- Arrest van 18 april 2011

18/04/2011 - C.10.0548.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De feitenrechter kan het bedrag van de vergoeding tot herstel van de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade ex æquo et bono ramen, mits hij de reden aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat het niet mogelijk is om de schade, zoals hij die heeft omschreven, anders te bepalen (1). (1) Cass., 11 sept. 2009, AR C.08.0031.F, A.C., 2009, nr. 490.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0548.F

CHÂTEAU DU BOIS D'ARLON bvba,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

ATELIER LE CAVET bvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 22 april 2010 gewezen door het hof van beroep te Luik.

De zaak is bij beschikking van 1 april 2010 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- algemeen beginsel van het recht van verdediging;

- artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek;

- - de artikelen 1142, 1146, 1147, 1149 en 1150 van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 149 van de Grondwet.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart de tegenvordering van de eiseres tot vergoeding van haar schade voortvloeiend uit de fout die de verweerster had begaan bij het neerleggen van de aanvraag van een bouwvergunning, zeer gedeeltelijk gegrond, en veroordeelt laatstgenoemde om aan de eiseres een schadevergoeding van 4.000 euro ex aequo et bono te betalen, vermeerderd met de interest tegen de wettelijke rentevoet vanaf de oorspronkelijke dagvaarding.

Het arrest grondt zijn beslissing op de volgende redenen:

"De architect heeft een informatie- en adviesplicht ten aanzien van de bouwheer. Hij dient inlichtingen in te winnen over de geldende stedenbouwkundige voorschriften voor het verkrijgen van de bouwvergunning alvorens het ontwerp uit te werken, de plannen te tekenen en de kostprijs van de bouw te berekenen. Het hof van beroep meent dat hij inlichtingen moet inwinnen over de capaciteit van de waterwinning door de waterput, zoals dat was toegestaan bij ministerieel besluit in 1998. Dit maakt deel uit van zijn opdracht, aangezien het voor de exploitatie van het restaurant vereiste aantal kubieke meter water één van de vragen was die gesteld werden in de studie van de milieueffecten, die in bijlage bij de plannen is gevoegd. De architect heeft pas na de neerlegging van de stedenbouwkundige plannen aan de S.W.D.E. een offerte gevraagd en hij heeft dus, na de aanvankelijk officieuze weigering van de gemeente in oktober 2007 om de put in gebruik te nemen zonder aanvraag van een eenmalige vergunning, voorgesteld om dat ontwerp van eenmalige vergunning opnieuw verder uit te werken. Die studie van de milieueffecten werd dus niet tijdig opgemaakt door de architect, die hiervoor zijn deel van de aansprakelijkheid moet dragen.

[...]

Het hof van beroep stelt dus vast dat de architect een inschattingsfout heeft begaan maar dat hij getracht heeft die binnen een volkomen aanvaardbare termijn recht te zetten. De eiseres heeft daarentegen een fout begaan door tijdens de exploitatie van het hotel de regularisatie niet te vragen van haar vergunning voor de winning van grondwater en door niet te reageren op het advies van haar architect zodra vaststond dat de vergunning haar niet zou worden toegekend.

Beide partijen dragen dus voor dat technisch probleem en voor de vertraging in het dossier van de bouwvergunning elk de helft van de aansprakelijkheid.

[...]

[De eiseres] beweert dat zij het recht had de betaling van de factuur betreffende de honoraria van de architect op te schorten omdat hij een fout had begaan in de aanvraag van een eenmalige vergunning. Zij krijgt op dat punt geen gelijk, omdat ze zelf fouten heeft begaan en omdat zij beslist heeft om de architectenovereenkomst zelf op te zeggen, zonder de architect de kans te geven het administratief dossier af te werken. De vertraging van 90 dagen die de neerlegging van het dossier van eenmalige vergunning heeft opgelopen, wettigt evenwel de toekenning van een schadevergoeding van 4.000 euro, die overeenkomt met de mate waarin de architect voor die vertraging aansprakelijk is. Dat bedrag zal in mindering worden gebracht van de nog verschuldigde honoraria.

[...]

Kortom, de eiseres toont niet aan dat de architect nog andere fouten heeft begaan, buiten die welke hij heeft begaan bij de aanvraag tot eenmalige vergunning. Die fout kan de opzegging van de overeenkomst in het nadeel van de architect niet verantwoorden en dus heeft de eiseres eenzijdig besloten om de architectenovereenkomst in januari 2008 op te zeggen. De door haar aangeklaagde vertraging zal dus billijk worden vergoed door een forfaitair bedrag van 4.000 euro, dat overeenkomt met de mate waarin de architect voor die vertraging aansprakelijk is. De andere vormen van genotstoornis zijn niet alleen te wijten aan haar eigen gebrek aan organisatie en aan haar overhaasting, maar ook aan een gebrek aan objectiviteit bij het beoordelen van de planning die vereist is om een dergelijk omvangrijk verbouwingsproject tot een goed einde te brengen".

Grieven

Krachtens artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek beoordeelt de rechter, mits hij het recht van verdediging eerbiedigt, op onaantastbare wijze of er grond bestaat om al dan niet een deskundigenmaatregel te bevelen.

