- Arrest van 19 januari 2011

19/01/2011 - P.10.1910.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het cassatieberoep is niet ontvankelijk wanneer het vóór de eindbeslissing is ingesteld tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat het hoger beroep van de procureur des Konings tegen de beslissing van de onderzoeksrechter waarbij de raadsman van de eiser, inverdenkinggestelde, toestemming krijgt aanwezig te zijn op een komende wedersamenstelling van de feiten, ontvankelijk en gegrond verklaart (1). (1) Zie Cass., 19 jan. 2005, AR P.04.1515.F, A.C., 2005, nr. 39.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1910.F.

B. S.,

inverdenkinggestelde,

eiseres,

mr. Sandra Berbuto, advocaat bij de balie te Luik.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 18 november 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. Beslissing van het Hof

Beoordeling

Het arrest dat met toepassing van de artikelen 22 Wetboek van Strafvordering en 138, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek uitspraak doet, in zoverre die bepalingen aan het openbaar ministerie het recht toekennen om beroep in te stellen tegen de beschikkingen van de onderzoeksrechter, verklaart het hoger beroep van de procureur des Konings tegen de beslissing van de onderzoeksrechter waarbij de raadsman van de eiseres de toestemming krijgt aanwezig te zijn op een komende wedersamenstelling van de feiten, ontvankelijk en gegrond.

De rechter heeft door dat arrest niet zijn gehele rechtsmacht uitgeoefend over alle punten van de strafvordering. Overeenkomstig artikel 416, eerste lid, van het voormelde wetboek staat tegen een dergelijke beslissing eerst cassatieberoep open na het eindarrest in de zin van die bepaling.

Artikel 416, tweede lid, dat de enige, zich te dezen niet voordoende, gevallen opsomt waarin de wet onmiddellijk cassatieberoep toestaat tegen voorbereidende arresten en arresten van onderzoek, geeft de inverdenkinggestelde die beweert recht te hebben op bijstand van een advocaat tijdens een komende wedersamenstelling, niet het recht om de beslissing over die eis onmiddellijk aan het toezicht van het Hof te onderwerpen.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Het Hof vermag voor het overige geen acht te slaan op de memorie die niet de ontvankelijkheid van het cassatieberoep betreft.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 19 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onderzoek in strafzaken

  • Onderzoeksrechter

  • Aanwezigheid van de raadsman van de inverdenkinggestelde bij een geplande wedersamenstelling

  • Machtigingsbeslissing

  • Hoger beroep van de procureur des Konings

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Arrest dat het hoger beroep gegrond verklaart

  • Inverdenkinggestelde

  • Onmiddellijk cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid