- Arrest van 8 april 2011

08/04/2011 - F100026N-F100028N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Financiële instellingen die aan het fiscaal bankgeheim zijn onderworpen op grond van artikel 318, eerste lid, W.I.B.(1992), omvatten ook de ondernemingen die een werkzaamheid van financiële leasing uitoefenen (1). (1) Cass. 15 okt. 2009, AR F.08.0070.N, AC, 2009, nr. 587.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.10.0026.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 5/604,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. G. D.,

2. M. P.,

verweerders,

II.

Nr. F.10.0028.N

1. G. D.,

2. M. P.,

eisers,

met als raadsman mr. Peter Van Boxelaere, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Tweebruggenstraat 9, waar de verweerders woonplaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe belastingen te Gent, met kantoor te 9050 Gent (Ledeberg), Gaston Crommenlaan 5, postbus 604,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 19 september 2006.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser I voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

De eisers II voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Voeging

1. De cassatieberoepen in de zaken F.10.0026.N en F.10.0028.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest, zij dienen te worden gevoegd.

Middel van de eisers II

2. Met uitzondering van het geval waarin het hoger beroep bij conclusie wordt ingesteld, bevat de akte van hoger beroep, op grond van artikel 1057, 7°, Gerechtelijk Wetboek, op straffe van nietigheid, de uiteenzetting van de grieven.

3. Voor de nakoming van die verplichting is het noodzakelijk maar voldoende dat de appellant zijn bezwaren tegen de bestreden beslissing vermeldt. Die vermelding moet klaar en duidelijk genoeg zijn om de geïntimeerde in staat te stellen zijn conclusie voor te bereiden en om de appelrechter in staat te stellen de draagwijdte ervan na te gaan.

Die verplichting houdt niet in dat ook de middelen tot staving van de grieven moeten worden vermeld.

4. De appelrechters oordelen dat de verweerder zich in de beroepsakte verzet tegen de beoordeling van de eerste rechter dat een leasingmaatschappij een kredietinstelling zou uitmaken, waarop het fiscale bankgeheim van toepassing is.

De beroepsakte vermeldt uitdrukkelijk dat de bestreden uitspraak ten onrechte stelt dat een leasingmaatschappij een kredietinstelling is, waarop het bankgeheim van artikel 318 WIB92 van toepassing is. De beroepsakte vermeldt duidelijk de redenen waarom de beroepen beslissing, verkeerd is.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Eerste middel van de eiser I

5. Artikel 318, eerste lid, WIB92, zoals toepasselijk voor het aanslagjaar 1996, luidt: "In afwijking van de bepalingen van artikel 317 en onverminderd de toepassing van de artikelen 315, 315bis en 316, is de administratie niet gemachtigd in de rekeningen, boeken en documenten van de bank-, wissel-, krediet- en spaarinstellingen inlichtingen in te zamelen met het oog op het belasten van hun cliënten."

6. Financiële instellingen omvatten ook de ondernemingen die een werkzaamheid van financiële leasing uitoefenen.

7. Indien na afloop van de leasingovereenkomst de leasingnemer het betrokken goed niet overneemt, blijft dit goed in het actief van de leasinggever. Wanneer de leasinggever het geleasde goed nadien verkoopt aan een andere persoon dan de leasingnemer, is deze verrichting vreemd aan de leasingovereenkomst.

De derde die de aankoopoptie van de leasingnemer overneemt, wordt geen leasingnemer en geniet niet van enige financiering vanwege de leasingmaatschappij. Hij is dan ook geen cliënt van een financiële instelling zoals bedoeld in artikel 318 WIB92.

8. De appelrechters die anders oordelen verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Overige grieven van de eiser I

9. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Voegt de cassatieberoepen F.10.0026.N en F.10.0028.N.

Verwerpt het cassatieberoep F.10.0028.N

Veroordeelt de eisers II in de kosten van dit cassatieberoep.

Bepaalt de kosten op 454,66 euro jegens de eisende partij.

Vernietigt op het cassatieberoep F.10.0026.N het bestreden arrest behalve in zoverre dit het hoger beroep ontvankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding wordt gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan van het cassatieberoep F.10.0026.N en laat de beslissing hieromtrent over de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Albert Fettweis, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 8 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Onderzoek en controle

  • Verplichtingen van de belastingplichtige

  • Fiscaal bankgeheim

  • Onderworpen instellingen