- Arrest van 15 april 2011

15/04/2011 - C.10.0544.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vordering tot faillietverklaring van een vennootschap onder firma en van haar vennoten is een onsplitsbaar geschil; het derdenverzet tegen de faillietverklaring van de vennootschap dient derhalve gericht te zijn tegen de curator en tegen zowel de vennootschap als de vennoten (1). (1) Zie Cass. 15 dec. 1995, AR C.94.0382.F, AC 1995, nr. 552.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0544.N

B. C.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. D. V.,

verweerster,

2. R. H.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 10 mei 2010.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1122 Gerechtelijk Wetboek wordt het derdenverzet met dagvaarding van alle partijen gebracht voor de rechter die de bestreden beslissing heeft gewezen.

2. De vordering tot faillietverklaring van de vennootschap onder firma en die van de vennoten is een onsplitsbaar geschil. Het derdenverzet tegen de faillietverklaring van de vennootschap dient derhalve gericht te zijn tegen de curator en tegen zowel de vennootschap als de vennoten.

3. Het middel dat ervan uitgaat dat ingeval van de faillietverklaring van een vennootschap onder firma en van de vennoten, het derdenverzet, benevens tegen de curator, alleen dient gericht te zijn tegen diegenen waarvan de faillietverklaring of de niet-faillietverklaring wordt aangevochten, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 625,59 euro en voor de verweerder op 394,34 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 15 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem.

Vrije woorden

  • Vennootschap onder firma

  • Vennoten

  • Vordering tot faillietverklaring

  • Aard van het geschil

  • Gevolg

  • Derdenverzet

  • Personen tegen wie het derdenverzet moet worden gericht