Luidens de artikelen 1147 en 1149 van het Burgerlijk Wetboek wordt de schuldenaar van een contractuele verbintenis veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding wanneer die verbintenis niet werd uitgevoerd en moet die aan de schuldeiser verschuldigde schadevergoeding het verlies dekken dat hij heeft geleden alsook de winst die hij heeft moeten derven.

Om de aldus door een contractuele fout veroorzaakte schade te bepalen, moet de rechter die schade in beginsel in concreto beoordelen.

De rechter kan de door een contractuele tekortkoming veroorzaakte schade immers alleen maar ex aequo et bono beoordelen indien hij vaststelt dat hij het juiste bedrag van de schade op geen enkele andere manier kan bepalen.

De eiseres betoogde in haar aanvullende conclusie en in haar syntheseconclusie, met betrekking tot haar schade, dat "het architectenbureau verantwoordelijk is voor een zeer aanzienlijke genotstoornis aan de zijde van de eiseres, aangezien zij door de vertraging in de exploitatie van het geplande restaurant een financieel verlies heeft geleden ; dat ook de eigen exploitatie van het hotel in het gedrang kwam door het gebrek aan een restaurant". De eiseres betoogde bovendien dat de werkzaamheden moesten worden stopgezet bij gebrek aan vergunning en dus aan de door de bank vrijgegeven kredieten.

Ze raamde haar schade op een miljoen euro en vorderde een provisie die billijk zou worden vastgesteld op 300.000 euro. Bovendien vorderde zij de aanwijzing van een deskundige-revisor "met als opdracht de rechter alle nodige inlichtingen te verstrekken met het oog op de beoordeling van de damnum emergens en van de lucrum cessans van de eiseres".

De eiseres betoogde aldus dat er te dezen een deskundige moest worden aangewezen om haar de kans te geven de precieze gegevens over te leggen voor een exacte beoordeling van haar schade.

Het arrest geeft door geen enkele in het middel weergegeven reden aan waarom het geen deskundige aanwijst.

Het verduidelijkt evenmin waarom de schade van de eiseres op geen enkele andere wijze dan forfaitair kon worden bepaald en in hoeverre de eventuele aanwijzing van een deskundige de eiseres niet in de mogelijkheid zou stellen de gegevens voor de exacte beoordeling van haar schade voor te leggen.

Het arrest, dat weigert een deskundigenmaatregel te bevelen zonder de feitelijke gegevens te vermelden waarop het zijn overtuiging grondt dat de door de eiseres gevorderde deskundigenmaatregel zinloos is, miskent het algemeen beginsel van het recht van verdediging en schendt, voor zover nodig, artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek.

Het arrest, dat zich ertoe beperkt de schade van de eiseres, die voortvloeit uit de vertraging wegens de fout die de architect in de uitvoering van zijn opdracht heeft begaan, te ramen op een forfaitair bedrag van 4.000 euro zonder vast te stellen dat die schade op geen enkel andere manier kon worden berekend, is daarenboven niet naar recht verantwoord in het licht van de artikelen 1142, 1146, 1147 en 1149 van het Burgerlijk Wetboek en schendt derhalve die wetsbepalingen.

Het arrest, dat niet verduidelijkt waarom de schade op geen enkel andere manier dan ex aequo et bono bepaald kon worden, stelt het Hof op zijn minst in de onmogelijkheid de beslissing op haar wettigheid te toetsen (schending van artikel 149 van de Grondwet).

III. BESLISSING VAN HET HOF

De rechter kan de door een fout veroorzaakte schade naar billijkheid ramen, mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat het niet mogelijk is om de schade anders te bepalen.

Overeenkomstig artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek, beoordeelt de feitenrechter, mits hij het recht van verdediging eerbiedigt, op onaantastbare wijze of er grond bestaat om een deskundigenmaatregel te bevelen.

De eiseres vorderde in haar conclusie voor de appelrechters een provisie van 300.000 euro als vergoeding voor de genotstoornis die ontstaan was uit het feit dat zij het restaurant, dat zij door de verweerster had laten verbouwen, wegens de fout van laatstgenoemde slechts met vertraging in gebruik had kunnen nemen. Zij vorderde, voor het overige, de aanwijzing van een "deskundige-revisor met als opdracht de rechter alle nodige inlichtingen te verstrekken met het oog op de beoordeling van de damnum emergens en van de lucrum cessans" die zij hierdoor geleden had.

Zij betoogde aldus dat de aanwijzing van een deskundige nodig was om haar in staat te stellen de precieze gegevens voor de beoordeling van haar schade te kunnen overleggen.

Het arrest, dat alleen beslist dat de vertraging te wijten aan de fout van de verweerster "billijk wordt vergoed door een forfaitair bedrag van 4.000 euro", geeft niet aan waarom het onmogelijk zou zijn de schade van de eiseres op een andere manier dan naar billijkheid te bepalen en evenmin waarom het door haar gevorderde deskundigenonderzoek in dat opzicht zinloos zou zijn.

Het is derhalve niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de tegenvordering van de eiseres en in zoverre het de schuldvergelijking toepast tussen de door de partijen respectievelijk verschuldigde bedragen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 18 april 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Mathieu, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Forfaitaire raming

  • Verwerping van de voorgestelde berekeningswijze

  • Verantwoording