- Arrest van 6 april 2011

06/04/2011 - P.11.0585.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft op een feit uit de lijst van feiten die aanleiding kunnen geven tot de tenuitvoerlegging van het bevel dat door de buitenlandse rechterlijke autoriteit is uitgevaardigd, zonder dat die feiten krachtens het Belgische recht strafbaar moeten zijn, moet de rechter nagaan of de gedragingen, zoals zij in het bevel zijn omschreven, wel degelijk overeenstemmen met die van de lijst (1). (1) Zie gedeeltelijk eensluidende concl. O.M. in Pas., 2011, nr.….


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0585.F

G. L.,

Mr. Alessandra Moschetti en mr. Paul Thomaes, advocaten bij de balie te Verviers, en mr. Fanny Vansiliette, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 24 maart 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel verwijt het bestreden arrest dat het beslist dat de feiten die in het signalement, als bepaald in artikel 2, § 4, Wet Europees Aanhoudingsbevel, en in het bevel dat krachtens die wet is uitgevaardigd, zijn omschreven, feiten van deelneming aan een criminele organisatie zijn, zoals bedoeld in artikel 5, § 2, 1°.

Bij arrest van 21 mei 2001 van het Hof van Catania werd tegen de eiser een bewakingsmaatregel genomen wegens verdenking van lidmaatschap van een criminele organisatie.

Op 21 oktober 2008 heeft de rechtbank van Camerino hem drie jaar en vier maanden gevangenisstraf opgelegd wegens niet-naleving van de verplichting inzake verblijf waarmee die bewakingsmaatregel gepaard ging.

Het Europees aanhoudingsbevel dat door de Italiaanse overheid in de zaak van de eiser is uitgevaardigd, beoogt de tenuitvoerlegging van die straf.

Deelneming aan een criminele organisatie wordt in artikel 5, § 2, 1°, Wet Europees Aanhoudingsbevel vermeld in de lijst van feiten die krachtens het Belgische recht niet strafbaar hoeven te zijn om aanleiding te kunnen geven tot de tenuitvoerlegging van het door de buitenlandse rechterlijke autoriteit uitgevaardigde bevel.

Krachtens artikel 16, § 1, 3°, Wet Europees Aanhoudingsbevel, moet de rechter, ingeval het Europees aanhoudingsbevel betrekking heeft op een feit dat in de voormelde lijst is vermeld, nagaan of de gedragingen zoals zij in het bevel zijn omschreven, wel degelijk overeenstemmen met die uit de lijst.

Het arrest vermeldt dat het signalement dat geldt als Europees aanhoudingsbevel, de beschrijving bevat van de omstandigheden waarin het strafbaar feit was gepleegd, te dezen, het feit dat de eiser, op 17 en 18 oktober 2007, het bevel om in de hem aangewezen gemeente te blijven niet heeft geëerbiedigd.

Het arrest leidt daaruit af dat het bevel betrekking heeft op het in artikel 5, § 2, 1°, bedoelde misdrijf, maar gaat niet na of het beschreven gedrag, te dezen louter het niet naleven van de voorwaarde van een verplichte verblijfplaats, wel degelijk overeenstemt met de omschrijving als criminele organisatie die in aanmerking is genomen om de tenuitvoerlegging van het verzoek tot overlevering te rechtvaardigen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Tenuitvoerlegging in België

  • Voorwaarden

  • Dubbele strafbaarstelling

  • Vrijstelling van toezicht

  • Lijst van strafbare feiten

  • Toezicht door de rechter