- Arrest van 7 februari 2011

07/02/2011 - C.10.0457.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het geheel van de bepalingen van artikel 88, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, Artikel 1 van het koninklijk besluit van 14 december 1992, de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992, en artikel 29 bis,§1, eerste en laatste lid WAM 1989, volgt dat het de verzekeringsmaatschappij die de slachtoffers van een verkeersongeval heeft vergoed op grond van artikel 29bis WAM 1989, is toegelaten een contractueel recht van verhaal uit te oefenen op de verzekerde of de verzekeringnemer, zij het beperkt tot het bedrag waartoe de verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van zijn verzekerde zou zijn gehouden (1). (1) Zie Cass., 7 juni 2010, AR C.09.0352.N, A.C. 2010; nr….

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0457.N

D.R.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Professor Roger Van Overstraetenplein 2,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde van 4 februari 2010.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 21 december 2010 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 88, eerste lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, kan de verzekeraar zich, voor zover hij volgens de wet of de verzekeringsovereenkomst de prestaties had kunnen weigeren of verminderen, een recht van verhaal voorbehouden tegen de verzekeringnemer en indien daartoe grond bestaat, tegen de verzekerde die niet de verzekeringnemer is.

Voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen is dit recht van verhaal geregeld in de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, dat uitgevaardigd is krachtens artikel 19 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, op grond waarvan de Koning gemachtigd is de algemene voorwaarden van de verzekeringscontracten te regelen.

Krachtens artikel 1 van voormeld besluit van 14 december 1992 moeten de overeenkomsten betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen beantwoorden aan de bepalingen van deze modelovereenkomst. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van de Wet Landverzekeringsovereenkomst is het evenwel toegelaten ervan af te wijken ten gunste van de verzekeringnemer, van de verzekerde of van elke derde die bij de uitvoering van de overeenkomst betrokken is.

Krachtens artikel 25, 1°, a), van de modelovereenkomst, heeft de maatschappij, wanneer zij gehouden is ten aanzien van de benadeelden, een recht van verhaal op de verzekeringnemer, wanneer de dekking van de overeenkomst geschorst is wegens niet-betaling van de premie.

2. Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM 1989, zijn de verzekeraars die de aansprakelijkheid dekken van de eigenaar, de bestuurder of de houder van motorrijtuigen die bij een verkeersongeval zijn betrokken, verplicht, met uitzondering van de stoffelijke schade en de schade geleden door de bestuurder van elk van de betrokken motorrijtuigen, alle schade te vergoeden voortvloeiend uit een lichamelijk letsel of het overlijden, geleden door slachtoffers van een dergelijk ongeval en hun rechthebbenden.

Krachtens artikel 29bis, § 1, laatste lid, WAM 1989, wordt de vergoedingsplicht waarvan sprake in deze bepaling uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de aansprakelijkheidsverzekering in het algemeen en de aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen in het bijzonder, voorzover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.

3. Uit het geheel van deze bepalingen volgt dat het de verzekeringsmaatschappij die de slachtoffers van een verkeersongeval heeft vergoed op grond van artikel 29bis WAM 1989, is toegelaten een contractueel recht van verhaal uit te oefenen op de verzekerde of de verzekeringnemer, zij het beperkt tot het bedrag waartoe de verzekeraar op grond van de aansprakelijkheid van zijn verzekerde zou zijn gehouden.

Een beding dat aan de verzekeringsmaatschappij een recht van verhaal verleent voor bedragen waarvoor de verzekerde niet aansprakelijk is, wijkt af van de modelovereenkomst gevoegd bij het koninklijk besluit van 14 december 1992 ten nadele van de verzekeringnemer en is bijgevolg op grond van artikel 1 van dit besluit niet toegelaten.

4. De appelrechters stellen vast dat:

- de echtgenote van de eiser als bestuurder betrokken was in een verkeersongeval met een fietsster die aan haar verwondingen is overleden;

- de partijen niet betwisten dat de echtgenote van de eiser niet aansprakelijk is voor het ongeval en de verweerster op basis van artikel 29bis WAM 1989 gehouden was tot vergoeding van de nabestaanden van de overleden fietsster;

- de waarborg van de verzekeringsovereenkomst gesloten tussen de partijen op de datum van het ongeval geschorst was wegens niet-betaling van de premie.

5. De appelrechters oordelen dat de verweerster op grond van de artikelen 24 en 25 van de modelovereenkomst het recht heeft de door haar aan de schadelijders betaalde bedragen terug te vorderen van de eiser, omdat deze artikelen niet bepalen dat er enkel een recht van verhaal is wanneer de maatschappij gehouden is tot vergoeding van de benadeelden omwille van aansprakelijkheid van de verzekerde, en dat artikel 39 van de verzekeringsovereenkomst aan de maatschappij een recht van verhaal verleent op grond van artikel 25, 1°, a), van de modelovereenkomst zonder aansprakelijkheid van de verzekerde.

Door op deze gronden de vordering van de verweerster tot terugbetaling van haar uitgaven in te willigen, schenden de appelrechters de voormelde wettelijke bepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Gent, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare terechtzitting van 7 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Zwakke weggebruiker

  • Regres

  • Contractueel recht van verhaal