- Arrest van 28 september 2011

28/09/2011 - P.11.0711.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Ofschoon de rechter op onaantastbare wijze aan de hand van de omstandigheden van de zaak oordeelt of er al dan niet sprake is van misbruik van procedure, gaat het Hof na of hij uit zijn vaststellingen een dergelijk misbruik naar recht heeft kunnen afleiden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0711.F

1. GEORGE & COMPAGNIE nv,

2. CFF RECYCLING, naamloze vennootschap van Frans recht,

3. LES MATERIAUX RECYCLES nv,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN, naamloze vennootschap naar publiek recht,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. P. A.,

(...)

12. L. F.,

13. WAALSE BEHEERS- en PARTICIPATIEMAATSCHAPPIJ (SOGEPA) nv,

Mrs. Jean-François Goffin en Grégory de Sauvage, advocaten bij de balie te Brussel,

(...)

16. SOCIETE D'AVAL INDUSTRIES nv,

(...)

18. LES ETABLISSEMENTS RENE FRANCHI,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 maart 2011.

De eiseressen voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Een geding kan roekeloos of tergend zijn, niet alleen wanneer een partij de bedoeling heeft een tegenpartij schade te berokkenen, maar ook wanneer die partij haar recht om in rechte op te treden uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen van de normale uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en zorgvuldig persoon overschrijdt.

Ofschoon de rechter op onaantastbare wijze en aan de hand van de omstandigheden van de zaak, oordeelt of er al dan niet sprake is van misbruik van procedure, gaat het Hof na of hij uit zijn vaststellingen een dergelijk misbruik naar recht heeft kunnen afleiden.

Het arrest bevestigt de beschikking tot buitenvervolgingstelling ten aanzien van alle verweerders, op grond dat zowel de eiseressen als de procureur-generaal in gebreke blijven om op omstandige wijze ten aanzien van ieder van hen ernstige aanwijzingen van schuld aan te voeren.

Nadat de appelrechters hebben vastgesteld dat het openbaar ministerie in hoger beroep de verwijzing van de verweerders naar de correctionele rechtbank had gevorderd en nadat zij de beroepen beschikking hebben gewijzigd door het bedrag te verminderen van de rechtsplegingsvergoedingen die de eiseressen dienen te betalen, met de precisering dat laatstgenoemden terecht de berekeningswijze van die vergoedingen hadden betwist, kunnen zij niet oordelen dat de kansen op wijziging van de beschikking volgens de eiseressen zo goed als onbestaande waren.

De kamer van inbeschuldigingstelling leidt daar bijgevolg niet naar recht uit af dat de eiseressen misbruik hadden gemaakt van hun recht om hoger beroep in te stellen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vorderingen tot schadevergoeding wegens roekeloos en tergend hoger beroep, ingesteld door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, de Waalse Beheers- en Participatiemaatschappij (SOGEPA) en L. F.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eiseressen in twee derde van de kosten van hun cassatieberoep en de verweerders Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, Waalse Beheers- en Participatiemaatschappij (SOGEPA) en L. F. in een derde van de overblijvende kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Martine Regout en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 28 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Burgerlijke partijstelling bij de strafrechter

  • Onderzoeksgerechten

  • Buitenvervolgingstelling

  • Hoger beroep van de burgerlijke partij

  • Bevestiging van de buitenvervolgingstelling

  • Vergoeding wegens roekeloos en tergend hoger beroep

  • Misbruik van procedure

  • Beoordeling door de rechter

  • Toezicht van het Hof