- Arrest van 17 mei 2011

17/05/2011 - P.11.0339.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 505, derde lid, Strafwetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging door de Wet van 10 mei 2007, volgt dat indien de rechter een verbeurdverklaring uitspreekt die een derde kan benadelen, die derde tot het geding moet worden toegelaten of dat hij erin kan worden geroepen; wanneer die derde een medebeklaagde is die in hetzelfde geding wegens andere misdrijven is vervolgd en tegen wie de verbeurdverklaring niet is uitgesproken, heeft ook hij het vereiste belang om die maatregel aan te vechten (1). (1) R. DECLERCQ, Beginselen van Strafrechtspleging, 5e Ed., Mechelen, Kluwer, 2010, nr. 2308; zie thans: art. 505, zesde lid, Strafwetboek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0339.N

1. W E E H,

belanghebbende derde,

2. J F V,

belanghebbende derde,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eisers woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 24 januari 2011.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 5ter Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, artikel 203 Wetboek van Strafvordering, artikel 505, derde lid, Strafwetboek, zoals van toepassing vóór de wijziging ervan door de wet van 10 mei 2007 (hierna artikel 505, derde lid, (oud) Strafwetboek), en artikel 505, zesde lid, Strafwetboek, in zijn huidige versie (hierna artikel 505, zesde lid, (nieuw) Strafwetboek), alsmede miskenning van het algemene rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging: het arrest oordeelt ten onrechte dat het hoger beroep van de eisers niet ontvankelijk is daar de eisers noch vervolgd noch veroordeeld werden wegens witwasmisdrijven en de geldsommen, voorwerp van het misdrijf witwas, enkel verbeurd verklaard werden in hoofde van een medebeklaagde; in de verbeurdverklaarde geldsommen is een bedrag begrepen dat bij de eisers werd in beslaggenomen zodat die verbeurdverklaring de rechten van de eisers kan schaden; het recht van verdediging en het recht op toegang tot de rechter vereisen dat de eisers moeten kunnen opkomen tegen die verbeurdverklaring.

2. Artikel 505, derde lid, (oud) Strafwetboek, zoals hier van toepassing, bepaalt: "De zaken bedoeld in 1°, 2°, 3° en 4° van dit artikel maken het voorwerp uit van de misdrijven die gedekt worden door deze bepalingen, in de zin van artikel 42, 1°, en zij worden verbeurd verklaard, ook indien zij geen eigendom zijn van de veroordeelde, zonder dat deze verbeurdverklaring nochtans de rechten van derden op de goederen die het voorwerp uitmaken van de verbeurdverklaring, schaadt." Artikel 505, zesde lid, (nieuw) Strafwetboek heeft wat de rechten van derden betreft dezelfde strekking.

3. Uit deze bepaling volgt dat indien de rechter een verbeurdverklaring uitspreekt die een derde kan benadelen, die derde tot het geding moet worden toegelaten of erin kan worden geroepen. Wanneer die derde een medebeklaagde is die in hetzelfde geding wegens andere misdrijven is vervolgd en tegen wie de verbeurdverklaring niet is uitgesproken, heeft ook hij het vereiste belang om die maatregel aan te vechten. Zijn recht op toegang tot de rechter en zijn recht van verdediging vereisen dat hij tegen die beslissing van verbeurdverklaring hoger beroep kan instellen teneinde die maatregel te betwisten.

4. Uit de stukken van het strafdossier blijkt dat:

- de eisers vervolgd werden wegens andere misdrijven dan deze van witwas en het beroepen vonnis ten aanzien van de eisers daarvoor de opschorting van de uitspraak gelast;

- het beroepen vonnis een medebeklaagde tot straf veroordeelt wegens witwasmisdrijven en daarvoor tegen hem de verbeurverklaring beveelt van een bedrag van 326.580,90 euro met dien verstande dat in dat bedrag begrepen is het bedrag van 164.022 euro dat reeds in beslag genomen was;

- de eisers tegen dat vonnis hoger beroep hebben ingesteld en hun rechtsmiddel hebben beperkt tot de straftoemeting, meer bepaald in zoverre de verbeurdverklaring hen raakt.

5. Uit de stukken blijkt eveneens dat de eisers voor de appelrechters hebben aangevoerd dat in het inbeslaggenomen bedrag van 164.022 euro zich een bedrag van 105.077 euro bevindt dat bij hen in beslag genomen werd, zodat zij het slachtoffer zijn van de verplichte verbeurdverklaring die ten laste van de medebeklaagde is uitgesproken. Aldus hebben de eisers aangevoerd dat de tegen een medebeklaagde uitgesproken verbeurdverklaring van aard is hun rechten te schaden.

6. Het arrest, dat de aanvoering van de eisers dat de verbeurdverklaring onder meer slaat op een bedrag van 105.077 euro dat bij hen in beslag genomen werd, niet tegenspreekt, oordeelt dat hun hoger beroep niet ontvankelijk is daar zij noch vervolgd noch veroordeeld zijn wegens witwasmisdrijven en de geldsommen enkel ten laste van een medebeklaagde werden in beslag genomen. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond

Tweede onderdeel

7. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging, behoeft het onderdeel geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Gent.

Bepaalt de kosten op 143,09 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Koen Mestdagh, Filip Van Volsem en Alain Bloch, en op de openbare rechtszitting van 17 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verbeurdverklaring

  • Derde

  • Vrijwillige of gedwongen tussenkomst

  • Voorwaarde

  • Toepassing