- Arrest van 30 mei 2011

30/05/2011 - C.10.0508.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Bij cassatie van een arrest van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, waarin hij beslist dat hij bevoegd is inzake een annulatieberoep, verwijst het Hof de zaak naar de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, uitsluitend om uitspraak te doen over de kosten van de rechtspleging voor de Raad van State (1). (1) Door de wijziging van art. 33, lid 3, Wet Raad van State bij art. 11 W. 25 mei 1999 (BS 22 juni 1999) werd de (bindende) verwijzing na cassatie beperkt tot het geval dat het bestreden arrest beslist van de vordering geen kennis te kunnen nemen omdat de kennisneming tot de bevoegdheid van de rechterlijke overheden behoort, dus tot het geval dat de afdeling 'administratie' zich ten onrechte onbevoegd verklaart. De verwijzing in het geval dat de afdeling zich bevoegd verklaart was niet gerechtvaardigd (Gedrukt Stuk Kamer, 1960/1 - 98/99, 7). De ratio legis was dus de zaak niet te verwijzen enkel om de afdeling toe te laten vast te stellen dat zij, om zich te schikken naar de beslissing van het Hof, ervan geen kennis kon nemen. De tekst bleef evenwel vragen van uitlegging oproepen, o.m. na de arresten van het Hof van 20 december 2007 (Ver. K., AR C.06.0574.F, AC, 2007, nr. 655, met concl. van advocaat-generaal Werquin in Pas.; C.06.0596.F, ibid., nr. 656; R.C.J.B., 2009, 401, noot B. Blero, La théorie de l'objet véritable du recours n'est-elle pas véritablement devenue sans objet?, 420.), die verwijzen na cassatie van arresten van de afdeling 'administratie' die afwijzend beschikken op excepties van onbevoegdheid. Thans is de verwijzing uitdrukkelijk beperkt tot de kosten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0508.N

1. VLAAMS DOPING TRIBUNAAL vzw, met zetel te 9000 Gent, Zuiderlaan 13,

2. VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, ten verzoeke van de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19, bus 10,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseressen woonplaats kiezen,

tegen

X. M.-V.,

verweerder,

in aanwezigheid van:

AGENCE MONDIALE ANTIDOPAGE - WORLD ANTIDOPING AGENCY, Stichting naar Zwitsers recht, met zetel te 1007 Lausanne (Zwitserland), avenue de Rhodanie 54,

in bindendverklaring opgeroepen partij,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Brussel, Vorstlaan 36, waar de partij opgeroepen in bindendverklaring woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest op 14 juli 2010 gewezen door de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 29 maart 2011 ter griffie een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Artikel 14, § 1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de Raad van State uitspraak doet, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden.

De instellingen opgericht of erkend door de federale overheid, de overheid van de gemeenschappen en gewesten, de provincies of gemeenten, die belast zijn met een openbare dienst en niet behoren tot de rechterlijke of wetgevende macht, zijn in beginsel administratieve overheden, in zoverre hun werking door de overheid wordt bepaald en gecontroleerd en zij beslissingen kunnen nemen die derden binden.

Een vereniging van privaatrechtelijke aard die, ook al is zij opgericht of erkend door een administratieve overheid en ook al is zij onderworpen aan de controle van de overheid, geen beslissingen kan nemen die derden kunnen binden, heeft niet de aard van een administratieve overheid. Hiervoor doet niet ter zake dat haar een taak van algemeen belang wordt toevertrouwd.

Een instelling kan beslissingen nemen die derden binden indien zij de eigen verplichtingen tegenover anderen eenzijdig kan bepalen of verplichtingen van die anderen eenzijdig kan vaststellen.

2. Krachtens artikel 34, § 1, eerste lid, van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening, hebben de sportverenigingen de verantwoordelijkheid en de verplichting om de disciplinaire procedures betreffende dopingpraktijken gepleegd door de elitesporters die onder hun verantwoordelijkheid vallen, te organiseren en kan de Vlaamse Regering hiertoe de nadere regels bepalen.

Krachtens het tweede lid van deze bepaling, leggen de sportverenigingen hun interne tuchtregeling inzake dopingpraktijken ter erkenning voor aan de regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 35.

Krachtens het derde lid van deze bepaling, komen enkel de disciplinaire procedures die op grond van het vorige lid door de regering erkend zijn, in aanmerking om te voldoen aan de verplichting, vermeld in het eerste lid.

Krachtens het vierde lid van deze bepaling, delen de sportverenigingen elke uitspraak betreffende de bij hen aangesloten sporters binnen vijf werkdagen na kennisgeving ervan, mee aan de administratie. Krachtens deze bepaling, beoogt die mededeling de overname, de naleving en de controle op de naleving ervan en, in voorkomend geval, de uitoefening van een recht op hoger beroep.

