- Arrest van 27 mei 2011

27/05/2011 - C100197N-C100205N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De wettelijke regels inzake de ontvankelijkheid van het hoger beroep in burgerlijke zaken raken de openbare orde (1). (1) Cass. 29 juni 1979, AC, 1978-79, 1330.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0197.N

CID LINES nv, met zetel te 8900 Ieper, Waterpoortstraat 2,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. B. V. R.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149 (20), waar de verweerder woonplaats kiest,

2. FRATEUR nv, wonende te 2850 Boom, Vrijheidsstraat 34,

verweerster, minstens opgeroepen tot bindendverklaring,

3. VAN OIRSCHOT LOGISTICS nv, met zetel te 2200 Herentals, Gareelmakersstraat 6-8,

verweerster, minstens opgeroepen tot bindendverklaring.

II

Nr. C.10.0205.N

VAN OIRSCHOT LOGISTICS nv, met zetel te 2200 Herentals, Gareelmakersstraat 6-8,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Vilain XIIII-straat 17, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. B. V. R.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. FRATEUR nv, met zetel te 2850 Boom, Vrijheidsstraat 34,

verweerster, minstens opgeroepen tot bindendverklaring,

3. CID LINES nv, met zetel te 8900 Ieper, Waterpoortstraat 2,

verweerster, minstens opgeroepen tot bindendverklaring.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 18 september 2009.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres I voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

De eiseres II voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Samenvoeging

1. De cassatieberoepen in de zaken C.10.0197.N en C.10.0205.N zijn gericht tegen hetzelfde arrest.

Zij dienen te worden gevoegd.

Zaak C.10.0197.N

2. De wettelijke regels inzake de ontvankelijkheid van het hoger beroep in burgerlijke zaken raken de openbare orde.

Krachtens artikel 1050, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan in alle zaken hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een beslissing alvorens recht te doen of een verstekvonnis.

Krachtens artikel 1054 Gerechtelijk Wetboek kan de gedaagde te allen tijde incidenteel beroep instellen tegen alle partijen die in het geding zijn voor de rechter in hoger beroep, zelfs indien hij het vonnis zonder voorbehoud heeft betekend of er voor de betekening in berust heeft.

Het artikel 1056, 4° bepaalt dat het hoger beroep wordt ingesteld bij conclusie, ten aanzien van iedere partij die bij het geding aanwezig of vertegenwoordigd is.

3. Uit deze bepalingen in hun onderlinge samenhang gelezen volgt dat het hof van beroep ambtshalve de ontvankelijkheid van de hogere beroepen dient te onderzoeken en met name of het als incidenteel beroep gekwalificeerde hoger beroep niet ontvankelijk is als navolgend hoofdberoep.

4. Omtrent de vrijwaringsvorderingen van B. V. R. tegen de eiseres en de tweede en derde verweersters stellen de appelrechters vast:

- laatstvermelde partijen concluderen "middels (al dan niet impliciet) incidenteel (hoger) beroep tot de niet-ontvankelijkheid van de door V. R. B. geformuleerde vrijwaringsvorderingen wegens - hetzij het verstrijken van de korte termijn van artikel 1648 BW;

- hetzij de verjaring op grond van artikel 12, § 2, van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken";

- deze vorderingen werden evenwel bij het niet-bestreden tussenvonnis van 6 februari 2004 ontvankelijk verklaard.

Zij oordelen dat de aldus geformuleerde incidentele beroepen gericht zijn tegen het tussenvonnis van 6 februari 2004 en niet ontvankelijk zijn, omdat het incidenteel beroep als verbonden aan het hoofdberoep slechts kan worden gericht tegen het vonnis dat het voorwerp van het hoofdberoep uitmaakt. Zij besluiten dat het derhalve niet mogelijk is het incidenteel beroep te richten tegen een tussenvonnis, wanneer, zoals te dezen, het hoofdberoep enkel tegen het eindvonnis is ingesteld.

5. Door aldus te oordelen, zonder na te gaan of het door hen als incidenteel beroep gekwalificeerde hoger beroep niet ontvankelijk was als hoofdberoep tegen het tussenvonnis, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Zaak C.10.0205.N

6. Gelet op de beslissing met betrekking tot de zaak C.10.0197.N, is het eerste middel om dezelfde reden gegrond.

Omvang van cassatie

7. Gelet op de nauwe band met de vernietigde beslissing strekt de vernietiging van de beslissing omtrent het incidenteel beroep ingesteld door Cid Lines nv en Van Oirschot Logistics nv zich uit tot het incidenteel beroep ingesteld door Frateur nv en tevens tot de beslissing omtrent de vrijwaringsvorderingen tussen voormelde 3 partijen onderling en deze van B. V. R. tegen voormelde partijen.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken C.10.0197.N en C.10.0250.N.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre dit uitspraak doet over het incidenteel beroep ingesteld door de nv Cid Lines nv en Van Oirschot Logistics nv, het incidenteel beroep ingesteld door Frateur nv en over de vrijwaringsvorderingen tussen vermelde partijen onderling en van B. V. R. tegen deze partijen en uitspraak doet over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het deels vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en in openbare rechtszitting van 27 mei 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Ontvankelijkheid

  • Aard van de wettelijke regels