- Arrest van 17 februari 2011

17/02/2011 - C.10.0440.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 1253quater, b) en d), van het Gerechtelijk Wetboek geldt, naar luid van zijn inleidende bepaling, slechts voor vorderingen van echtgenoten betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen en hun huwelijksvermogensstelsel, alsook, krachtens artikel 203bis, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, voor vorderingen betreffende verplichtingen die uit het huwelijk of uit de afstamming ontstaan wanneer die schuldeiser de machtiging vordert om, met uitsluiting van de schuldenaar, de inkomsten van laatstgenoemde of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2011, nr. ...


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0440.F

S. M.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

L. P.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis, in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Verviers van 5 mei 2010.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 203, 214, 215, 216, 221, 223, 1319, 1320, 1322, 1420, 1421, 1426, 1442, 1463 en 1469 van het Burgerlijk Wetboek;

- de artikelen 704, § 2, 792, tweede en derde lid, 1051 en 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep van de eiseres niet-ontvankelijk op grond dat "het beroepen vonnis van 20 november 2009 overeenkomstig artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrieven van 24 november 2009 ter kennis van de partijen werd gebracht, zodat het appelverzoekschrift dat op 26 januari 2010 op de griffie van deze rechtbank is neergelegd, laattijdig is".

Grieven

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 1051 van het Gerechtelijk Wetboek bedraagt de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid, van dat wetboek, waarbij laatstgenoemde bepaling verwijst naar de aangelegenheden die opgesomd zijn in artikel 704, § 2, en naar de bepalingen over adoptie.

Artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, wanneer de vorderingen gegrond zijn op de artikelen 214, 215, 216, 221, 223, 1420, 1421, 1426, 1442, 1463 en 1469 van het Burgerlijk Wetboek - vorderingen tussen echtgenoten - de griffier van de beschikking kennis geeft aan beide echtgenoten bij gerechtsbrief en hoger beroep wordt ingesteld binnen een maand na de kennisgeving.

De eiseres vorderde in haar gedinginleidend verzoekschrift dat de verweerder zou worden veroordeeld om een bijdrage te betalen voor de twee kinderen die waren geboren uit haar - reeds ontbonden - huwelijk met de verweerder van wie zij uit de echt gescheiden is. Een dergelijke vordering is geen vordering tussen echtgenoten in de zin van artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek maar een op artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek gegronde vordering. Geen enkele wetsbepaling zegt dat de beslissing die over een dergelijke vordering uitspraak doet bij gerechtsbrief ter kennis moet worden gebracht of dat kennisgeving ervan de appeltermijn zou doen ingaan.

Daaruit volgt dat de kennisgeving per gerechtsbrief aan de eiseres naar aanleiding van een betwisting waarin de wet niet in een dergelijke kennisgeving voorziet, de appeltermijn niet kan doen aanvangen. In een dergelijk geval kan die termijn pas ingaan vanaf de betekening van de beslissing.

Het bestreden vonnis dat oordeelt dat het hoger beroep laattijdig is omdat het meer dan een maand na de kennisgeving per gerechtsbrief is ingesteld, schendt zowel artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek als de artikelen 704, 792, 1051 en 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Luidens artikel 1051, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bedraagt de termijn om hoger beroep aan te tekenen één maand, te rekenen vanaf de betekening van het vonnis of de kennisgeving ervan overeenkomstig artikel 792, tweede en derde lid.

De kennisgeving van een vonnis bij gerechtsbrief doet de appeltermijn slechts ingaan in de gevallen waarin de wet die wijze van mededeling van de beslissing vaststelt en mits zij de termijn voor het instellen van de rechtsmiddelen doet ingaan.

Hoewel artikel 1253quater, b) en d), Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de de griffier van de beslissing kennis geeft aan de partijen en dat hoger beroep wordt ingesteld binnen een maand na de kennisgeving, geldt dat artikel, naar luid van zijn inleidende bepaling, slechts voor vorderingen van echtgenoten betreffende hun wederzijdse rechten en verplichtingen en hun huwelijksvermogensstelsel, alsook, krachtens artikel 203ter, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, voor vorderingen betreffende verplichtingen die uit het huwelijk of uit de afstamming ontstaan wanneer de schuldeiser de machtiging vordert om, met uitsluiting van de schuldenaar, de inkomsten van laatstgenoemde of iedere andere hem door een derde verschuldigde geldsom te ontvangen.

Blijkens de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, heeft de eiseres, op grond van artikel 203 Burgerlijk Wetboek, voor de bodemrechter de veroordeling van verweerder, van wie zij uit de echt gescheiden is, gevorderd tot betaling aan haar van een bijdrage voor twee van de kinderen die uit hun huwelijk zijn geboren, zonder aanspraak te maken op een sommendelegatie

Het bestreden vonnis dat het hoger beroep van 26 januari 2010 van de eiseres tegen het vonnis van 20 november 2009 waarbij de bodemrechter uitspraak over die vordering had gedaan, wegens laattijdigheid niet-ontvankelijk verklaart op grond dat genoemd vonnis "overeenkomstig artikel 1253quater van het Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrieven van 24 november 2009 ter kennis van de partijen werd gebracht", schendt de voornoemde wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Albert Fettweis, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 17 februari 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Termijn

  • Uit de echt gescheiden partij

  • Verplichtingen ontstaan uit het huwelijk of uit de afstamming

  • Vordering die geen aanspraak maakt op een sommendelegatie

  • Artikel 1253quater, b) en d), van het Gerechtelijk Wetboek

  • Toepassing