- Arrest van 11 maart 2011

11/03/2011 - F.10.0049.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Motorrijtuigen die voldoen aan de definitie van artikel 2, vierde streepje, van richtlijn nr. 93/89/EEG, maar waarmee het goederenvervoer een andere bestemming dient dan het enkele transport van de goederen, zijn niet onderworpen aan het eurovignet (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0049.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de persoon van de minister bevoegd voor Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kantoor te 1020 Brussel, Koning Albert II-laan 19, die het geding hervat, ingesteld door, BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen Antwerpen I, met kantoor te 2000 Antwerpen, Italiëlei 4 bus 2,

eiser,

tegen

STAD ANTWERPEN, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Grote Markt 1,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 16 februari 2010.

Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 3 van de wet van 27 december 1994 tot goedkeuring van het verdrag inzake de heffing van rechten voor het gebruik van bepaalde wegen door zware vrachtwagens, ondertekend te Brussel op 9 februari 1994 en tot invoering van een Eurovignet overeenkomstig richtlijn nr. 93/89/EEG van de Raad van 25 oktober 1993, zijn aan het eurovignet onderworpen, de motorvoertuigen en de samengestelde voertuigen uitsluitend bestemd voor het vervoer van goederen over de weg, waarvan de maximaal toegelaten massa ten minste 12 ton bedraagt.

Het toepasselijke artikel 2 van het verdrag van 9 februari 1994 bepaalt dat de begripsbepalingen van artikel 2 van richtlijn nr. 93/89/EEG van toepassing zijn op dit verdrag.

Artikel 2, vierde streepje, van richtlijn nr. 93/89/EEG bepaalt dat voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder ‘voertuig': een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen dat uitsluitend bestemd is voor het goederenvervoer over de weg en waarvan het maximum toegestane totaalgewicht ten minste 12 ton bedraagt.

2. Bij arrest van 28 oktober 1999, C-193/98, P., oordeelt het Hof van Justitie van de Europese Unie dat om uit te maken of een motorvoertuig of een samenstel van voertuigen uitsluitend bestemd is voor goederenvervoer over de weg in de zin van artikel 2, vierde streepje, van richtlijn nr. 93/89/EEG, de algemene bestemming van het voertuig in aanmerking moet worden genomen, ongeacht het gebruik dat er in een bepaald geval van kan worden gemaakt.

Daaruit volgt dat motorrijtuigen die voldoen aan de definitie van vermeld artikel 2, van richtlijn nr. 93/89/EEG, maar waarmee het goederenvervoer een andere bestemming dient dan het enkele transport van de goederen, buiten de heffing blijven.

3. De appelrechters stellen vast dat de huisvuilwagen van de verweerster goederen vervoert, maar dat deze goederen bewerkt worden, met name dat een ingebouwde pletwals het volume van het opgehaalde huisvuil in aanzienlijke mate reduceert. Die volumereductie maakt deel uit van de verschillende processen bij de afvalverwerking.

4. Op grond van deze vaststellingen vermochten de appelrechters te oordelen dat aangezien de algemene bestemming van het voertuig niet het uitsluitend vervoer van goederen is, het kwestieuze voertuig niet valt onder de definitie van de wet op het eurovignet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Geeft het Vlaams Gewest akte van de hervatting van het door de Belgische Staat ingestelde geding.

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op de som van 101,58 euro jegens de eisende partij en op de som van 229,68 euro jegens de verwende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 11 maart 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Eurovignet

  • Onderworpen motorvoertuigen

  • Vereiste bestemming