- Arrest van 24 mei 2011

24/05/2011 - P.11.0921.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 88bis, §1, eerste lid, Wetboek van Strafvordering blijkt dat een lokalisatie, enkel door het opsporen van het signaal van het toestel terwijl het in werking is en zonder dat daarbij tijdens het opsporen telecommunicatie ervan uitgaat of inkomt, bij wet is geregeld waarbij het aan de onderzoeksrechter toekomt daartoe bij gemotiveerd bevelschrift opdracht te geven (1). (1) Zie Cass. 21 okt. 1997, AR P.97.1281.N, AC, 1997, nr. 419; Cass. 10 nov. 2009, AR P.09.1584.F, AC, 2009, nr. 653; Cass. 24 mei 2011, AR P.11.0909.N, AC, 2011, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0921.N

O. T.,

inverdenkinggestelde, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Sophie Claeys, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ambtshalve middel

Geschonden wettelijke bepaling

- artikel 88bis Wetboek van Strafvordering

1. Artikel 88bis, § 1, Wetboek van Strafvordering bepaalt:

"Wanneer de onderzoeksrechter van oordeel is dat er omstandigheden zijn die het doen opsporen van telecommunicatie of het lokaliseren van de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie noodzakelijk maken om de waarheid aan de dag te brengen, kan hij, zo nodig door daartoe de medewerking van de operator van een telecommunicatienetwerk of van de verstrekker van een telecommunicatiedienst te vorderen;

1° de oproepgegevens doen opsporen van telecommunicatiemiddelen van waaruit of waarnaar oproepen worden of werden gedaan;

2° de oorsprong of de bestemming van telecommunicatie laten lokaliseren.

(...)

De onderzoeksrechter vermeldt de feitelijke omstandigheden van de zaak die de maatregel wettigen in een met redenen omkleed bevelschrift dat hij meedeelt aan de procureur des Konings.

Hij vermeldt ook de duur van de maatregel, die niet langer kan zijn dan twee maanden te rekenen vanaf het bevelschrift, onverminderd een hernieuwing".

2. Uit deze bepalingen blijkt dat een lokalisatie enkel door het opsporen van het signaal van het toestel terwijl het in werking is en zonder dat daarbij tijdens het opsporen telecommunicatie ervan uitgaat of inkomt, bij wet is geregeld waarbij het aan de onderzoeksrechter toekomt daartoe bij gemotiveerd bevelschrift opdracht te geven.

3. Het arrest oordeelt: "de bewoordingen van [artikel 88bis Wetboek van Strafvordering] houden in dat het bevelschrift dat van de onderzoeksrechter wordt vereist alleen een verplicht vormvereiste is ten aanzien van de uitwisseling van telecommunicatie en niet voor het nauwkeurig lokaliseren van een mobiele telefoon door het Belgisch Instituut van Posterijen en Telecommunicatie, wat mogelijk is door alleen maar het signaal van dat toestel op te sporen terwijl het in werking is zonder dat vereist is dat er tijdens het opsporen telecommunicatie uitgaat of inkomt".

Met die redenen is de beslissing niet naar recht verantwoord.

Middelen

De middelen die niet kunnen leiden tot cassatie zonder verwijzing, behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 107,12 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Opsporen van telefooncummunicatie

  • Lokalisatie van een mobiel toestel voor telecommunicatie