- Arrest van 9 mei 2011

09/05/2011 - S.10.0117.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers is de overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich ertoe verbindt tegen loon cliëntèle op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers; die bepaling vereist dat de handelsvertegenwoordiger personen of instellingen opspoort of bezoekt die klanten zijn of dat kunnen worden en met hen zaken sluit of op zijn minst daarover onderhandelt (1). (1) Zie Cass. 9 juni 1986, AR 7597, AC, 1985-86, nr. 627.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0117.F

J.C. DECAUX BELGIUM PUBLICITÉ nv,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

R. V. K.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 19 maart 2010 gewezen door het arbeidshof te Brussel.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

De artikelen 4 en 101 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart de hogere beroepen ontvankelijk, het hoofdberoep niet gegrond en het incidenteel beroep zeer gedeeltelijk gegrond, bevestigt het beroepen vonnis in al zijn beschikkingen, ook wat betreft de kosten, maar wijzigt het in zoverre het arrest de compensatoire opzeggingsvergoeding op 116.425,53 euro en de uitwinningsvergoeding op 44.779,05 euro brengt, en in zoverre het beslist dat de interest verschuldigd is op het brutobedrag. Het arrest veroordeelt de eiseres bovendien in de kosten van het hoger beroep.

Het arrest motiveert zijn beslissing over het recht op de uitwinningsvergoeding meer bepaald als volgt:

"6.1. De omschrijving van het beroep van de verweerder

De teksten

Artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten omschrijft de arbeidsovereenkomst voor handelsvertegenwoordigers als een overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich verbindt tegen loon cliëntèle op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers;

Volgens artikel 88 kan alleen de handelsvertegenwoordiger die in dienst wordt genomen om op bestendige wijze zijn beroep uit te oefenen, zich beroepen op de bepalingen van de titel die op hem betrekking hebben;

De uitlegging van die artikelen

Het statuut van handelsvertegenwoordiger geldt alleen voor de bediende die zijn beroep van handelsvertegenwoordiger als hoofdberoep en op bestendige wijze uitoefent;

Het begrip ‘handelsvertegenwoordiging' moet op beperkende wijze worden uitgelegd;

(...) Thans staat vast (de rechtsleer en de rechtspraak zijn het daar grotendeels over eens) dat de omschrijving niet alleen de klantenwerving of het bezoek van de klanten omvat, maar ook de onderhandelingen met die klanten met het oog op het sluiten van zaken;

Klantenwerving is een activiteit die bij aanvang wordt uitgeoefend, terwijl klantenbezoek een activiteit is die op bestendige wijze wordt verricht: als beide activiteiten worden uitgeoefend, is er sprake van het beroep van "handelsvertegenwoordiger". Daarenboven is vereist dat er ook zaken gesloten kunnen worden;

De bediende die niet bevoegd is om zaken te sluiten of daarover op zijn minst (cfr. infra) te onderhandelen, is dus geen handelsvertegenwoordiger;

Om over zaken te kunnen onderhandelen, moet de handelsvertegenwoordiger de klant bezoeken, een gesprek met hem voeren en met hem onderhandelen om een akkoord te bereiken. Dat impliceert materiële handelingen en rechtshandelingen (...);

De toepassing op deze zaak

De (eiseres) plaatst en vervaardigt straatmeubilair, waarvan een (zeer klein) gedeelte aan de overheden verkocht wordt maar dat hoofdzakelijk geplaatst wordt via concessies, die door de overheden na openbare aanbestedingen worden verleend. In ruil daarvoor mag (de eiseres) dat straatmeubilair van reclame voorzien;

Het feit dat (de verweerder) bijkomend ook wel eens rechtstreeks materiaal verkocht, is nog geen reden om hem als een handelsvertegenwoordiger te beschouwen. Er moet immers rekening worden gehouden met de hoofdactiviteit;

De hoofdactiviteit van (de verweerder) bestaat hoofdzakelijk hierin dat hij met steden en gemeenten moet onderhandelen om hen ervan te overtuigen openbare aanbestedingen voor de levering, de plaatsing en het onderhoud van straatmeubilair uitschrijven;

(De verweerder) sluit bijgevolg geen zaken. De steden en de gemeenten werken immers met openbare aanbestedingen en de opdracht zal pas aan (de eiseres) worden gegund indien de stad of gemeente voor haar offerte kiest;

De vraag is of er onderhandelingen worden gevoerd met het oog op het sluiten van zaken;

Het antwoord op die vraag is bevestigend, daar de opdracht (van de verweerder) precies erin bestond de steden en de gemeenten te overtuigen van het nut van dat soort overheidsopdrachten, waar beide partijen iets bij te winnen hebben;

De gemeente of de stad beschikt over gratis straatmeubilair dat zij niet hoeft te onderhouden en in ruil daarvoor verkrijgt (de eiseres) adverteerruimte waarover zij vrij kan beschikken;

