- Arrest van 6 september 2011

06/09/2011 - P.11.0141.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de strafrechter geen veroordeling uitspreekt omdat de strafvordering is verjaard, mogen de gerechtskosten van die vordering niet ten laste van de beklaagde worden gelegd (1). (1) Cass. 10 juni 1986, AR 358, AC, 1985-86, nr. 632.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0141.N

D M L,

beklaagde en burgerlijke partij,

eiser,

met als raadsman mr. Jean-Jacques Gernay, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

1. AIRCO LEMMENS bvba, met zetel te 9070 Destelbergen, Dendermondsesteenweg 293,

burgerlijke partij,

2. AXA ROYALE BELGE nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

vrijwillig tussenkomende partij,

3. M H L D,

beklaagde,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, van 7 september 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 149 Grondwet, artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 162, 194 en 195 Wetboek van Strafvordering.

Eerste onderdeel

2. Het onderdeel voert aan dat het bestreden vonnis de eiser ten onrechte in de kosten van het deskundigenonderzoek veroordeelt; de kosten van de strafvordering waarvan de verjaring is vastgesteld kunnen niet ten laste van de eiser worden gelegd.

3. Wanneer de strafrechter geen veroordeling uitspreekt omdat de strafvordering is verjaard, mogen de gerechtskosten van die vordering niet ten laste van de beklaagde worden gelegd. De kosten van een deskundigenonderzoek die de rechter beveelt teneinde in het kader van de strafvordering klaarheid te krijgen over de feiten van de strafvervolging, zijn dergelijke kosten.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser en Martine Devos werden vervolgd wegens verschillende telastleggingen. De politierechtbank heeft bij vonnis van 29 juni 2009 in het kader van de strafvordering een deskundige aangesteld teneinde "klaarheid te kunnen krijgen omtrent het verloop van de aanrijding en het mogelijk door beklaagden gevolgde traject". Met bevestiging van het beroepen vonnis oordeelt het bestreden vonnis dat de strafvordering ten aanzien van de eiser vervallen is wegens verjaring.

5. Hieruit volgt dat de appelrechters niet zonder schending van de in het middel aangehaalde wetsbepalingen de eiser konden veroordelen in de kosten van voormeld deskundigenonderzoek.

Het onderdeel is gegrond.

Tweede onderdeel

6. Het onderdeel voert aan dat het bestreden vonnis ten onrechte oordeelt dat het niet opportuun is de door de eerste rechter aangewezen deskundige opnieuw aan te stellen; hierdoor is eisers recht van verdediging miskend en beantwoordt het bestreden vonnis eisers verweer niet dat de eerste rechter, toen hij vernam dat de eiser in coma lag en daarom niet kon deelnemen aan het deskundigenonderzoek, bij het in beraad nemen oordeelde dat de deskundige opnieuw diende te worden aangewezen maar toch een eindvonnis uitsprak.

7. Het bestreden vonnis oordeelt dat de in het verslag van de deskundige vervatte analyse op geen enkele wijze wordt ontkracht door het door de eiser gevoegd verslag van Glorieux en dat, vermits "de stand van de voertuigen - die overigens reeds waren verplaatst - overeenkomstig de respectieve versies van de partijen reeds worden weergegeven in de door de verbalisanten opgemaakte schets en elk der partijen uitvoerig zijn versie omtrent het ongevalsgebeuren heeft weergegeven, (...) er naar het oordeel van de rechtbank geen redenen [zijn] om deskundige Wittezaele opnieuw te gelasten met een aanvullende opdracht. Overigens heeft deze deskundige, voorafgaandelijk aan zijn opdracht reeds terdege kennis genomen van de voormelde versies van elk der partijen." Aldus beantwoordt het bestreden vonnis het bedoelde verweer.

In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.

8. Voor het overige konden de appelrechters met de hierboven weergeven redenen wettig oordelen dat de deskundige niet diende te worden gelast met een aanvullende opdracht. Aldus miskennen zij geenszins eisers recht van verdediging.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het beslist de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van de eiser te laten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser in de helft van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond tot verwijzing is.

Bepaalt de kosten op 38,45 euro waarvan de eiser 8,45 euro verschuldigd is.

F. Adriaensen

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem P. Maffei

E. Goethals

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 6 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Strafvordering vervallen door verjaring

  • Veroordeling van de beklaagde in de kosten van de strafvordering

  • Wettigheid