- Arrest van 20 september 2011

20/09/2011 - P.11.0182.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 59, §1, 2° en §2, Wegverkeerswet dat stelt dat aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, een ademtest en een ademanalyse kan worden opgelegd, bepaalt geen tijdsruimte binnen dewelke de tests moeten worden opgelegd en belet niet dat de ademtest wordt uitgevoerd enige tijd nadat de bestuurder heeft opgehouden zijn rijtuig te besturen; de toepassing van die maatregelen is evenmin afhankelijk van de omstandigheid dat de bevoegde agenten de betrokkene persoonlijk hebben zien sturen (1). (1) Cass. 19 dec. 2000, AR P.99.0099.N, AC, 1999, nr. 707.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0182.N

K. E. M. C.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Michiel Beek, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Gent van 9 december 2010.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het bestreden vonnis ontslaat de eiser van vervolging voor de telastlegging D.

In zoverre tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep wegens gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Eerste middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en de artikelen 59 en 60 Wegverkeerswet, gelezen in samenhang met artikel 34, § 2, 3°, van voormelde wet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de eiser kort voordat de verbalisanten ter plaatse waren, zijn voertuig heeft bestuurd en verklaart hem op die grond ten onrechte schuldig aan de telastlegging A (weigering zich te onderwerpen aan de ademtest); vermits de eiser zich thuis bevond en zijn wagen in de garage stond, kan niet worden gesteld dat hij op het moment van het verzoek tot het afleggen van een ademtest en een ademanalyse de bestuurder was van een voertuig; de eiser hoefde zich bijgevolg niet te onderwerpen aan deze test of analyse zodat hij zich niet schuldig kon maken aan een weigering; het feit dat de eiser de dag van de feiten zijn voertuig zou hebben bestuurd noch het feit dat hij kort voor de aankomst van de verbalisanten zijn voertuig zou hebben bestuurd, doen hier ter zake.

3. Het middel preciseert niet hoe het bestreden vonnis de motiveringsplicht miskent.

In zoverre het schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

4. Artikel 59, § 1, 2° en § 2, Wegverkeerswet bepaalt dat aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, een ademtest en een ademanalyse kan worden opgelegd.

Dit artikel bepaalt geen tijdsruimte binnen dewelke de tests moeten worden opgelegd en belet niet dat de ademtest wordt uitgevoerd enige tijd nadat de bestuurder heeft opgehouden zijn rijtuig te besturen. Het stelt de toepassing van de maatregelen evenmin afhankelijk van de omstandigheid dat de bevoegde agenten de betrokkene persoonlijk hebben zien sturen.

5. Het bestreden vonnis oordeelt onaantastbaar dat:

- uit de verklaring van de politieman J. V. d. W. genoegzaam blijkt dat de eiser de dag der feiten en kort voordat de verbalisanten ter plaatse waren zijn voertuig heeft bestuurd;

- uit geen objectief element van de strafinformatie blijkt dat de verklaring van deze politieman niet waarheidsgetrouw is;

- de verbalisanten hebben vastgesteld dat de eiser omstreeks 22u15 een ademtest heeft geweigerd en dat hij omstreeks 22u16 een ademanalyse heeft geweigerd.

Op grond van die redenen is de beslissing dat de eiser schuldig is aan het misdrijf bedoeld in artikel 34, § 2, 3°, Wegverkeerswet, gelezen in samenhang met de artikelen 59 en 60 van dezelfde wet, naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

6. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling van de bewijswaarde door de rechter van hem voorgelegde feitelijke gegevens.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

7. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van de artikelen 59, 60 en 63, § 1, 1° of 2°, Wegverkeerswet gelezen in samenhang met de artikelen 34, § 2, 3°, en 38, § 1, 1°, van dezelfde wet: het bestreden vonnis verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan de telastlegging B (weigering zich te onderwerpen aan een bloedproef); uit het eerste middel blijkt dat de eiser zich niet schuldig kon maken aan een weigering zich te onderwerpen aan een ademtest of ademanalyse conform artikel 59 Wegverkeerswet; artikel 63 van die wet vereist dat is voldaan aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 59 wat hier niet het geval is vermits er geen rechtmatige vaststelling is van weigering om zich te onderwerpen aan een ademtest.

8. Het middel is volledig afgeleid uit de in het eerste middel vergeefs aangevoerde onwettigheid.

Het middel is niet ontvankelijk.

Derde middel

9. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en van artikel 35 Wegverkeerswet: het bestreden vonnis verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan de telastlegging C (dronken sturen); uitsluitend iemand die een voertuig bestuurt - en niet heeft bestuurd - kan zich schuldig maken aan een inbreuk op artikel 35 Wegverkeerswet zodat de vaststelling onmiddellijk dient te gebeuren en niet op een later tijdstip; de eiser bevond zich, bij aankomst van de verbalisanten, reeds thuis en diens wagen stond in de garage, zodat uit geen element kan worden besloten dat hij in dronkenschap stuurde; vermits de vaststellingen van de verbalisanten gebeurden op een tijdstip dat het onmogelijk maakte om aan artikel 35 Wegverkeerswet te voldoen, verantwoorden de appelrechters hun beslissing niet naar recht.

10. Het middel preciseert niet hoe het bestreden vonnis de motiveringsplicht miskent.

In zoverre het schending van artikel 149 Grondwet aanvoert, is het middel onnauwkeurig, mitsdien niet ontvankelijk.

11. Artikel 35 Wegverkeerswet bestraft de persoon die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert of in een soortgelijke staat.

12. Dit artikel belet niet dat de vaststelling van de staat van dronkenschap plaatsvindt nadat de betrokkene een voertuig heeft bestuurd. In dat geval is het noodzakelijk maar voldoende dat de rechter op grond van de hem regelmatig voorgelegde gegevens, waaronder de vaststellingen van de verbalisanten, vaststelt dat de beklaagde op een openbare plaats een voertuig of een rijdier heeft bestuurd terwijl hij in een staat van dronkenschap verkeerde of in een soortgelijke staat.

In zoverre het middel ervan uitgaat dat deze wetsbepaling slechts toepassing kan vinden ten aanzien van een persoon waarvan de staat van dronkenschap op het ogenblik dat hij een voertuig bestuurt, is vastgesteld, faalt het naar recht.

13. Voor het overige komt het middel op tegen de onaantastbare beoordeling door de rechter van de hem voorgelegde feitelijke gegevens.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek

14. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum,

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 63,39 euro.

K. Vanden Bossche

P. Hoet A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

E. Goethals

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 20 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Ademtest

  • Ademanalyse