Artikel 35 van het decreet van 13 juli 2007 inzake medisch en ethisch verantwoorde sportbeoefening bepaalt de voorwaarden waaraan de interne tuchtregeling inzake dopingpraktijken van de sportverenigingen moet voldoen om te worden erkend door de regering.

Uit deze bepalingen volgt dat de decreetgever niet zelf een jurisdictioneel orgaan heeft opgericht, maar wel met respect voor de vrijheid van vereniging een verplichting heeft opgelegd aan de sportverenigingen om te voorzien in een interne tuchtprocedure die aan bepaalde wettelijke voorwaarden moet voldoen. De decreetgever heeft aldus de bedoeling de procedure voor de tuchtrechtelijke bestraffing van dopingpraktijken voor elitesporters binnen de sfeer van de privaatrechtelijke betrekkingen tussen de sporter en zijn sportbond te brengen.

3. Het arrest stelt vast dat:

- de verweerder een elitesporter is in de zin van artikel 2, 10°, van het decreet van 13 juli 2007;

- de verweerder aangesloten is bij de Vlaamse Tennisvereniging, een sportvereniging als bedoeld in artikel 2, 11°, van voornoemd decreet;

- een aantal sportverenigingen op 10 september 2008 de eerste eiseres hebben opgericht met als voornaamste doelstelling het oprichten van een disciplinaire commissie en de benoeming van haar leden, de opmaak van een huishoudelijk reglement voor de disciplinaire afhandeling van dopingzaken en het opmaken van een reglement van tuchtrechtspleging;

- de eerste eiseres een vereniging zonder winstoogmerk is;

- de Vlaamse Tennisvereniging een "intern tuchtreglement inzake doping-praktijken gepleegd door elitesporters of begeleiders" heeft aangenomen;

- de Vlaamse Tennisvereniging de disciplinaire behandeling van dopingpraktijken van haar elitesporters op basis van een lastgevings-overeenkomst, gesloten op 22 september 2008, heeft opgedragen aan de eerste eiseres;

- het intern tuchtreglement van de Vlaamse Tennisvereniging bij ministerieel besluit van 1 augustus 2009 is erkend.

4. Uit dit alles volgt dat de interne tuchtbevoegdheid van de eerste eiseres enkel geldt ten aanzien van de aangesloten elitesporters en derhalve moet worden begrepen als behorende tot de regels van de interne organisatie van de private rechtspersoon waarbij de elitesporter is aangesloten.

5. De beslissing dat de Raad van State bevoegd is inzake het annulatieberoep van de verweerder tegen de beslissing van de disciplinaire commissie voor elitesporters van de eerste eiseres, hoewel de eerste eiseres niet over de bevoegdheid beschikt om derden te binden, is niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Vordering in bindendverklaring

6. Een door de eiser ingestelde vordering in bindendverklaring is slechts ontvankelijk als blijkt dat hij er belang bij heeft dat de in bindendverklaring opgeroepen partij het bestaan van de bestreden beslissing in geval van vernietiging niet meer zou kunnen inroepen.

Het bestreden arrest verwerpt bij gebrek aan belang het verzoek tot tussenkomst voor de Raad van State van de Agence Mondiale Antidopage - World Antidoping Agency, Stichting naar Zwitsers recht.

De eiseressen hebben geen belang dat het arrest aan die stichting bindend wordt verklaard.

De vordering in bindendverklaring is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof, in verenigde kamers,

Vernietigt het bestreden arrest.

Verwerpt de vordering in bindendverklaring.

Beveelt dat dit arrest zal worden overgeschreven in het register van de Raad van State en dat melding ervan zal worden gedaan op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseressen in de kosten van de vordering in bindendverklaring.

Veroordeelt de verweerder in de overige kosten voor het hof.

Verwijst de zaak naar de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, anders samengesteld, uitsluitend om uitspraak te doen over de kosten van de rechtspleging voor de Raad van State.

Bepaalt de kosten op de som van 679,11 euro jegens de eisende partijen en op de som van 254,01 euro jegens de partij opgeroepen in bindendverklaring.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, samengesteld uit eerste voorzitter Ghislain Londers, als voorzitter, voorzitter Christian Storck, de afdelingsvoorzitters Robert Boes en Paul Mathieu, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Christine Matray, Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 30 mei 2011 uitgesproken door eerste voorzitter Ghislain Londers, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van hoofdgriffier Chantal Van Der Kelen.

Vrije woorden

  • Afdeling bestuursrechtspraak

  • Arrest

  • Beslissing van bevoegdheid

  • Verwijzing na cassatie