- Arrest van 2 maart 2011

02/03/2011 - P.10.0586.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de wettelijke bewijswaarde van een voor sommige overtredingen bij wet bepaald bijzonder bewijsmiddel ontbreekt, verbiedt niets de rechter om zich te baseren op enig ander regelmatig aan hem voorgelegd bewijsmiddel (1). (1) Cass., 26 nov. 2008, AR P.08.1043.F, A.C., 2008, nr. 672, met concl. O.M. in Pas., 2008, nr. 672.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.0586.F

G. S.,

Mr. Joël Baudoin, advocaat bij de balie te Neufchâteau.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Aarlen van 24 februari 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel verwijt het vonnis dat het, overeenkomstig de inlichtingen die door de verbaliserende agenten zijn verstrekt, oordeelt dat de eiser het strafbaar feit heeft toegegeven.

De eiser voert aan dat het strafdossier geen door hem afgelegde bekentenis bevat.

In zoverre komt het middel op tegen de feitelijke beoordeling door de appelrechters van de inlichtingen die de stellers van het proces-verbaal daarin hebben vermeld en is het niet ontvankelijk.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat de rechtbank een bekentenis in aanmerking heeft genomen "die gebaseerd is op een onrechtmatig bewijs". Het middel dat aanvoert dat de door de snelheidsmeter opgemeten gegevens de reden waren waarom de eiser de snelheidsovertreding heeft toegegeven, vereist een onderzoek van de feitelijke gegevens van de zaak waarvoor het Hof niet bevoegd is.

Het middel is in zoverre evenmin ontvankelijk.

Het is niet tegenstrijdig om te vermelden, eensdeels, dat de rechtbank de metingen van de radar alleen als een gewone inlichting mag beschouwen en, anderdeels, dat de beklaagde heeft toegegeven dat hij de maximaal toegestane snelheid heeft overschreden.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Ofschoon de wet voor bepaalde strafbare feiten een bijzonder bewijsmiddel bepaalt, volgt daaruit niet dat zij dat bijzonder bewijsmiddel oplegt. Bijgevolg, wanneer de wettelijke bewijswaarde van dat bijzonder middel ontbreekt, verbiedt niets de rechter om zich te steunen op alle andere regelmatig aan hem voorgelegde bewijsmiddelen.

Het vonnis beslist bijgevolg naar recht dat de snelheidsovertreding niet alleen wordt vastgesteld met een daartoe gehomologeerd toestel.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het vonnis wordt verweten dat het de afwijzing van het verzoek tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling niet met redenen omkleedt.

De eiser heeft een conclusie neergelegd waarin hij de wettelijke bewijswaarde van de resultaten van de snelheidsmeter betwist en zijn vrijspraak vraagt.

De opschorting werd alleen "zeer subsidiair" en zonder opgave van redenen gevorderd.

De afwijzing van die vordering is bijgevolg regelmatig met redenen omkleed en naar recht verantwoord, met de enkele oplegging van een straf die, ofwel zelf met redenen is omkleed, ofwel, in de gevallen waarin de wet de rechter van die verplichting ontslaat, zoals te dezen, niet met redenen is omkleed.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 2 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Snelheidsovertreding

  • Automatisch meettoestel

  • Geen wettelijke bewijswaarde

  • Ander bewijsmiddel

  • Toelaatbaarheid