(De verweerder) voert dus onderhandelingen met het oog op het sluiten van zaken. Of er zaken worden gesloten, hangt allereerst af van het uitschrijven van openbare aanbestedingen, wat de vrucht is van de arbeid van de (verweerder), die de stad of de gemeente heeft moeten overtuigen om die mogelijkheid te benutten. Het feit dat er pas nadien zaken worden gesloten, nadat de stad of gemeente de openbare aanbestedingen heeft uitgeschreven en nadat (de eiseres) hierop is ingegaan met een offerte, neemt niet weg dat (de verweerder) eerst onderhandelingen heeft moeten voeren;

De steden en de gemeenten zijn daarenboven wel degelijk klanten van (de eiseres);

Voor haar activiteit dient (de eiseres) over twee netwerken van klanten te beschikken: zij die de reclamedragers aanvaarden en zij die daarvan gebruik maken voor reclamedoeleinden. Het maakt weinig uit dat de eerste categorie geen materiaal van (de eiseres) koopt of zelfs een tegenprestatie geniet (gratis meubilair, bijkomende heffingen). Het sluiten van zaken impliceert niet noodzakelijkerwijs dat de klant een prijs aan de leverancier betaalt. Om haar maatschappelijk doel te verwezenlijken, hoeft de onderneming alleen maar over een netwerk van klanten te beschikken dat zij kan exploiteren;

(De eiseres) maakt onmiddellijk winst wanneer zij, na een openbare aanbesteding, een overeenkomst voor de plaatsing van stadsmeubilair kan sluiten. Zij zal immers haar adverteerruimte kunnen verkopen zonder inspraak van de steden of de gemeenten. De werkwijze bestaat er dus in dat de stad of de gemeente, na de onderhandelingen (de voornaamste taak van een handelsvertegenwoordiger), overtuigd wordt van het idee om stadsmeubilair te verwerven onder voorwaarden die zij in de openbare aanbesteding bepaalt, en dat de onderneming aan wie de opdracht na de aanbesteding wordt toegekend in ruil daarvoor winst zal maken uit de adverteerruimte;

De bediende, wiens werk erin bestaat steden en gemeenten te benaderen en hen te overtuigen van het nut om een aanbesteding met het oog op de plaatsing van stadsmeubilair uit te schrijven, is dus een handelsvertegenwoordiger, hoewel de vennootschap die dat meubilair plaatst daar niet rechtstreeks voor betaald wordt;

(...) 6.4. Het recht op de uitwinningsvergoeding

De teksten (...)

De toepassing op deze zaak

(De eiseres) betwist dat zij een uitwinningsvergoeding verschuldigd is en voert daarvoor twee argumenten aan die zij uit de voormelde teksten put: het ontslag wegens dringende reden is gewettigd en de verweerder is geen handelsvertegenwoordiger;

Die twee middelen werden onderzocht en verworpen;

De uitwinningsvergoeding is verschuldigd: zij bedraagt 8.955,81 euro x 5 = 44.779,05 euro. Het incidenteel beroep is zeer gedeeltelijk gegrond, maar het hoofdberoep is dat niet".

Grieven

Luidens artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is de arbeidsovereenkomst voor handels-vertegenwoordigers een overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich ertoe verbindt tegen loon cliëntèle op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers.

De aldus omschreven handelsvertegenwoordiging veronderstelt noodzakelijkerwijs dat degene die deze activiteit uitoefent, personen of instellingen bezoekt die klant van zijn opdrachtgever zijn of het kunnen worden.

Het onderhandelen over of het sluiten van zaken heeft betrekking op de verkoop, verhuur of dienstverlening. De activiteit van de handelsvertegenwoordiger moet als einddoel het sluiten van zaken tussen de klant en de opdrachtgever hebben.

Zoals het arrest te dezen vaststelt, bestond het werk van de verweerder hoofdzakelijk hierin dat hij onderhandelingen met de steden en gemeenten moest voeren om ze ervan te overtuigen openbare aanbestedingen uit te schrijven voor de levering, de plaatsing en het onderhoud van stadsmeubilair.

Het arrest leidt hieruit terecht af dat de verweerder geen zaken sluit, daar de steden en de gemeenten openbare aanbestedingen uitschrijven en er pas een overeenkomst met de eiseres gesloten wordt indien zij beslissen op haar offerte in te gaan.

Het arrest beslist evenwel ten onrechte dat er onderhandelingen werden gevoerd met het oog op het sluiten van zaken, daar de opdracht van de verweerder er net in bestond de steden en de gemeenten te overtuigen van het nut van dat soort overheidsopdrachten, waar beide partijen iets bij te winnen hebben.

De stad of gemeente die beslist om openbare aanbestedingen uit te schrijven teneinde openbare ruimte ter beschikking te stellen met het oog op de levering en de plaatsing van stadsmeubilair, wordt hierdoor nog geen klant van de werkgever van de persoon die de onderhandelingen over die openbare aanbestedingen heeft gevoerd.

