- Arrest van 26 januari 2011

26/01/2011 - P.10.1321.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De sanctie wegens miskenning van een substantieel vormvereiste dat niet raakt aan de organisatie van de hoven en rechtbanken, wordt niet automatisch opgelegd, maar dient beoordeeld te worden in het licht van de context, het voorwerp en de gevolgen van die miskenning voor het recht op een eerlijke behandeling van de zaak (1). (1) Zie J. de CODT, 'Preuve pénale et nullités', R.D.P.C., 2009, p. 642-648; H.-D. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M.-A. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, Brussel, Die Keure, 2010, p. 1012.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1321.F

DE PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

eiser,

tegen

J. S.,

inverdenkinggestelde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 28 juni 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Het arrest verklaart het proces-verbaal nietig dat een ambtenaar van het bosbeheer heeft opgemaakt wegens misdrijven die zijn vastgesteld buiten het gerechtelijk arrondissement, voor het gebied waarvoor hij is aangesteld. Het arrest verklaart de daaropvolgende huiszoekingen, inbeslagnemingen en ambtsverrichtingen nietig en zegt dat er geen grond is tot vervolging.

Volgens de appelrechters is de aangeklaagde onregelmatigheid substantieel "aangezien zij het opzet van het Boswetboek en de regels inzake de aanstelling in het gedrang brengt die, voor iedere ambtenaar, diens territoriale bevoegdheid met ministeriële goedkeuring vaststelt".

De sanctie wegens de schending van een substantieel vormvereiste dat niet raakt aan de organisatie van de hoven en rechtbanken, wordt niet automatisch opgelegd, maar dient beoordeeld te worden in het licht van de context, het voorwerp en de gevolgen van die schending voor het recht op een eerlijke behandeling van de zaak.

Het arrest stelt niet vast dat de betrouwbaarheid van het bewijs door de aangeklaagde onwettigheid in het gedrang komt, dat die onwettigheid een hogere waarde dan de doeltreffendheid van de strafrechtspleging in het gedrang zou brengen of afbreuk zou doen aan een recht dat door de geschonden regel wordt beschermd, dat door de tussenkomst van de ambtenaar buiten zijn gebied het recht van verdediging werd uitgehold, dat het ingrijpen van die niet-bevoegde ambtenaar opzettelijk plaatsvond of berust op een onverschoonbare dwaling, of dat de onregelmatigheid erger is dan het misdrijf dat zij bewijst.

De appelrechter verantwoorden hun beslissing bijgevolg niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 26 januari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Onregelmatig verkregen bewijs

  • Miskenning van een substantieel vormvereiste

  • Vormvereiste zonder verband met de organisatie van de hoven en rechtbanken

  • Sanctie

  • Beoordeling door de rechter

  • Criteria