- Arrest van 9 februari 2011

09/02/2011 - P.10.1831.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer verschillende feiten, wegens eenheid van opzet, één en hetzelfde strafbaar feit opleveren, kan de rechter slechts één straf opleggen, namelijk de zwaarste; hij kan daar geen bijkomende straf aan toevoegen die voor een andere telastlegging is bepaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1831.F

W. V.,

beklaagde, gedetineerd,

eiser,

mr. Benoît Lemal, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 26 oktober 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede middel

Het middel verwijt de appelrechters dat zij artikel 65 Strafwetboek hebben geschonden en het beginsel van de niet-retroactiviteit van de strafwet hebben miskend aangezien zij de eiser veroordelen tot, enerzijds, een hoofdstraf wegens verkrachting van een kind beneden de leeftijd van tien jaar (telastlegging A), welk misdrijf gepleegd is tussen 1 december 1994 en 23 maart 1996, dus vóór de inwerkingtreding van artikel 23bis Wet Bescherming Maatschappij, en, anderzijds, tot de bijkomende straf van terbeschikkingstelling van de regering wegens aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging op een minderjarige beneden de leeftijd van zestien jaar, met de omstandigheid dat de dader tot degenen behoort die over het slachtoffer gezag hebben (telastlegging B.2).

Krachtens artikel 65 Strafwetboek kan de rechter, wanneer verschillende feiten, wegens eenheid van opzet, één en hetzelfde strafbaar feit opleveren, slechts één straf opleggen, namelijk de zwaarste. Hij kan daar geen bijkomende straf aan toevoegen die voor een ander misdrijf is bepaald.

Ten aanzien van de bewezen verklaarde misdrijven is de zwaarste straf die welke bij artikel 375, eerste, tweede en zevende lid, Strafwetboek, is bepaald voor de misdaad verkrachting, die met twintig tot dertig jaar opsluiting wordt gestraft.

Nadat de appelrechters hebben geoordeeld dat de bewezen verklaarde misdrijven de uiting zijn van één en hetzelfde strafbaar opzet waarop alleen de zwaarste straf mag worden toegepast, veroordelen zij de eiser tot acht jaar gevangenisstraf.

De appelrechters bevelen daarnaast dat de eiser, op grond van de telastlegging aanranding van de eerbaarheid, met toepassing van artikel 23bis Wet Bescherming Maatschappij gedurende tien jaar ter beschikking van de regering zal worden gesteld. Zij schenden aldus artikel 65 Strafwetboek.

In zoverre is het middel gegrond.

Er is geen grond om acht te slaan op het eerste middel, daar het niet tot ruimere vernietiging kan leiden.

De terbeschikkingstelling van de regering is een bestanddeel van de opgelegde straf, zodat de onwettigheid zich uitstrekt tot de gehele straf alsook tot de veroordeling tot de bijdrage aan het Bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden. Zij heeft daarentegen geen invloed op de schuldigverklaring.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is, behoudens de hierna vernietigde onwettigheid, overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de gehele aan de eiser opgelegde straf en over de bijdrage aan het Bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige helft ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 9 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verschillende feiten

  • Eenheid van opzet

  • Zwaarste straf