- Arrest van 27 mei 2011

27/05/2011 - C090618N-C090620N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Dubrulle.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0618.N

HAWE BELGIUM nv, met zetel te 2900 Schoten, Kruiningenstraat 188,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. R.J. REYNOLDS TOBACCO INTERNATIONAL sa, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 1211 Genève (Zwitserland), Chemin Rieu 12,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. SECURITY INSURANCE COMPANY OF HARTFORD, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 10048-4710 New York (Verenigde Staten van Amerika), Two World Trade Center, 47th Floor,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

3. VAN EYCKEN bvba, met zetel te 3071 Erps-Kwerps, Klapstraat 38,

verweerster.

II.

Nr. C.09.0620.N

VAN EYCKEN bvba, in vereffening, met zetel te 3071 Erps-Kwerps, Klapstraat 3,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cas¬satie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. R.J. REYNOLDS TOBACCO INTERNATIONAL S.A., vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 1211 Genève (Zwitserland), Chemin Rieu 12,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. SECURITY INSURANCE COMPANY OF HARTFORD, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 10048-4710 New York (Verenigde Staten van Amerika), Two World Trade Center, 47th Floor,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerster woonplaats kiest,

3. HAWE BELGIUM nv, met zetel te 2900 Schoten, Kruiningenstraat 188,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 29 juni 2009.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres II voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Voeging

1. De cassatieberoepen in de zaken C.09.0618.N en C.09.0620.N hebben betrekking op hetzelfde geschil tussen dezelfde partijen, zodat zij gevoegd dienen te worden.

Enig middel in zaak C.09.0620.N

Eerste onderdeel

2. Krachtens artikel 17, lid 1, CMR is de vervoerder aansprakelijk voor geheel of gedeeltelijk verlies en voor beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering.

Krachtens artikel 23, lid 1, CMR wordt, wanneer ingevolge de bepalingen van dit Verdrag een schadevergoeding voor geheel of gedeeltelijk verlies van de goederen ten laste van de vervoerder wordt gebracht, deze schadevergoeding berekend naar de waarde van de goederen op de plaats en het tijdstip van de inontvangstneming.

Krachtens artikel 23, lid 2, CMR wordt de waarde van de goederen vastgesteld volgens de beurskoers of, bij gebreke daarvan, volgens de gangbare marktprijs of, bij gebreke van een en ander, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en kwaliteit.

3. Wanneer goederen worden vervoerd onder schorsing van de verbruiksbelastingen, maken de fiscale heffingen, zoals de rechten bij invoer, de btw en de accijnzen, op het tijdstip van de inontvangstneming door de vervoerder, nog geen deel uit van de marktprijs van deze goederen.

De fiscale heffingen die aldus verschuldigd zijn naar aanleiding van het verlies van de goederen, zijn derhalve geen elementen die deel uitmaken van de waarde van de verloren goederen in de zin van artikel 23, leden 1 en 2, CMR.

In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt het naar recht.

4. De appelrechters oordelen dat, waar de lading sigaretten onder een specifiek schorsingsregime qua invoerrechten en btw stond, respectievelijk onder een specifieke communautaire accijnsregeling van schorsing en ze werden gestolen, dus onttrokken tijdens dit regime, meer specifiek in België, zowel de invoerrechten, de btw als het recht op verhoogde accijns ontstonden op het ogenblik van de onttrekking ingevolge de diefstal.

5. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat de appelrechters oordelen dat de belastingen verschuldigd waren op het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen door de vervoerder, berust het op een verkeerde lezing van het arrest.

Het mist mitsdien feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

6. De eiseres voerde voor de appelrechters aan dat noch de eerste verweerster, noch Belgian Pakhoed, thans VLS-Group Belgium nv, schuldenaar waren van de betaalde accijnzen.

7. Het bestreden arrest beantwoordt dit verweer niet.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet leiden tot ruimere cassatie.

Enig middel in zaak C.09.0618.N

9. Het middel is gebaseerd op de onderstelling dat de verschuldigde belastingen steeds deel uitmaken van de marktwaarde van de goederen bij hun afzending, in de zin van artikel 23, leden 1 en 2, CMR.

10. Uit het antwoord op het eerste onderdeel van het eerste middel in de zaak C.09.0620.N, volgt dat het middel steunt op een onjuiste onderstelling.

Het middel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Voegt de cassatieberoepen C.09.0618.N en C.09.0620.N.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het Hawe Belgium nv en Van Eycken bvba veroordeelt tot het betalen aan de R.J. Reynolds Tobacco Int. sa van de tegenwaarde van de betaalde accijnzen, vermeerderd met de renten, het Van Eycken bvba veroordeelt Hawe Belgium nv desbetreffend te vrijwaren in hoofdsom, renten en kosten en het uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eiseressen in de helft van de kosten van hun cassatieberoep.

Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Goederenvervoer

  • Landvervoer

  • Wegvervoer

  • Internationaal vervoer

  • CMR-Verdrag

  • Artikel 23

  • Waarde van de goederen

  • Gangbare marktprijs

  • Begrip

  • Fiscale heffingen