- Arrest van 23 februari 2011

23/02/2011 - P.10.1811.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het ontbreken van de transcriptie van de voor de jury afgenomen getuigenverklaringen miskent het recht van verdediging niet, aangezien de verdediging het recht behoudt om tijdens de volledige duur van de zitting conclusies neer te leggen betreffende de feiten en de verklaringen waarvan de echtheid of de teneur volgens haar schriftelijk moeten worden vastgesteld.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1811.F

I-II-III-IV D. S.,

beschuldigde, gedetineerd,

eiser,

mr. Marc Nève, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen de tussenarresten van 18 en 22 oktober 2010 alsook tegen het motiverend en het veroordelend arrest van het hof van assisen van de provincie Luik van 26 en 27 oktober 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep tegen het arrest van 18 oktober 2010

Eerste middel

Eerste onderdeel

De eiser verwijt het hof van assisen dat het uit het dossier niet "alle zelfbeschuldigende verhoren" afgelegd zonder de bijstand van een advocaat, alsook de akte van beschuldiging die op die verklaringen steunt, heeft laten verwijderen.

Het feit dat er tijdens de vrijheidsberoving geen advocaat aanwezig was bij het politieverhoor kan een eventuele schuldigverklaring in de weg staan in zoverre zij uitsluitend of op overwegende wijze zou steunen op door middel van een dergelijk verhoor verkregen zelfbeschuldigende verklaringen, zonder dat de verhoorde persoon heeft verzaakt aan de bijstand van een raadsman of vrij ervoor gekozen heeft van die bijstand af te zien.

Door te vermelden dat door de afwezigheid van een advocaat bij de uitvoering van de onderzoekshandelingen die werden verricht ná de eerste verschijning voor de raadkamer, het recht op een eerlijke behandeling van de zaak niet is miskend, verantwoordt het hof van assisen zijn beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiser oefent kritiek uit op de beslissing waarbij de tijdens het voorbereidend onderzoek verrichte deskundigenonderzoeken naar zijn geestelijke gezondheid als regelmatig worden aangemerkt. Hij voert aan dat ze nietig moeten worden verklaard aangezien zij eenzijdig werden verricht. Hij voert aan dat de mogelijkheid om het deskundigenverslag in memories of tijdens de rechtszitting te betwisten geen geldig equivalent kan zijn van het recht om aan het deskundigenonderzoek mee te werken.

Met betrekking tot de geestelijke gezondheid van degene die het voorwerp van die onderzoeken is, impliceren de bekritiseerde deskundigenonderzoeken, door hun aard, dat hij betrokken was bij de onderzoeken van de deskundigen.

Het middel vermeldt niet in hoeverre de gesprekken van de eiser met de deskundigen die hem dienden te onderzoeken alsook wat zij daaruit hebben geconcludeerd en waarover hij tegenspraak heeft kunnen voeren zodra die stukken in het onderzoeksdossier werden neergelegd, het recht op een eerlijke behandeling van de zaak in het gedrang zouden brengen.

Het middel is onduidelijk en bijgevolg niet ontvankelijk.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep tegen het arrest van 22 oktober 2010

Eerste middel

Tweede onderdeel

Het hof van assisen wordt verweten dat het hof het verzoek van de beschuldigde heeft afgewezen, waarin hij vraagt om in het proces-verbaal van de rechtszitting de uitleg op te nemen van de onderzoeksrechter en van het hoofd van het onderzoek over de wijze waarop een verdachte tijdens het voorbereidend onderzoek wordt ondervraagd.

De artikelen 312 en 354, tweede lid, Wetboek van Strafvordering verplichten de voorzitter van het hof van assisen niet ertoe om een dergelijk verzoek in te willigen, zodat hij, door het af te wijzen, de voormelde bepalingen niet schendt. Het eveneens door het middel aangevoerde artikel 783 Gerechtelijk Wetboek is niet toepasselijk in strafzaken.

Het ontbreken van de transcriptie van de voor de jury afgenomen getuigenverklaringen miskent het recht van verdediging niet, aangezien de verdediging het recht behoudt om tijdens de volledige duur van de zitting conclusies neer te leggen betreffende de feiten en de verklaringen waarvan de echtheid of de teneur volgens haar schriftelijk moeten worden vastgesteld.

Het middel faalt naar recht.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

C. Cassatieberoepen tegen de arresten van 26 en 27 oktober 2010

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten van zijn cassatieberoepen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 23 februari 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Terechtzitting

  • Getuigenverklaringen

  • Transcriptie

  • Verplichting

  • Grenzen

  • Recht van verdediging