- Arrest van 5 mei 2011

05/05/2011 - C.09.0453.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer onder de gelding van de vroegere artikelen 779 en 782 van het Gerechtelijk Wetboek een vonnis werd ondertekend door de drie rechters die het regelmatig hebben gewezen en dat vonnis op de openbare terechtzitting werd uitgesproken door de voorzitter, bijgestaan door de griffier, maakt het feit alleen dat de twee andere rechters die het hebben gewezen de uitspraak niet hebben bijgewoond dat vonnis niet onwettig (1) (2). (1) Art. 779, tweede lid, Ger.W., voor de opheffing ervan door de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand en 782, voor de vervanging ervan door dezelfde wet. (2) Zie concl. O.M., AR. C.09.0453.F, Pas., 2011, nr.…

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0453.F

CLAUDE JOBE nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. CONSTRUCTION GÉNÉRALE FRANÇOIS sa, e.a.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 27 november 2008 van het hof van beroep te Luik.

Op 5 april 2011 heeft advocaat-generaal André Henkes een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert twee middelen aan:

Eerste middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 782, voor de wijziging ervan bij artikel 23 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, en 782bis, eerste lid, ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand en gewijzigd bij artikel 84 van de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (I) van het Gerechtelijk Wetboek;

- artikel 31 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand.

Aangevochten beslissing

Het arrest dat voor de uitspraak is ondertekend door mevrouw E. D., raadsheer en dienstdoend voorzitter, de heer O. M. en mevrouw B. W., raadsheren, en de heer D. D., eerstaanwezend adjunct-griffier, is op de openbare terechtzitting van de twintigste kamer van het hof van beroep te Luik op 27 november 2008 uitgesproken door mevrouw E. D., raadsheer en dienstdoend voorzitter, bijgestaan door de heer D. D., eerstaanwezend adjunct-griffier.

Grieven

Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek, zoals het bestond voor de wijziging ervan bij artikel 23 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand, bepaalt dat het vonnis wordt ondertekend door de rechters die het hebben uitgesproken, en door de griffier. Sedert die wijziging bepaalt het dat het vonnis voor de uitspraak ondertekend wordt door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Artikel 782bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek maakt het mogelijk dat de vonnissen en arresten uitsluitend worden uitgesproken door de voorzitter van de kamer die ze heeft gewezen zelfs in afwezigheid van de andere rechters. Het is ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand en gewijzigd bij artikel 84 van de wet van 8 juni 2008 houdende diverse bepalingen (I).

Artikel 31 van voormelde wet van 26 april 2007 die van kracht is geworden op 22 juni 2007 bevat een overgangsbepaling volgens welke onder meer de artikelen 23 en 24 van die wet in elke aanleg van toepassing zijn op de zaken waarvoor op 1 september 2007 geen rechtsdag of geen kalender voor de rechtspleging is vastgesteld, of waarvoor geen enkel verzoek tot vaststelling werd ingediend.

Artikel 782 Gerechtelijk Wetboek, zoals het bij die wet werd gewijzigd, en artikel 782bis van hetzelfde wetboek zijn dus niet van toepassing op de zaken waarvoor op 1 september 2007 reeds een kalender voor de rechtspleging is vastgesteld. Op die zaken blijft artikel 782 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing zoals het bestond voor de wijziging ervan bij voornoemde wet, terwijl artikel 782bis van dat wetboek niet kan worden toegepast.

Te dezen heeft mevrouw M. V., toen voorzitter van de twintigste kamer van het hof van beroep te Luik, op 21 juni 2007 een beschikking gewezen waarin de termijnen om conclusies te nemen op grond van artikel 747, §2, van het Gerechtelijk Wetboek werden aangepast en de datum voor de pleidooien werd vastgesteld op 29 mei 2008.

Het arrest diende bijgevolg te worden uitgesproken door alle magistraten die over de zaak hadden beraadslaagd en niet enkel door de raadsheer die dienst deed als voorzitter van de twintigste kamer van het hof van beroep. Het is derhalve niet naar recht verantwoord (schending van alle in het middel aangegeven bepalingen).

...

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Krachtens artikel 149 Grondwet wordt elk vonnis uitgesproken in openbare terechtzitting.

Volgens artikel 779, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan het vonnis enkel worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters die alle zittingen over de zaak moeten bijgewoond hebben, een en ander op straffe van nietigheid.

Artikel 779, tweede lid, dat voor de opheffing ervan bij de wet van 26 april 2007 tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand krachtens artikel 31 van die wet op het geschil van toepassing was, bepaalt dat, wanneer een rechter wettig verhinderd is de uitspraak bij te wonen van een vonnis waarover hij mede heeft beraadslaagd overeenkomstig artikel 778, de voorzitter van het gerecht een andere rechter kan aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.

Artikel 782 van dat wetboek, zoals het op het geschil van toepassing is voor de vervanging ervan door voormelde wet van 26 april 2007, bepaalt dat het vonnis wordt ondertekend door de rechters die het hebben uitgesproken, en door de griffier.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat:

- het arrest werd ondertekend door mevrouw E. D., raadsheer en dienstdoend voorzitter, de heer O. M. en mevrouw B. W., raadsheren, en door de heer D. D., griffier;

- die drie raadsheren alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond;

- het arrest op 27 november 2008 op de openbare terechtzitting van de 20e kamer van het hof van beroep werd uitgesproken door mevrouw E. D., bijgestaan door de heer D. D..

Uit die vaststellingen volgt dat de drie raadsheren die alle zittingen over de zaak hebben bijgewoond het arrest hebben gewezen waarover zij mede hebben beraadslaagd en dat het arrest is uitgesproken in openbare terechtzitting.

Wanneer onder vigeur van de voormelde bepalingen een vonnis is ondertekend door de drie rechters die het regelmatig hebben gewezen en dat vonnis op de openbare terechtzitting is uitgesproken door de voorzitter, bijgestaan door de griffier, maakt het feit alleen dat de twee andere rechters die het hebben gewezen de uitspraak niet hebben bijgewoond dat vonnis niet onwettig.

Het middel kan niet worden aangenomen.

...

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, afdelingsvoorszitter Paul Mathieu, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis en Sylviane Velu, en in openbare terechtzitting van 5 mei 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vonnis

  • Uitspraak

  • Samenstelling van het rechtscollege

  • Wettigheid