- Arrest van 3 februari 2011

03/02/2011 - C.09.0219.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het middel dat tot staving van een cassatieberoep aangevoerd wordt is niet nieuw wanneer het gegrond is op de schending van een wettelijke bepaling die de essentiële belangen van de Staat raakt en dus van openbare orde is (1). (1) Cass., 3 juni 1996, AR S.95.0102.N, A.C., 1996, nr. 204.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0219.F

CORDIPA nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

WAALSE WATERMAATSCHAPPIJ cvba naar publiek recht,

Mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, dat op 10 december 2008 is gewezen door het hof van beroep te Bergen.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In het verzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht, voert de eiseres drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Tweede middel

Tweede onderdeel

Over de grond van niet-ontvankelijkheid die de verweerster tegen dit onderdeel heeft aangevoerd: het onderdeel is nieuw.

Het middel dat is aangevoerd tot staving van een cassatieberoep en dat de schending aanvoert van een wetsbepaling die de essentiële belangen van de Staat raakt en derhalve van openbare orde is, is niet nieuw.

Artikel 3, § 1, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State waarvan dit onderdeel de schending aanvoert raakt de openbare orde.

Voor het overige vereist het onderzoek van het onderdeel niet dat feitelijke gegevens worden nagegaan.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

De gegrondheid van het onderdeel:

Krachtens artikel 3, § 1, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State onderwerpen de leden van de gewestregeringen, buiten de met bijzondere redenen omklede gevallen van hoogdringendheid, de tekst van ontwerpen van reglementaire besluiten aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving.

Het arrest past de circulaire van de minister van Lokale Besturen, Gesubsidieerde Werken en Watervoorziening voor het Waalse gewest toe op de instellingen voor distributie van drinkwater wat betreft de algemene modelvoorwaarden voor de distributie van drinkwater in het Waalse Gewest van 16 december 1988, die is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 1 maart 1989. Artikel 2.1 hiervan bepaalt dat de algemene modelvoorwaarden de juridische betrekkingen regelen tussen de distributeur enerzijds, en de abonnee en de gebruiker, anderzijds, en dat zij tevens bindend zijn voor elke aanvrager van een aansluiting.

Die circulaire waarvan de bepalingen een normatief karakter hebben, heeft de waarde van een reglementair besluit; de minister was dus, buiten het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid, ertoe verplicht haar te onderwerpen aan het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State.

Uit die circulaire blijkt dat noch de Raad van State om advies is gevraagd noch dat de minister zich op de hoogdringendheid heeft beroepen om van die verplichting ontslagen te zijn.

Aangezien de Raad van State niet om advies is gevraagd, hoewel dat een substantiële pleegsvorm is, en aangezien hier geen met bijzondere redenen omklede hoogdringendheid is aangevoerd, is de voornoemde circulaire onwettig.

Het arrest dat oordeelt dat "de reglementaire bepalingen (van die circulaire) bindend zijn voor de eigenaar van het op het distributienet aangesloten gebouw zonder dat vereist wordt dat hij op enigerlei wijze de wil te kennen geeft om een leveringscontract te sluiten", schendt de in het middel vermelde bepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Er bestaat geen grond tot onderzoek van de overige grieven, daar die niet tot ruimere cassatie kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het de verweerster beveelt de levering van water te hervatten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 3 februari 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Kristel Vanden Bossche.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden