat de aangeklaagde feiten geen schade hebben veroorzaakt of hebben kunnen veroorzaken en hieruit af te leiden dat de burgerlijke partij niet aannemelijk maakt door die feiten te zijn benadeeld (1). (1) Cass., 21 sept. 1999, AR P.99.0743.N, A.C., 1999, nr. 475; Cass., 22 mei 2001, AR P.99.1655.N, A.C., 2001, nr. 303; Cass., 8 okt. 2002, AR P.02.0419.F, A.C., 2002, nr. 516; Cass., 11 feb. 2003, AR P.02.0608.N, A.C., 2003, nr. 94; Cass., 24 okt. 2006, AR P.06.0688.N, A.C., 2006, nr. 507; Declercq, R, Beginselen van Strafrechtspleging, 5de ed., 2010, nrs. 503 en 3148.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1252.N

K. D.

burgerlijke partij,

eiser,

met als raadslieden mr. Dimitri Dedecker en mr. Koen De Bock, advocaten bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 juni 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 3 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, de artikelen 63, 66 en 67 Wetboek van Strafvordering en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek, alsmede miskenning van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat de eiser geen schade heeft geleden en dat eisers klacht lichtvaardig is; de eiser diende bij zijn stelling als burgerlijke partij enkel aan te tonen dat het feit dat hij schade geleden heeft, aannemelijk is en heeft aangetoond dat de feiten die het voorwerp uitmaken van zijn klacht wel degelijk schade veroorzaken.

2. Naar luid van artikel 63 Wetboek van Strafvordering kan hij die beweert door een misdaad of een wanbedrijf te zijn benadeeld, daarover bij de bevoegde onderzoeksrechter klacht neerleggen en zich burgerlijke partij stellen.

Die burgerlijkepartijstelling is ontvankelijk indien de aangeklaagde feiten beantwoorden aan een door de wet als misdaad of wanbedrijf gekwalificeerd misdrijf en de burgerlijke partij aannemelijk maakt dat zij door die feiten is benadeeld.

3. De burgerlijke partij moet bij het instellen van haar klacht het bewijs nog niet leveren van de door haar geleden schade. Dit belet het onderzoeksgerecht dat geroepen is te oordelen over de ontvankelijkheid van de burgerlijkepartijstelling en de daardoor ingestelde strafvordering, evenwel niet concreet vast te stellen dat de aangeklaagde feiten geen schade hebben veroorzaakt of hebben kunnen veroorzaken en hieruit af te leiden dat de burgerlijke partij niet aannemelijk maakt door die feiten te zijn benadeeld.

4. Het arrest oordeelt op grond van de feitelijke gegevens die het vaststelt, dat de aangeklaagde feiten de eiser niet hebben geschaad noch hebben kunnen schaden. Het leidt hieruit af dat de burgerlijkepartijstelling van bij de akteverlening ervan niet ontvankelijk is, waardoor het te kennen geeft dat de beweerde schade niet aannemelijk is. Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

5. Voor het overige komt het middel op tegen de beoordeling in feite door het arrest dat de aangeklaagde feiten geen schade hebben veroorzaakt noch hebben kunnen veroorzaken of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,26 euro, waarvan 27,26 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh en Filip Van Volsem, en op de openbare rechtszitting van 18 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Vordering voor de strafrechter

  • Burgerlijkepartijstelling

  • Ontvankelijkheid