- Arrest van 28 september 2011

28/09/2011 - P.11.1593.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kamer van inbeschuldigingstelling dient te antwoorden op de middelen die de gedetineerde aanvoert in het verzoek tot invrijheidstelling waarvan zij kennis neemt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1593.F

W. W.,

Mrs. Dimitro de Béco en Sven Mary, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 16 september 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Enerzijds dient de kamer van inbeschuldigingstelling te antwoorden op de middelen die de gedetineerde heeft aangevoerd in het verzoek tot invrijheidstelling waarvan zij kennis neemt.

Anderzijds dienen de onderzoeksgerechten die uitspraak doen over een verzoek tot invrijheidstelling, artikel 5.3 EVRM na te leven. Om te oordelen of de daarin bepaalde redelijke termijn is nageleefd sedert het bevel tot aanhouding waarop het verzoekschrift is gegrond, nemen zij het tijdstip van hun beslissing in aanmerking, zonder te onderzoeken of die termijn nog in acht genomen zal worden op het ogenblik waarop de zaak, in haar geheel, ten gronde zal worden behandeld. Hun toezicht slaat, wat dat betreft, niet alleen op de hechtenis die aan de regeling van de rechtspleging voorafgaat, maar ook, als het geval zich voordoet, op de zorgvuldigheid waarmee de bevoegde nationale overheden de rechtspleging hebben voortgezet.

Het arrest verwerpt het verzoek van de eiser op grond van de concrete omstandigheden van de zaak, zoals de complexiteit van de feiten van diefstal met doodslag, gepleegd om de diefstal te vergemakkelijken of om de straffeloosheid ervan te verzekeren, en de zorgvuldigheid waarmee de zaak werd behandeld vanaf 25 november 2008, datum waarop het bevel tot aanhouding werd verleend, tot 8 maart 2011, datum van het arrest tot verwijzing naar het hof van assisen met bevel tot gevangenneming.

De algemene overweging van het arrest dat "eveneens rekening moet worden gehouden met de specifieke aard van de werking van het hof van assisen, het feit dat het geen permanent rechtscollege is, dat het zitting houdt met een jury, en dat het geen zittingen tijdens het gerechtelijk verlof heeft", vormt geen antwoord op het in het verzoek voorgedragen middel over de duur van de voorlopige hechtenis sedert het arrest tot verwijzing.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 28 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Verzoek tot invrijheidstelling

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • In het verzoekschrift aangevoerde middelen

  • Verplichting tot antwoord