- Arrest van 29 september 2011

29/09/2011 - C.10.0349.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit dat de partijen de toepassing van een bepaalde wetsbepaling niet hebben opgeworpen, betekent niet dat zij die mogelijkheid bij conclusie hebben uitgesloten.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.010.0349.N

MACROTON PROCESS TECHNOLOGIES GmbH., vennootschap naar buitenlands recht, met zetel te D-85609 Aschheim bei München (Duitsland), Heisenbergbogen 3,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. Lodewijk DE MOT, advocaat, met kantoor te 1700 Dilbeek, Baron de Vironlaan 83, bus 3, en Christine DE RIDDER, advocaat, met kantoor te 3090 Overijse, Waversesteenweg 62A, als curatoren van het faillissement van Custom Silicon Configuration Services nv,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 27 oktober 2008.

Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De rechter is gehouden het geschil te beslechten overeenkomstig de daarop van toepassing zijnde rechtsregels. Hij moet de juridische aard van de door de partijen aangevoerde feiten en handelingen onderzoeken, en mag, ongeacht de juridische omschrijving die de partijen daaraan hebben gegeven, de door hen aangevoerde redenen ambtshalve aanvullen op voorwaarde dat hij geen betwisting opwerpt waarvan de partijen bij conclusie het bestaan hebben uitgesloten, dat hij enkel steunt op elementen die hem regelmatig zijn voorgelegd, dat hij het voorwerp van de vordering niet wijzigt en dat hij daarbij het recht van verdediging van de partijen niet miskent. Het feit dat de partijen de toepassing van een bepaalde wetsbepaling niet hebben opgeworpen, betekent niet dat zij die mogelijkheid bij conclusie hebben uitgesloten.

2. Het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging wordt niet miskend wanneer een rechter zijn beslissing steunt op elementen waarvan de partijen, gelet op het verloop van het debat, mochten verwachten dat de rechter ze in zijn oordeel zou betrekken en waarover zij tegenspraak hebben kunnen voeren.

3. Uit de appelconclusies blijkt dat de rechtsregel in het debat was dat een hypothecaire, pandhoudende of een bijzonder bevoorrechte schuldeiser slechts dient bij te dragen tot de boedelschulden, indien deze schulden "hebben bijgedragen tot de realisatie of het behoud van een specifiek onderpand" van deze schuldeisers.

4. De appelrechters oordelen dat de vordering van de eiseres geen afbreuk kan doen aan de rechten van de hypothecaire, pandhoudende of de bijzonder bevoorrechte schuldeisers, omdat de eiseres in gebreke blijft het bewijs te leveren dat haar schuldvordering "in concreto (heeft) bijgedragen tot het behoud of de verwezenlijking van het onderpand van deze schuldeisers". Aldus miskennen zij het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 690,10 euro, voor de verweerster 1 op 171,24 euro en voor de verweerders 2 en 3 op 171,24 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Robert Boes, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare rechtszitting van 29 september 2011 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Toepassing van een bepaalde wetsbepaling

  • Niet opgeworpen door partijen

  • Gevolg

  • Uitsluiting bij conclusie