De beslissing om openbare aanbestedingen uit te schrijven teneinde openbare ruimte ter beschikking te stellen met het oog op de levering en de plaatsing van stadsmeubilair, is daarenboven geen "zaak" in de zin van voormeld artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978. Die beslissing is slechts een eenzijdige handeling die geen enkele commerciële verplichting schept, noch voor de vennootschap die er belang bij kan hebben op de openbare aanbesteding in te gaan, noch voor de overheid die deze aanbesteding uitschrijft. De overheid moet niet alleen eerst beslissen om openbare aanbestedingen uit te schrijven, maar de handelsvennootschap die hiervoor eventueel belangstelling heeft moet bovendien vervolgens beslissen om op die openbare aanbesteding in te gaan en de overheid moet ten slotte beslissen om de opdracht toe te vertrouwen aan die vennootschap en niet, in voorkomend geval, aan andere concurrerende vennootschappen.

Hoewel de gemeente of de stad uiteindelijk stadsmeubilair ontvangt dat haar gratis ter beschikking wordt gesteld en dat zij niet hoeft te onderhouden en de vennootschap, te dezen de verweerster, van haar kant adverteerruimte verkrijgt "waarover zij vrij kan beschikken", vormt dat geheel aan voorbereidende handelingen geen zaak in de zin van artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978. Alleen de commerciële exploitatie van die adverteerruimte kan als zodanig worden omschreven.

Hoewel het arrest kon beslissen dat het sluiten van zaken "hangt allereerst af van het uitschrijven van openbare aanbestedingen, wat de vrucht is van de arbeid van de (verweerder), die de stad of de gemeente heeft moeten overtuigen om die mogelijkheid te benutten", en dat er aldus onderhandelingen hebben plaatsgevonden, heeft het niet wettig kunnen beslissen dat die onderhandelingen gevoerd waren met het oog op het sluiten van zaken.

Het arrest heeft in dat verband niet wettig kunnen beslissen dat het weinig verschil uitmaakte dat de steden en de gemeenten die, na een openbare aanbesteding, de reclamedragers aanvaarden, "geen materiaal van (de eiseres) kopen of zelfs een tegenprestatie genieten (gratis meubilair, bijkomende heffingen)". De handelsactiviteit is juist gericht op de verkoop van de adverteerruimten, waarbij de stad of de gemeente niet betrokken is, en zij wordt uitsluitend en op eigen risico uitgeoefend door de vennootschap die de opdracht heeft verkregen waarvoor eerder een openbare aanbesteding was uitgeschreven.

Het arrest heeft derhalve niet wettig kunnen beslissen dat "de bediende, wiens werk erin bestaat steden en gemeenten te benaderen en hen te overtuigen van het nut om een aanbesteding met het oog op de plaatsing van stadsmeubilair uit te schrijven, is dus een handelsvertegenwoordiger, hoewel de vennootschap die dat meubilair plaatst daar niet rechtstreeks voor betaald wordt" (schending van artikel 4, inzonderheid eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten) en heeft bijgevolg aan de verweerder geen uitwinningsvergoeding ten laste van de eiseres kunnen toekennen waarop, onder de bij wet bepaalde voorwaarden, alleen handelsvertegenwoordigers recht hebben (schending van artikel 101 van de voormelde wet van 3 juli 1978).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Luidens artikel 4, eerste lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten is de arbeidsovereenkomst voor handels-vertegenwoordigers een overeenkomst waarbij een werknemer, de handelsvertegenwoordiger, zich ertoe verbindt tegen loon cliëntèle op te sporen en te bezoeken met het oog op het onderhandelen over en het sluiten van zaken, verzekeringen uitgezonderd, onder het gezag, voor rekening en in naam van een of meer opdrachtgevers.

Die bepaling vereist dat de handelsvertegenwoordiger personen of instellingen opspoort of bezoekt die klanten zijn of dat kunnen worden en met hen zaken sluit of op zijn minst daarover onderhandelt.

Het arrest stelt vast dat "de eiseres straatmeubilair plaatst en vervaardigt, ... dat hoofdzakelijk geplaatst wordt via concessies, die door de overheden na openbare aanbestedingen worden verleend en in ruil daarvoor mag zij dat straatmeubilair van reclame voorzien", en dat "de hoofdactiviteit van de verweerder hoofdzakelijk hierin bestaat dat hij met steden en gemeenten moet onderhandelen om hen ervan te overtuigen openbare aanbestedingen voor de levering, de plaatsing en het onderhoud van straatmeubilair uitschrijven", waarbij "zijn opdracht erin bestaat de steden en de gemeenten te overtuigen van het nut van dat soort overheidsopdrachten, waar beide partijen iets bij te winnen hebben".

Aangezien de beslissing van een stad of een gemeente om een openbare aanbesteding uit te schrijven, geen enkele band tussen haar en de eiseres doet ontstaan, leidt het arrest uit die vaststellingen niet wettig af dat de verweerder in naam en voor rekening van de eiseres onderhandelingen met haar klanten voerde met het oog op het sluiten van zaken.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het uitspraak doet over de uitwinningsvergoeding, over de daarop verschuldigde interest en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Christine Matray, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare rechtszitting van 9 mei 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitte Robert Boes en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Toepassingssfeer

  • Handelsvertegenwoordiger

  • Bediende die niet voor rekening en in naam van zijn opdrachtgever over zaken heeft onderhandeld

  • Arrest dat beslist dat die bediende de activiteit van handelsvertegenwoordiger uitoefende

  • Wettigheid