- Arrest van 11 mei 2011

11/05/2011 - P.11.0033.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een lasterlijke aantijging is strafbaar, ook wanneer de aantijging uit een afschrift en niet uit een origineel geschrift blijkt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0033.F

D. C.,

Mrs. Alexandra Tieleman en Joelle Vossen, advocaten bij de balie te Brussel,

tegen

1. C. H.,

2. M.-C. D.,

3. J. H..

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 30 november 2010.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over het beginsel van de aansprakelijkheid

Het eerste middel in zijn geheel

Het middel voert een motiveringsgebrek aan, schending van de artikelen 444 Strafwetboek en 1382 Burgerlijk Wetboek, alsook een miskenning van het recht van verdediging die de miskenning inhoudt van het recht op een onpartijdig proces, dat met name door artikel 6.1 EVRM is gewaarborgd. De eiseres verwijt het hof van beroep dat het niet aan het openbaar ministerie, op haar verzoek, gevraagd heeft om aan het dossier van de tegen haar wegens laster ingestelde vervolgingen het dossier toe te voegen dat geleid heeft tot de vrijspraak van de verweerders voor de feiten die zij hen ten laste had gelegd.

Onverminderd de eerbiediging van het recht van verdediging, beoordeelt de strafrechter in feite de wenselijkheid om een bijkomende onderzoekshandeling voor te schrijven. Het hof van beroep, dat zijn overtuiging dat de verweerders de hun ten laste gelegde feiten niet hebben gepleegd, grondt op het vonnis van vrijspraak dat kracht van gewijsde heeft, miskent het recht van verdediging van de eiseres niet, aangezien het hof haar niet in het ongewisse heeft gelaten over de redenen waarom het haar verzoek tot voeging afwees en omkleedt zijn beslissing dienaangaande regelmatig met redenen.

In zoverre het middel kritiek uitoefent op de beoordeling van het arrest volgens welke de buitensporigheid van de beschuldigingen van bijzonder immorele en lasterlijke feiten overduidelijk was, oefent het middel voor het overige kritiek uit op een feitelijke overweging betreffende het oogmerk om te schaden.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

Dit onderdeel verwijt aan het arrest dat het vaststelt dat de aan de eiseres verweten lasterlijke aantijgingen in het openbaar zijn geschied, en zich hiertoe onder meer baseert op een aan de gerechtelijke politie afgelegde verklaring en op een brief waarvan het origineel aan de onderzoeksrechter en een afschrift aan de procureur des Konings is gericht. De eiseres oordeelt inderdaad dat die stukken door het geheim van het onderzoek zijn gedekt.

Het onderdeel dat aldus eigenlijk aanvoert dat het bij artikel 57 Wetboek van Strafvordering gewaarborgde geheim blijft gelden ten aanzien van de onderzoeksgerechten na het afsluiten van het onderzoek, faalt naar recht.

In zoverre het middel voor het overige ervan uitgaat dat het niet strafbaar is iemand een lasterlijk feit ten laste te leggen wanneer de aantijging uit een afschrift en niet uit een origineel geschrift blijkt, faalt het eveneens naar recht.

Tweede onderdeel

De bij artikel 452, eerste lid, Strafwetboek beschermde woorden en geschriften, zijn die welke vóór de rechtbank zijn gesproken of aan de rechtbank zijn overgelegd.

De onschendbaarheid strekt zich niet uit tot de verklaringen die aan een politiedienst zijn afgelegd noch tot de geschriften die aan het openbaar ministerie zijn gericht.

Het tweede onderdeel faalt naar recht.

B. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die uitspraak doen over de omvang van de schade

De eiseres doet afstand van haar cassatieberoep, zonder erin te berusten.

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen over de omvang van de schade van de verweerders.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 11 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Lasterlijke aantijging

  • Geschriften