- Arrest van 24 mei 2011

24/05/2011 - P.10.1990.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aanranding van de eerbaarheid is iedere met de zeden strijdige en als dusdanig gewilde daad, welke op of met behulp van een welbepaald persoon, zonder diens geldige toestemming werd gepleegd en waarbij het algemeen eerbaarheidsgevoel werd gekrenkt; zij vereist dat handelingen van een bepaalde ernst worden gesteld die afbreuk doen aan de seksuele integriteit van een persoon zoals die door het collectieve bewustzijn van een bepaalde samenleving op een bepaald tijdstip wordt ervaren (1). (1) Cass. 7 jan. 1997, AR P.95.1312.N, AC, 1997, nr. 12.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.10.1990.N

B. P.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Michiel Beek, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

1. G. V. R., , in eigen naam en als vertegenwoordiger van zijn minderjarige dochter L. V. R.,

burgerlijke partij,

2. A. R., in eigen naam en als vertegenwoordiger van haar minderjarige dochter L. V. R.,

burgerlijke partij,

verweerders,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 16 november 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 373 Strafwetboek: het arrest verklaart ten onrechte de eiser schuldig aan het misdrijf aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging gepleegd op een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar op grond dat ten aanzien van minderjarigen een minder losse, meer afstandelijke en aan hun leeftijd aangepaste houding noodzakelijk is en dat bepaalde gedragingen die ten aanzien van meerderjarigen als niet strafbare vrijpostigheden of onbetamelijkheden zouden kunnen worden beschouwd, door minderjarigen als seksuele en dus strafbare handelingen kunnen worden aangevoeld; bij aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging is de leeftijd van het slachtoffer geen wezenlijk bestanddeel van het misdrijf maar enkel een verzwarende omstandigheid.

2. Het middel preciseert niet hoe en waardoor het arrest de motiveringsplicht miskent.

In zoverre het schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

3. Aanranding van de eerbaarheid is iedere met de zeden strijdige en als dusdanig gewilde daad, welke op of met behulp van een welbepaald persoon, zonder diens geldige toestemming werd gepleegd en waarbij het algemeen eerbaarheidsgevoel werd gekrenkt. Zij vereist dat handelingen van een bepaalde ernst worden gesteld die afbreuk doen aan de seksuele integriteit van een persoon zoals die door het collectieve bewustzijn van een bepaalde samenleving op een bepaald tijdstip wordt ervaren.

4. De leeftijd van het slachtoffer, met name het feit dat het slachtoffer minderjarig is, is een gegeven dat het collectieve bewustzijn van een bepaalde samenleving in aanmerking neemt om de aard van de aantasting van de seksuele integriteit en bijgevolg de ernst van de handeling te beoordelen. Handelingen die voor een meerderjarige als mogelijks vrijpostig of onbetamelijk maar niet strafbaar worden ervaren, kunnen voor een minderjarige wiens seksueel bewustzijn niet dezelfde evolutie heeft bereikt, wel als een ernstige aantasting van de seksuele integriteit ervaren worden zodat de maatschappij ervan uitgaat dat de deugd van die minderjarige in gevaar is en van eenieder ten aanzien van deze een meer afstandelijke en aan zijn leeftijd aangepaste houding eist.

Het arrest dat aldus oordeelt, is naar recht verantwoord.

Het middel kan in zoverre niet aangenomen worden.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 373 Strafwetboek: het arrest laat na te antwoorden op eisers verweer dat het moreel element afwezig is; de eiser heeft zich ertoe beperkt foto's te nemen onder de rok van vrouwen van diverse leeftijd, wat geen aanranding van de eerbaarheid met geweld of bedreiging uitmaakt.

6. Het arrest oordeelt dat eisers betoog dat hij nooit opzettelijk de verweerster heeft aangeraakt of nooit die intentie heeft gehad, dermate bevreemdend is dat het totaal ongeloofwaardig is, daar men zich toch ernstig de vraag moet stellen in hoeverre een voor een jong meisje - dat zich op de roltrap van een spoorwegstation bevindt - totaal onbekende persoon op een onopzettelijke wijze zijn hand onder de jurk van ditzelfde meisje kan hebben gestoken. Aldus beantwoordt het arrest het bedoelde verweer.

In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.

7. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel in feite door het arrest dat de eiser de seksuele integriteit van het slachtoffer aangetast heeft.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 72,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Aanranding van de eerbaarheid