- Arrest van 27 juni 2011

27/06/2011 - C.10.0024.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De grond van niet-ontvankelijkheid die de verweerder tegen het cassatiemiddel opwerpt en die hij afleidt uit het gebrek aan belang, kan niet worden aangenomen wanneer het bestreden arrest zijn beslissing grondt op een reden waarop het middel geen kritiek uitoefent en die het Hof niet door een andere reden kan vervangen zonder dat het zijn bevoegdheid overschrijdt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0024.F

1. C. F., e.a.

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

VERIZON BUSINESS Inc., vennootschap naar Amerikaans recht, voorheen Cybertrust Holdings Inc.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 25 november 2008 gewezen door het hof van beroep te Brussel.

De zaak is bij beschikking van 29 oktober 2010 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Philippe de Koster heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren een middel aan in het cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Vijfde onderdeel

De door de verweerster tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het onderdeel heeft geen belang:

De verweerster betoogt dat de rechter, krachtens de artikelen 6 en 1131 van het Burgerlijk Wetboek en het beginsel van de wilsautonomie, niet in de plaats van de bieder mag treden om de voorwaarden van zijn bod te wijzigen en laatstgenoemde niet mag veroordelen tot het betalen aan de houders van effecten van een aanvulling op de prijs of van een schadevergoeding die het verschil in prijs dekt.

Het arrest beslist evenwel, om een reden waarop het middel geen kritiek uitoefent en die het Hof bijgevolg niet door een andere mag vervangen zonder dat het zijn bevoegdheid overschrijdt, dat de eisers een subjectief recht op een aanvulling op de prijs hebben en dat de wetgever hen niet de mogelijkheid heeft ontzegd een rechtsvordering in de stellen op grond van de niet-naleving van artikel 45, 2°, van het koninklijk besluit van 8 november 1989.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Gustave Steffens en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 27 juni 2011 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Bestreden arrest

  • Reden waarop het middel geen kritiek uitoefent