- Arrest van 25 maart 2011

25/03/2011 - D.10.0009.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Buiten het geval waarin de betrokkene voldaan heeft aan de bepalingen van artikel 8, tweede lid, van de Architectenwet, is het tijdelijk of bestendig uitoefenen van het beroep van architect in België door een persoon die niet op een tabel van de Orde is ingeschreven niet mogelijk vooraleer de betrokkene is ingeschreven op een lijst van stagiairs; de raad van de Orde kan de inschrijving op de lijst van stagiairs niet retroactief toestaan met ingang van de datum van de aanvraag tot inschrijving.

Arrest - Integrale tekst

Nr. D.10.0009.N

ORDE VAN ARCHITECTEN, publiekrechtelijke rechtspersoon, vertegen-woordigd door de nationale raad, met kantoor te 1000 Brussel, Livornostraat 160, bus 2,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

M. D.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de raad van beroep van de Orde van architecten van 24 maart 2010.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert navolgend middel aan.

Geschonden bepalingen

- de artikelen 2, 3, 5, 7 en 17, § 1, in het bijzonder het eerste en tweede lid, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van de Orde van architecten;

- artikel 1 van het koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde van architecten vastgesteld stageregle¬ment;

- de artikelen 1, 2, 20 en 21 van het op 5 februari 1965 door de nationale raad van de Orde van architecten vastgestelde stagereglement, zoals verbindend verklaard door het koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde van architecten vastgesteld stageregle¬ment.

Bestreden beslissing

De raad van beroep van de Orde van architecten, met het Ne¬derlands als voertaal, besliste op 24 maart 2010 de gunstige beslissing van de raad van de Orde van de provincie Oost-Vlaanderen van 26 november 2009 te bevestigen, en besloot dus tot de inschrijving van verweerder op de lijst van de stagiairs van de provincie Oost-Vlaanderen, zij het met ingang van de stage op 24 augustus 2009, datum van de aanvraag.

Deze beslissing wordt gegrond op volgende motieven:

"De raad van de Orde van architecten van de provincie Oost-Vlaanderen heeft op 26 november 2009 beslist (de verweerder) in te schrijven op de lijst van stagiairs van deze provincie als zelfstandige architect, met aanvangsdatum stage 26 november 2009, datum waarop de raad gunstig beschikt heeft over de aan¬vraag tot opname op de lijst van Stagiairs.

Het hoger beroep van architect D. strekt ertoe deze aanvangsdatum met terugwerkende kracht te horen bepalen op 1 maart 2009, datum sinds de¬welke hij bij "studieburo Guy Mouton" te Gent werkzaam is. De nationale raad verzet zich tegen deze retroactieve inschrijving en vraagt de bevestiging van de bestreden beslissing.

Krachtens de toepasselijke wettelijke bepalingen, inzonderheid artikel 17, § 1, van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten, de artikelen 1 en 2 van het huishoudelijk reglement van de nationale raad van de Orde van architecten en artikel 20 van het stagereglement, volgens dewelke "elke raad van de Orde houdt toezicht en controleert de stage in zijn rechtsgebied", is een in¬schrijving met terugwerkende kracht niet mogelijk.

Daarentegen, zelfs indien de bevoegde provinciale raad van de Orde geen in¬schrijving op de lijst van Stagiairs kan beslissen vooraleer in het bezit te zijn van een volledig dossier, verhinderen bovenvermelde wettelijke bepalingen de provinciale raad evenwel niet de aanvangsdatum te bepalen op de datum van de aanvraag (in casu 24 augustus 2009), mits deze aanvraag alle noodzake¬lijke inlichtingen inhoudt die de raad toelaat de stage te controleren, hetgeen in deze zaak het geval is.

Zo de aanvraag van 24 augustus 2009 slechts op 26 november 2009 werd in¬gewilligd, is dit te wijten, enerzijds, aan de provinciale raad van Brabant, die het dossier pas op 15 oktober 2009 heeft overgemaakt (stuk 5), en, anderzijds, aan de provinciale raad van Oost-Vlaanderen, die pas op 26 november 2009 een beslissing genomen heeft. Hieraan treft architect M. D. geen enkele schuld, en de raad van beroep beslist dan ook de aanvangsdatum van de stage te bepalen op de datum van de aanvraag, zijnde 24 augustus 2009."

Grieven

Overeenkomstig artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instel¬ling van de Orde van architecten, zoals bevestigd in artikel 2 van het op 5 fe¬bruari 1965 door de nationale raad van de Orde van architecten vastgestelde sta¬gereglement, verbindend verklaard door het koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde van architecten vastgesteld stagereglement, mag niemand in België het beroep van ar¬chitect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op één van de tabel¬len van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of (...) (niet rele¬vant in dezen).

De inschrijving op de tabellen van de Orde of op een lijst van sta¬giairs gaat bijgevolg noodzakelijkerwijze de regelmatige uitoefening van het beroep vooraf.

De Orde van architecten heeft, overeenkomstig artikel 2 van de genoemde wet van 26 juni 1963 tot taak de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect te bepalen en ze te doen naleven. De orde houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun beroep. Zij doet aangifte bij de rechterlijke overheid van elke inbreuk op de wetten en reglementen tot bescherming van de titel en van het beroep van architect.

