- Arrest van 26 januari 2011

26/01/2011 - P.11.0111.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een aangehouden eiser een verklaring van cassatieberoep heeft afgelegd bij de afgevaardigde van de gevangenisdirecteur, is de vermelding in de akte van cassatieberoep, volgens welke de betrokkene de volgende dag met hetzelfde doel voor het hoofd van de griffie is verschenen, alleen maar de nakoming van het vormvereiste, bepaald in artikel 1, tweede lid, van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep of van voorziening in cassatie van gevangenzittende of geïnterneerde personen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0111.F

R. M.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiser.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 januari 2011.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft een conclusie neergelegd die op de griffie ontvangen is op 21 januari 2011.

Op de rechtszitting van 26 januari 2011 heeft afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt verslag uitgebracht en heeft de voormelde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het Hof oordeelt dat slechts één verklaring van cassatieberoep bij het Hof aanhangig is gemaakt, namelijk die welke de eiser op 13 januari 2011 bij de afgevaardigde van de gevangenisdirecteur heeft ingesteld. De vermelding in de akte van cassatieberoep, volgens welke de betrokkene met hetzelfde doel op 14 januari 2011 voor het hoofd van de griffie is verschenen, is alleen maar de nakoming van het vormvereiste, bepaald in artikel 1, tweede lid, van de wet van 25 juli 1893 betreffende de aantekening van beroep of van voorziening in cassatie van gevangenzittende of geïnterneerde personen.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Aangehouden eiser

  • Verklaring van cassatieberoep bij de afgevaardigde van de directeur van de gevangenis

  • Eiser verschijnt de volgende dag met hetzelfde doel voor het hoofd van de griffie