Overeenkomstig artikel 20 van het op 5 februari 1965 door de nationale raad van de Orde van architecten vastgestelde stagereglement, ver¬bindend verklaard door het koninklijk besluit van 13 mei 1965 tot goedkeuring van het door de nationale raad van de Orde van architecten vastgesteld sta¬gereglement, houdt elke raad van de Orde toezicht over en controleert hij de stage in zijn rechtsgebied. De raad van de Orde wijst daartoe in zijn schoot een stagecommissie aan. Deze heeft, overeenkomstig artikel 21 van het ge¬noemde stagereglement, onder meer tot taak elke stage minstens tweemaal per jaar te controleren.

Deze opdracht tot controle over de naleving van de voorschriften van de plichtenleer en tot toezicht op de eer, discretie en waardigheid van de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van de uitoefening van hun beroep, en hierbij aansluitend, het toezicht over de stage dat minstens tweemaal per jaar moet geschieden, veronderstelt noodzakelijkerwijze dat de betreffende architecten niet alleen lid zijn van de Orde, welke hoedanigheid men slechts kan verwerven, gelet op artikel 3 van dezelfde wet, vanaf de inschrijving op de lijst van stagiairs of op één van de tabellen van de Orde, doch tevens ingeschreven zijn op de lijst van stagiairs van de bevoegde provinciale raad van de Orde van architecten, zodat een effectieve controle, inzonder¬heid over de werkelijke naleving van de stageverplichtingen, mogelijk zou zijn. Aangezien deze controle ook betrekking heeft op de werkelijk door de stagiair verrichte prestaties, kan deze controle, die minstens tweemaal per jaar moet plaatsvinden, niet geschieden op grond van de gegevens die verstrekt worden bij een verzoek tot inschrijving.

Luidens artikel 7 van de genoemde wet van 26 juni 1963 is er in iedere provincie een raad van de Orde met rechtsmacht over de leden van de Orde die in deze provincie de hoofdzetel van hun activiteit (als het gaat om een natuurlijk persoon) gevestigd hebben. Voor de stagiairs wordt als zodanig beschouwd, de zetel van het lid van de Orde bij wie zij hun stage doormaken.

Overeenkomstig artikel 17, § 1, van de genoemde wet van 26 juni 1963 houdt elke raad van de Orde een tabel en een lijst van stagiairs bij, waarop de leden van de Orde worden ingeschreven die de hoofdzetel van hun activiteit in zijn gebied gevestigd hebben (eerste lid) en moeten de aanvragen tot inschrijving op de tabel en op de lijst van de stagiairs worden verzonden aan de bevoegde raad (tweede lid).

De raad van beroep kon bijgevolg niet wettig oordelen dat de ver¬weerders aanvraag tot inschrijving van 24 augustus 2009 alle noodzakelijke inlichtingen inhield die de raad toeliet de stage te controleren en dienvol¬gens de inschrijving op de lijst der stagiairs uitwerking te laten hebben vanaf 24 au¬gustus 2009.

De raad van beroep met het Nederlands als voertaal, schendt dan ook in zijn beslissing van 24 maart 2010 alle in de aanhef van het middel aangehaalde wetsbepalingen.

Hieraan doet geen afbreuk het feit dat de verweerder geen schuld zou treffen bij het feit dat tussen zijn aanvraag tot inschrijving en de beslissing van de bevoegde raad van de Orde enige tijd is verlopen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten, hierna Architectenwet, mag niemand in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of indien hij niet voldaan heeft aan de bepalingen van het tweede en derde lid van § 2 van artikel 8.

Krachtens artikel 8, § 1, Architectenwet zijn de Belgen en de onderdanen van andere lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap of een andere Staat die partij bij het Akkoord betreffende de Europese Economische Ruimte, alsmede de andere vreemdelingen die gemachtigd zijn tot het uitoefenen van het beroep van architect in België krachtens artikel 8 van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, verplicht, wanneer zij wensen het beroep uit te oefenen en, hetzij blijvend, hetzij tijdelijk, de zetel van hun activiteit in België te vestigen, vooraf hun inschrijving op de tabel van de Orde of op de lijst van de stagiairs bij de bevoegde raad van de Orde aan te vragen overeenkomstig de in artikel 7 bepaalde voorschriften.

Krachtens artikel 2, tweede lid, van het stagereglement van 5 februari 1965 vastgesteld door de nationale raad van de Orde der architecten, goedgekeurd bij koninklijk besluit van 13 mei 1965, is elke persoon die niet op een tabel van de Orde is ingeschreven en die het beroep van architect, hetzij bestendig, hetzij tijdelijk in België wenst uit te oefenen, gehouden zich op een lijst van stagiairs te laten inschrijven.

2. Uit deze bepalingen volgt dat, buiten het geval waarin de betrokkene voldaan heeft aan de bepalingen van het tweede en derde lid van § 2 van artikel 8 van voormelde wet, het tijdelijk of bestendig uitoefenen van het beroep van architect in België door een persoon die niet op een tabel van de Orde is ingeschreven niet mogelijk is vooraleer de betrokkene is ingeschreven op een lijst van stagiairs. Hieruit volgt tevens dat de raad van de Orde de inschrijving op de lijst van stagiairs niet retroactief kan toestaan met ingang van de datum van de aanvraag tot inschrijving.

Het middel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

3. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing behalve in zoverre ze het hoger beroep van de verweerder ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde beslissing.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op de som van 607,18 euro jegens de eisende partij.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Albert Fettweis, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 25 maart 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Uitoefening van het beroep

  • Voorwaarde

  • Stagiair

  • Inschrijving op de lijst

  • Retroactiviteit